[verhaal] -Ik weet nog geen titel-

Ik ben een poos geleden begonnen met een verhaal, ik heb al een aantal hoofdstukken.
Ik kan meer plaatsen als jullie het leuk vinden? (:
[Dit is trouwens de eerste keer dat ik een verhaal schrijf]

  1. ‘Eten!’ roept mama voor de zoveelste keer naar boven. Ik heb al zó vaak geroepen dat ik nog even het verslag af moet typen, maar dat is niet te begrijpen voor moeders, blijkt. Wat kan er nou nog bij? Over toename van het toerisme moet het gaan, vier blaadjes vol! Dat is toch niet normaal? Eens even kijken. De reden heb ik al, de… ik doe het morgen allemaal wel, ik heb er nu echt geen zin meer in. Eerst maar eten. Stampend loop ik de trap af. Ik weet niet waarom, maar ik stamp veel harder dan normaal. Zeker om mijn frustratie kwijt te raken.

Ga maar verder!
Jammer dat het zo’n kort stukje is. xD

  1. ‘Pak bladzijde 140 van je werkboek maar even voor je.’ Vandaag ben ik best vrolijk, maar het komt zeker niet door de vakken die we hebben. Vijf blokken lang, en ook nog allemaal saaie lessen. Godsdienst, Duits, Biologie, Frans, Aardrijkskunde. ‘Kom maar even voor de klas, Britt.’ Vrolijk loop ik naar voren. Ik ben best wel een beetje een held in voor de klas staan, zeker omdat ik veel durf. ‘Hoeveel testamenten staan er in de bijbel?’ ‘Zeven!’ ik weet het niet precies, maar ik gok gewoon, kan nooit kwaad. De hele klas lacht me uit. Ik word rood, heb ik het nou f… oh! Zei ik zeven? Wat dom! Fijn, mijn hele humeur is weer verpest. Dankuwel, mevrouw! ‘Samantha, weet jij het?’ ‘Twee, mevrouw.’ Ook dat nog, het vervelendste meisje van de hele klas, de hele school, verbetert me. En ik heb het verkeerd, terwijl zij hier de domste is! We gaan weer verder met godsdienst.
  1. Als ik uit school kom, krijg ik bijna een hartverzakking. Alle tafels, stoelen, kasten, meubels liggen over de grond verspreid. Als ik verder loop naar de woonkamer, ligt ook daar alles overhoop. In het hoekje van de kamer zit mama te snikken. Ik schrik me dood, wat kan er gebeurd zijn? Normaal doet ze nooit zo… Waar zou papa zijn? ‘ Mam, waar is papa?’ Dat was misschien niet zo verstandig geweest, want nu begint ze nog harder te huilen. Lekker dan! Ik voel nu echt aan dat er iets mis is. ‘ Ik… ik… papa…’ ze blijft maar huilen. ‘Stil maar, mama,’ zeg ik, en loop naar boven om te kijken wat daar is aangericht, en om papa te zoeken. ‘Pap? Papa? Zeg eens iets?!’ maar papa reageert niet. Waar kan hij zijn? Ik barst in huilen uit. ‘Mam? Waar is papa?’ Ik hoor niks, dus ren vlug naar beneden. ‘Mama? Zeg iets! Waar is papa?’ Ze kijkt me met grote, betraande ogen aan. ‘Papa is… hij…’

up. :]

Op zich wel leuk, maar je hoofdstukjes zijn zo kort. Zo kom je er niet lekker in, zeg maar.

