[VERHAAL] Liefdesvuur

Hoi beste girlsceners!

Ik wil graag een verhaal beginnen op girlscene. Voor mensen die op mijn profiel kijken: nee, ik ben niet nieuw hier, alleen dit account is nieuw! Ik zat al een tijd te denken aan privéprofiel (dus waar mijn vrienden me niet echt kennen), zodat ik een nieuwe start kan maken en een nieuw verhaal.

Ik ga niet vertellen waar dit verhaal overgaat, maar het is wel heel persoonlijk!

Opbouwende kritiek is altijd welkom! Ik probeer namelijk een goed verhaal te schrijven. Maar aan reacties zoals ‘Ik vind het stom.’ of ‘Dit is saai.’, heb ik natuurlijk niks!

Het begin/inleiding:

Ik wist van tevoren eigenlijk al dat het nooit over zou gaan. Het gevoel zou langzaam wegebben, maar nooit helemaal weg zijn. Het irriteerde me verschrikkelijk, dreef me tot waanzin. Maar ik hield er ook van, ik kon ook niet zonder. Het leek of ik verslaafd was aan hem. Cliché knikkende knieën kon ik van hem krijgen, maar hij kon me ook zo boos maken dat ik hem wel door een muur kon gooien. En geloof me, als dat mogelijk was geweest had ik het vast al geprobeerd. Eigenlijk had ik gewoon iemand nodig om van te houden, zo begon het dan ook. Later werd het zó veel meer. En zoals de meeste mensen weten houdt een verslaving nooit op, het houdt je in je greep. Je kan proberen aftekicken, maar zodra de verleiding in de buurt komt, zal het heel moeilijk zijn om niet toe te geven. Alleen in sommige gevallen ligt het wat ingewikkelder, zoals bij mij bijvoorbeeld. Ik gaf namelijk áltijd toe en heb nooit de intentie gehad om te stoppen. Hij maakte me depressief en intens gelukkig tegelijk. De vraag was: hoe lang kon ik het volhouden? Hoe lang zou het duren voordat mijn verslaving mij de nek zou keren?

heel goed=),
alleen leest ’ in sommige gevallen ligt het soms wat ingewikkelder’ een beetje vervelend
maar verder echt heel goed=)

Dankjewel! Ik zal het even wijzigen want daar heb je gelijk in.

‘Leandra?’
Ik draaide me met een ruk om. Natuurlijk wist ik al wie het was. Ik had al een half uur lang elke seconde afgeteld tot hij kwam.
‘Thomas.’ fluisterde ik glimlachend.
De wereld leek op dit moment altijd even in slowmotion verder te gaan. Hij schudde zijn donkerbruine krullen voor zijn gezicht weg en liep met grote stappen naar mij toe. De simpele details zorgde ervoor dat dit moment gewoon perfect was. Maar het beste moment was nog niet eens geweest, het moment dat hij weer mijn naam noemde.
‘Alles goed, Leandra?’ Ik glimlachte nog breder dan daarvoor.
‘Natuurlijk, Thomas. Met jou?’ Ik had eigenlijk nooit het idee dat iemand het meende als hij vroeg of alles goed was. Het was een standaard vraag, gewoon om beleefd te zijn. Niemand zei ooit nee op deze vraag.
‘Perfect.’ Knikte hij. Ik draaide me weer om naar de grote eik. De eik was altijd de plek waar we afspraken, eigenlijk wist ik niet eens waarom. Waarschijnlijk was het gewoon in de loop van de tijd erbij ingeschoten. Plotseling stond Thomas naast me.
‘Deze boom heeft ook al veel gezien, denk je niet?’ hij grijnsde ondeugend. Waarschijnlijk wist hij precies waar ik aan dacht. Ik keerde me tot Thomas.
‘Oh, ja? Leg eens uit.’ Ik trok m’n wenkbrauwen op en wachtte op antwoord. Thomas begon te blozen.
‘Alsof je dat niet weet.’ zei hij hoofschuddend.
‘Ik weet het dondersgoed. Ik vroeg me alleen af of je niets vergeten was.’
Thomas ging op de grond zitten en wenkte me om naast hem te komen zitten.
‘Elk moment is even belangrijk, zelfs nu.’ Hij knipoogde naar me.
Wat was hij toch weer lekker cliché vandaag.

up, reacties?!

verder verder verder!

verder please!

