(verhaal) I'll be fine.

Heey, ik heb al een keer een stuk gepost van dit verhaal volgens mij, maar ik ga nu weer iets posten, gewoon om te kijken wat de reacties zijn… Het liefst gewoon wat je er van vind ^^ Alvast bedankt <3

Waar het over gaat:
Een meisje (Heaven) heeft problemen met haar vader. Als een mysterieuse jongen in haar leven verschijnt worden die problemen alleen maar erger. Ze besluit voor de jongen te zorgen, maar hoe gaat ze dat doen? En wat als ze iets meer voor hem gaat voelen dan eigenlijk mag?

‘Hé, Heaven! Wacht even!’Leo grijpt mijn arm stevig beet en brengt me tot stilstand.
‘Wat, Leo?’Ik kijk hem aan en glimlach. Mijn beste vriend grijnst en geeft me een speels duwtje.
‘Sinds wanneer lopen we niet meer samen naar huis?’ Hij trekt zijn wenkbrauw op en kijkt vragend terug.
‘Sinds nooit, en je moet me dat echt eens leren.’Ik haak mijn arm in de zijne en wijs naar zijn gezicht.
‘Oké, ik schrok al.’Hij lacht,’ ik heb je al verteld dat ik niet eens zou weten hoe ik het je moet leren! Beweeg gewoon je wenkbrauw.’
Het enige wat ik voor mekaar krijg is een vreemde, enge frons.
‘Oké, genoeg geoefend, jouw versie is eng…’Leo port me in mijn zij en huivert.
‘Niet zo gemeen.’Ik laat hem los en ren vooruit als een klein kind voor hem uit. Ik draai me om en ga achteruit lopen. Leo lacht zijn tanden bloot.
‘Debiel, je word aangestaard.’Leo wijst voor zich uit.
‘Weet ik.’
‘Natuurlijk weet je dat. Het gaat bij jou altijd om de aandacht, hè?.’De spottende toon in zijn stem klinkt iets gemener dan Leo bedoelt.
‘Hé, niet zo gemeen!’ Ik grijns breed en ga weer naast hem lopen, de goede richting in.
‘Is je vader nog steeds boos vanwege je haar?’
‘Ja,’ Ik kijk naar mijn voeten. Automatisch gaat mijn hand naar mijn haar. Schouderlang in plaats van de lange lokken die over mijn rug vielen. Tranen branden achter mijn ogen. Ik was zo enthousiast geweest over die uiterlijke verandering, maar papa sloeg die blijdschap meteen terug de grond in. Letterlijk. Heaven, weg met die tranen. Ik schuif mijn vader naar het verste hoekje in mijn hoofd en haal diep adem. Links rechts links rechts. Niet denken aan papa, niet huilen, niet denken aan papa, niet huilen. Leo slaat zijn armen om me heen en opeens staan we stil, midden op de stoep. Mensen lopen afkeurend sissend langs ons af. Anderen glimlachen vertederd. In mijn verbeelding tenminste, want ik zie het niet. Ik sluit mijn ogen en de tranen beginnen over mijn wangen te stromen als kleine watervalletjes. Ik druk mijn gezicht tegen Leo’s schouder en laat me troosten.
‘Hij begrijpt me niet. We leven in een totaal andere wereld, Leo. We hadden al vaak ruzie, ik had al vaak blauwe plekken, maar het is alleen maar erger geworden. Het is toch mijn haar? Het is maar haar!’ Ik weet dat Leo me maar half verstaat, maar hij begrijpt me goed genoeg.
‘Shhh…Heaven, rustig maar. Hij bedoeld het vast niet zo.’Leo wrijft over mijn rug.
‘Hij bedoeld het wel zo, anders zou hij wel proberen zich te beheersen. Hij slaat me bewust niet in mijn gezicht. Hij weet goed genoeg wat hij doet.’Ik maak me los van Leo en zucht diep. Hij veegt mijn wangen droog met zijn handschoenvingers en strijkt over mijn haar.
‘Het staat je goed, je lijkt net een elfje met dat korte haar. Het is net alsof ik meteen zie wie je bent.’
‘Slijmbal.’ Ik wrijf zelf nog een keer over mijn gezicht en produceer een glimlach.
‘Maar even serieus, je kunt ook altijd bij mij terecht, hè Heaven.’ Leo boort zijn bruine ogen in de mijne. Ik knik.
‘Weet ik toch.’
‘Ik meen het, je mag altijd naar mij toe komen. Dan mag je bij mij blijven. Lekker naast me slapen, tegen me aan. Samen eten, bij kaarslicht…’ Leo grijnst en mijn depressieve bui verdwijnt als sneeuw voor de zon.
‘In dat geval redt ik me nog wel even.’ Ik lach en ontwijk zijn armen als hij me plagend wil vastgrijpen. Ja, ik red me wel.

