[Verhaal] Hij.

zeg maar als jullie het leuk vinden of natuurlijk tips hebben, ik ben nog een beginner.

‘Kijk Luna op die foto!’ riep m’n beste vriendin Karin toen we de foto’s van deze middag bekeken. We waren naar een festival in de stad gegaan. Charlotte had veel foto’s gemaakt en nu wou ze ze gaan bewerken, maar eerst wilde Karin en ik ze zien.
‘Karin, we zien die foto’s dadelijk wel. Eerst bewerk ik ze leuk.’ Vond Charlotte, maar we wisten hoe dat ging, dan hadden we dadelijk allemaal foto’s zonder haar. Omdat ze er ‘slecht’ op zou staan…
Dan komt m’n irritante broer Dennis binnen. ‘Kunnen jullie wat stiller zijn? Anna en ik zijn druk bezig.’ M’n vriendinnen beginnen te giechelen terwijl ik een kussen naar hem gooi en roep: ‘Doe voortaan wat kleren aan sukkel!’
Ik klik op de volgende foto, een foto van ons drie en Dana, een meisje dat we daar hadden ontmoet. Links van mij staat nog een jongen, bruinere huid, zwarte haren, bruine ogen, sexy blik in zijn ogen… En geen t-shirt aan. Hij staart naar me op de foto, naar mij. Raar, ik had hem niet gezien daar.
‘Hij is zo sexy.’ zeg ik terwijl ik naar hem wijs zodat mijn vriendinnen weten wie ik bedoel. ‘Raar, ik hem heb daar helemaal niet gezien… En zo druk was het daar niet. Zo’n sexy figuur zou me toch moeten zijn opgevallen.’ zegt Charlotte. Karin knikt heel serieus en zegt dan: ‘Nou… Hij staart naar jou Luna, dus jij mag hem hebben. Het is een lekkertje.’
Ik wordt rood en Charlotte begint de foto’s op onze hyves te zetten. ‘Weetje wat we nog missen?’ zegt Karin, ‘Een super rare foto van ons drie!’ En meteen pakt ze haar fototoestel, stelt de timer in en zet 'm op mijn bureau neer. We trekken alledrie een raar gezicht en uploaden de foto op de computer voordat we er naar kijken. ‘Ik wil die foto als m’n profielfoto op hyves, want ik weet gewoon zeker dat dat de leukste foto is!’ zucht Charlotte en als we op haar profielfoto klikken, beginnen we alle drie te gillen.
Op die foto staat die lekkere jongen. Hier, op m’n kamer. Dat kan toch helemaal niet? Het duurt even voordat ik besef dat ik kan stoppen met gillen en als ik stop is het doodstil. Karin is de eerste die weer wat durft te zeggen. ‘Dat. Kan. Niet.’

Ik vind het op zich wel een leuk bedacht onderwerp. Maar het leest in het begin wel wat irritant.

^ Klopt. Je interpunctie klopt niet.

Sorry jullie hebben inderdaad gelijk. ik zal het proberen te verbeteren.

Het was heel gezellig geweest met ons vriendinnengroepje in de stad tijdens een festival.

Dat is gewoon een te lange zin naar mijn mening.

Sowieso, het was geweest klopt al niet. Iets wat was, is ook al geweest.

Ik vind het best goed. En meteen ook best spannend! (:

Charlotte kijkt me aan. Ze lijkt bang. Heel bang. Zo bang had ik haar nog nooit gezien… Niet toen haar moeder bijna van een brug afviel… Niet toen haar neef ons wou vermoorden… Nog nooit… ‘Ik ben weg.’ zegt Charlotte terwijl ze opstaat. Ze loopt naar de deur, maar voodat ze hem kan opendoen horen we opeens dat de deur op slot wordt gedraaid. Ze draait zich om en kijkt nog banger als eerst. Ik zie dat ze twijfelt van wat ze gaat doen, maar Karin beslist voor haar.
‘Dennis! Dennis! Doe die deur open!’ begint Karin te roepen. Charlotte en ik beginnen mee te roepen. Het is vast gewoon een domme grap van Dennis, zo iets doet hij wel vaker. Niks om je zorgen over te maken.
Dan trilt m’n mobiel. We stoppen met roepen en kijken elkaar aan. Zou het die jongen zijn? Ik kijk Karin aan, ze ziet er niet goed uit. Misschien denkt ze nog aan haar nichtje, dat vorige maand is overleden. Vier jaar was ze… Ze was alles voor Karin. En nu hebben we te maken met een spook… Zou Karin denken aan haar nichtje? Zou ze hopen dat haar nichtje nog hier op aarde is? als spook?
Ik besluit toch maar m’n mobiel te pakken, want ik moet gewoon weten wat er in de sms staat. Ik ben te nieuwsgierig.
Hou op met dat geschreeuw, ik hoor t tot buiten. Ik ben ff naar de bieb zusje. xx
Ik zucht en duizenden gedachtes vliegen door mijn hoofd. Dennis heeft niet de kamer op slot gedaan. Anna ook niet… Er is iemand of iets anders…
‘Luna… Wat staat er in het smsje?’ vraagt Karin voorzichtig. Ik laat haar het smsje lezen en ze schrikt. Ze zegt precies wat ik denk en Charlotte wordt lijkbleek. ‘We kunnen ook via het raam naar buiten?’ maar zodra ik het zeg weet ik al dat het niet gaat. Het raam vliegt met een knal dicht en het enige wat ik weet te zeggen is: ‘Die jongen is een spook…’

Enige is al het enige, dus enigste kan niet.
Het bestaat niet eens. :’)

Het gaat naar mijn idee te snel, je beschrijft niets van de personen, de omgeving en dergelijke.

klopt… ik had niet veel tijd… ik heb het nu proberen wat te verbeteren.
wat vind je?

Als je niet veel tijd hebt moet je niet schrijven, zoiets vergt gewoon veel tijd.
Maar het is niet mijn soort verhaal, geen idee waar het aan ligt.

Karin kijkt me bang aan. Ik zie dat ze ieder moment in huilen uit kan barsten. Karin… M’n beste vriendin… Huilend… Dat was toch iets nieuws voor me… Ik had haar nog nooit zien huilen. Die 12 jaar dat ik haar kende, had ze nog nooit gehuild. Niet toen ze haar vriendje, waar ze al vier jaar verkering mee had, betrapte in bed met een andere meid. Niet toen haar hond stierf… Nog nooit. En nu, zat ze hier naast me, huilend… Omdat we werden opgesloten door een ‘spook’.
Ik sla m’n armen om haar heen en zeg: ‘Het komt allemaal goed. Het is vast een of andere domme grap… Ik bedoel… Dat die jongen op de foto stond is inderdaad heel raar… Maar het komt allemaal goed. Dat beloof ik je.’ Ze blijft huilen en ik laat haar niet los. Ik wieg haar langzaam heen en weer terwijl Charlotte op haar knieën zit… Nog steeds lijkbleek pakt ze haar telefoon en belt huilend naar Twan. Als ze beseft dat Twan op vakantie is in Frankrijk smijt ze har telefoon in de hoek en begint ook te huilen.

Niet toen haar neef haar ons wou vermoorden…

Hier ben ik opgehouden met lezen. Echt, lees het tien keer over voordat je het post.

fouten maken is menselijk, maar ik ben blij dat je me erop wijst :wink:

Ik kruip naar Charlotte toe en omhels haar ook. ‘We zitten misschien opgesloten, maar dadelijk komt Dennis en dan komt alles goed. We zitten hier samen en samen zijn we sterk.’ Karin kijkt op en glimlacht door haar tranen heen. ‘Je hebt gelijk Luna… Wij drie samen. Zo zijn we sterk.’ Ik knik en ze laat me los. Ze veegt de tranen van haar gezicht af en zegt dan: ‘Oh Luna! Je nieuw t-shirt is helemaal nat van m’n tranen! Sorry schatje!’ Typisch weer iets voor Karin om nu een drama te gaan maken over een t-shirt… Volgende week komt ze vast aan met een nieuw t-shirt voor me. Deze had ze ook al voor me gekocht. ‘Dat t-shirt is toch helemaal niet belangrijk, als een vriendin moet huilen, troost ik haar. Een t-shirt gaat wel in de was.’
Charlotte blijft alleen maar huilen en opeens besef ik het. ‘Je… Je weet dat ik met Twan heb gezoend…’ Charlotte kijkt me aan en begint nog harder te huilen. ‘Je weet dat ik nog van hem houdt… Ik weet dat het al vier maanden uit is tussen ons, maar…’ Ik zucht en kijk Charlotte aan. Dit gesprek hadden we al zo vaak gehad… Ik ben op Twan, Twan is op mij. Zij houdt nog steeds van hem, ook al is het al vier maanden uit en heeft ze verkering met Joris. ‘Charlotte, sorry… Maar ik hou van Twan en hij houdt van mij. En ik dacht dat je ook heel veel van Joris hield…’
‘Aaaaaaah!’
Geschrokken draaien Charlotte en ik ons om. Karin wordt door iets of iemand getrokken naar hem raam. Ze stribbelt tegen, maar het lukt haar niet. Charlotte en ik bedenken ons geen momenten als we merken dat degene die haar meesleurt haar uit het raam wil laten springen. We rennen naar Karin toe en we trekken haar terug. In het begin lukt het een beetje, maar de kracht wat haar het raam uit wil laten springen wordt ook sterker. ‘Ik wil niet sterven! Als ik uit het raam spring ben ik dood! Ik zit op de derde verdieping!’ Ik denk razendsnel na, ze kan inderdaad niet uit het raam springen, dan is ze zeker dood… Je kan alleen het raam gebruiken als je op de dunne richel gaat staan en zo naar het platte dak loopt en dan het dakluik gebruikt.
Charlotte en ik proberen Karin zo ver mogelijk van het raam weg te trekken, maar opeens trekt de onbekende kracht zo hard, dat we haar loslaten. ‘Neeeeeeeee!’ gilt Karin. En dat is het laatste wat we uit haar mond hoorden voordat ze uit het raam wordt getrokken…

[b]‘Karin!’ We rennen naar het raam en kijken naar beneden. Daar ligt m’n beste vriendin. Roerloos… Dood? Ik moet er niet aan denken. Ik wil haar niet kwijt. Ik kan haar niet kwijtraken. Dat kan gewoon niet!
Ik merkte niet eens dat ik aan het huilen was. Ik merkte niet dat Charlotte 112 belde. Vaag hoorde ik het geluid van een sirene verderop. Vaag zag ik mensen naar Karin toe lopen. Ze tilden haar op. Legde haar op de brancard. Ze zeiden iets, maar ik verstond het niet.
Een van de ziekenbroeders keek omhoog. Naar mij. Er ging een schok door me heen. Dat was die onbekende jongen!

‘Luna? Ben je wakker?’ DIe stem klinkt zo ver weg. Ik herken de stem ook niet. Net alsof iemand tien kilometer verderop staat, maar je diegene toch kunt horen. ‘Luna?’ Luna… Dat komt me bekend voor… Opeens weet ik het allemaal weer. Ik ben Luna! En Karin… Mijn beste vriendin… Karin is in het ziekenhuis… Als ze tenminste nog leeft… Maar… Waar ben ik?
‘Luna, schatje, doe je ogen open.’ Twan. Die stem herken ik wel. Uit duizenden. Langzaam open ik mijn ogen en kijk verbaasd om me heen. Ik had gedacht dat ik gewoon op m’n eigen kamer zou zijn, maar dit is alles behalve m’n kamer.
‘Schatje, Charlotte heeft me alles verteld van wat er is gebeurd. Toen Karin was gevallen… Of ja, gevallen… Ik geloof jullie verhaal… Maar voor de dokters is dat natuurlijk moeilijker te geloven. Maar Charlotte zei dat je opeens flauwviel. Helaas viel je de verkeerde kant op. Je viel zo uit het raam… Gelukkig stond daar die jongen die je wist op te vangen… Maar het leek de ziekenbroeders beter om je toch even mee te nemen naar het ziekenhuis. Een val van de derde verdieping is natuurlijk niet niks.’
Nu Twan het me allemaal vertelde werd ik weer misselijk. 'Die jongen die me opving… Dat was de jongen van die foto… Ik ben bang Twan. 'Huilend klemde ik me tegen hem aan. Daar voelde het veilig. Hij wreef over m’n rug, liefdevol, beschermend. ‘Hoe is het met Karin? Ze leeft toch wel nog?’
Twan knikte langzaam. ‘Ja, ze leeft nog. Maar ze kent geen liefde meer…’
Er rolt een traan over m’n wang. Ik ben m’n beste vriendin kwijt.[/b]

Eigenlijk is het best wel raar. Ik bedoel: hij hoort dat ze gilt maar denkt niet van: ‘Misschien is ze in gevaar ofzo.’ Ja, sorry niet negatief. Gewoon opgevallen