[Verhaal] Love that never end.

grotere stukjes please :’)

verder & grotere stukjes? :grinning:

ja is goed! :grinning:


‘Lily, ik moet je spreken.’ komt er niet zo vrolijk uit haar mond. Ik zet mijn fiets in de garage en loop naar binnen. Me moeder is inmiddels al aan tafel geschoven en ik neem ook maar plaats. ‘Dit was je laatste kans, hé?’ Wat bedoeld zíj nou weer? ‘Eh… wat bedoel je?’ ‘Voor audities. Ik heb je het nog zó gezegt: Nog 1 keer te laat en je audities stoppen ermee.’ Ook dat nog. Als dat mens nou eens wist waar het over ging. ‘Mag ik nog 1 kans? Ik kan alles uitleggen…’ ‘Er valt helemaal niks uit te leggen, en nou naar boven jij. Naar bed!’ Ze slaat keihard met haar vuist op tafel. Het lijkt net of die musicals belangrijker voor haar dan voor mij zijn. Het boeit me ook allemaal niet meer. Ik ga slapen, en zie wel of ik naar school ga. Pff. Zeur wijf.
… Er word op mijn slaapkamer deur geklopt. Ik ga even kijken hoelaat het is. Wát? 3.00? ‘Wíe hier durft het te wagen om om 3 uur mij wakker te maken?’ schreeuw ik. Ik hoor geren op de gang. Ja, vast Stefan. Dat rotjoch. Altijd klieren. Was ik maar enigskind. Oh damn, ik klaag ook overal over. Laat ik maar gaan slapen, als het nog lukt.

Ik probeer grotere stukjes te schrijven, maar soms komt het gewoon uit met de tekst dat ie wat kleiner word.

Verdorie! Moet ik weer naar school toe. Helemáal geen zin in. Ik kleed me snel aan. Ik loop naar de douche om me op te maken. ‘Jakkes, die rotmascara vlekt ook altijd uit.’ Ik loop snel naar beneden om mijn spullen klaar te maken en te gaan. Hopelijk ben ik niets vergeten. Ik pak mijn fiets uit de garage en fiets naar school. Gelukkig is school maar een kilometer of 5 vandaan dus ben ik er zo. En hoef ik niet te racen om op tijd te komen. Als ik het schoolplein op fiets word ik aangestaard door een aantal jongens. Tja, vrienden van Dave. Maar waar is Dave zelf? Ik zie hem nergens. Dan is ie vast ziek. Shit, overmorgen gaat ie al weg. Ik zet mijn fiets in het fietsenhok en loop naar Shanell en Anne. Voor schooltijd sta ik altijd bij hen, hun zijn inmiddels mijn beste vriendinnen. ‘Lily!’ schreeuwen ze. ‘Slecht nieuws, sleeeecht nieuws.’ roept Anne. ‘Wat?’ vraag ik.