[Verhaal] Just Twins

Ik schrijf al zowat een jaar aan dit verhaal, en heb even getwijfeld of ik het zou neer plaatsen, maar hier is het dan toch…
Ik vind reacties altijd zeer leuk (a).
Hier is al even het proloog, dan weten jullie waarover het gaat :slightly_smiling_face:.

Twee meisjes. Ooit deelden ze alles met elkaar, vertrouwden ze elkaar alles toe alsof ze beste vriendinnen waren.
Dit waren ze ook, ze hadden immers een speciale band met elkaar. Ook al was de één kwaad en wou de ander haar nooit meer zien; twee tweelingzusjes krijg je zo gauw niet uit elkaar. Die waren met elkaar verbonden, als het ware met een zijdezacht nylontouwtje. Je kon het touwtje in allerlei bochten wringen, je kon er knopen in leggen en het verminken, maar breken zou het nooit.
‘Ooit’ kan veranderen in ‘niet meer’, maar een ‘nooit’ zal het nooit worden, want deze gelukkige tijd is dan wel voorbij, vergeten worden of verdwijnen zal hij nooit.

klinkt interessant,verder!

jaa klinkt wel spannend
ga maar verder

mmh… ik ben benieuwd… wanneer begint het? :slightly_smiling_face:

kom maar op!

Hoofdstuk 1 “Maryl & Mandy – Just Twins”

De zomer stond voor de deur.
Maryl hield van het minirokjesseizoen, van de warmte en van de zon, maar met spijt in het hart ook nam ze afstand van de lente. Eindelijk weer buitenkomen na een lange, strenge winter en verwelkomd worden door een waterig zonnetje en kleine bloemetjes die erom schreeuwen geplukt te worden.
Een stapel Ben&Jerrys in de ijskast voor als de zon weer even wegtrekt en de regenwolken tevoorschijn hopsen, en je zin krijgt om even op de bank te gaan zitten voor een ontspannende filmavond of voor op een vroege zomerdag.
De frisse geuren van de lente deden altijd iets speciaals met Maryl; het maakte dat ze zich vrij van de wereld voelde.
Maryl opende het raam en op de vensterbank keek een schattig eenhoornbeeldje haar aan. Al van kinds af aan spaarde ze alles wat met eenhoorns te maken had. Glimlachend keek ze naar buiten. Als reactie daarop kreeg ze een vrolijk gefluit van twee vogeltjes ten antwoord.
Reactie… Zou Pieter al gereageerd hebben?
Maryl bloosde bij die gedachte.
Pieter…
Pieter was nieuw vanaf dit jaar. In september was Maryl samen met Magali en Janni de schoolpoort binnengestapt en ze waren meteen op zoek gegaan naar Stefan en Bryan. Sinds het begin van de middelbare schoolperiode had dit selecte groepje het al uitzonderlijk goed met elkaar kunnen vinden. Het waren soulmates, zij vijf tegen de wereld.
Bij hen kon Maryl altijd terecht als Mandy weer eens tegendraads deed… Ook al hield ze zich sterk op de momenten waarop haar tweelingzus het irritantst was, toch sneed het iedere keer weer ijskoud door haar hart.
Ze hield van Mandy, en ze wist dat het niet anders kon dan dat Mandy haar ook graag zag, maar sinds onbepaalde periode ontkende haar tweelingzus dit en trok ze meer met haar eigen vrienden op dan met Maryl en de rest – tot grote ergernis van hun ouders, want Mandy’s nieuwe vrienden vielen bij hen niet echt in de smaak.
Ze waren… Op z’n zachts gezegd… anders…
Maryl zelf kon het niet fantastisch goed met hen vinden, maar ze hadden dan ook geen respect voor haar. Ze zagen haar als een seutje, een tutje… Iemand die niet voor zichzelf kon opkomen…
Zou Mandy dát weten…? Waarschijnlijk wel, want zo ziet ze me zelf ook…
Ze schrok van de donkere gedachten in haar hoofd en dacht terug aan Pieter.
Toen Magali, Janni en zijzelf in het begin van dit jaar hun twee jongens gevonden hadden, merkten ze dat Stefan en Bryan daar niet alleen stonden. Tussen hen in stond hij…
“Hey, meisjes! Dit is Pieter!’
Iedereen begroette hem enthousiast en sinds dan – alsof het een ongeschreven of onuitgesproken regel was – was hij één van hen. Hij was steeds meer bij hen te vinden en het voelde aan alsof het altijd al zo geweest was.
Geregeld trakteerde de speelplaats hen op jaloerse blikken van – vooral – meisjes, want Pieter was niet bepaald onknap. Ook Maryl was hier niet ongevoelig voor, maar zij had Pieter altijd gezien als … Pieter, en niet als een nieuwe potentiële hunk.
Althans, zo was dat ooit… Niet dat Maryl nu de hele dag achter hem aanliep, maar ook zij had gevoelens gekregen voor Pieter. Niet om de reden – zoals zovelen op hem vielen – dat hij knap was, maar om de reden dat hij… Pieter was.
Hij was altijd heel erg lief, en hielp iedereen. Hij was een droom… Zo was er bij Maryl een klein vonkje ontstaan… En elke keer ze Pieter nu zag werden er takjes op dat almaar groter wordende vonkje gegooid, tot het vonkje de omvang had die het nu had. Want als ze Pieter nu zag voelde het alsof er in zich een heel kampvuur ontstond.
Maar Maryl was te verlegen om Pieter haar gevoelens te verklaren, en dus was er voorlopig enkel plaats voor vriendschap, en dat was niet altijd even makkelijk. Bovendien wist ze ook niet of Pieter hetzelfde voor haar voelde, en dus voerde Maryl steeds een strijd tegen zichzelf.
Gelukkig had Pieter een netlogaccount, zodat Maryl hem ieder uur van de dag kon zien.
Zou hij mijn nieuwste foto al gezien hebben?