@ boven me,
je hebt helemaal gelijk, ik wilde het eerst zo proberen en daarna kan ik het altijd nog aanpassen. best dom eigenlijk…

  1. De volgende dag op school kan ik me niet concentreren. Ik wilde eerst gaan spijbelen, school kan ik er echt niet bij hebben op zo’n dag als vandaag. Ik moet de hele tijd denken aan wat mama me vertelde gisteren. Als ik eraan denk, hoor ik het gewoon weer terug hoe ze het zei. Ik kreeg, toen ik het hoorde, allemaal rillingen door mijn lijf heen en moest huilen. Ik wil er niet meer aan denken, maar het gaat niet uit mijn hoofd. Zoiets vergeet je nooit. Anderen zeggen dat het niet zo erg is, en ze leven gewoon verder, maar bij mij voelt het anders, het is een vreemd en naar gevoel. Ik snap niet hoe mensen het zo gewoon kunnen vinden: ze gaan even naar hun vader toe, snikken misschien even en denken er later niet veel meer aan. Ik zal er altijd aan blijven denken, dat weet ik nu al. ‘Britt, let nou even op! Dit is al de zoveelste keer dat ik je moet waarschuwen om op te letten! Wat is er toch met je?’ Ik moet mijn best doen om niet weer in huilen uit te barsten. Het voelt ook zo rot. Toch voel ik tranen prikken in mijn ooghoeken. Hoe meer ik eraan denk, hoe meer tranen er vallen. Al gauw merkt Samantha, het stomme meisje, het op. ‘Ha-ha, kan je niet tegen kritiek van mevrouw Veenstra?’ Ze lacht, en een paar anderen lachen mee. Ik veeg snel mijn tranen weg. Ze hebben niet eens een flauw idee wat er aan de hand is! Mevrouw Veenstra komt naar me toe lopen. ‘Is er dan toch iets aan de hand? Kom maar even mee, Britt. En jongens, waag het nog één keer om haar uit te lachen! Hoe zou jij het vinden, als je je even niet prettig voelt? En voor de rest van de klas: ik kom zo terug.’ Alsof ik me even niet prettig voel… het is heus wel meer dan dat, denk ik bij mezelf. Ik zucht een keer diep en loop met mevrouw Veenstra mee naar haar kamertje.

  2. Vertel eens, Britt, wat is er met je aan de hand? Je kan me alles zeggen, dat weet je, alles, zei mevrouw Veenstra vanmiddag tegen me. Ik mocht haar dus alles vertellen, dus ging ik alles maar vertellen, dat papa nergens meer te vinden was, dat alles overhoop lag, dat mama huilend in een hoekje van de kamer zat en dat ze me dus uiteindelijk heeft verteld dat papa is weggelopen, hij zag het niet meer zitten. Het was wel een opluchting om te vertellen, maar eigenlijk ben ik er niks beter op geworden. Hierdoor moet ik er alleen maar meer aan denken.
    Van mama hoor ik niet veel meer. Ze zit de hele dag op haar kamer uit te huilen. Mama heeft het er niet makkelijk mee. Ik besluit even naar haar toe te gaan en haar te troosten, het is tenslotte haar man. Is of was, dat is nog niet bekend. Waar zou hij eigenlijk uithangen? Wat kan er gebeurd zijn? Eigenlijk weet ik nog veel te weinig. Zal ik hem opbellen? Nee, laat ik eerst maar naar mama toe gaan, misschien krijg ik nog wat meer te horen.
    Zachtjes klop ik aan. Ik hoor een kleine ‘hhhmm’ dus dat zal wel ja betekenen. Ik stap naar binnen. ‘Mam? Mag ik even bij je komen zitten?’ Ik ga voorzichtig naast haar zitten. Ze ziet er ongelofelijk moe en bleek uit. Ze heeft vast niet goed geslapen vannacht. Ik heb haar vannacht ook een paar keer horen snikken. ‘Kan je me iets meer vertellen over gistermiddag?’ Mama ademt diep in en dan weer uit. Ik kan zien dat ze het er moeilijk mee heeft. ‘Papa en ik hadden wel vaker ruzie de laatste tijd. We… we…’ mama stopt even. Ik leg een hand op haar schouder, misschien helpt het. ‘We hadden vaak ruzie over jou, hoe we jou moesten behandelen. We houden allebei heel veel van jou, begrijp dat zeker niet verkeerd, Britt. Maar we wilden jou allebei voor onszelf, hoe dat probleem in de wereld is gekomen, ik heb geen idee. Papa denk ik ook niet. We wilden jou zo graag hebben, dat we steeds kwader en kwader werden. Ondanks de ruzies, heb ik nooit gedacht dat het zo ver zou gaan.’ Ik zie tranen in mama’s ogen staan. Wat kan ze goed vertellen! ‘Dankjewel mama, ik wil even zeggen dat ik je echt steun in deze tijden. Maar ik wil bij jullie allebei zijn!’

