Verhaal: Hoog

Haai meidn,

Ik heb zoveel inspiratie gekregen!!
Ik hoor graag wat jullie vinden. :upside_down_face:

Het is een psychologische thriller/drama.

Het gaat over Madelief. Madelief heeft een heel gevarieerde groep vriendinnen.
Samen hebben ze een band. Maar Madelief worstelt nog met een niet afgemaakt rouwprocess.
Haar hele leven slaat om als Chiara bij haar in de klas komt.

Chiara betrekt Madelief bij haar eigen vriendengroep, een groep waar Madelief twee jaar geleden niks mee te maken wou hebben.
proloog
Er ligt sneeuw op de grond. Het is ijzig koud en het koele briesje neemt een handje vol sneeuwvlokken mee en laat ze in het rond dwarrelen. De grijze laarzen laten een afdruk van hun profiel achter in de zachte sneeuw. Het maakt een krakend en knisperend geluid als de laarzen de sneeuw pletten. De blonde haren waaien voor haar witte gezicht vol met sproetjes. Haar licht blauwe ogen zijn licht rood gekleurd. Een paar witte sneeuw vlokken zitten verstrikt in haar haar of rusten op haar rode, ijskoude neus. Haar wangen hebben een gezonde blos en ze knijpt haar ogen tot spleetjes om beter in de verte te kunnen kijken. Haar ogen worden groot, zo’n paar meter voor haar is de sneeuw bloedrood gekleurd.

ik lees nooit een proloog maar ben wel geintresseerd

spannend!

Huh

same.

Het is trouwens ‘sproetjes’ geen ‘spoetjes’. En zo zie ik eigenlijk nog meer typfouten/grammatica fouten.

ik heb wel de korte beschrijving gelezen prologen snap ik niet

Uhhh ja, soms is dat de bedoeling van de schrijver…

weet ik das voor de nieuwsgierigheid

maar ik volg

Waarom gebruik je om de haverklap pleonasmen en waarom zie ik zoveel bijvoegelijke naamwoorden in je tekststukje?

Misschien omdat ik er ook veel van gebruikt heb?
Ik heb er expres voor gekozen.
En ik heb maar een pleonasme gebruikt.

Dus jij noemt dit één pleonasme?

Hm. Twee. Sneeuw is altijd sneeuw wit, dat is een.
Sneeuwvlokken zijn altijd wit, dat is er dus ook geen.
De andere twee zijn geen pleonasmes.

Er zijn verschillende manieren waarop je kou kan ervaren en een briesje is niet altijd koel, wel vaak verkoelend. Maar je hebt ook briesjes in de lente en die zijn niet allemaal koel

Inderdaad!
En witte sneeuw vind ik niet echt een storend pleonasme, maar sneeuwwitte sneeuw is wel érg dubbelop :slightly_smiling_face:

Madelief sjokt naar de grote spiegel toe. Een blik op haar horloge verteld haar dat het kwart over 7 is. Ze kreunt zachtjes en haalt snel een borstel door haar halflange, blonde haar. Haar blauwe ogen kijken haar reflectie dof aan en met haar magere vinger veegt ze de zwarte make-up resten uit haar ooghoeken voor ze een nieuwe laag mascara op doet. Ze bekijkt haar outfit. God, wat haat ze haar lichaam toch. Ze is lang, mager, ziet heel bleek en over haar hele lijf zitten sproetjes. Ze heeft een hekel aan haar lichaam. Het valt nog het best te vergelijken met een plank. Al haar vriendinnen hebben al vrouwelijke vormen, net als al haar klasgenoten. Beteuterd kijkt ze naar de lange sweater waar haar petieterige AA cup onder zit. Een stommelend geluid in het trappengat doet Madelief schrikken. Ze hoort het getik van hoge hakken en het gebrabbel van een dronken vrouw. Moeder is thuis. De deur van de master bedroom valt dicht en aan het krakende geluid van de matras veren denkt Madelief te horen dat haar moeder iemand heeft mee genomen. Madelief zucht en ploft in haar bureau stoel. Haar bureau is strak en opgeruimd. Er ligt alleen een stapel schoolboeken en wat schriften. Verder staan er twee fotolijstjes. Op de ene foto stralen de lachende ogen van de knappe man naar haar. Hij heeft warrig donkerblond haar en sprankelende blauwe ogen. Zijn lippen zijn in een vrolijke glimlach gekruld. Een traan rolt vanuit haar ooghoek over haar wang en valt vervolgens op het bureau neer. Ze pakt het andere fotolijstje. Haar blik glijd over de bijna 14 jaar oude foto.