Wauw! Wat goed!!

Maryl haastte zich haar kamer uit, en begon één van de twee laptops in de woonkamer te zoeken. Beneden zag ze dat Mandy aan tafel zat met haar zwarte laptop. Maryl glimlachte, klapte de appelblauwzeegroene laptop – die van haar vader, maar ze beschouwde hem als de hare – en ging rechttegenover haar tweelingzus zitten.
Ooit leken ze erg op elkaar, maar nu had Mandy haar haar zwart geverfd, met rode plukjes erin, terwijl Maryl nog steeds haar natuurlijke lange, bruine krullen had. Maryl hield van kleurtjes, Mandy droeg zoveel mogelijk zwart.
Een echte gothicgirl of emotrien was Mandy nooit geworden, maar ze probeerde wel een ongevoelige, meedogenloze rockchick te zijn. Dat waren haar eigen woorden, al zou Maryl het eerder omschrijven als een ruwe bolster met een zachte pit.
Jammer voor haar, maar Maryl doorzag die ruwe bolster, tot groot ongenoegen van Mandy.
Windows opende en Maryl opende onmiddellijk haar netlogaccount.

Nickname: Maryl__x3
Wachtwoord: ********

Haar blik schoot naar het ‘Logs’-kadertje en zag tot haar vreugde dat daar een ‘twee’ onder stond gemarkeerd. Gretig klikte ze erop, met als gevolg dat ze zich misklikte en op de reclame terechtkwam.
“Maar nee, ik wil helemaal geen iPhone winnen, nu althans niet!” mompelde ze geërgerd.
“Wat?! Een iPhone?! Waar?” schreeuwde Mandy bijna.
“Eén of andere stomme reclame op netlog, ik doe later wel eens mee.” zei Maryl snel en ze klikte de reclame weg.
Eureka, hij heeft me aangesproken!
Eén van haar berichtjes was er eentje van een gastenboekmelding.

Marylseltje!
Alles goed? Lalala, het is eindelijk weekend… WOEHOEW… En ik voel me zo goed!
Lalalalala!
Nja, ik ga u laten, hé, myn allerliefste Marylseltje :wink:
Xjes Magalietjee – Je weet wel wie

Maryl glimlachte. Magali was altijd één van de geksten en met haar erbij kon je altijd lachen. Ze voegde achter zowat elke naam het achtervoegsel ‘seltje’ of iets in die aard, omdat het volgens haar schattig klonk.
Niets van Pieter…?
Nerveus opende ze de tweede melding en haar hart sprong op.
Pieter_en_u_bent? schreef een reactie op je foto.
Ze klikte erop en begon te lezen.