Ik vind het wel een leuk verhaal :slightly_smiling_face:

  1. Ik heb echt superveel zin in vanmiddag, ik kan niet wachten. Nanne, mijn beste vriendin, is zo lief geweest om twee bioscoopkaartjes te kopen: één voor haarzelf, en één voor mij. Sinds ze heeft gehoord wat er gebeurd is, probeert ze alles om me op te vrolijken en me te troosten. Ze is echt een topvriendin. We hadden vandaag een korte dag, maar twee blokken. Dat komt niet vaak voor, dus eigenlijk is het uitje ook een soort viering van de vrije tijd. Toch ben ik erg moe en dood op. Ding dong! De bel gaat. Ik ben zo moe, dat ik nog even blijf liggen. Ik hoor de deur opengaan. Verder blijft het erg stil. Als ik een poos niks heb gehoord, kom ik snel naar beneden, ik besef nu, sinds een paar dagen, dat er extreme dingen kunnen gebeuren op deze wereld. Er komen bijna weer tranen in mijn ogen, maar ik kan ze nog net tegenhouden. Niemand mag het zien. Als ik beneden kom, zie ik mama schrikken en snel doet ze haar handen achter haar rug. ‘Eh, ik laat jullie wel even met rust,’ zegt ze, alsof ze iets te verbergen heeft. Wat zou ze gedaan hebben? Wat is er gebeurd? Of komt het gewoon doordat ze nog zo down is door het hele gebeuren een paar dagen geleden? Plotseling voel ik een warme hand op mijn schouder.

  2. Van schrik slaak ik een harde gil. ‘Wie is dat?!’ Als ik goed kijk, zie ik dat Nanne het is. Ze deinst achteruit. ‘Ik ben het maar…’ Dan moeten we allebei lachen. Ik weet niet hoe, maar op de één of andere manier kan ze me altijd vrolijk maken, terwijl ze dat niet eens bewust doet. Als we bijgekomen zijn van het lachen, zegt Nanne: ‘O ja, bijna vergeten, dit had ik nog niet verteld: ik heb wat extra betaald en nu hebben ze een loveseat voor ons gereserveerd!’ Ik zie in haar ogen dat ze echt heel blij is. ‘Supercool, voor ons alleen?!’ ‘Ja. En sorry dat ik zo vroeg ben, maar ik wilde zo graag naar je toe, ik kon niet wachten om het te vertellen.’ ‘Leuk toch? Jij mag altijd komen, je bent altijd welkom bij ons.’ Ze geeft me een dikke knuffel. Ik krijg een warm gevoel vanbinnen. Dit is echte vriendschap, ik voel het. Ik glimlach van oor tot oor, mijn dag kan niet meer stuk, dat weet ik nu al. ‘Waarom deed mijn moeder zo raar? Ze deed alsof ze iets te verbergen heeft…’ Ze wordt rood. ‘Je kan het gewoon tegen me zeggen, alles kan je bij me kwijt. Ik ben toch je beste vriendin?’ Ze twijfelt even, zie ik aan haar. ‘Laten we eerst maar naar de bioscoop gaan, ik vertel het je later, ik wil je humeur nu niet verpesten.’