Verder!

Vandaag voelde ik me raar.
Niet raar als in, verdrietig of extreem blij. Nee, vandaag voelde ik me ongewoon raar. De wereld duizelde om me heen, net zoals Thomas die dag. Hij zag het gelijk, hij wist altijd als er iets niet goed zat.
‘Wat is met je vandaag, Lé?’ merkte hij op. Ik had er een rothekel aan als hij me Lé noemde, en dat wist hij dondersgoed.
‘Niks Thomas, en ik heet Leandra.’ snauwde ik. Ik hoorde hem zachtjes achter m’n rug om grinniken. Hij vond het géweldig als ik me daaraan ergerde, nog steeds wist ik niet waarom.
‘Thomas?’ Ik draaide me abrupt om en ging op de bank zitten.
Hij keek me verbaasd aan en schuifelde ongemakkelijk heen en weer op de rode fauteuil. Hij keek naar buiten.
‘Ja?’ antwoordde hij na een paar seconden.
‘Heb jij wel eens zo’n raar, onrustig gevoel? Het knaagt langzaam aan je, maar je hebt geen idee wat het is?’ legde ik aan hem uit. Hij knipoogde naar me en keek weer even uit het raam. Ik vroeg me af wat er zo ongelofelijk interessant was daarbuiten, dat zijn blik er steeds naartoe getrokken werd.
‘Dat weet ik niet Leandra. Ik ben jou niet.’ schudde Thomas met zijn hoofd. Ik stond zuchtend op en liep naar de achterdeur. Het was een prachtige dag vandaag. De lente was in aantocht en deed de wereld weer stralen. Het leek of het dertig graden was buiten, maar in werkelijkheid zag ik de ijspegels nog aan de schuur hangen.
Nog even geboeid door de natuur bleef ik naar buiten kijken. Plotseling gebeurde er iets vreemds met me. Het leek wel of er allerlei kleine elektrische schokjes door m’n lichaam heen gingen. Ik begon zwaarder te ademen en ik voelde een ijskoude rilling over mijn lichaam heen lopen. Met ijskoud bedoelde ik niet de temperatuur, nee met ijskoud bedoelde ik dood. Het leek wel alsof mijn lichaam even uit viel.
‘Thomas!’ schreeuwde ik in paniek. Mijn stem klonk alsof ik net uren schreeuwend in een discotheek had doorgebracht. Binnen enkele seconden stond hij naast me. Hij voelde het al. Ik wist dat hij het ook wist. Er was nog maar een ding dat ik hoefde te zeggen.
‘Het is mijn moeder. We moeten er heen.’ Voordat ik de laatste woorden had uitgesproken had hij de autosleutels al in zijn handen.
‘Kom maar, ik rij wel.’ zei hij geruststellend.

up!

je schrijft leuk! het is prettig om te lezen, graag verder :grinning:

Leuk :grinning: Maar zijn die twee stukjes nou de zelfde dag of niet ?

Nee, anders zet ik er voortaan wel even een datum bij.
& bedankt allemaal!

Vandaag heb ik een erg drukke dag. Waarschijnlijk morgen weer een stukje!

Heel voorzichtig deed ik de sleutels in het slot en liet de deur langzaam achter me dicht vallen.
‘Mam?’ Er volgde geen antwoord. Ik slikte. Natuurlijk wist ik al hoe dit ging. Het zou weer hetzelfde worden als altijd. Het vervelende was, dat ik altijd wist wanneer háár obsessie weer zou opleven. Dat was mijn gave. Misschien begreep ik haar beter omdat ik ook een obsessie had.
‘Mam, waar ben je?’ Er volgde een korte kuchje.
‘Ik ben boven, Lé.’ Ik zuchtte om haar keuze om me Lé te noemen.
‘Ik kom naar boven.’
Stilletjes liep ik de trap op. Ik wist hoe mijn moeder was. Als ze weer in zo’n bui was, dan moest ik haar niet laten schrikken. Ik vond haar in mijn vader’s oude slaapkamer. Werkelijk overal lag rotzooi. Twee spijkerbroeken uitgespreid over de grond, een stel jassen waren op het bed gegooid en zeker wel 5 shirts lagen op haar bureau. En dan hadden we het nog alleen maar over kleding. Ik vond mijn moeder zoals ik haar altijd vond in een van haar buien.
Eenzaam.