[Verhaal] Hel op aarde.

Ik ben al een tijdje bezig aan dit verhaal, die zo te zien een hele *uche* originele titel heeft.

Ik ga niet al te veel verklappen over de inhoud, want ik houd het graag spannend. De titel kun je overigens wel letterlijk nemen. (;

Hier alvast een klein stukje:

Als je me zou vragen wat er precies gebeurd is kan ik dat niet goed beantwoorden. Ik herinner het me amper. Alleen de lichtflitsen, de felle, lichte kleuren. Het idee dat ik zweefde, maar toch met beide benen op de grond stond. Geen geluid; alsof mijn oren niet meer functioneerden.
Daarna kwamen de donkere kleuren. Eerst had ik geen temperatuur gevoeld; nu werd het eerst ijzig koud en daarna zou benauwd dat ik amper meer adem kon halen. Rode en zwarte lichtflitsen tot zo ver ik kon zien. Een brandende pijn in mijn schouder. En het zwart. Alles werd zwart.

Jink(e/i) toch! :'D
Verderrr.

Ik kreeg trouwens wel het liedje ‘Hemel en aarde’ in mijn hoofd door die titel. xd

nog een stukje (:

Versuft open ik mijn ogen. De wereld is wazig en het lijkt alsof overal een dikke mist hangt. Na een paar keer knipperen wordt het minder. Als ik adem voel ik een vreemde warmte op de plek van mijn hart en een brandende pijn in mijn linkerschouder. Mijn onderbeen klopt pijnlijk en als ik hem probeer te bewegen lukt het niet. Het bed waarin in lig heeft een hard matras en een dun laken; alles behalve comfortabel.
De ruimte waarin ik me bevind is fel wit, met rechts van mij een groot raam. Links naast mijn bed zitten twee mensen; ik herken ze niet. Als ik mijn hoofd verder naar links draai om ze beter te bekijken voel ik hoeveel pijn mijn nek doet.
Het zijn een man en een vrouw van ergens in de veertig. De man zijn haar is grijs bij de wortels en de rest is donkerblond. Zijn ogen zijn blauwgrijs en zijn omringd door donkere kringen. Hij draagt een zwarte bril met een zwaar montuur. De vrouw naast hem ziet er al even vermoeid uit. Haar lichtblonde haar is vet en zit achterover in haar knotje. De lijntjes om haar ogen zijn fijner dan die van de man. Haar donkerbruine ogen lichten op als ze ziet dat ik naar haar kijk. De twee komen me vaag bekend voor, maar ik kan er zo snel niet op komen waarvan ik ze zou moeten kennen.
“Thalia,” fluistert de vrouw, terwijl ze naar mijn hand grijpt. In haar ogen schitteren tranen, maar waarom ze op het punt staat te huilen weet ik niet. De man glimlacht en legt zijn hand op de schouder van de vrouw.
Ik frons en trek mijn hand terug. Wie denkt die vrouw wel niet dat ze is! Wat doen deze twee mensen hier eigenlijk? Hoe weten ze hoe ik heet? Voor ik ook maar één woord kan zeggen komt er een vrouwtje, gekleed in het wit, bij het voeteneinde van het bed staan. “Goed, Thalia,” zegt ze, turend naar het klembord in haar hand door het leesbrilletje dat tot op haar neus is gezakt.
“Ze herkent me niet.” De stem van de vrouw stokt en klinkt verdrietig. Ze pakt een zakdoekje waarin ze luidruchtig haar neus snuit. De arm van de man is stevig om haar heen geslagen, in een poging haar te troosten.
“Dat kan,” knikt de zuster. “Ze is nog duf van de narcose en misschien heeft ze een licht hersenletsel opgelopen.” Weer kijk ik naar de mensen. De man die me vertederd aankijkt en de vrouw die zachtjes in mijn hand knijpt. Het kwartje valt. “Mama? Papa?” De stem die spreekt klink rauw en schor. Is dat mijn stem?
“Liefje,” fluistert mijn vader. Hij buigt voorover en strijkt een pluk haar uit mijn gezicht. “Papa,” fluister ik. Mijn oogleden worden zwaar en beginnen dicht te vallen. Ik voel nog net hoe de vrouw een kus op mijn hand drukt, waarna ik weer wegzak.

Goed geschreven

En Gosh, nu moet ik weer helemaal terug denken aan mijn eerste verhaal. De hoofdpersoon in mijn eerste verhaal heette namelijk: Thalia =’]

dankje =D

& haha, toevallig!