  1. De vraag: wat zou het zijn? blijft de hele dag in mijn hoofd zitten. Als ik de bioscoop in loop met in mijn handen een bak popcorn en een cola, laat ik de helft uit mijn bak popcorn vallen, omdat ik aan iets heel anders denk. Ik zie een paar meisjes giechelen: ‘die is zeker verliefd,’ maar ik weet wel beter. Nanne inmiddels ook, en die neemt het elke keer voor me op. Ze zegt dingen zoals: ‘bemoei je er niet mee,’ of ‘heb je niks mee te maken!’ Ik kan gewoon niet beschrijven hoeveel ze voor me betekent. Ik vind haar zo lief! ‘Britt, wel opletten he? Of… ben je misschien toch wel verliefd?’ ‘Je weet toch wat er is?’ Nanne wordt rood en slaat haar handen voor haar mond. ‘Het spijt me, Brittje, ik had er even niet aan gedacht,’ Het zal wel komen doordat ik begin te puberen, maar opeens moet ik heel hard huilen. Iedereen kijkt geschokt om, kijkend wat er aan de hand is hier. Ik kan mijn tranen niet inhouden. Nanne pakt snel mijn hand en geeft me een zakdoekje. ‘Britt, sorry! Zo bedoelde ik het niet, het spijt me zo, hoe kan ik het je uitleggen?!’ ze heeft nog steeds mijn hand vast en loopt met me mee naar buiten. ‘Je hebt even frisse lucht nodig,’ zegt ze. ‘Nee Nanne, daarom huil ik niet.’ Ze slaat haar arm om mij heen. ‘Ik weet hoe je je voelt, Britt. Maar het kan nooit zo zijn als jij. Mijn oma en mijn opa gingen scheiden, dat is veel minder erg. En nu ben jij ook nog je vader kwijt, hij wil zelfs niks meer van zich laten horen. Ik wil heel graag jouw pijn overnemen, maar dat zal niet gaan…’ ‘Je bent de allerliefste, Nanne, ik zou niet weten wat ik zonder je zou moeten, dit meen ik echt,’ Nu moet Nanne ook huilen. Even huilen we samen, daarna moet ik een beetje lachen. ‘Het gaat wel weer, je hoeft niet te huilen, dat doe ik wel, maar ik vind het fijn dat je zo met me meeleeft,’ Ze geeft me een dikke knuffel, nu voelt het nog warmer, ze is echt de beste vriendin die je je ooit kan wensen. ‘Nanne, ik hou echt onbeschrijfelijk veel van je!’

  2. We zijn bij mij thuis, na een dagje bioscoop. Nou ja, bioscoop… het was eerder een huilgebeuren. Ik ben nu nog meer van haar gaan houden, ze is echt zo’n schat. ‘Zullen we even naar je kamer?’ Ik stem toe, en we lopen rustig naar mijn kamer. Als we boven zijn, kijkt ze me met een ernstig gezicht aan. ‘Wat is er? Je kijkt zo bezorgd,’ zeg ik. ‘Britt…’ ze slaakt een diepe zucht en gaat op mijn bed zitten. ‘Je wilde het weten, wat er vanmiddag was, maar ik kan het je gewoon niet vertellen, ik wil niet dat ik jouw leven nog slechter maak. Het is nu al een bende nu je vader weg is…’ Zou ze het toch niet willen vertellen? Ik voel me ineens teleurgesteld, heel erg teleurgesteld. Ik mag toch zeker wel weten wat er met mijn eigen moeder is? ‘Ik kan er wel tegen, vertel het maar,’ ‘Ik wil niet… ik kan je humeur toch niet verpesten?’ Ik kijk haar met een smekende blik aan, en dan geeft ze eindelijk het verdedigen op. ‘Goed dan, weet je het zeker? Ik wil niet dat je bezorgd word, het zijn maar een paar euro’s,’

:astonished: snel verder!

