[Verhaal]Hou me vast {AFGEMAAKT!}

Mijn verhaal bevat 16+ inhoud. En kan triggers bevatten. Hiervoor opgelet!

‘‘Het enige dat ik je ooit gevraagd heb, was om me vast te houden. Om van me te houden. Om me nooit meer alleen te laten. Dat was het enige, en dat zal altijd het enige blijven.’’

http://i42.tinypic.com/2rh1px5.jpg[/img]

Wessel

[size=14pt]Hoofdstuk 1

Goed dan. Hier zat ik dan. Helemaal alleen. Ja echt, ouders en broertje op vakantie. Ik hoefde niet mee. Ik had er beter aan gedaan als ik wel mee was geweest. Dat weet ik zeker. Alhoewel, als ik wel mee was geweest, lag ik hier nu niet met hém in mijn armen. Nu kon ik eindelijk voor hem zorgen. Iets wat drie weken geleden wel anders was.

Drie weken geleden

‘Dag mam! Dag pap! Dag Sjoerd!’ riep ik en zwaaide mijn ouders uit. Ze gingen voor vijf weken naar een of ander Canarisch eiland. I don’t care. Ik was tenminste thuis. Ik hield niet van op vakantie gaan. Eigenlijk hield ik nergens van. Ja, dat klopt, ik was een pessimist. Het had allemaal met mijn verleden te maken. Ik praatte er niet over. Met niemand. Mijn enige steun en toeverlaat had me in de steek gelaten. En dat brak me nog steeds elke dag. Mijn moeder kwam nog een keer naar me toe, en gaf me een dikke knuffel. ‘Pas goed op jezelf’.

Twee dagen waren verstreken, twee dagen vol kwelling. Ik maakte mezelf gek. Zoals ik altijd deed, maar als je alleen was, pakte het harder aan natuurlijk. Geen afleiding, niets op tv, en ik had totaal geen zin om in de regen naar mijn paard te gaan. Zomers in Nederland. Alleen maar regen, en af en toe 30 graden. Daarna storm. En weer regen. Zo ging het elke zomer opnieuw. Maar dat maakte mij niet uit. Ik zat toch maar binnen.

Je hebt een volger^^ :slightly_smiling_face:

En nu twee c;

En nu drie!

Vier :wink:

Dankje! Ik zal vandaag een nieuw stuk posten :slightly_smiling_face:

Dag drie. Het regende super hard, en het was al halverwege de middag. Met mijn gedachten, ging het niet goed. Zachtjes uitgedrukt. Ik had de neiging mezelf pijn te doen. De spanning werd me teveel, dus ik besloot naar buiten te gaan. Ik liep door onze gigantische tuin, en het duurde niet lang meer, of ik voelde de regen niet meer. Ik schreeuwde. Vervloekte mijn leven. Waarom? Waarom moest mij dit overkomen? Waarom kon ik niet gelukkig zijn zoals de rest. Ik dwaalde een beetje rond, en besloot tegen de schuur aan te gaan zitten. Ik weet niet hoelang ik er zat, ik was alle besef van tijd kwijt. Doelloos staarde ik vooruit. Het regende ontzettend hard. Ik bleef zitten. Ik voelde het eigenlijk
niet echt. De pijn van binnen was erger.
‘Laura? Wat doe je buiten in de stromende regen?’
Ik hoefde niet op te kijken om te weten wie tegen mij praatte. Hij was het. Ik voelde een hand rondom mijn middel. Hij trok me omhoog, en ik leunde tegen hem aan.
‘Kom, we gaan naar binnen’, zei hij en ondersteunde me naar mijn huis.
‘Dankje’, wist ik uit te brengen toen we binnen stonden. Ik rilde inmiddels van de kou.
‘Waarom zat je buiten in de regen?’
‘Ik weet het niet.’
‘Waar zijn je ouders?’
‘Op vakantie.’
Hij rolde met zijn ogen.
‘Dat ze een 16-jarige dan alleen thuis laten. Eentje die blijkbaar niet voor haarzelf kan zorgen.’
Ik keek hem verward aan. Wat deed hij hier? Ik dacht dat hij me nooit meer wilde zien.
Ik zag dat hij een deur open trok. De badkamer deur.
‘Kom’, zei hij. Ik liep naar hem toe. Hij hielp me uit mijn natte kleren, en zette me onder de warme stralen van de douche. Ik voelde me ongemakkelijk, maar ook weer niet. Tot mijn verbazing trok hij ook zijn kleren uit, en kwam naast me staan. Zijn lichaam was goddelijk. Hij draaide me om, zodat ik met mijn buik de zijne kon aanraken. Hij omhelsde me. Ik liet mijn tranen gaan.

Interessant, snel weer verder!

:upside_down_face:

Ik volg tot het te heftig voor me word.

