[Verhaal] het was een ongeluk.

hee,
ik heb dus een verhaal geschreven, nouja, een deel van.
Het is nog lang niet klaar.
maar ik vroeg me af wat jullie ervan zouden vinden.
ik hoor graag kritiek (= want dan kan ik weer dingen verbeteren.
ook al vind je het een vet waardeloos verhaal, tell me!
en ja ik weet het mijn titel is waardeloos, maar moet nog iets bedenken
njaa
have fun!

Het was een mooie zomerdag in Juni. Het was echt lekker warm en ik zat in mijn hempje samen met een paar vrienden op de skatebaan te hangen.“Anna!” werd er geroepen, ik keek om en zag Jasper aan komen lopen met zijn skateboard onder zijn arm. Jasper was best wel knap, dacht ik bij mezelf. Hij had lang bruin haar dat in de zon glinsterde. Ik liep naar hem toe, gaf hem een knuffel, en zei gedag. Daarna liep ik weer terug en ging in mijn eentje op de mini zitten en staarde een beetje voor me uit. Ik zag hoe de jongens allemaal kunstjes deden, en door elkaar aan het skaten waren. Het lijkt me zo moeilijk. Natuurlijk wist ik dat ze allemaal heel lang hebben geoefend, maar dan nog. Ik wou dat ik dat allemaal kon, en ik zag mezelf er al tussen skaten en mooie trucjes doen. Een salto hier een sprong daar. Iedereen keek en applaudisseerde naar me.”Aarde aan Anna!?” hoorde ik iemand roepen. Ik schrok op uit mijn dagdroom en keek op wie er riep. Het bleek Thomas te wezen.

“Oow, haai” zei ik terug tegen hem, ik stond op en gaf hem een knuffel. “Gaat het wel?” vroeg Thomas aan mij. “Je zit hier zo alleen, voor je uit te staren”. “Nee, alles is goed hoor, mij mankeert niks”.”Okee, als er iets is moet je het zeggen hoor” zei die met een ongeruste toon. Ik gaf hem nog een knuffel, daarna sprong Thomas van de mini af en skatete zo verder naar de halfpipe. “En toen was ik weer alleen” zei ik tegen mezelf. Ik keek nog even naar Jasper en Thomas die als een paar vliegen van links naar recht gingen.

Al snel was ik weer aan het dagdromen over hoe Jasper en ik later samen zouden wonen, in een lekker warm land. We zouden een groot huis hebben en een enorme tuin. Elke dag zou de hemel lichtblauw wezen zonder dat je een wolkje zou kunnen bekennen. We hadden 2 kinderen, waarvan de oudste het mooie gitzwarte haar van Jasper zou hebben ge-erft. De ander zou net als mij blond zijn met een paar diepblauwe ogen. Zij zouden met elkaar in de tuin aan het ravotten zijn, terwijl ik en Jasper een lekker boek lezen.

Opeens werd ik opgeschrikt en hoorde ik een schreeuw! Ik keek om en zag nog net dat Jasper van de halfpipe viel. Hij strekte zijn armen uit om Thomas nog vast te kunnen pakken, maar het was te laat. “Nee !!” schreeuwde Thomas. Op dat moment lach Jasper ook al op de grond. Ik sprong overeind en rende naar de halfpipe toe om te kijken hoe het met Jasper was. Hij lag met zijn armen raar om zich heen, en ik zag een rode plas tussen zijn bruine haren verschijnen. Ik voelde de tranen al over mijn wangen stromen, en hoorde mezelf voortdurend “nee, het kan niet waar zijn” zeggen. Ik zag niks anders meer voor me dan zijn hoofd. Hoe zijn haar iets voor zijn ogen zat, en zijn mond een tikkeltje open stond. Niek was aan het voelen of hij nog wel een hartslag voelde, terwijl Thomas 112 aan het bellen was. “Ik voel geen hartslag” hoorde ik Niek zachtjes zeggen. Het kon niet waar zijn, niet nu! Hij moest weten wat ik voor hem voelde, en ik zou de rest van mijn leven met hem samen zijn.

Ik wist dat ik hem kon helpen, maar was het het waard? Zijn leven zou in 1 klap veel moeilijker worden, net als het mijne. Ik hoorde een stemmetje in mijn hoofd zeggen dat ik het niet moest doen, maar die negeerde ik. Ik ging het proberen want het was of dit of hij gaat dood. Ik had geen andere keus, ik zou hem niet kunnen missen.