Dadelijk meer ^^

Ja ik vind hetbwelmlekker om te lezen… Dat kan komen omdat ik zeer geintereseert ben in dit onderwerp.

up!

waarom is de titel in het engels als het een nederlands verhaal is?

Jeej :grinning:
Omdat ik geen nederlandse Titel wist…

En toch ben ik ongelofelijk opgelucht als mijn vader nog niet thuis is van zijn werk. Een zucht ontsnapt aan mijn lippen en ik zet mijn tas naast de verwarming bij de deur. Ik hang mijn jas op en loop via de smalle gang de kleine woonkamer in. Het televisietoestel ligt nog op de grond. Ik had eigenlijk verwacht dat pap de rotzooi wel opgeruimd zou hebben nadat ik naar school was gegaan. Het beeld van mijn vader die me zo woest aankijkt dat ik denk dat hij me gaat vermoorden schiet door mijn gedachten. Ik krimp in elkaar en ren snel de krakende trap op, naar mijn kamer. Ik wil niet denken aan vanochtend, maar het gebeurt toch. Ik kan maar niet vergeten hoe hij me schaamteloos sloeg en me zo tegen de tv aan liet vallen. Daarna durfde hij ook nog eens tegen me uit te vallen over de televisie op de grond. Tranen branden achter mijn ogen, maar ik knipper ze snel weg als ik de deur van mijn kamer open. Ik heb geen zin om telkens weer te huilen en me verdrietig te voelen. Ik loop mijn kamer binnen en schrik me bijna dood. Mijn deur klapt dicht en ik kijk verbijsterd naar mijn bed. Er ligt een jongen op, zijn zwarte kleren geven een vreemd contrast met mijn vrolijke dekbed. Een donkere bos krullen verbergt zijn gezicht. Hij ligt daar gewoon, alsof hij nooit anders heeft gedaan. Wie is die gast? Wat doet hij hier? Ik pak de atlas die ik de avond ervoor nog nodig heb gehad voor mijn aardrijkskunde en sluip naar het grote gestalte dat op mijn bed ligt te slapen. Voorzichtig prik ik hem met mijn atlas. De jongen beweegt en draait zich om, terwijl hij om zich heen slaat.
‘Hé, wordt wakker! Wat doe je hier?’ Ik duw geïrriteerd tegen zijn schouder en schud de vreemdeling door elkaar. Hij zucht diep en gaat rechtop zitten.
‘Wat nou, je ziet toch dat ik lig te slapen?’ Zijn chagrijnige toon staat me niet aan.
‘Iemand heeft hier last van een ochtend humeur. Ga mijn huis uit!’ Ik pak zijn arm vast en probeer hem mee te trekken. Met veel moeite sleep ik hem van mijn bed.
‘Doe gewoon rustig!’
‘Nee, ik doe niet rustig. Een zwerver is mijn huis in gekomen! Als je niet meteen vertrekt bel ik de politie.’Ik sleur hem mee naar de trap. De jongen houdt abrupt stil ik krijg hem geen centimeter meer vooruit. Hij veegt met zijn vrije hand zijn haar uit zijn gezicht. Een prachtig groen oog kijkt me aan. Het andere zit verstopt onder een zwart ooglapje. Geschrokken staar ik naar hem. Niet alleen vanwege het ooglapje, maar ook vanwege zijn ongelofelijk knappe uiterlijk. Wat heeft die gast hier te zoeken? Hij zou op dit moment model moeten zijn voor een of andere reclame voor designerkleding of in een piratenfilm moeten spelen. Zijn blik kruist de mijne en die is zo droevig dat ik hem los laat.
‘Ik kan het uitleggen.’Mompelt hij en kijkt naar de grond. Deze jongen heeft iets vreselijks meegemaakt. Bijna voel ik medelijden, maar dat gevoel schuif ik snel naar het verste uithoekje van mijn hoofd. Hij heeft ingebroken in mijn huis, eigenlijk zou ik de politie moeten bellen, of mijn vader.