Hij hield me vast. Zoals een vader, zijn verloren dochter troostte. Ja, dat was wel de beste beschrijving. En dan verloren in de zin van…de weg kwijt zijn. Geestelijk. Net voordat ik verrimpelde handen kreeg, trok hij mij de douche uit. Hij droogde me af.
‘Shit, droge kleren voor je vergeten’, zei hij.
‘Ik loop wel even naar boven’, zei ik zachtjes en verliet de badkamer. Eenmaal op mijn kamer aangekomen, drong het pas tot me door wat er net gebeurd was. Holy shit. Met trillende handen, van de zenuwen, trok ik mijn mooiste spijkerbroek aan. Wat voor shirtje zal ik hier eens op doen? Ik wist niet waarom ik zo dacht, ik gaf normaal gesproken niets om hoe ik eruit zag. Maar dit was niet normaal. Als ik er nu niet goed uitzag, dan zou hij weg gaan. En nooit meer terug komen. En dan ook echt nooit meer. Dat zei het stemmetje in mij. En ik gaf haar gelijk. Zoals altijd eigenlijk. Uren discussies hebben met mezelf…wetende dat ik haar toch gelijk geef. Verspilde energie. Ik hoorde een klopje op mijn deur. Dat zal hij wel zijn. Ik antwoordde met een ‘’ja’’. Hij kwam mijn kamer binnen en bekeek hem goed. Ik schaamde me. Het was een bende. Hij glimlachte.
‘Je ziet er moe uit…misschien kan je beter je pyjama aan doen en gaan slapen.’
Zonder iets te zeggen trok ik mijn spijkerbroek weer uit, en trok mijn mooiste pyjama aan. Daarna liep ik langzaam naar mijn bed, en ging onder de warme dekens liggen. Het viel me nu pas op, dat hij alleen maar een boxershort aan had. Hij kwam naast me liggen. Zijn armen om me heen.
‘Ik weet niet wat er allemaal aan de hand is, waarom ik terug gekomen ben…’, zijn stem stierf weg.
‘Ik denk dat ik je mistte. Ondanks al je leugens tegen mij. Hoe kon je?’
Ik verstarde. Nee, niet over mijn verleden met hem beginnen. Alsjeblieft.
‘Laura?’
‘Wessel ik…’ de tranen stroomde opnieuw. Wessel trok me dichter tegen zich aan, en troostte me.
‘Het is oké, ik ben niet meer boos op je. Je bent een wrak Laura…zoals ik je net aan trof in de regen. Ga slapen.’
En meteen vielen mijn ogen dicht. Ik was moe. Té moe om ze open te houden, en te kijken naar de jongen waar ik zoveel naar verlang.

Awww :frowning_face: Arm kind

Zo mooi :heart: :smiling_face_with_three_hearts:
Snel verder!

Ah, die Laura. Ik ben nu wel heel benieuwd naar haar verleden. Snel verder!

Helaas gaat dat snel niet lukken. Het is lekker weer buiten, dus ben weinig actief op GS. Ik ga wel proberen alvast verder te schrijven, en dan kan ik het meteen posten als ik weer op GS ben :slightly_smiling_face:

Geniet maar lekker van het weer, en doe maar rustig aan!

Dankjewel! Het is nu te laat om te schrijven.

Hoofdstuk 2

Ik werd wakker. Keek om me heen. Donker. Vermoeid ging ik rechtop zitten om op de wekker te kijken. Half negen ’s ochtends. Wessel lag niet meer langs me. Ik stond op, en trok gauw mijn kleren aan. Ik hoorde keuken geluiden beneden. Rustig liep ik de trap af, trok de deur open, en zag Wessel die boterhammen aan het smeren was.
‘Goedemorgen’, zei hij toen hij me zag.
‘Wat doe je?’ vroeg ik.
‘Ontbijt maken voor jou, ik heb al ontbeten.’
Ik ging aan tafel zitten, en Wessel schoof een bord met vier boterhammen naar me toe.
‘En je eet alles op. Ik fiets nu naar huis, spullen halen. Kleren enzo. Want ik ben niet van plan weg te gaan, totdat je ouders terug zijn.’

Ik was al twintig minuten alleen. Het ging mis. Ik voelde mijn lichaam trillen. Ik wist precies wat dit betekende. Mijn ogen trokken naar het mes toe. Zal ik? NEE. Echt niet. De verleiding bleef. Het vrat me op. Mijn boterhammen stonden nog steeds recht voor mijn neus. Onaangeraakt. Het zweet brak me uit. Fáck. Totdat het te sterk werd. En ik toe gaf.

‘Wat is hier gebeurd?’ riep Wessel verschrikt uit toen hij weer terug kwam, met een koffer in zijn hand. Mijn hand zat onder opgedroogd bloed. Ik geef toe, het was erg uit de hand gelopen.
‘Ik neem je mee naar een dokter’, zei hij en tilde me op. Ik wist niet eens dat ik op de grond zat.
‘Nee.’
‘Laura…wat dan?’
‘Niks’, zei ik schouder ophalend.
‘Wel iets. Waar liggen de verband spullen?’
‘In de kast, in de hal ergens.’
Ik zag hoe Wessel snel naar de kast liep, en alles over hoop haalde. Althans dat laatste hoorde ik. Vloekend smeet hij van alles op de grond. Even later kwam hij terug met de verbanddoos.
‘Doe je hand omhoog.’
Ik deed wat er van me gevraagd werd. Snel verbond hij mijn verwonde hand. Daarna tilde hij me op, en legde me op de bank neer.
‘Ik wil nooit meer zien, dat jij dit jezelf aan doet’, zei hij boos. Heel boos. Een traan viel naar beneden.
‘Wessel…je begrijpt het niet.’ En ik begon te huilen. Hij nam me in zijn armen.
‘Inderdaad’, fluisterde hij. Hij wiegde me heen en weer. Het voelde goed.
‘Moet je een pijnstiller tegen de pijn?’
Ik knikte.
‘Ruim je ook de troep op die je gemaakt hebt?’ vroeg ik.
‘Laura…is dat echt waar jij je zorgen om maakt?’ zei hij en er ontstond een glimlach op zijn gezicht.
Ondanks de situatie, ontstond er ook een kleine glimlach op mijn gezicht.