[Verhaal]★ Gekneusde harten & Verknoeide ego's

Een vervolg op Gebroken harten & geknakte ego’s. :slightly_smiling_face: Het is dus handig om dat eerst te lezen.

Samenvatting

Road heeft alles voor elkaar. Ze heeft een relatie met Ash, de leukste jongen van school en haar vroegere buurjongen. Al was dat niet helemaal de bedoeling. Dankzij een weddenschap heeft ze haar hart verloren. Niet dat de twee zo’n mierzoete relatie hebben, niet zo eentje waarbij je glazuur van je tanden springt. Dat is niets voor Road. Een vriendje hebben houdt niet in dat je volledig moet veranderen, vindt ze.

Toch is niet alles koek en ei. Ash’ ouders ruziën om de scheiding, om wie de cactus van oom Evert krijgt en om de voogdij van hun jongste zoon. Dit heeft zijn weerslag op Ash én op Road. En nu Ash niet langer naast Road woont, is er plek voor nieuwe bewoners.

Bewoners die Roads toch al rare leven nog vreemder - en vervelender - maken. Hun dochter Gemma heeft nogal een bijzonder verhaal dat ook Road persoonlijk treft. Het zet haar hele leven op zijn kop. Bovendien lijkt Ash’ broer Nolan nog niet echt over zijn gebroken hart heen te zijn …

[center]Personages

Julian Morris als Ash van de Sandt (ja, veel te oud, ik weet het) en Barbara Palvin als Road Ruven.

GS verkleint hem, hier staat 'ie trouwens in volledige grootte.[/center]

Verder:

  • Ik weet niet of het YA of NA is, dus voor nu hou ik het op YA.
  • Het speelt zich af in (een deels verzonnen) Amersfoort. De school waar de personages op zitten, bestaat bijvoorbeeld niet meer. Heeft wel ooit bestaan trouwens.
  • Het wordt/is cliché
  • De rechten van het verhaal liggen bij mij, dus stelen mag niet (bij de cover ook, die heb ik ook gemaakt. En het ding met personages ook, maar de foto’s heb ik niet zelf gemaakt, alleen bewerkt). Is ook niet lief
  • Ik heb ook een Pinterestboard voor dit verhaal: Dit vind je hier.
  • Mocht je fouten zien, laat het dan even weten.

[b]★

  1. Roddels beginnen op het schoolplein

September 2015[/b]

Als ik iets zeker weet, dan is het dit wel: roddels beginnen altijd op het schoolplein. Of je nu zes bent of in het eindexamenjaar zit. Alleen de onderwerpen zijn anders. Op je achtste fluister je over het feit dat Suze een vlek in haar broek heeft, op je achttiende fluister je dat Suze een slet is. Of zoiets.
Ik ben nooit het onderwerp geweest waar mensen echt over praten. Het was altijd mijn vader geweest over wie ze fluisterden, die vreemd zou gaan. Het meest schokkende dat in de bladen verschenen was, was dat ik een braaf burgertrutje was en dat ik geen greintje van mijn vaders wilde gedrag leek te hebben.
En toen vond ik het een geweldig idee om een jongen te zoenen voor de school. De populairste jongen uit mijn jaar en misschien wel van de hele school. Ash van de Sandt: ex-buurjongen, vriendje.
Hem alleen zoenen had ik niet genoeg gevonden. Ik had alle meisjesharten op school met één klap gebroken sinds ik mijn Facebook-status veranderd had van ‘single’ naar 'heeft een relatie met Ash van de Sandt.’
Ik had alleen verwacht dat het gefluister na de zomervakantie afgenomen zou zijn, dat het niet langer een orkaan was, maar een heel licht, aangenaam lentebriesje. Hoe kon ik het mis hebben?

Ik gooide het autoportier met zo’n zwaai open dat hij tegen de auto naast ons kwam. Met heel mijn hart hoopte ik dat het onopgemerkt gebleven was, maar toen ik gegrinnik hoorde, wist ik dat het niet het geval was en ik keek recht in Ash’ groenblauwe ogen.
‘Ik ben nu al bang voor als jij je rijbewijs gaat halen als je zelfs op de parkeerplaats auto’s beschadigt. Hoeveel deuken heb je inmiddels in je lesauto gereden?’
Ik koos ervoor om hem te negeren en zwaaide mijn benen uit de lila auto. Sinds twee weken deed ik een poging om een keurige autobestuurder te worden die probleemloos over het Keizer Karelplein in Nijmegen kon scheuren zonder in paniek te raken. Niet dat ik daar vaak kwam.
‘Is dat een bevestiging?’
Met een knal smeet ik het portier dicht. Hij deed het een stuk rustiger. ‘Voel je je nou het heertje?’ gromde ik. ‘Dat jij je rijbewijs een paar weken hebt, wil niet zeggen dat je ineens ‘s werelds beste autocoureur bent. En als je met je fiets niet door die punaises in onze poort gereden was, had mijn vader zijn auto echt niet aan je uitgeleend.’ Ik stak mijn tong naar hem uit.
Er kwam een snuif uit Ash’ mond. ‘Nee, hij vindt het zo belangrijk dat zijn dochter op tijd op school is dat hij zijn auto uitleent.’
Toen leunde ik naar voren en trok de sleutels uit zijn handen voor ik de parkeerplaats afliep, gevolgd door Ash.
De lila auto stak nogal af tegen alle andere auto’s. Mijn vader had de auto een keer geschilderd toen hij in een vlaag van verstandsverbijstering vond dat de auto moest opvallen. Waarom zou je hem dan niet lichtpaars verven?

