[VERHAAL] Head or Tails

Dit verhaal heb ik een tijdje geleden samen met iemand geschreven, ons doel was om elkaar uit te dagen, een beetje te battelen…
ik laat jullie deze graag lezen. Het fantasiegehalte ligt erg hoog ;$

HEAD or TAILS

“Land in zicht!” riep ik vrolijk toen ik door mijn verrekijker het vaste land bij Gibraltar had gezien. Op dit moment vaarden we door de Straat van Gibraltar, zo de middellandse zee in. Melanie en ik waren anderhalve week geleden begonnen aan een soort van cruise. Nou ja, een cruise. Het kwam er op neer dat ik een boot had gekocht en dat ik Melanie had meegenomen met mij om de boot te testen. We hadden anderhalve maand zomervakantie, dus tijd genoeg om de boot te testen. We sliepen aan boord, we aten aan boord. Slechts heel soms meerden we aan om boodschappen te doen of om van de plaatselijke cultuur te genieten. “Kevin!!!” schreeuwde Melanie die nu de stuurhut binnen kwam rennen. Ze trok me mee naar buiten. “Neem nou eens rust en geniet van de zon en de zee!” zei ze. Net buiten de stuurhut bleven we staan. Daar sloeg ze haar armen om mijn zij en drukte ze haar lippen tegen de mijne. Ik droomde helemaal weg bij onze zoen. Melanie kon altijd zo goed zoenen. Ze was ook zo lief. Met haar lange blonde haren, haar lieve gezichtje en haar behulpzame karakter was ze gewoon helemaal perfect! We hadden al drie maanden verkering maar waren er nu al beide over eens dat we nooit meer uit elkaar wilden. Opeens lieten Melanies lippen de mijne los. Ze kreunde hard en als een pudding stortte ze in elkaar. “Gaat het?” riep ik verbaasd. “Nee!” kreunde Melanie. In paniek rende ik over het schip heen en weer. Wat moest ik doen. Ik had geen tijd om nog snel naar de kant te varen. Opeens begon Melanie te veranderen. Haar haren werden zwart en begonnen te krullen, ze begon te krimpen en in plaats van haar mooie rode jurkje verschenen er een blauwe spijkerbroek en wit shirt. Er ging een witte lichtflits over de zee en de transformatie was klaar. Melanie was veranderd in een klein zwartharig meisje. Ze zag er eigenlijk nog niet zo slecht uit. Best schattig eigenlijk. Ze draaide zich om en keek mij vals aan. Maar voor mij was ze een heks in vergelijking met Melanie. “Melanie?” vroeg ik bezorgd. “Ik ben Melanie niet meer” zei het meisje gemeen. “Ik ben Doomtrut en ik ben jouw grootste nachtmerrie!”

Kevin keek nog altijd bezorgd naar me. ‘’Grapje!’’ Schreeuwde ik. Het was helemaal geen grapje, maar Kevin kreeg al een glimlach op zijn gezicht. ‘’Jij maakt ook altijd grapjes hé.’’ Ik lachte. Maar meende er niets van. ‘’Gaan we bij Gibraltar even stoppen?’’ Ik moest nog naar speciale vriend waar hij niets vanaf wist. Waar hij ook niets van af mocht weten. ‘’Oh, ja we moeten toch nog boodschappen hebben.’’ Ik wilde terug veranderen. Ik mompelde een paar woordjes. Mijn blonde, valse haren kwamen weer terug, mijn lieve gezicht en mijn karakter. Ik ging naast Kevin staan. Ik pakte hem vast. Maar voelde me niet mezelf bij hem. Ik smachtte naar Jayson. Jayson had belooft dat hij op me bleef wachten totdat ik bij hem kon zijn. Kevin had al van alles tegen me gezegt. ‘’Luister je wel?’’ Vroeg hij. ‘’Wat? Ja, ik luister.’’ Ik gaf Kevin gauw een kus en ging naar onze hut, die was beneden in de boot. Ik struikelde bijna van de laatste trede af. Gelukkig maakte het niet teveel geluid. Ik ging in bed liggen en dacht aan Jayson. Zijn geweldige lichaam. Zijn six-pack. Ik droomde bijna weg bij de gedachten aan hem. Ik sloot mijn ogen en viel in een diepe slaap. Zodra ik wakker werd, zou ik wel aan land gaan. Maar nu eerst slapen, na al die inspanning van het veranderen van uiterlijk.
Langzaam gingen mijn ogen open. Mijn ogen moesten wennen aan het felle daglicht. Ik knipperde een paar keer en ging langzaam overeind. Ik stootte bijna mijn hoofd, alles was ook zo laag. Ik deed de scheepsdeur open en liep naar het kleine keukentje. Ik pakte een glaasje en deed er water in. Ik dronk het op en zette het glas weg. Ik keek even snel of we al aan land waren, ik zag een land vol natuur. Ik zette mijn voet op het trappetje. En sprong naar beneden. Opzoek naar Jayson.

