[Verhaal] Make a wish

verder, je schrijft leuk!

Ik kwam thuis na een, zoals ik al voorspelde, vermoeide schooldag. Mijn moeder zat thuis op de bank met een uitdrukkingloos gezicht.
‘Is er wat?’ vroeg ik. Ze gaf geen antwoord. Een tikkeltje bezorgd ging ik naast haar zitten. Ze leek weer bij de bewoonde wereld te komen en schudde haar hoofd.
‘Niets schat, ik moest gewoon even aan vroeger denken.’ Juist, mijn vader. Ik sloeg mijn armen om haar heen en gaf haar een kus op haar wang. Zo kwetsbaar als ze daar zat. Mijn altijd zo sterke moeder was nu een onzekere vrouw met tranen in haar ogen. Ik had niet verwacht dat het haar nu nog steeds zo’n pijn deed. Dat verdiende ze niet. Er leek iets in haar los te komen, want ze stond strijdlustig op.
‘Ik moet mijn tijd niet aan hem verdoen.’ Ik knikte goedkeurend toen ze weer helemaal de oude leek en naar de keuken liep om een kopje thee te maken. Ik besloot haar zo eens wat vragen te stellen. Die eeuwige nieuwsgierigheid had ook geen zin. Toen ze even later de kamer in kwam gelopen met een dienblad met twee kopjes thee en een schaaltjes koekjes begon ik te twijfelen. Was dit het juiste moment?
‘Mam, weet jij iets over papa nu?’ zei ik aarzelend. Mijn moeders blik verstarde.
‘Noem hem geen papa,’ raasde ze. Ik schrok en knipperde een paar keer met mijn ogen. Een ijskoude blik richting mij deed een rilling over mijn rug lopen. Nu was ik degene met de tranen in mijn ogen. Ik was zestien en er was een tijd aangebroken waarbij ik begon te verlangen naar een vaderfiguur. Al was het maar om even mee te praten, al was het maar om ruzie mee te maken.

Ik wacht even op 5 reacties, anders gaat het allemaal zo snel.

verder!

FOUTJE.

Oh oeps, dat is vanaf een oud account.

Mijn moeder kwam op me afgestormd. Haar hand kwam neer op mijn wang. Ik probeerde de klap nog te ontwijken, maar tevergeefs. Nu stroomden de tranen over mijn wangen. Dit was de eerste keer in mijn leven dat mijn moeder me een klap gaf. Even was ik verdoofd, niet wetend wat er was gebeurd. Dat mijn vader zo’n gevoelig onderwerp was wist ik niet.
‘Mam?’ Verontwaardigd keek ik haar aan.
‘Geen woord meer over je vader, hoor je.’ Het leek haar allemaal even teveel te worden want ze vluchtte naar de keuken. Ik bleef zitten, als een hoopje ongeluk op de grond. De klap deed niet eens zo’n pijn, maar het feit dat mijn moeder me had geslagen wel. Ik was het zat. Helemaal zat. Ik stond op en liep naar de keuken, terwijl mijn mascara zich langzaam over mijn gezicht uitbreidde. Mijn moeder hield haar polsen onder de koude kraan, vast om rustiger te worden.
‘Wat deed ik verkeerd?’ Geen antwoord. Ik gooide de keukendeur achter me dicht. Ik was het helemaal zat. In een vlaag van verstandsverbijstering liep ik zonder schoenen de straat op, op weg naar Noor. Het weer was inmiddels omgeslagen en het regende pijpenstelen. Het was allemaal zo snel gegaan. Ik probeerde de plassen te ontwijken, maar wist dat het niet veel uitmaakte. Ik was tenslotte al nat. Voordat ik het wist stond ik voor Noors deur. Ik twijfelde, maar belde toen toch aan. Ik dacht even dat er niemand thuis was, maar toen werd toch de deur opengetrokken.
‘Meis toch, kom snel binnen.’ Er werd een deken om me heen geslagen en ik werd op de bank geduwd.

‘Vertel het, lief.’ Noors hand gleed over mijn rug. Aan de ene kant stelde het me gerust, maar mijn moeder die nu vast bezorgd zal zijn zweefde door mijn gedachte heen. Bij die honderd vragen die ik had over mijn vader, kwamen er nu nog eens honderd vragen bij. Wat deed mijn moeder nu? Ik wist het niet. Wat dacht mijn moeder nu? Ik wist het niet. Kortom, op geen enkele vraag kreeg ik een antwoord. Ik praatte niet, zat daar alleen maar met een lege blik voor me uit te staren. Noors moeder had ons alleen gelaten en was een kop thee gaan maken. De televisie op de achtergrond boeide me niet. Ik vertelde wat er was gebeurd, meer niet. Niet wat ik dacht, dat liet ik weg. Een arm om mijn nek en een hand die mij gerust stelde door over mijn rug te wrijven. Het deed mij goed. Een beetje liefde was het enige wat ik nodig had op dit moment.
‘Het komt wel goed.’