Het is een prachtige lente dag. Het zonnetje straalt, er is geen wolkje aan de hemel te bekennen en alles komt langzaam aan in bloei. Het gras lijkt nog nooit zo groen te zijn geweest en de heerlijke geur van de soorten bloemen vermengt zich met de prikkelende geur van pas gemaaid gras. In het hoge gras zitten twee kleuters te spelen met een transparante doos vol lego blokjes. Het meisje heeft twee prachtige blonde vlechten, met bloem elastiekjes vast gebonden. Ze draagt een rode broek met een witte blouse en witte sandaaltjes. Sip kijkt ze naar de recent omgevallen toren van legoblokken. De jongen draagt een donkere spijkerbroek met een grijs t shirt. Zijn blonde haren staan in de gel en zijn gezicht sprankelt. Zijn ogen en brede lach straalt vrolijkheid uit. Vol triomf gooit hij zijn armen in de lucht. “Gewonnen!”
Al met al is het een prachtige dag. De tuinen van het landgoed zit vol leven en het rustgevende geluid van de fontein tikt door de tuinen heen. Op een paar meter afstand liggen een jonge man en vrouw op een geruit tafellaken in het gras. Op de schoot van de vrouw ligt een fototoestel. Liefdevol hangt ze tegen de brede borstkast van de man aan. Ze lachen toen ze de vreugde van de twee kleuters zien.
En met dank aan de overvliegende zwerm vogels, het geluid van de krekels en het gesnater van de eenden is dit de beste eerste voorjaarsdag ooit.
Zelfs het stel die in de privé tuinen van het landgoed hevig de liefde aan het bedrijven is, kan de voorjaarspret niet verknallen.
De jonge man op het kleed werpt een blik op zijn horloge en krabbelt overeind. Met strakke passen beweegt hij naar de kleuters toe. Zijn sterke kaaklijn, ietwat ongeschoren baardlijn en heldere ogen werpen een Scandinavisch licht over hem heen. Hij hurkt naast de kleuters en gooit een handvol legoblokken terug de bak in.
“Kom je mee, Björn?”
Vraagt hij de jongen. Met een sip gezicht knikt hij.
“Oké, pappa.”
De man geeft het meisje een flinke aai over haar bol en met de legodoos onder zijn arm en het kleine handje van Björn in zijn grote hand loopt hij naar het gigantische huis toe. De jonge, eveneens blonde, vrouw werpt het laken over haar schouder heen en rent achter de man en de jongen aan. Het kleine meisje staart naar het gigantische landhuis met de donkerrode dakpannen en de elegante uitstraling. Met gebogen hoofd loopt ze de bossen in, zoekend naar de weg naar huis.

De tranen stromen over Madeliefs wangen als ze de foto terug zet. Ze grijpt haar tas van haar bed af en dendert de trap af. Madelief smijt gehaast de voordeur dicht en stapt op haar fiets. Ze moet opschieten. Straks is ze nog te laat voor de repetitie.

Ohja sorry:$

Geeft niets!

Je hebt gelijk! Ik heb het aangepast :hugs:

Madelief kijkt vragend naar de piepende deur van de garage. Hoe kon het ook anders, denkt ze als ze het zwaar opgemaakte gestalte van Savannah binnen ziet komen.
Savannah’s licht bruine haar valt perfect gesteild over haar magere, zonnebank gebruinde schouders.
“Hallo, popjes!”
Haar hoge, irritante stem weerklinkt schel door de garage.
“Ook goedemorgen, Sav. We zijn al een half uur aan het wachten!”
Iris kijkt Savannah nors aan terwijl ze dat zegt. Savannah haalt haar schouders op.
“Sorry, scheet. Mijn wekker drong niet tot me door dus kwam een halfuur te laat mijn bed uit. Make-up en zo, je weet toch?”
Savannah smakt even met haar perfect rood gestifte lippen. Haar gezicht is dicht geplamuurd met dikke lagen foundation en haar wenkbrauwen zijn niets meer als een paar dunne streepjes, die ook nog eens getatoeëerd zijn! Savannah heeft ook nog een tatoeage op de binnenkant van haar pols staat. En nog een originele ook, een infinity teken. Bah! Madelief haat tatoeages. Toch is Savannah niet de enige vriendin die ze heeft. Iris hele linkerarm is onder getatoeëerd. Net als haar onder rug en haar borsten. Iris zelf is wat alternatief. Haar haar veranderd met de maand van kleur, momenteel is het geel. Nee, niet blond. Geel. Net zo geel als de paardenbloemen die als onkruid heersen over Madeliefs onverzorgde voortuin. Iris trekt haar gepiercde wenkbrauw op en staat op.
“Nee, dat weet ik niet, scheet!”
Zegt ze op een botte manier.
“Ik zelf, heb namelijk helemaal geen make-up troep nodig om mooi te zijn!”
Savannah kijkt haar verontwaardigd aan.
“Nee, jij tatoeëert je hele lichaam onder, zodat je tenminste nog aandacht krijgt van lelijke, dikke motormuizen, net als jij!”
Madelief kijkt Savannah boos aan. Ja, Iris heeft een wat stevigere bouw, maar dik is ze niet. Het liefst zou ze er wat van zeggen, maar ze doet het niet. Net als Anna zit ze stil toe te kijken. Zij houden niet van confrontatie. Iris heeft even nagedacht als ze haar mond weer open trekt.
“Ík heb in ieder geval een vaste relatie, ík ga niet voor elke gespierde, homo hockey jongen met mijn benen wijd!”
“Ik krijg tenminste jongens met een goed lichaam, hoe zwaar weegt Michael ook al weer? En lieffie, doe maar niet schijnheilig, alsof jij hier de maagd bent!”
Iris zucht diep en kijkt Savannah strak aan.
“Ik heb al twee jaar een relatie, logisch dat ik geen maagd meer ben! Domme, uitslovende, bekakte hockey…”
“Stop nou, alsjeblieft!”
Smeekt Anna naast me. Haar hoge meisjesachtige stem beeft een beetje.
“…hoer.”
Snel maakt Iris haar zin af. Savannah maakt een smakend geluid met haar lippen.
“Goed, we gaan repeteren.”
Zegt Madelief snel voordat Savannah wat terug zegt. Savannah haalt haar schouders op.
“Ben mijn gitaar vergeten.”
Iris maakt een grommend geluid.
“Verdomme wat doen we hier nog, dan?”
Savannah haalt haar schouders op en loopt de garage weer uit. Met een smak wordt de deur dichtgesmeten. Iris gromt en stampvoet dan ook de garage uit.
“Geniet van de laatste dagen vakantie!”
Snauwt ze ons nijdig toe. Anna en Madelief blijven achter. Anna zucht en aait door haar donkerbruine haar.
“Wat moeten we nou, Madelief?”
Madelief haalt haar schouders op.
“Ik ga ook maar, denk ik.”
Anna knikt en beteuterd speelt ze wat toetsen op het keyboard.
“Goed, fijne vakantie nog. Ik zie je nog wel op school, oké?”
Madelief knikt en glimlacht naar haar.
“Is goed.”
Madelief pakt haar fiets en bekijkt de strakke lucht. Ze bedenkt zich over wat ze eens zou gaan doen. In plaats van dat ze rechtdoor fiets om naar huis te gaan, fiets ze de straat waar Anna woont, verder in. Er staan kasten van huizen. Ze liggen ver van elkaar vandaan. Maar Madelief weet dat het huis waar ze zo regelrecht naar toe fietst, groot is in de overtreffende trap. Ze fietst voorbij het laatste grote huis en een grote, groene tuin raast voorbij. De tuin is wat verwilderd. Madelief springt van de fiets af en zet hem tegen het grote hek aan. Met een zwaar gevoel in haar maag bekijkt ze het verwaarloosde huis. Haar ogen vullen zich met tranen.
Vroeger was dit een elegant huis met veel marmer en zelfs glas in lood ramen het straalde rijkdom en toegankelijkheid uit. Maar nu is het niet meer als een horror huis. Sinds het leeg is komen te staan, heeft niemand het gekocht. Zelfs voor inwoners van de dokterbuurt was het veel te duur. Het heet de dokterbuurt in de volksmond, veel van de inwoners hebben goede banen, dokters, psychologen of piloten bijvoorbeeld. Madelief duwt het krakende hek open en loopt op de Amerikaanse brievenbus af. De naam is nog steeds niet veranderd en de tranen lopen in haar ogen.

Jørgen, Bente & Björn Møller.

Madelief veegt de tranen weg en bekijkt het enge huis. Ze schud haar haren uit haar gezicht en draait zich om.
“Hé, Madelief!”