De zon was weg en het was bewolkt geworden en in mijn eentje meerde ik het schip aan. Van Melanie kon ik geen hulp verwachten, zij was lekker aan het slapen. Maar dat gaf niks. De St. Anna was tenslotte mijn schip. Ik moest het ook in mijn eentje kunnen aanmeren. Ik deed alles dat met het schip en het bevaren van het schip te maken had, Melanie deed de rest. Zij maakte onder andere de plannen. Toen ik haar gevraagd had waar de reis naar toe zou gaan, zei ze dat het haar wel leuk leek een tochtje te maken richting de Middellandse Zee. Natuurlijk leek me dat ook een leuk idee en ik wilde Melanie er met plezier naar toe brengen. En nu had Melanie bedacht om bij Gibraltar aan land te gaan, een klein schiereiland aan Spanje dat grondgebied was van Brittanië. Melanie was nu wel erg lang aan het slapen. Bezorgd liep ik in de richting van onze hut en zag haar toen nog net over het land wegschieten. “Wacht” riep ik. Ik rende de boot af. Wou ze zo graag boodschappen doen? Melanie hoorde me niet en bleef doorrennen en hard ook. Ik kon haar haast niet bijhouden. Vlak voor de Spaanse grens bleef ik staan. Melanie was nergens meer te bekennen. Was ze de grens over gegaan? Als dat zo was, hadden we beide een probleem. Britten mochten niet zomaar Spaans grondgebied op, ze hadden veel papieren nodig om dat te kunnen bereiken. Even meende ik Melanie in het uiterlijk van de persoon die ze die middag voor de grap als Doomtrut benoemd had, te zien net naast een Spaans café. Ik knipperde even met mijn ogen en weg was ze weer. Dan maar weer terug naar de boot. Binnen in de boot liep ik naar de hut die Melanie en ik deelde. Daar op haar nachtkastje lag haar dagboek. Melanie had me aan het begin van onze relatie verteld dat we alle geheimen samen deelden. De zon brak door de wolken en scheen door het raampje net op het dagboek, als een soort spotlight. Ik kon het niet laten en pakte haar dagboek vast.

St. Anna had ik voor een tijdje achter me gelaten. De spreuk was bijna mislukt. Ik krijg het al benauwd als ik eraan terug denk. Ik was te vermoeid om de spreuk nog langer werkend te houden. Gelukkig kon ik ongestoord blijven slapen.
Ik stapte stevig door. Ik moest snel bij Jayson zijn. Hij wachtte al zo lang op me. Dromend kwam ik aan bij een lange weg. Ik twijfelde, moest links of naar rechts? Ik volgde mijn eerste ingeving en liep naar rechts. Het zal wel goed zijn. En anders kon ik het altijd nog vragen. Ik was altijd al goed geweest in Spaans. Ik keek even omhoog, ik zag een paar vogels vliegen en de lucht werd langzaam steeds donkerder. Er waren hier geen straatlantaarns. Bang liep ik verder. Ik begon zelfs te rennen. Verderop zag ik kleine lichtjes branden. Daar moest ik heen. Als het echt moest, belde ik wel bij iemand aan. Vragen of ik een nachtje mocht blijven, dat ik opzoek was naar een vriend. Uiteindelijk had ik Jayson nog niet gevonden. Ik belde bij het eerstvolgende huis aan. Een vriendelijke vrouw deed de deur open. ‘’Ik ben opzoek naar een vriend. Maar ik kan hem niet vinden, mag ik zolang bij u blijven? ’’ Vroeg ik in het Spaans. De vrouw lachte en antwoordde: ‘’Natuurlijk mijn kind. Kom binnen!’’ Ze hield de deur vriendelijk open. Vandaag een goede nachtrust, morgen een mooi uiterlijk.

Ik sloeg haar dagboek open op de eerste pagina. Ik schrok meteen toen ik de eerste paar regels gelezen had: “Haha, nooit gedacht dat het zo makkelijk zou gaan! Ik leer een doodnormaal schoolmeisje een spreuk, waardoor ik makkelijk haar lichaam over kan nemen. Ik maak misbruik van haar vriendje en doordat mijn karakter helemaal aan het meisje aangepast is heeft de jongen niks door. Ik vaar met zijn boot naar Gibraltar om Jayson, mijn grote liefde weer te kunnen zien. En die sukkel heeft helemaal niks door. Jammer dat die lichamen allemaal maar zo kort zijn. Bij het vorige lichaam waren de organen na twee weken al helemaal verrot. Had ik die spreuk maar nooit gedaan, nu moet ik steeds van lichaam wisselen. Ach ja. Ik heb het nog goed getroffen. Ik heb in ieder geval steeds mijn zelfde uiterlijk nog. Tenminste als ik dat wil. Bij Kevin probeer ik zoveel mogelijk Melanie te zijn.”
“Ai, mijn energie was vandaag helemaal op en ik veranderde weer in mezelf. Ik heb mezelf zelfs voorgesteld als Doomtrut! Kevin schrok zich rot, maar ik heb net gedaan alsof het een grapje was. Ik moet hier echt weg, voor ik Jayson niet meer kan zien.” Er viel een traan op de openstaande pagina van het dagboek. Ik was Melanie kwijt door die stomme trut. Ik ging nu eerst even slapen maar morgen zou ik de grens over gaan. Ook al had ik geen papieren. Ik moest Melanie redden!

De vrouw kwam het kleine logeerkamertje binnen. ‘’Je moet opstaan. Mijn man komt zo thuis en ik wil geen problemen.’’ Ik geeuwde en stond op. De vrouw had al een heel ontbijt klaar gezet. ‘’Ik lust geen ei.’’ Zei ik. De vrouw keek me aan. En begon iets onverstaanbaars te schreeuwen. Ik hief mijn vinger op en zei: ‘’Congelació’’ De vrouw was bevroren, in de meest ongelukkige houding. Ik pakte mijn jackje en liep de straat in. Het was tot mijn verbazing erg druk. Ik liep door de mensen massa heen en probeerde het huisje van Jayson te vinden. Ik keek nog even goed naar de huizen in de verte. Daar stond zijn huis! Ik versnelde mijn pas en kwam buitenadem aan. Ik belde aan. De jongen van mijn dromen deed open. ‘’Jayson?’’ Zei ik. Hij knikte. ‘’Wie ben jij?’’ ‘’Melanie, weet je wel. Van die spreuk.’’ Jayson begon te lachen. ‘’Wist ik wel!’’ Hij trok me mee naar binnen. Het huisje zag er groter uit dan van buiten. Ik keek om me heen. Een mooie kroonluchter ving mijn blik. Ik liep er naartoe. Jayson kwam voor me staan en gaf me een kus. Ik smolt bijna. Zijn geur, zijn gezicht. Alles was zo perfect aan hem. Hij ging met zijn hand door mijn haar. Mijn blonde Melanie haar. Waar Kevin zo van… Opeens kreeg ik schuldgevoel. Ik voelde me een verader. Een heks. Ik liet Jayson los. Jayson keek me aan en haalde zijn schouders op, liep naar de keuken en deed de deur dicht. Ik ging zitten om de dichtstbijzijnde stoel. Mijn maag begon rondjes te draaien, ik werd misselijk. Kevin zou hierheen komen. Wanhopig rende ik naar de keuken. ‘’Jayson, we moeten hier weg.’’