  1. ‘Euro’s? Wat is er dan gebeurd?’ Ze slaat haar handen voor haar ogen en wil het net gaan vertellen, als de bel gaat. ‘Ik ga wel even, ik kom zo terug.’ Ik loop naar beneden. Ik kijk voorzichtig door het deurraam naar buiten. Eigenlijk mag ik niet opendoen als ik alleen thuis ben, dus kijk ik eerst even goed of het iemand is die er een beetje vertrouwd uitziet. Als ik niks zie, loop ik verder. Ik doe de deur open, en daar staat niemand. Rotkinderen, kunnen die nou nooit eens ophouden met die kinderachtige spelletjes? Dat doen ze hier in de buurt allemaal: ze spreken met een paar vriendjes en vriendinnetjes af, één iemand rent naar iemands huis, belt aan en rent snel weg. Ik noem het geen spelletje, het is alleen maar anderen tot last zijn. En dan nog wel op zo’n moment, ze wilde me net iets belangrijks vertellen. ‘Nanne, wil je wat drinken? Dan pak ik het even’ ‘Ja doe maar een glaasje water, dankje.’ Ik ga naar de keuken om twee glaasjes water te pakken. Daar hoor ik geklop op de deur. Ik word bang. Net al iemand die aanbelt, en er later niet meer staat, nu geklop op de deur. Ik durf er niet heen te gaan, wie kan het zijn? Misschien is het een dief, een vreemdeling, of, of… Later hoor ik het nog een keer. Ik pak zo snel als ik kan de glaasjes water en neem ze mee naar boven. Daar zet ik vlug de glaasjes op mijn bureau en vlieg Nanne in de armen. ‘Nanne! Ik zag, ik zag een…’ Ik stotter en kom niet uit mijn woorden. ‘Kom even rustig zitten,’ zegt ze lief. Ze pakt mijn glaasje water van het bureau en geeft het aan. ‘Ik neem trillend een slok, en plotseling verslik ik me. Alles is wit voor mijn ogen.

verderrr

Inderdaad, verder!
Wil je ook mijn verhaal lezen? (A)

dankjewel allemaal!
& ja, ik zal je verhaal ook lezen :grin:

  1. Alles wat ik hoor is ‘ben je daar?’ ‘alsjeblief, Britt, word wakker!’ Ik hoor dat er iets hysterisch aan de hand is, en mijn naam hoor ik ook. Alles hoor ik vaag. Ik weet niet wat ik voel. Ik voel geen pijn, ik voel gewoon niks. ‘Britt, hoor je me?’ Elke keer dezelfde soort vragen zitten mijn hoofd door te suizen. Af en toe hoor ik gehuil. Plotseling voel ik dat iemand me optilt en me ergens op legt. Ik voel me raar.
    Ik open mijn ogen. Een aantal bezorgde gezichten hangen boven me, ook die van Nanne. Ik schrik zo erg dat ik het allemaal wazig begin te zien. ‘Britt! Hoor je me?’ Ik knik moeizaam ja, het gaat allemaal zo moeilijk, bewegen, alles. Nu opeens voel ik dat de pijn weer terugkomt. ‘Jij daar, dat meisje met dat zwarte haar, jij bent haar beste vriendin, toch? Kom jij maar even mee. Ik zal iemand halen om Britt te dragen.’ Ik besef niet echt wat hij zegt. Even later komen er twee vrouwen aan die me vervolgens oppakken en me in een kamertje neerzetten. Nanne zit naast me. ‘Gaat alles goed?’ Klinkt de stem van Nanne. Ik kijk opzij. Haar ogen zijn groot en een beetje vochtig. ‘Gaat wel, waarom zijn we hier? Waarom ben ik hier?’ ‘Je bent flauwgevallen, ik weet niet waarom, zomaar opeens lag je op de grond. Ik heb de ambulance gebeld, ik wist niet wat er aan de hand was.’ Mijn hoofd doet pijn van het terugdenken, ik kan me echt niks meer herinneren. ‘Gaat het echt wel? Je bent helemaal spierwit,’ zegt Nanne met een trilstem. ‘Ja, ik voel me al wat beter.’ Nanne glimlacht. ‘Ik was echt bang dat ik je kwijt zou raken, dat zou ik echt niet willen!’ Ik glimlach zachtjes terug. ‘Weet je nog wat er gebeurd is, Britt? Waarom je zo geschokt was, toen je naar boven kwam rennen?’ Ik denk diep na. ‘Ik kan me echt niks meer herinneren, het voelt zo raar. Wat was er dan?’ ‘Ik weet niet precies. Je zag iets beneden, daardoor was je helemaal in shock, ik weet alleen niet wat, dat heb je me niet verteld,’ Dan opeens schiet het me te binnen. Ik hoorde beneden geklop, dat was het! ‘Ik weet het al weer, beneden, toen er aangebeld werd, was er niemand aan de deur. Dat was echt enorm eng! En daarna ging ik even drinken pakken, en toen hoorde ik allemaal geklop op de deur,’ ik pak de hand van Nanne vast en knijp er even in. Ik kijk haar angstig aan. ‘Maar ik durf echt niet meer naar huis toe, nooit van mijn leven meer! Ook al dat… dat van mijn… van mijn vader…’ ‘Dat snap ik. Kom zo lang je niet naar huis durft maar bij mij thuis slapen. Is dat geen goed idee?’ Ik lach en kijk haar dankbaar aan. Wat moet ik blij zijn met een vriendin zoals zij…
  1. Ik lig nu nog steeds in het ziekenhuis. Ik word echt gek, nog een week lang moet ik in het ziekenhuis liggen. Waarom net ik? En dat alleen omdat ik moe ben, ik kan toch ook thuis uitrusten? Ik vind het maar gezeur. En dan ook nog in zo’n saaie ruimte. Helemaal alleen in een kamer in het wit met grijs, kan het nog erger? Nee, dat dacht ik ook. Ik pak mijn mp3-speler tevoorschijn uit mijn ladekastje. Dat is het enige wat ik heb om me te vermaken, verder moet ik relaxen. Ik vind het echt tien keer niks. Ik zet de mp3-speler aan. Eigenlijk is het een mini privéconcert, zo’n ding. Wat is dat goed uitgevonden.
    Wat zou ik graag weer thuis willen zijn. Gewoon weer bij mijn ouders, bij mijn vriendinnen, en zelfs school is nu leuker dan de hele dag in het ziekenhuis liggen. Ik mis iedereen die er normaal wel was geweest. Opeens moet ik aan papa denken. Waar zou hij eigenlijk uithangen? Leeft hij nog wel? Misschien heeft hij wel zelfmoord gepleegd door alle ellende die hij heeft meegemaakt. Ik heb zijn mobiele nummer wel, maar ik mag nu niet bellen. Ik doe het zodra ik thuis ben. Wat verlang ik naar thuis, mijn eigen bed, mijn eigen kamer, mijn eigen moeder, mijn eigen vader, die er niet meer is…
    De geluiden gaan door mijn hoofd, ik denk aan niks anders meer dan aan de mooie muziek. Ik droom weg bij elke emotie die ik hoor. Heerlijk, je zo even laten gaan. Ik hoor alleen nog de muziek, de zachte, mooie tonen…
  1. Ik word wakker van geklop aan mijn kamerdeur. ‘Kom maar,’ zeg ik rustig. Nanne en een paar andere vriendinnen komen binnenstormen, verkleed als clown. Ik schiet meteen in de lach. ‘Wat zijn jullie van plan?’ gier ik van het lachen. ‘Wij komen je opvrolijken. Kiekeboe! Joëlle, jij kan wel een mop vertellen, toch?’ ‘Maar natuurlijk, tot uw dienst, mevrouw cliniclown de tweede.’ Ze komt bij me op het bed zitten. ‘Er liggen twee onderbroeken in de wasmand. Zegt de één tegen de ander: ga je mee naar het strand? Zegt de ander: nee dank je, ik ben al bruin genoeg!’ Ik moet lachen. De grap kende ik al, en hij is niet eens leuk, maar ik vind het gewoon geweldig lief van ze dat ze hierheen zij gekomen om mij op te vrolijken. Dat had ik echt wel nodig, even gezelschap. Ik vond het zo saai alleen. Ik voelde me zo eenzaam. Ze doen een oenig dansje voor de gezelligheid. Het ziet er niet uit, maar het is wel erg hilarisch. Ik schiet weer in de lach. ‘We hebben nog wat voor je, Britt!’ Ze lopen naar de hal en komen terug met een gigantisch grote ansichtkaart. ‘We hebben hem zelf laten afdrukken, op deze grootte,’ Hij is zeker één meter lang en één meter breed. ‘Wat lief van jullie, hartstikke bedankt, jullie zijn schatten!’ Even later moeten ze weer weg. Ik geef ze één voor één een dikke knuffel en Nanne nog wat langer. Ze lopen de kamer uit. Het is weer zoals ervoor, akelig stil, en ik voel me eenzaam als nooit tevoren.

