[Verhaal] Ingevroren

Ingevroren
Verhaal over een meisje dat zich afgesloten heeft van de wereld en hier weer bovenop probeert te komen…

http://www.puursimpel.nl/wp-content/uploads/2010/05/blozen.jpg

Nee, niet nog eens! Dit was al de derde keer van vandaag! Wéér liep die rotcomputer vast. Ik drukte op de uitknop en zette de computer vervolgens weer aan. Langzaam kwam het ding op gang. Ik liep naar de keuken om een glas appelsap en wat crackertjes te halen. Toen ik opstond greep de hoofdpijn me. Snel liep ik naar de kraan om koud water over me hoofd te gooien.
De laatste tijd had ik vaak last van hoofdpijn. Dat kwam denk ik vooral omdat ik nooit buiten kwam. Ik zat bijna altijd op internet, vaak op forums. Daar kon je met mensen praten en toch anoniem zijn. Niemand zag je gezicht.
Soms knaagde het natuurlijk wel. Ik zou graag op een leuke sport gaan, zoals surfen. Maar ik durfde het gewoon niet. Dus bleef ik hele dagen binnen zitten, zonder daglicht, zonder enig contact met de buitenwereld en elke dag werd ik dikker. Elke dag koste het me meer moeite om buiten te komen.
Ik nam een aspirine uit de kast en ging met mijn voedsel weer terug naar de computer. Gelukkig deed die het gewoon weer. Ik ging naar een van mijn vele favoriete forums. Ik klikte een topic aan met de titel ‘Alleen’. Ik begon te lezen, maar na een paar regels klikte ik de pagina boos weg. Wat nou eenzaam. Het was uit met haar vriend. Zij had tenminste een vriend gehad. Ze had vriendinnen om haar op te vangen. Wat zeurde ze nou?
“Amber! Zit je nu nog steeds achter die computer?” Mijn moeder. Wat een vervelend mens. Waarom liet ze me nooit met rust? Ze kwam mijn kamer binnenstormen. “Uit die computer. Nu. En je hebt je was ook niet gebracht.” Met een zucht stapte ik van mijn stoel waar ik grotendeels mijn leven op doorbracht. Ik pakte mijn was van de grond en smeet het naar de gang. Toen ging ik op mijn bed liggen en deed hard mijn muziek aan.
Even had ik rust. Totdat mijn moeder alsnog mijn kamer binnenkwam. Maar ze had niet meer diezelfde boze blik in haar ogen. Wat het alleen maar erger maakte. Nu wilde ze zeker weer ‘praten’.
“Amber, kom je bed toch eens uit. Het is vakantie, blauwe lucht en iedereen is buiten! Waarom jij niet? Wat is er de laatste tijd toch met jou?” Ik keek haar aan en wilde weer een botte opmerking maken, tot ik haar gezicht zag. Ik hield me in en tot mijn verbazing voelde ik een brok in mijn keel. Ik had lang niet meer emotie gevoeld. Dat had ik verbannen. Maar nu… Ik kon niets anders doen dan mijn schouders ophalen.
“Kom…” Ze stak haar hand naar me uit. Ik weigerde naar haar te kijken. “Amber, alsjeblieft…” Met tegenzin nam ik haar hand en ze nam me mee naar beneden.
“Laten we boodschappen gaan doen.” Met die woorden liepen we naar buiten. Adrenaline overspoelde me. Mensen zouden me aankijken. Mensen zouden me uitlachen, opmerkingen maken. Ik durfde dit helemaal niet! Maar mijn moeder nam me nog steeds mee. Ik deed mijn capuchon over mijn hoofd en liep met grote tegenzin mee.