‘Doe maar, ik kan niet wachten om te horen hoe je hier binnen komt. Maar misschien kun je dat beter tegen de politie vertellen.’Eigenwijs prik ik hem in zijn borst. Dreigen is misschien wel de beste manier om hem hier weg te krijgen, maar ik wil geen contact met mijn vader, laat staan de politie. De woonkamer is een puinhoop, en ik heb te veel blauwe plekken.
‘Hé, als je niet wil dat er vreemden binnen komen moet je dat raam van je maar dicht houden. Via de boom in de achtertuin kom je zo binnen.’Hij sluit zijn verdriet weer op en neemt een nonchalante houding aan.
‘En hoe kwam het überhaupt in je hoofd op om in te breken in mijn huis en te gaan slapen?’Mijn bloed begint te koken. Wat denkt hij wel niet?
‘Ik heb een rottijd achter de rug.’ Opeens is al het verdriet weer terug, lijkt er een zware last op zijn schouders te hangen. ‘Laat me hier een tijdje blijven. Ik betaal je als het moet, maar ik kan niet terug naar waar ik vandaag kom.’
Hoe haalt hij het in zijn hoofd? Hier blijven? Als ik het toe zou laten en mijn vader zou erachter komen, dan ben ik zo goed als dood. Of dakloos. Even lijkt de politie bellen toch wel een erg goed idee. En toch ben ik nieuwsgierig naar wat hij heeft meegemaakt, wat er met hem is gebeurt. Ik wil hem weg, ver weg, maar ik wil ook weten wat die last op zijn schouders inhoud.
‘Wat is er gebeurt?’ Eigenlijk wil ik hem uitschelden en mijn huis uit sturen, maar toch vliegen deze woorden zonder waarschuwing uit mijn mond. Wat is er met me aan de hand? Ik functioneer niet meer als ik eerst deed. Voor ik mijn domme vraag ongedaan kan maken zucht de jongen diep en haalt hij een hand door zijn haar.
‘Mijn vriendin is dood. Auto-ongeluk. Ik zat naast haar. Ik leidde haar af. En toen was ze ineens weg. Het enige wat ik me nog kan herinneren is dat ze mijn hand vast pakte en erin kneep. Toen werd alles zwart. Vandaag ben ik uit het ziekenhuis ontslagen, ik had alleen wat kleine verwondingen. Maar ik kon het niet opbrengen om naar huis te gaan.’Een korte stilte valt, en hij kijkt me aan alsof hij ineens weer beseft dat hij me niet kent, dat hij in mijn huis is terwijl dat niet mag en dat ik ieder moment de politie kan bellen.’Sorry, ik weet echt niet waarom ik je dit vertel. Misschien komt het door je gastvrijheid.’
Een halve glimlach weet hij nog net op te brengen. Zijn ene mondhoek wijst omhoog, de andere lijkt naar beneden te hangen. Dat is zo’n meelijwekkend gezicht dat ik weer paf sta. Zijn stem, zijn charme, het is net alsof hij niet van deze wereld is, zo perfect. En dan nog het ondragelijke verdriet. Wat als ik hem laat blijven? Wat als ik hem alle vragen stel die me kwellen? Ik doe mijn ogen dicht. Deze jongen lijkt niet terug te willen naar waar hij vandaan kwam. Hij wil niet terug naar zijn oude leven, zijn familie, zijn vrienden. Waarom kwam hij naar mijn huis? Waarom koos hij mij uit? Ik haal diep adem en neem mijn beslissing. Misschien is het voorbestemd. Misschien is deze vreemde jongen wel gekomen om mij te helpen, niet andersom. Misschien is hij wel de sleutel die mijn kooi opent zodat ik weg kan vliegen, ver weg van alles, van al mijn problemen.
‘Oké, goed. Je mag blijven. Alleen omdat je zoveel hebt meegemaakt. En laat dat geld maar zitten. Maar…je slaapt wel op de grond.’ Ik loop weer naar mijn kamer en trek hem met me mee. ‘Ik ben Heaven.’
‘Ray.’De jongen laat zich op mijn bed vallen en doet zijn ogen dicht. ‘Bedankt Heaven.’