  2. Vandaag is weer een dag zoals elke dag in de week. Nog twee dagen in het ziekenhuis liggen, en ik mag weer naar huis. Wat zal ik blij zijn, gewoon weer heerlijk thuis. Ik zou heel graag willen dat Nanne en mijn andere vriendinnen nog een keer kwamen. Het was heel erg gezellig die keer. Maar ik snap het wel, ze hebben natuurlijk niet alle tijd. Zij moeten gewoon op school zitten. Ik moet ook weer naar school als ik weer helemaal opgeknapt ben. Een dokter komt mijn kamer binnenlopen. ‘Dag Britt,’ zegt de dokter ernstig. Wat zou er nu gebeuren? ‘Ik heb wat te vertellen. Je weet dat je nog twee dagen in het ziekenhuis moet blijven, maar weet je ook de reden?’ Ik schud nee, ik zou het echt niet weten. ‘Nou, het zit zo. Je hebt een iets te harde klap gehad toen je flauwviel, er kan iets mis zijn bij je hersenen.’ Bam, recht in mijn gezicht. Ik voel een schok door me heen. Dat ook nog?! Het lijkt wel of mijn leven sinds kort een probleemboek is geworden, daar maken ze ook zoveel naars mee. ‘Kan het erg zijn?’ zeg ik dan maar, alsof het me niks kan schelen. Maar het kan me heel veel schelen. Er was dus meer aan de hand dan alleen moeheid. ‘Waarom zegt u dat nu pas?’ vraag ik geërgerd en boos. De dokter geeft geen antwoord en loopt zachtjes de kamer uit. ‘Beterschap, meid.’

  3. Er word geklopt aan mijn deur. Niet zoals Nanne altijd doet, maar veel harder en grover. De deur gaat open. Ik zie iemand staan die ik nog nooit eerder heb gezien. Mijn adem stokt in mijn keel en ik word zweterig. Ik kan niks meer uitbrengen en begin bang te trillen. In de deuropening staat een donkeren man met in zijn ene hand een mes en in zijn andere hand een kettingzweep. De man komt op me aflopen en kijkt me diep in de ogen. Ik wil gillen, schreeuwen, brullen: help! maar ik kan het niet. De man komt inmiddels steeds dichterbij. Ik kan niks, ik voel me hulpeloos. Dan voel ik een hand op mijn hoofd. Ik sta op het punt de longen uit mijn lijf te krijsen, maar dan legt hij zijn andere hand op mijn mond. ‘Stil maar, onschuldig meisje, ik zal je niks doen,’ hij kijkt even vlug om zich heen. ‘Tenminste, tenzij jij ook niks doet wat ik wil.’ Van de schrik wordt het even wit voor mijn ogen. Wat is hij van plan? Suist het door mijn hoofd. Alles draait om me heen. Ik krijg tranen in mijn ogen ‘Laat me los!’ probeer ik te schreeuwen.

leukleukleuk!!
verder!

Oeh!
Wat is een kettingzweep eigenlijk?
Verderverder!