Door of niet?

jaa,
zeker door!
lijkt me een mooi verhaal

door:)

door! Leuke schrijfstijl :slight_smile:

zeker dooor, hihi :ok_woman:

dank jullie wel!
maar gelijk een nieuw stukje dan:

Na tien minuten te hebben gelopen kwamen we eindelijk aan bij de supermarkt. De hoeveelheid mensen die er stonden schrikten me af. Ik had donkere en lange kleren aangetrokken om zo weinig mogelijk op te vallen, maar iedereen had zomerse kleding aan, waardoor ik juist opviel. En ik had het nog warm ook… Maar die capuchon bleef zeker weten aan.
Mijn moeder pakte een karretje en ik volgde haar langs de schappen. Tot nu toe ging het redelijk. Niemand had me durven aan te spreken, al voelde ik hun ogen wel in mijn rug prikken.
“Amber, weet jij waar die roze koeken zijn? Ik zie ze niet meer staan!”
“Nee.” Ik keerde me van haar weg.
“Kun je het anders even aan iemand vragen? Daar loopt een winkelmedewerker. Vraag het hem maar!” Ze wees naar een jongen die druk bezig was met de artikelen goed te plaatsen. Dodelijk werk leek me dat. Maar ze moest niet denken dat ik hem aan zou spreken!
Juist op dat moment draaide hij zich om en raakte ik gevangen in zijn ogen… voor één seconde. Toen besefte ik dat ik iemand aankeek en keek beschaamd weg. Maar hij keek me nog steeds aan. En beelde ik het me nou in of kwam hij op me af?
“Kan ik je ergens mee helpen?” Shit, wat moest ik nu doen? Ik voelde me tot hem aangetrokken, maar mijn schaamte was te groot. Ik wist gewoon niet meer hoe ik met iemand moest praten.
“Ik heb je toch niks gevraagd?” Snel draaide ik me om. Meteen hierna had ik spijt. Dit wilde ik helemaal niet zeggen! Ik wilde naar hem lachen en met hem praten! Ik moest me omdraaien en mijn excuses aanbieden! Maar ik durfde het niet. Straks lachte hij me uit. Nee. Ik zou toch nooit contact kunnen hebben met de buitenwereld. Snel liep ik naar mijn moeder die aan de andere kant van het schap stond.
“En, heb je het gevraagd?” Ik voelde me rood worden en snel verborg ik mijn gezicht achter mijn haar.
“Nee, doe het zelf!” Ik draaide me om en liep de winkel uit. Een paar mensen keken me aan, waardoor ik genoodzaakt was om mijn capuchon nog verder over mijn hoofd te trekken. Met mijn ogen naar de grond gericht liep ik snel naar huis, om daar weer in mijn te warme bed te liggen in mijn te warme kamer in deze te rotte wereld.

nice!

Mooii! verderr :grinning:

Daar ging ze. In volle galop over haar wei. Ik kon haar vanaf mijn fiets op de straat ertegenover al zien, mijn lieve paard. Nou ja, mijn paard, het was een paard van de manege. Ik reed er elke week op. Daar had niemand problemen mee. Niemand mocht dat paard, behalve ik. Ze leek op mij. Ze sloot zich af van de buitenwereld maar als wij samen waren… Het leek wel alsof we elkaar begrepen… Maar de manege, dat haatte ik. Ik werd er altijd aangestaard. Daar liep ik dan, tussen de 11-jarige meisjes met roze paardrijbroekjes maar met een mond zo groot als de Chinese muur. Altijd als ik langsliep zag ik de ‘o zo schattige’ meisjes naar elkaar toe buigen en giechelen. Echt, ik haatte het.
Misschien stopte ik er wel mee. Maar telkens als ik dat overwoog dacht ik aan mijn paard, het enige wezen waaraan ik me kon laten zien. Als die bemoeihoofden heel even niet keken dan. Bij dat paard kon ik mezelf zijn. Ik hoefde me niet te schamen. Ik voelde me gelukkig als ik bij haar was, zoals ik me vroeger had gevoeld voordat mijn vader…
Hier moest ik niet aan denken. Ik moest genieten van het moment dat ik bij haar was.