Ik kroop dichterbij en boog over zijn bezwete lichaam. Naast mij lag een stukje glas van een kapotgeslagen bierflesje, ik raapte het op en sneed in mijn vinger. Het deed best wel zeer, maar ik had alles er voor over om Jasper nog te kunnen redden. Er kwam een druppel donker-rood bloed uit, die ik in de mond van Dennis liet vallen. In mijn gedachten zei ik de woorden van de Oude taal, en ik legde mijn hand op zijn bruin-getinte borst. Het was lang geleden dat ik de woorden had uitgesproken en ik hoopte dat ik het allemaal goed deed. Een paar minuten later gebeurde er nog niks, en mijn hoop verdween langzaam. “nee,nee het mag niet, het kan niet!” hoorde ik mezelf snikken. “wat mag niet?” vroeg Niek aan me. Ik antwoordde niks terug want dan zou hij vermoedens kunnen krijgen over wat ik aan het doen was. Hij zou het niet mogen weten. Nooit niet. Opeens hoorde ik iets bonken, onder mijn hand. “Hij leeft nog!” riep ik uit blijdschap tegen Niek. “Maar zijn hart was gestopt met kloppen” zei Niek met een ongeloof in zijn stem. “Voel zelf maar”, en ik legde zijn hand op de borst van Jasper. Zelf wist ik natuurlijk ook wel dat hij dood was geweest, maar ik kon ze moeilijk uitleggen wat ik had gedaan.

Jasper opende zijn ogen, en keek me recht in mijn gezicht aan. “Wat is er gebeurd?” vroeg hij. Ik zei dat hij was gevallen en dat hij bewusteloos was geweest. Zou het goed wezen om hem te vertellen wat ik hem eigenlijk heb aangedaan?, vroeg ik mezelf af. Lang tijd om na te denken had ik niet. Thomas en niet kwamen er namelijk al aan met de ambulance-broeders De 2 in oranje geklede mannen liepen naar Jasper toe, en keken naar zijn hoofd. Hij heeft vast een hersenschudding; dacht ik bij mezelf. Een van de ambulance-broeders zei; “Als je nog iets harder was gevallen, was je er waarschijnlijk niet meer geweest”. “Je hebt echt mazzel gehad” zei de andere man. Terwijl ik het gesprek half volgde, keek ik even op mijn mobiel. 1 gemiste oproep stond er in grote zwarte letters. “Shit, ik had al thuis moeten zijn” mompelde ik tegen mezelf. Ik liep naar Thomas toe om te zeggen dat ik toch echt naar huis moest gaan. Thomas kwam net op dat zelfde moment ook al naar mij toe lopen. “Zou je het erg vinden als Niek en ik met Jasper meegaan naar het ziekenhuis?”, “Nee hoor, ga maar, ik moet toch naar huis”

Het werd al donker toen ik halverwege huis was. Zou ik wel de goede keus hebben gemaakt, zou hij dood niet beter af zijn geweest?. Allemaal gedachten gingen door mijn hoofd. Wat zou de rest ervan zeggen als ze het te weten komen? Die gedachte schrok me direct al af. Ze zouden het verschrikkelijk vinden, ik had het niet mogen laten gebeuren. Maar wat had ik anders moeten doen?, hem dood laten gaan? Rustig Anna, denk aan vrolijkere dingen. Ik begon te denken aan hoe het was voor het ongeluk. Het was vredig en mooi geweest zoals het allemaal was, en zo zou het nooit meer wezen. Nooit meer…

Ik ben al meteen gestopt met lezen na zin 1.
Je begint zo standaard met “het was een mooie lentedag…” en nog iets waar ik me aan stoorde was het woord “hempje”.

vet leuk! ga verder

leuk, maar wat voor iets raars deed zij :?

haha, daar ben ik zelf ook nog niet helemaal uit. ik moet nog even wat verzinnen… maar het gaat wel een beetje de fantasykant op denk ik… ik weet ook niet of ik ook nog wel verder ga schrijven hoor. dat moet ik ook nog even zien.

ik ben de eerste zin alweer een beetje aan het aanpassen, hij was idd best wel standaard. (haha, dit kwam omdat ik tegen mijn broertje zei; jaa ik ga een verhaal schrijven. en hij zo; haha ja en het begint zeker met; ooit lang geleden blablabla. haha ik neehee ik doe; het was een mooie warme dag xD haha ook al lekker standaard. )
maar okee, deze heb ik anders gedaan.

alvast bedankt voor de reacties.

up? (AA)

'k vind het niet echt geweldig
veel schrijffouten en onrealistische dingen.
die jongen kan niet ineens in een plas bloed liggen
en dan maar een hersensschudding hebben.
En heette hij niet jasper? Je zei een keer Dennis.

hier ben ik het mee eens… dit is een flutreactie want je hebt er niks aan vanwege dat er geen tips ofzo bijzitten.