Heey Maryl!
Alles oké daar? Mooie foto, hoor! Het is weekend en Pieter voelt zich goed! Mijn meesterlijke hond heeft op aanvraag m’n huiswerk opgevreten. Zal ik hem eens naar jouw sturen?
Xx. Pieterrrrrr

Snel klikte Maryl netlog weg en klapte de laptop weer dicht – mét een gelukzalig gevoel. Pieter vond haar foto’s mooi en hij had de moeite genomen om erop te reageren…
Kon deze dag zelfs nog beter?

Hoofdstuk 2 “Maryl & Mandy – Just Twins”

Hoe haalt ze het in haar hoofd om eerst wat anders te gaan doen dan kans te maken op het allernieuwste van het nieuwste: een iPhone!
Geërgerd rolde Mandy met haar ogen en verwachtte een koele blik van Maryl terug te krijgen, maar die leek wel of er een engel een stukje stront in haar oog had gedropt, en ze het nog leuk vond ook.
‘Halowa! Aarde aan jou!’ spotte Mandy en ze keek haar zus aan.
‘Sinds wanneer ben jij zo geïnteresseerd in mij?’ vroeg Maryl vrolijk.
‘Sinds dat jij nu gaat meedoen om die iPhone voor mij te winnen, jij hoeft hem toch niet!’ zei Mandy poeslief met smekende ogen.
Even keken de twee tweelingzusjes elkaar aan.
Mandy keek recht in de bruine ogen van Maryl die precies dezelfden waren als die van haar. En dat was nu net wat Mandy haatte. Ze wou niet de druppel water zijn uit de emmer van Maryl, ze wou gewoon Mandy zijn, zonder dat iemand steeds citeerde dat ze er zo snoezig uitzagen in hun roze jurkje terwijl ze ‘HocusPocus… Iedereen kan toveren!’ zongen.
Blijkbaar kreeg ze een wraakzuchtige blik in haar ogen want Maryl keek haar vragend aan. Gelukkig had Mandy het één en ander veranderd aan zichzelf, zodat de tijd van de ‘snoezige’ K3-pakjes voorgoed verleden tijd was.
Haar bruine krullen waren in een moderne bob-coupe geknipt en ze had rode meches doorheen haar stijle, zwarte haar geverfd.
Haar moeder was ziedend geweest toen ze ermee thuiskwam, en Maryl had ze ontweken. Het was haar eerste echte verandering, en ook al maakte ze zichzelf wijs dat het kwam doordat ze Maryl een stom wicht vond, diep in haar hart wist ze dat het kwam doordat ze de blik in Maryls ogen niet kon verdragen.
Mandy verschoof haar zwarte bollenarmband en keek Maryl liefjes aan.
‘Ik zei niet dat ik die iPhone niet moest, wel dat ik andere dingen te doen had.’ knipoogde Maryl en Mandy haalde haar schouders op.
‘Dan niet…’
Mandy schoof haar stoel onder tafel en ging naar boven.
‘Binnen een uurtje eten we, Mandy!’ riep haar moeder haar toe.
Mandy ging terug naar beneden, schonk haar moeder een kort knikje en ging weer de trap op. Ze ging haar eigen kamer binnen, waar het koeler was dan in het hele huis, waar het zonnestralen verboden werd binnen te komen gluren en vooral; waar zij zich thuis voelde…
Mandy was geen gothic of emo, zoals de meesten haar omschreven. Ze hoorde niet echt in een bepaald hokje thuis, ze probeerde het hokje te zijn voor iedereen die niet in één bepaald hokje paste. Ze probeerde gewoon zichzelf te zijn, en als sommigen dat niet wilden aanvaarden, was dat hun probleem en niet dat van Mandy.
Zij was Mandy, en dat moest niemand zomaar veranderen.
Dat was wat ze tegen de wereld schreeuwde, maar diep vanbinnen raakte het haar wel als anderen iets negatiefs over haar zeiden, als anderen haar uitmaakten, diep vanbinnen wou ze het dan uitschreeuwen.
Mandy haalde een vuil notitieboekje van in een lade vandaan. Het was een soort dagboek, maar zo noemde ze het niet. Een dagboek had ze niet nodig, ze moest niets neerpennen, dat was meer iets voor Maryl, die was altijd de creatiefste geweest. En toch was het in wezen een dagboek, een boekje waarin ze haar verlangens, haar mening en haar gevoelens blootgaf.
Noem het hoe je wil, maar voor Mandy was het soms een grote troost.

I love walking in the rain, ‘cause you can’t see I’m crying.