Tja is leuk!

Danku :grinning: Upje ^^

Post ff nog een stukje ^^

‘Heaven!’Mijn vaders stem schalt door het huis. Ik krimp ineen en snel kijk ik of Ray het niet heeft gezien, maar die verdiept zich in een boek. Ik sta op van de bureaustoel en wend me tot Ray.
‘Mijn vader mag niet weten dat je hier bent. Als hij het weet, ben ik dood. Dus, zodra je voetstappen op de trap hoort, ga je onder het bed liggen of klim je in de kast.’Sis ik en ren de deur van mijn kamer uit.
‘Ja, pap?’Ik race de trap af en zie hem in de woonkamer staan, voor de tv. Hij kijkt me aan en bijna denk ik dat hij zijn excuses aan zal bieden en me in zijn armen zal nemen, net als vroeger. Maar hij werpt een blik op mijn haar en zucht diep, nee hij snuift. Vol afgunst.
‘Ruim deze rotzooi eens op.’Snauwt hij en loopt naar de keuken om een biertje uit de koelkast te pakken.
Zonder ook maar iets te zeggen til ik met moeite het zware toestel van de grond en zet het weer op het kastje. Een onheilspellend gevoel kruipt rond in mijn maag. Het beeldscherm is kapot. In pure paniek kijk ik naar mijn vader en dan bewegen mijn benen uit zichzelf. Ze dragen me de trap weer op,naar boven. Ik trek de deur achter me dicht en zak op de grond. Ray kijkt me geschrokken aan.
‘Wat is er?’Vraagt hij.
‘Mijn vader komt zo naar boven. Verstop je in de kast. Wat er ook gebeurt, wat je ook hoort, kom er niet uit. Blijf daar.’ Ik sta op en sleur hem van het bed af. Ray klimt in de kast en kijkt me vragend aan.
‘Het is niets, ik red me wel. Blijf daar en hou je mond.’Fluister ik en doe de kastdeuren dicht. Ik spring op mijn bed en pak het boek dat Ray aan het lezen was, alleen maar om iets in mijn handen te hebben. De zware voetstappen op de trap komen al snel. Mijn vader gooit de deur open. Hij knalt tegen de muur. Dat hebben de buren gehoord, heel zeker van wel.
‘Heaven, je hebt de televisie kapot gemaakt!’ Schreeuwt pap. Zijn stem is een oorverdovend gebulder.
‘Ik heb niets met dat ding gedaan. Gisteren is ie gevallen, dat weet je toch?’ Ik probeer me groot te houden, maar ik weet wat er gaat komen. Met heel mijn hart wens ik dat Ray niet uit de kast komt en de held gaat proberen uit te hangen. Als er een god is, alsjeblieft, sluit hem desnoods op met een of andere engelenkracht.
‘Jij was zo dom om er tegenaan te vallen!’ Pap pakt mijn arm vast en trekt me overeind. Ik denk niet meer aan Ray. Even bestaat hij niet meer in mijn wereld. Even is hij verdwenen uit mijn gedachten. Even is mijn leven nog gewoon als gisteren. Saai en pijnlijk. Ik doe mijn mond open en de woorden stromen eruit. Ik weet dat het geen zin heeft om er iets tegenin te brengen, maar ik wil niet zomaar over me heen laten lopen.
‘Jij sloeg me, pap. Door jou knalde ik tegen dat ding aan.’ Roep ik boos terug. Dat is geen goed idee.
‘Hou je grote mond eens!’Roept mijn vader uit. Hij grijpt de kraag van mijn truitje vast en trekt me naar zich toe. Mijn tenen raken amper nog de grond. Geschrokken kijk ik hem aan. Vaders zeggen dit niet. Vaders spreken dat soort woorden niet uit. Waar is die vrolijke man gebleven die me optilde en me op zijn schouders zette? Waarom is hij niet meer gelukkig, zoals eerst? Waar is mama?
‘Ik heb helemaal niets aan jou. Je bent gewoon zielig. Geen wonder dat die vrouw je achterliet. Niemand heeft je nodig. Niemand heeft je nodig.’ Hij schudt me door elkaar.
‘Niemand heeft me nodig.’Fluister ik en kijk naar mijn kast. Door een kier zie ik een groen oog geschokt toekijken. Moet ik je helpen?Vraagt het oog. Nee,blijf daar. Ik red me wel. Antwoord ik met mijn blik. Papa duwt me tegen de muur.
‘Luister naar me. Knip je haar nog eens, maak de tv nog eens stuk, en je kan vertrekken. Ik heb je niet nodig. Ik snap niet eens waarom ik je nog steeds laat blijven. Je bent tot niets instaat. Je kunt niets goed doen.’ Bij die woorden word ik ruw op de grond geduwd. De pijn voel ik al lang niet meer. Ik verkeer me in een soort verlamming, ik hoor alleen nog maar mijn vaders stem. Ik weet dat het niet goed is wat hij zegt, dat hij het niet kan menen. Maar ik zie het in zijn ogen. Hij meent het. Zijn voet schiet uit naar mijn zij. Ik doe mijn ogen dicht. Het heeft geen zin om iets te doen. Gewoon wachten tot hij weggaat. Het komt goed, het gaat over. Ik red me wel.

Is dit stuk realistisch genoeg? Heb hier gelukkig nog geen ervaring mee gehad en ik weet niet precies of het uberhaubt mogelijk is dat het zo gebeurt…

Verder!!! :grinning:

Meer!

Mijn vader werpt me nog een blik vol afgunst toe. Zijn dochter ligt als een hulpeloos hoopje op de grond, en het enigste wat hij doet is mijn kamer uit lopen. Zodra hij de deur achter zich dicht trekt, springt Ray uit de kast als een duveltje uit een doosje en knielt hij voor me.
‘Je weet niet hoe vaak ik heb overwogen om uit die verdomde kast te komen, Heaven.’
Snel veeg ik mijn wangen droog en ga ik recht zitten. Mijn make-up moet overal zitten, maar het kan me niets schelen.
’Gebeurt dit vaker?’ Ray kijkt me geschrokken aan met zijn ene oog. Mijn gezicht zegt waarschijnlijk genoeg.
‘Oké, we gaan een spelletje doen.’Ray gaat naast me zitten en vouwt zijn armen over elkaar. ‘We stellen om de beurt een vraag aan elkaar. Ik begin. En je moet zweren dat je eerlijk antwoord.’
‘Ik zweer dat ik eerlijk antwoord,’mompel ik als ik hem afwachtend zie kijken.
‘Oké, eerste vraag, slaat je vader je vaker?’
‘Sinds mijn moeder weg is. Nu is het erger vanwege mijn haar.’ Ik kijk brutaal naar hem op.’Mijn beurt. Waarom draag je een ooglapje?’
‘Ik ben blind aan dat oog,’ even laat hij een stilte vallen voor hij weer een vraag stelde.’ Hoe oud ben je?’
Verbaast kijk ik hem aan. Die heb ik niet zien aankomen, ook al is het een doodgewone vraag. Doodgewone vragen zijn wel het laatste wat ik verwacht. Alles aan deze situatie is niet echt wat je zegt normaal.
‘Ik ben zestien. Hoe oud ben jij?’Snel kaats ik de vraag terug.
‘Achttien, waarom ging je moeder weg?’
‘Ze kreeg iets met een andere man en vertrok. Waarom ben je blind aan dat oog?’ Er klopte iets niet aan dit spelletje. Ik kende Ray pas een uur en nu al wist hij dingen die alleen Leo wist. Hoorde je niet eerst luchtigere vragen te stellen in plaats van dit soort vragen?
‘Ben ik mee geboren, waarom is je haar zo’n probleem voor je vader?’ Ray leunt tegen mijn bed aan.
‘Hij houdt niet van verandering. Sinds mijn moeder wegging heeft hij grote veranderingen afgezworen. Hoe zag je leven eruit voor het ongeluk?’
‘Ik zat in een band, had een vriendin die van me hield en had een leuke familie en veel vrienden. Ik schreef liedjes. Ik was bezig met een liedje voor haar toen… ze dood ging. Waarom laat je toe dat je vader je slaat?’
‘Hij is mijn enigste familie en ik hou van hem ondanks alles. Sinds mam weg is… hij kan er niets aan doen. Waarom wil je niet meer terug naar huis als het eerst zo goed was?’
‘Ik wil een leven zonder haar niet onder ogen hoeven te komen. Ik mis haar al erg genoeg, maar het is nog zo onwerkelijk. Als ik naar huis ga is het wel écht. Waarom loop jij niet weg?’
‘Omdat mijn vader helemaal alleen is. Dan ben ik net zoals mijn moeder, en lijk ik nog meer op haar. Ga je ooit nog terug?’
‘Als ik er klaar voor ben… Wat is je lievelings kleur?’ De plotselinge verandering naar luchtigere onderwerpen overdondert me weer een beetje.
‘Blauw, nee, Paars, nee, Roze. Oké, ik heb geen lievelings kleur. Wat is de jouwe?’ Antwoord en vraag ik.
‘Zwart,’Ray gebaart even naar zijn kleren.’ Hobby’s?’
‘Tekenen. Ik teken. Jouw hobby’s?’ Ik wijs naar de muur waar mijn bed tegen staat. Die is helemaal vol geplakt met mijn kunstwerkjes.
‘Wauw, je bent goed.’Ray staat op en bekijkt een paar kritisch.’ Ik schrijf. Liedjes, gedichten, verhalen, alles en overal.’
Hij stroopt zijn mouw op en laat me de teksten op zijn huid zien. Alles is er met balpen opgeschreven. Ik pak zijn hand vast en lees de kleine letters.

Je liet me begaan,
Mijn irritante woorden deden je niets,
je lachte alleen maar.
Kijk voor je, had ik moeten zeggen.
Kijk uit.
Rode flits,
De dood in zijn badjas,
Hij nam je mee,
weg van mij.
Waarom liet je me achter?
Waarom liet je me gaan?
Ik had je hand vast moeten houden,
En jou niet laten gaan.

mening?

Super goed! Alleen iets sneller stukjes plaatsen anders duurt het te lang

Je schrijft egt goed!! meerr :slightly_smiling_face:

Ik post als ik tijd en zin heb… Maar ik zal er aan denken :grinning:

‘Wow, Ray…’Fluister ik zacht. Ray trekt zijn mouw weer goed en gaat weer op de grond zitten, naast mij. Troostende woorden liggen op mijn tong, maar ik weet niet of ik ze wel mag zeggen. Ik ken Ray nog niet goed genoeg.
‘ Laten we iets afspreken.’ Ik kijk Ray aan en veeg mijn pony uit mijn gezicht.’ Laten we afspreken dat we elkaar al langer kennen dan we eigenlijk doen.’
‘Oké, dat zal het wel allemaal een stuk gemakkelijker maken.’ Ray lacht even om mijn vreemde voorstel.
‘ Zullen we zeggen…3 maanden? Een jaar?’
‘Een jaar is prima. Maar dan wil ik wel naast je slapen.’ Hij wiebelt even met zijn wenkbrauwen.’De grond is hard en ik zie geen extra matras hier. En… ik ben het onderhand gewend dat er iemand naast me slaapt.’
Het laatste zegt hij met een lichte blos op zijn wangen en een droevige blik in zijn ogen.
‘Mij best.’ Ik glimlach halfslachtig.
‘Afgesproken. Dus…we kennen elkaar al een jaar.’ Ray sluit zijn hart weer op achter slot en grendel en grijnst breed.
‘Afgesproken.’

wat een leuk verhaal ! meeer

Jeeej :grinning:
Is het wel geloofwaardig genoeg?

‘Ik ga naar de badkamer, me even omkleden…’mompel ik en wijs naar de tweede deur in mijn kamer. Ray kijkt op en gaapt me aan.
‘Dus daar was de wc? Ik moet echt heel nodig, maar ik vond het een beetje riskant om de gang op te gaan nu je vader nog op is.’ Ray knippert smekend met zijn linkeroog. Misschien knippert het andere oog ook wel mee, maar dat zie ik niet.
‘Ga maar,’ ik stap achteruit en gebaar dat hij voor mag gaan.
‘God, dankjewel.’ Ray struikelt van mijn bed en rent de badkamer in. Ik ben even zielsgelukkig dat ik een eigen badkamer heb. Ons huis is klein en krakkemikkig, maar de mensen die het bouwden waren wel gehecht aan privacy. Ik kijk naar mijn pyjama en haal mijn schouders op. Ray is toch weg, ik kan me makkelijk even snel omkleden. Ik stroop mijn broek naar beneden en gooi die op mijn bureaustoel. Ik schiet in mijn trainingsbroek en trek mijn truitje over mijn hoofd. Net als ik mijn slaaphemdje aan wil trekken komt Ray weer naar binnen. Veel te snel. Geschrokken staar ik hem aan en druk snel mijn hemdje tegen mijn borst om mijn bh te bedekken. Maar Ray let daar niet op. Met een medelijdende blik vol ongeloof legt hij een hand op mijn schouder en bekijkt de talloze bloeduitstortingen op mijn armen en mijn buik. Voorzichtig draait hij me om en hapt geschrokken naar adem.
‘Is het zo erg?’ Vraag ik zacht en staar naar de vloer. Ik wil niet dat hij dit ziet, zich zorgen gaat maken. Ik wil niet dat hij ziet dat ik waardeloos ben, niet beter dan oud vuil. Maar in plaats van iets te zeggen, slaat Ray zijn armen om me heen en trekt hij zich tegen me aan. Hij strijkt zacht over mijn rug, waar zijn vingers mijn huid raken blijft een soort tinteling achter. Ik voel tranen achter mijn ogen opwellen, maar ik wil niet huilen. Ik mag niet huilen. En toch huil ik. De tranen stromen weer over mijn wangen en ik verberg mijn gezicht in Ray’s shirt. Het voelt vertrouwd, alsof ik hem echt al een jaar ken. Ik voel me veilig in zijn armen. Veilig in mijn eigen huis, en dat is iets wat ik al even niet meer heb ervaren. Ik voel me geborgen.
‘Sorry dat je dat moest zien.’ Fluister ik als ik me langzaam los maak. Ray kijkt me aan en veegt een pluk haar uit mijn gezicht.
‘Wat? Jou in zo weinig kleren? Je hoort mij niet klagen.’ Ray glimlacht even als ik hem een boze blik toewerp. ‘O! Die blauwe plekken. Daar zou jij geen sorry voor hoeven zeggen, Heaven. Daar zou je vader sorry voor moeten zeggen.’

jawel hoor ! egt erg voor haar :astonished: hoop dat je snel verder gaat :slightly_smiling_face:

wow leuk verhaal, snel nog een stukje!

moooi, ga maar door hoor! Ik vind het leuk!

Het was geen bevel of wat dat je iets sneller moet plaatsen maar meer een vraag die ik op een zeer raare mogolise manier heb gesteld en waar de helft niet van klopt maar dat maakt niet uit je schrijft kei en kei goed en wil super graag meer van je lezen!