Verhaal: In mijn gedachten

Kunnen jullie alsjeblieft reageren/opbouwende kritiek geven? Ik ben nog niet echt lang bezig met schrijven, maar wil graag weten wat ik goed/fout doe. Daar leer ik echt het meest van. En doorgaan of niet?

Ik kwam terug van school en gooide zoals gewoonlijk mijn tas op de grond in de gang. De vloer kraakte, maar dat is ook niet gek, het leek wel honderd kilo wat er aan boeken mee moest. De televisie zette ik aan en ik schonk drinken in. Het is ook altijd hetzelfde dacht ik bij mezelf, het grote keuzemenu van de televisie bestond niet uit meer dan teleshop programma’s en het nieuws.
Toch vond ik het wel jammer, elke dag als ik thuis kwam, was het weer een leeg huis. Ik zag mijn vader pas laat in de avond, niet dat ik veel behoefte aan hem had… Ik miste mijn moeder, toen ik drie jaar oud was, heeft ze zichzelf opgehangen. Het blijkt dat ik zelfs in dezelfde kamer was, maar ik kan het me niet herinneren.
Wat ik wel weet, is dat het te zwaar is voor mijn vader. Hij is veel weg voor zijn werk en de paar momenten dat hij dan thuis is, bevindt hij zich in zijn slaapkamer. Wat daar allemaal gebeurt weet ik ook niet. Hij heeft altijd een blik in zijn ogen, en die blik, die maakt me bang. Het was zo leeg. Maar ik stelde me aan kreeg ik regelmatig te horen van Joy.
Joy is wel echt de perfecte naam, bij haar naam denk ik aan plezier. En dat straalt ze ook altijd uit. Behalve dit had ze het ook nog erg goed thuis. Er was veel geld, ze was slim, haar ouders hebben een eigen bedrijf en vooral niet te vergeten, ze heeft allebei haar ouders nog. En dat blijft iets waar ik alleen maar over kan dromen. Ik weet van mezelf dat ik veel dagdroom, dat is niet heel gek, het is de enige manier om aan de werkelijkheid te ontsnappen. Niet dat het nou echt zó erg is, er worden tenslotte genoeg kinderen geslagen en misbruikt. Dit gebeurde mij niet nou ja, op die ene keer na dan.


Dit is mijn tweede poging met dit verhaal, ik ben al een stuk verder, maar ik wil graag weten van jullie vinden. Als jullie er nou niks aan vinden, ga ik ook niet door met posten.

Up.

Leuk!
Verder

Eigenlijk wilde ik niet meer terug denken aan die ene keer. Maar ik kon het niet helpen, in mijn hoofd hoorde ik mijn vader schreeuwen. Ik weet nog precies hoe het ging, behalve dat ik weet dat het 2 jaar en 7 maanden geleden was, weet ik ook nog dat het op een woensdag was rond twee uur.
Waarom ik die dag zo goed herinnerde? Het was eigenlijk de verjaardag van mijn moeder.
Ik was 15 jaar oud, en wilde nou eigenlijk echt eens weten hoe het was gegaan met mijn moeder, daar heb ik toch recht op? Ik ben tenslotte het kind in het verhaal en vooral niet te vergeten, ik was er bij. Ik liep, nou om eerlijk te zijn, schuifelde voet voor voet de woonkamer binnen, en daar trof ik aan waar ik bang voor was. Mijn vader, als een groot, letterlijke en figuurlijk, wrak op de bank, omringt door flesjes bier, en niet te vergeten een asbak die zo vol was, dat je er u tegen zegt.
Ik besloot naast mijn vader te gaan zitten, de bank zakte in, en met zijn grote donkerblauwe ogen keek hij me aan.

Behalve dat hij mij zo vreselijk aankeek, ging zijn mond open, er kwam een kreet uit met hetzelfde aantal decibel als een F16 geloof ik. Niet dat ik ooit een F16 in het echt heb gehoord, maar toch weet ik zeker dat het zo was. Hij schreeuwde, dat ik mijn mond er eens over moest houden, ik eiste al zo veel aandacht. Hij kon mij er niet bij hebben.
Dit kon ik niet laten gebeuren, ik gooide alles eruit. Hij moest inzien, dat het voor mij ook niet makkelijk was zonder moeder. Ik confronteerde hem met de waarheid en legde de nadruk op zijn jeugd. Zijn moeder was er wel altijd. Op dat moment werd het zwart voor zijn ogen, dat denk ik in ieder geval.
Hij keek me aan, maakte een vuist en raakte me vol in me gezicht. Ik probeerde het nog af te weren, maar ik zag het niet aan komen. Zoiets had mijn lieve vader nog nooit gedaan. Ik had het niet verwacht. Sindsdien is het altijd anders geweest, ik kende mijn vader niet meer.

