[verhaal] Herinneringen-dagboek

Hey! Dit is niet een normaal verhaal, maar meer een soort dagboek van dingen in het verleden en dan mijn vizie er nu op. Ik verander sommige dingen en namen zodat mensen niet weten wie ik ben, hahaha. Ik weet niet, misschien vind je het wel interessant om te lezen. Er zit ook fictie in verwerkt omdat ik niet elk gesprek woord voor woord kan herinneren, en sommige dingen laat ik weg.

Ik hoop dat je het leuk vind! En een fijne Sinterklaasavond! Xx

Twee jaar geleden zat er een klein, tenger meisje bij de dokter. Haar halflange bruine haar was omgekamd en ze zag er verwardt en onverzorgd uit. Ze ging bijna naar de middelbare school, en nadat ze vijf jaar gepest was hoopte ze op een schone lei. Maar toen kwam de buikpijn. Tijdens het eten, tijdens het boeken kaften, terwijl ze achter haar computer zat op aan het schrijven was. Ze werd ermee wakker en ging er mee slapen. “Stress,” zei de dokter. “Je hebt een opgezetten darm.”

Nu voel ik me net weer als dat meisje.
Oke, een paar dingen zijn anders. Ik zit niet bij de dokter, maar achter mijn computer. Mijn haar is een stuk langer en zit in zijvlecht. En ik heb geen schone lei nodig. De eerste klas was een verschrikking. Het pesten ging door en werd eigenlijk alleen maar erger. Vorige zomer dacht ik weer aan de nieuwe ik en dat het allemaal weer beter zou worden. Elke zomer die ik me kan herinneren ging zo. En elk schooljaar ook. Maar vorig schooljaar was anders. Ik had een echte, oprechte, beste vriendin. Niet zoals Berna, die me gebruikte om niet alleen te zijn, en als de kans voorkwam me meteen liet vallen als Britt langskwam. Nee, ze liet me niet vallen, ze duwde me op de grond en trapte me de grond in, als een kakkerlak, of een leeg blikje drinken, kauwgom waar de smaak van af was. Britt was nota bene de ergste pestkop.
En zo was Karlijn ook. En Caroline. En Marlou. Eigenlijk stond ik de hele tijd alleen, ik zag het alleen niet. Elk zeldzame moment dat iemand naar me glimlachte was uit medelijden. Maar ik had niks aan medelijden, dezelfde kinderen keken snel de andere kant op als ik weer werd beschuldigd zonder reden, of werd uitgescholden.
En toen de verschikkelijke eerste klas. De pesters waren naar een andere school, maar er kwamen weer anderen. Want de meelopers gingen mee. En die zochten gewoon weer iemand die de touwtjes in handen nam. En dat deden ze. Maar deze keer was het anders. Op de basisschool kenden iedereen elkaar. Jaren zaten we bij elkaar in de klas, onze ouders waren allemaal bevriend en sommige juffen en meesters behandelden ons als hun kinderen. Daarom voelde het altijd wel alsof ze me spaarden, op de een of andere manier. Maar Sam en Leon waren onverbittelijk. Dat ging verder dan in de pauze of tijdens de les me treiteren. Niet dat erg fijn was, maar deze jongens tuften op mijn zadel, maakte mijn winterjas kapot en fietsten me achterna als ik naar huis ging, al schreeuwend en uitscheldend. En het was niet alleen zij tweeën, de helft van de jongens liepen vrolijk met ze mee. Want het was toch allemaal maar een grapje?
Maar wat had ik fout gedaan? Ik heb nogal de gewoonte om alles op anderen af te schuiven. Maar dit klopte niet. Ik was in een andere klas met andere kinderen, de pesters waren weg, alles was toch oke? Waarom begon het allemaal weer opnieuw? Er moest wel iets mis met me zijn. Maar mijn haar was doorgekamd, ik droeg leuke kleren, had een andere bril en lachte heel veel. Waarom zagen ze me nog steeds als een makkelijk doelwit? Ik snapte het gewoon niet.
Misschien had ik wel gewoon heel erg pech. En ik was zeker niet zo zelfverzekerd als ik dacht dat ik was. Ik wist toen nieteens hoe zelfverzekerd zijn voelde, ik had het nooit meegemaakt. Ook niet onder mijn vrienden. Bij al de vriendinnen die ik ooit heb gehad was ik telkens bang dat ik ze kwijt zou raken. Behalve bij Shannon.

  1. November 2011

Het was halverwege november en het was ijskoud. Ik kwam er net achter dat mijn vierde uur was uitgevallen, wat fijn dat mijn klasgenoten me hadden ingelicht. Niet dus. Met een rood hoofd stond ik bij de congiërge terwijl hij me vertelde dat het lesuur was uitgevallen en dat ik dus geen te laat-briefje meehoefde. Ik ging in de aula zitten en kwam tot de conclusie dat ik mijn oortjes was vergeten en dus het hele uur letterlijk niks te doen had. En toen zag ik een klein tenger meisje lopen met halflang, bruin haar. Haar haar krulde meer dan dat van mij en ze had donkerbruine ogen. Ze kwam binnenlopen en het zag er naar uit dat zij ook een studieuur had. “Hoi.” Zeg ik. Ze keek om haar heen, waarschijnlijk dacht ze dat ik het niet tegen haar had. “Hé.” Zegt ze. “Heb je ook een studieuur?” “Ja, maar ik heb niet zo’n zin om bij mijn klas te gaan zitten. Ik ben Carmen trouwens,” zeg ik. “Ik ben Shannon. Ik heb ook niet zo’n behoefte aan mijn klas op dit moment… Kan je ik bij je komen zitten?” antwoord ze. “Ja, tuurlijk,” Ze komt zitten. “Waarom heb jij geen zin in je klas?” zeg ik. Ze begint een beetje te blozen en stottert; “Oh, gewoon. Ik… Ik wilde gewoon even alleen zijn.” “Oh, sorry.” Lach ik. “Nee, zo bedoel ik het niet.” Lacht ze mee. “Ik wordt meestal alleen maar gepest als ik mijn klas kom zitten. Ik weet niet waarom, maar ze zijn altijd zo gemeen.” Flap ik eruit. Ik ben nog nooit zo spontaan geweest. Meestal lieg ik nog liever dat ik immens populair ben en een vriendje van zeventien heb dan dat ik toegeef dat mijn beste vriendin niet naast me wil zitten tijdens biologie. Maar ik vind het wel leuk bij me staan. Het voelt net zoals die keer dat ik erachter kwam dat legergroen en wit veel beter mbij mijn huidskleur past dan de gewoonlijke donkerblauw en grijs die ik draag. Niet dat ik nu vaker legergroen draag, maar toch. “Ja, bij mij eigenlijk ook.” Zegt ze. “Ze hebben me weggejaagd en zeiden dat ze niet willen dat ik er ooit nog bij kom zitten.” Ik was verbaasd dat ze ook gepest werd, wat een toeval. Blijkbaar hoopt ze dat ik snel vergat wat ze net zei, want ze vraagt opgewekt; “Ach ja. Kamertje verhuren?” terwijl ze een toetsblok ophoog houdt. “Oké.”
Tijdens het doelloos invullen van de blokjes op het toetsenbord raken we aan de praat. Ze vertelt over dat haar kleine zusje weggepest was om haar oude basisschool en daarom naar een andere ging, waar iedereen dacht dat ze een jongen was. Ze zegt dat de jongens in haar klas zeggen dat ze een snor heeft, en op mevrouw Versteegh lijkt, een vrij lelijke docent. Mini-Versteegh werd ze genoemd. Ik vertel over mijn klas. Dat het al in groep vier begon en nooit is opgehouden. Dat ik moe ervan was, alsof ik telkens maar aan het rennen was en nooit stil kon gaan zitten. Dat ik nooit kon gaan liggen, en even mijn ogen kon sluiten. Maar ik vertelde niet over mijn broer. Ik kan het nieteens over mijn hart verkrijgen dat ik het hier op zou schrijven. Ik weet niet of ik dat ooit zal kunnen.