“Doei emo, ik zal je missen! Veel succes met snijden!” Een meisje lachte gemeen toen ze me nariep terwijl ik het manege-erf afreed. Ik besteede er geen aandacht aan. Ik kon alleen maar denken aan het feit dat ik morgen naar school moest. Ik werd misselijk van het idee. Wat zou ik dit keer allemaal naar mijn hoofd geslingerd krijgen? Welke leraren zouden me dit keer voor schut zetten? En welke lage cijfers zouden op mijn tafel gegooid worden? De tafel waar nooit iemand naast zat…
Ik had dit hele schooljaar alleen gezeten. Niemand had gedurft te vragen om erbij te komen zitten. Zelfs bij een even aantal kwam er niemand. Ze zaten liever alleen dan naast mij.
Niet dat ik dat niet gewend was. Op de een of andere manier was ik nooit sociaal geweest, ook niet voordat mijn vader stierf. Ik had nooit een beste vriendin gehad, laat staan een vriendje. Nooit. Ik vroeg me af of dat ooit zou komen. Vast niet. Ik was gewoon een hopeloos geval.
Vroeger had ik ervoor open gestaan. Ik had jongens leuk gevonden. Maar geen jongen gaf aandacht aan mij. Langzaam begon ik te begrijpen waarom ze me niet leuk vonden. Ik wás niet leuk. Ik vond mezelf niet eens leuk. Ik begreep ze. Wat moesten ze met mij?
Dat was ook het moment dat mijn vader stierf. Ik was toen zestien, maar ik had nog een sprankje hoop dat er een jongen op mijn pad zou komen die me zou nemen zoals ik was. Maar nu kon ik alleen nog maar hopen dat er chocola in de kast was, of dat mijn fiets niet gestolen werd. Verder had ik geen hoop, geen dromen, geen toekomst.

niemand? …

Up

verder!

Hee,
ik ga morgen voor 3/4 weken werken in Frankrijk, dus zal ik geen berichtjes kunnen plaatsen… sorry!
Maar ik kan daar wel verder aan mijn verhaal schrijven, dus daarna komt er extra veel!
Nu even een heel klein stukje:

Samen met mijn moeder zat ik aan tafel. Al stonden er toch drie borden op tafel. Dat derde bord was voor mijn vader. Hij was vorig jaar overleden. Mijn moeder was er nog steeds kapot van en deed alsof hij er nog was… Al een jaar lang. Het vermoeide me en nog erger: het bracht herinneringen boven. Herinneringen van de tijd dat mijn vader er nog was. De tijd dat ik op sociaal gebied nog geen debiel was. Al moest ik toegeven dat ik altijd wel een beetje debiel was geweest. Maar nooit zo erg als nu.
“Weet je Amber, misschien moet je eens naar een psycholoog.” Ze wachtte mijn reactie af, maar toen ik niets zei ging ze verder. “Ik heb eens op het internet rondgekeken, en…” Met een ruk stond ik op.
“Ik hoef geen psycholoog!” Ik pakte mijn bord van de tafel en nam hem mee naar mijn kamer, terwijl ik boos op de treden stampte. Ik wilde geen psycholoog! Ik had geen psycholoog nodig! Ze moesten me met rust laten!
Een psycholoog was toch alleen voor psychopaten? Voor schizofrene mensen en dat soort gezeur? Wilde mijn moeder soms beweren dat ik een psychopaat was? Of was ik dat ook?
Maar zo kon het ook niet verder meer. Ik vond het leven niet leuk. Het zou ook nooit leuk worden.
Terwijl ik dit dacht, schoot me een beeld te binnen. Mijn vader en ik in een park. Ik zat op een schommel, hij duwde me. We lachten en zongen samen een liedje. De lucht was blauw, het gras was groen en alle mensen leken blij te zijn, vooral wij. Oprecht blij. Ik keek in mijn vaders ogen en voelde het geluk dat ik destijds had gevoeld.
Misschien had ik wel een psycholoog nodig. Misschien kon ik wel weer gelukkig zijn. Heel diep in mijn hart wist ik hoe dat voelde, van vroeger.

Oja,
tips zijn meer dan welkom!

leeuk weer! Als ik een tip mag geven: je hebt in de eerste alinea (als je het zo wil noemen) 3x al geschreven… maar verder heel leuk!
Fijne vakantie! x

Bedoel je dan het woordje ‘al’?
Dankje voor de tip =D