[Verhaal] Je moet naar huis..

Dit verhaal bestaat uit 4 A4tjes. Hier is het eerste deel. De moeite waard om de andere A4tjes er ook op te zetten?

Je moet naar huis ©

‘Shit! Hoe kan dat nou? Ik had vorige week al ongesteld moeten zijn!’ Niet dat het erg is als je het net een week later wordt, maar dit maakt me toch ongerust. Ik draai me om in het wc hokje. ‘Janna, schiet eens op! We hebben zo een proefwerk biologie en ik wil niet te laat komen!’ hoor ik Benthe zeggen. ‘Help! Hoe ga ik dit nu oplossen?’ Uit wanhoop trek ik mijn broek maar weer omhoog en spoel door. ‘Sorry, maar het was vandaag weer coderood,’ zeg ik maar met een glimlach, maar vanbinnen voel ik me erg onzeker en rot. ‘Oh, oké. Heb ik ook wel eens last van hoor.’ Al kletsend lopen we naar lokaal 109. Eenmaal binnen staan de tafels al in rijtjes. Meneer Tinkers is al blaadjes aan het uitdelen. Typisch iets voor meneer Tinkers. Alles strak geregeld en voor elkaar. ‘Het proefwerk gaat deze keer vooral over basisstof een tot en met vier. De voortplanting van de mens en voorbehoedsmiddelen.’
‘Meneer, waarom krijgen we nooit van tevoren te horen waar het proefwerk over gaat. Nu weet ik het niet meer. Kunt u nog één keer vertellen hoe het in elkaar zit?’ schreeuwde Thijs achter uit de klas. Iedereen moest lachen. ‘Dat weet je zelf ook wel Thijs. Anders mag jij het nu nog een keer allemaal voor de klas gaan uitleggen hoe jij ter wereld bent gebracht.’ Iedereen zag het hoofd van Thijs rood worden: ‘Nou meneer, mijn papa en mama die…’ ‘Kijk Thijs, nu is het proefwerk ook geen probleem meer.’ Tim stond vrolijk op zijn tafel te joelen naar Thijs. ‘Tim, ga jij ook een verdieping lager zitten?’ Uiteindelijk zit iedereen op zijn plek het proefwerk te maken. Ik kijk naar de opgaven. Zo te zien is het proefwerk niet moeilijk. Gewoon een paar stellingen en wat meerkeuze vragen, zoals: ‘Van de eerste keer kun je niet zwanger raken.’ Ik kijk opzij. Benthe is al bijna klaar. Bij haar zie ik wel een kruisje in het vakje ‘niet waar’ op haar blaadje staan en Benthe haalt altijd zulke goede cijfers. Klakkeloos voel ik mijn lichaam het antwoord overnemen. Maar nu begin ik wel te denken. ‘Ik zal toch zelf niet…? Niet bij nadenken, snel verdergaan, het is niet waar wat ik nu denk.’ Ik maak maar snel het proefwerk af. Twintig minuten later ben ik klaar. Er zijn nog wat mensen bezig zie ik, terwijl ik om me heen kijk. Ik staar naar het proefwerk, wat op de rechterkant van mijn tafel ligt. Diep van binnen kan het niet anders zijn. Ik weet het dondersgoed. ‘Hé Janna. Hoe ging het proefwerk?’ hoor ik Kevin achter mij fluisteren. ‘Er wordt niet gepraat onder een proefwerkafname en zeker niet onder biologie,’ zegt meneer Tinkers. ‘Kevin… Kevin!’ Nu komen de beelden weer boven.

Vorige week vrijdag. Het was mooi weer. De vogels floten en de bijen vlogen vrolijk zoemend om de lelies heen die in het park stonden. Ik was net aan het uitrusten van die kilometer hardlopen op het houten bankje, toen Kevin aankwam. Met zijn mooie blonde haar wapperend in de wind en glanzend in de zon. Hij kwam naast me zitten. Aan zijn ademhaling te horen had hij ook net hardgelopen. ‘Hello, schoonheid!’ Wacht. Hoorde ik dat nou goed of had die leuke jongen het tegen mij. ‘Hoi Kevin.’ ‘Kan dat niet wat minder afgezaagd?’ vroeg hij. Ik voelde mijn hoofd rood worden en stamelde: ‘Wat zou ik moeten zeggen dan?’ ‘Nou, dat je me al een half jaar lang leuk vindt en vooral onder biologie je ogen niet van me af kan houden,’ grijnsde hij. ‘Zullen we samen verder hardlopen? Dan kan ik je ook laten zien waar ik woon.’ …

ik vind het wel wat hebben, zet de rest er ook maar op!

Leuk! Verder :slightly_smiling_face: