[verhaal] -Ik weet nog geen titel-

  1. Die dag blijf ik vol vragen in mijn hoofd liggen in het ziekenhuis. Wat die man van me wil bijvoorbeeld. Hij ging later gewoon weg zonder iets te zeggen of doen. Dit is de ergste dag van mijn leven: overvallen worden door een enge man inclusief een hersenschudding, locatie ziekenhuis. Kan het nog erger? Ik moet denken aan papa, wat hij nu gedaan zou hebben. Hij zou naar me toe zijn gelopen en me troosten. Ik weet nog wat hij altijd zei: Ik beloof je, ik zal er altijd voor je zijn. Wanneer je hart vol met verdriet is en met pijn. Ik zal je dragen wanneer je liefde nodig hebt. Bij de gedachte dat ik het nooit meer zal horen omdat papa nu voorgoed weg is, branden er tranen in mijn ogen en zucht ik een keer diep. Hij hielp me altijd wanneer ik hem nodig had, hij troostte mij, hij deed echt alles om mij gelukkig te maken. Opeens krijg ik een steek door mijn hoofd. Misschien is hij altijd alleen maar aardig geweest omdat hij mij voor zichzelf wilde! Hoe kan hij mij dat aandoen? Ik ben zijn kind! Ik krijg steeds meer tranen in mijn ogen en begin nu echt te huilen. Snel kruip in onder de dekens zodat het geluid een beetje dempt. Papa, was je maar hier, ik heb je zo hard nodig. Dan loopt er iemand mijn kamer binnen, zonder te kloppen. Mijn hart gaat sneller kloppen, misschien is het die man weer. Ik kijk voorzichtig over de rand van mijn dekens de kamer in, en gelukkig staat daar niet die man, maar mama. Ze aait me zachtjes door mijn haren heen. ‘Wat is er, lieverd? Waarom huil je?’ Opeens kan ik het niet meer houden en geef ik mama een dikke knuffel en barst in huilen uit. Ik vertel schokkend en huilend dat ik papa zo vreselijk mis. Mama zegt dat ze papa ook mist en dat ze er superveel spijt van heeft dat ze zo gierig was. ‘Stil maar, schat, het komt allemaal wel weer goed. En je weet het: je kan altijd bij mij komen, ik weet wat je voelt.’ En ze glimlacht naar me en geeft me een knuffel. Ik zucht nog een keer diep en ik voel me opeens een stuk lichter.

  2. Vandaag is het de laatste dag in het ziekenhuis. Ik heb er zo’n zin in, gewoon weer heerlijk thuis zijn. De vorige keer dat ik dacht naar huis te mogen had ik dit gevoel ook, maar nu weet ik zeker dat het ook echt zo is. Alleen mag ik nog niet naar school, ik moet rustig aan doen. Als ik zeker weet dat ik me weer helemaal fit voel, mag ik naar school. Ik vind het zo’n onzin, want ik voel me al vanaf het begin fit. Ik denk dat ik maar één dagje thuisblijf, ik mis mijn vriendinnen zo. Wat zou het geweldig zijn als ik weer gewoon naar school kon. Iedereen die vraagt hoe het met je gaat, heerlijk, al die aandacht. Dan moet ik denken aan de laatste keer dat ik naar school ben geweest. Samantha, die me uit zat te lachen met een paar anderen, wat zullen die doen? Zal het gezeur weer gewoon opnieuw beginnen? Ik kruis mijn vingers. Ik hoop dat ze, nu ik iets heb meegemaakt, wat meer respect voor me tonen. En als ze door blijven klieren, ga ik ze gewoon aanpakken. Ik zeg tegen ze dat ze moeten stoppen, en als ze dat niet doen, ga ik naar de directie van school. Dan weet ik tenminste zeker dat ze stoppen. Ik weet wel waarom ze me pesten, ik ben echt nooit verlegen. Samantha is erg verlegen, en ze is jaloers op mij. Nanne was eerst bevriend met haar en ze heeft het eens aan haar gevraagd. Dat heeft Nanne doorverteld aan mij, toen ze geen vriendin meer van haar was. Ze is zich de laatste tijd zo stom gaan gedragen, ze is echt een arrogant kind geworden. Ze draagt nu zó veel make-up, dat ik er een kuil in kan graven. En dan denkt ze ook nog dat ze zo knap is, wat ze dus echt niet is. Ze heeft zich ooit eens opgegeven bij een modellenbureau, en was woedend toen ze niet werd toegelaten. Ik lach weer even in mezelf, dat was erg grappig om te zien. Mijn deur gaat open. Van schrik geef ik een gil. Niet om het geluid, maar om degene die ik in de deuropening zie staan.

up! (:

nogmaals up.