Verder!!!

Heb je dit verhaal een keer eerder gepost?
Het komt me heel erg bekend voor…

Ja klopt, ik heb het begin eerder gepost. Maar toen ben ik vrij snel gestopt met schrijven. Dit was een beetje een tweede poging.

Ok, ik ben wel benieuwd hoe het verder gaat.

Maar ik geef toe, bij mij is het maar één keer gebeurd. Laat staan bij al die duizenden kinderen waarbij dit dagelijks speelt. Ik moet er niet aandenken, het is echt niet dat ik zo’n hopeloos gevalletje ben die nu geen toekomst meer voor zich ziet. Waar je niet dood aangaat maakt je sterker toch. ‘Nog steeds niks op tv’ dacht ik bij mezelf. Laat ik dan maar sportief doen, ik pakte mijn skates en kleedde me om. Je moet nu niet denken dat ik erg sportief ben ingesteld. Ik kan alleen maar opkijken tegen al die meisjes die elke dag hardlopen. Mijn haar is best lang, en donkerblond, het krult niet, maar er zit wel een golf in. Dus voor mijn zeldzame sportieve momenten neem ik wel de moeite om een staart te maken. Ik schoof het elastiekje van mijn pols. Een kenmerk van mij is toch wel dat ik altijd twee elastiekjes om mijn linker pols heb. Dat is vast wel opgevallen bij mensen, ik krijg er ook wel eens vragen over. Dan antwoord ik dat het lekker makkelijk is, altijd een elastiekje bij de hand. Maar stiekem is dit helemaal de reden niet, ooit las ik iets over automutilatie, met andere woorden, je zelf pijn doen om andere pijn te vergeten. En dit was precies wat ik met het elastiekje deed.

Up.

upje

Ik las daar, dat het meer hielp met een mes, een passer of een schaar. Ter verduidelijking op internet, want verder waag ik me er niet aan om te lezen. Hallo! Lezen is voor mensen die slim zijn, daar val ik niet onder. Ik weet nog goed hoe het ging, ik liep weer eens de keuken in. De afwas doen, dat was mijn taak.
Het leek wel alsof een mes mijn naam riep, maar dat klinkt alsof ik uit een gesticht kom, natuurlijk riep dat ding mijn naam niet. Een mes roept sowieso niet. Maar dat moest je me maar eens proberen duidelijk te maken op dat moment, dat was onmogelijk. Dus een logisch gevolg, ik pakte het mes. Ik hield het tegen mijn arm aan en toen gebeurde het.

Ik verstijfde, ik durfde niet meer. Zo kende ik mezelf niet. Ik werd toch niet gek? Ik durf altijd alles, ik ben dapper, ik weet waar ik aan begin, ik overleef. Doet dit jullie ook denken aan dat ene liedje? Ja die ene, I will survive. En weer terug naar mijn o zo boeiende gebeurtenis, wat uiteindelijk op niks uitliep. Ik had geen kracht meer, en legde het mes terug, eigenlijk iets waar ik nooit spijt van gehad heb. Nog best handig zo’n geweten.

Maar hier kon ik het natuurlijk weer eens niet bij laten, nee waarom zou ik makkelijk doen. Ik rende de trap op alsof mijn leraar Duits achter me aankwam. Het lijkt wel alsof de studie Duits een loting heeft, en dan niet voor je gehaalde cijfers maar je engheidsfactor. Waar ik die energie vandaan had weet ik nog steeds niet. Ik opende internet, wat natuurlijk eerst weer zes keer vastliep. En precies op dat moment ging de telefoon. Ondertussen zwaar uitgeput sjokte ik naar de telefoon en nam hem op. Het was een vriendin, ze vroeg of ik nog zin had in een dikke party. Natuurlijk had ik hier geen zin in. Ten eerste ik was met hele andere dingen bezig. En ten tweede… eigenlijk heb ik geen tweede punt. Mijn eerste punt was toch goed genoeg?