[verhaal] Met Sam.

Sam. Vuurrood haar dat overgaat naar vuur, vuur dat mij verstikt en vuur dat mij aanwakkert.
Stichter van paradoxen en dilemma’s. De ultieme hypocriet.

Madelief. Bloem, verlepte bloem.
Waterverf dat vervaagt en zonder jou een eenzaam geheel van bruin.
Kleuren die overlopen in ‘smurrie’. Niks.

Treinreis 1 met Sam:

Ik ben Madelief 17 jaar oud, ik heb vandaag een jongen ontmoet, ik weet zijn naam omdat het op zijn schrift gekalkt is en ik tegenover hem zit in de trein. 4 haltes en scheikunde om precies te zijn. Hij wees naar het raam, ik verbaast omdat dit het enige ‘directe’ contact was dat we in 4 maanden gemaakt hadden staarde verbluft naar buiten. ‘Het lijken we uiteen getrokken veertjes die oplossen vanuit de lucht,’ zijn mondhoeken krulde lichtelijk toen hij mij aankeek. 'Natuurlijke verschijnsels zijn het mooiste.

Treinreis 34 met Sam:

Vuurrood haar, de term vuurtoren iets te vaak gehoord in zijn leven, klakkeloos gooit hij zijn tas neer op de passagiersstoel tegenover hem en grist in zijn tas naar zijn mobiel. Een lelijk groen ding van jaar 0, het groene ding is zo oud dat de toetsen langzaam versleten zijn en meebewegen bij iedere aanraking en met aanraking bedoel ik vier keer op dezelfde toets drukken voor een letter maar Sam vond dat niet heel erg, woorden zijn kostbaar en we moeten ze koesteren. Hij drukt een paar keer op verschillende toetsen, zorgvuldig en in concentratie.

Soms zou ik willen dat ik in zijn hoofd kon kijken, donkere wouden doorgronden, het onkruid weghalen en kostbare madeliefjes neerplanten.
Ik ken Sam niet zo lang maar ik ken hem goed, ik bedoel je hebt toch van die mensen die je al je hele leven kent zoals Thomas van de basisschool maar je weet eigenlijk niks van hem. Met Sam is het anders, ik ken hem, ik weet hoe de mist in zijn hoofd dagelijks voor een interne worsteling zorgt en hoe hij dat voor mij probeert te verbergen, hoe hij denkt dat, dat gelukt is. Ik ben zijn Madeliefje en ik hoor niet in zijn donkere bos te staan

‘Lief,’ ik kijk op en Sam heeft zijn oortjes uitgedaan die nu langs zijn sweater hangen.
Hij wijst naar buiten toe en ik volg zijn lange vingers die nu bijna priemend tegen het raam aandrukken.
Een semi roze zonsondergang zorgt ervoor dat ik even afgeleid ben en niet anders kan dan staren naar zijn blije gelaadstreken die verwachtingsvol naar mij kijken.
Een regenboog lijkt in de verte te vervagen, ik snap nooit zo goed hoe Sam zo blij kan worden van verschijningen van de natuur (zoals hij het zelf altijd noemt) ik kan hem namelijk moeilijk vertellen dat wat ik net gezien heb vele malen mooier was dan de regenboog die nu lijkt uit te vagen als natte verf. Ik wou dat hij nooit zou vervagen

‘Zie je hoe de kleuren alleen individueel een mooi geheel vormen?’ vraagt Sam, -filosofische Sam- Ik knik maar ik betwijfel of hij het kan zien.
‘Als je alle kleuren met elkaar mengt eindigt het in zielig hoopje bruine smurrie,’ hij kijkt verdrietig voor zich uit maar herstelt zich snel, ‘zo is het net met mensen, sommige kleuren vormen een nieuw geheel maar andere vernietigen de schoonheid van andere als ze samensmelten in 1.’ Wist ik nu maar dat jij ons vertekent had in kleuren

Daarna praten we niet meer en ik neem afscheid van hem als ik bij mijn halte uitstap, doei Sam tot morgen denk ik, als er een morgen komt zou hij zeggen maar hij is al lang weg en ik sta bij mijn fiets.
Als ik eenmaal op mijn fiets zit trap ik in automatisme naar huis, ik denk nog steeds aan de woorden van Sam.

Super mooi geschreven! Ik had het zelf niet beter kunnen omschrijven.

Bellabello :grinning:

-Begonnen met ander verhaal-