De sfeer op het schoolplein was anders. Het zoemde, de lucht vibreerde een beetje op en neer en ik wilde dat ik een superheld met een supergehoor was. Dan kon ik nu zonder problemen mensen afluisteren, want ik wilde weten wat er aan de hand was. Wat was de roddel die voor deze sfeer verantwoordelijk was?
Ash had me ingehaald en zijn vingers vervlochten zich met die van mij. Even keek ik ernaar en ik overwoog om ze weg te rukken, maar ik besloot dat ik dat niet wilde.
Blikken volgden ons en toen ik een paar keer opzij keek, keek ik in stuurse meisjesgezichten. Ze zouden me vast liever dood willen hebben, zodat zij hun hand in die van Ash konden schuiven. Ik overwoog om mijn middelvinger op te steken en te roepen: ‘F*ck you, moddafokkah,’ maar dat zou kinderachtig zijn. Daar stond ik boven. Echt. Mijn vrije hand stak ik in mijn jaszak en ik maakte daar het f*ck you-gebaar.
‘Zijn we nog steeds onderwerp van gesprek?’ fluisterde ik in Ash’ oor en rook zijn shampoo en de aftershave. Ik moest me bedwingen om mijn tong in mijn mond te houden en niet over zijn kaak te laten glijden.
Hij haalde zijn schouders op en deed of hij die mensen niet zag toen we naar binnen liepen, maar hij kneep wel wat harder in mijn hand alsof hij op deze manier wilde zeggen dat alles goed zou komen.
Bij mijn kluisje opende ik het ding met zoveel geweld dat Ash opzij moest springen om niet geraakt te worden.
‘Doe een beetje rustig, Road. Mijn mooie gezicht hoeft niet verbouwd te worden. Plastische chirurgie wil ik pas nemen als ik oud en verrimpeld ben, niet omdat mijn onhandige vriendinnetje mijn neus gebroken heeft. Dat ik nu jouw vriendje ben, wil niet zeggen dat je me dan maar meteen kunt claimen als jouw eigendom.’
‘Door je te verminken? Je bent sowieso al lelijk genoeg, daar hoef ik niet zoveel moeite voor te doen.’ Ik snoof nog een keer en propte de boeken in mijn kluisje. Zoveel mogelijk in een keer.
‘Niet iedereen is dat met je eens.’ Ash gebaarde naar de meisjes die ons begluurden. Sommigen stiekem, andere openlijk. Hij grijnsde breed en ik zag hoe een paar meisjes elkaar enthousiast aanstootten bij het zien van zijn gezicht en de hemelse glimlach waar ik niet door geïmponeerd geweest was.
Het was zijn kont waar ik pas echt voor gevallen was, maar dat zou ik niet toegeven aan iemand. Nooit.
Hij grinnikte nog een keer en leunde naar me toe, zijn mond op centimeters afstand. Er was zo weinig ruimte tussen ons dat ik het kon tellen op één hand. Ik liet mijn vingers in het boord van zijn trui glijden en ik trok hem naar me toe. Langzaam liet ik mijn tong over zijn lippen glijden, voelde dat ze droog waren.
Zijn vingers gleden een stukje onder mijn shirt en ik giechelde nogal stompzinnig. Ik giechelde op een manier die ik niet kende van mezelf en nog nooit gedaan had. Het liefste wilde ik mezelf heel hard slaan, maar ik kon me inhouden.
Het was zo vreemd dat ik hem nu mijn vriendje kon noemen. Het was zo gek dat Ash het nu was.

‘Van Nolan naar Ash? Classy, hoor.’ Sofie rolde met haar ogen en ik bombardeerde haar met stukjes komkommer die ze uit de lucht viste.
‘Jij wilde ons zelf koppelen en je hebt me opgedoofd alsof ik een kerstbal was. Was dat niet de bedoeling dan? Moest Ash daar niet op me vallen?’
‘Jawel, maar toch. Ik had nooit verwacht dat het ook echt zo gebeuren. Ik vond het vooral grappig, want Ash en jij zijn nogal verschillend. Ik dacht niet dat je echt voor hem zou vallen. En toen ging je op je bek. Hard.’
‘Sofie, hou je mond. Het is sowieso jouw schuld.’
Ik kreeg Doritos-driehoekjes naar mijn hoofd gesmeten. ‘Die zin vergeef ik je alleen als je mij aan Cameron koppelt.’

We maakten ons los van elkaar toen er gekuch klonk en ons vriendengroepje om ons heen bleek te staan. Toen Ash en ik besloten hadden om voor elkaar te vallen, waren onze vriendengroepen gefuseerd alsof het volkomen logisch was en zaten de jongens ineens bij ons in elke pauze in plaats van af en toe. En onze sociale status was ook veranderd. Van ‘onbekend, apart en naar’ naar ‘populair en hip’. Ineens liep iedereen op regenlaarzen, zelfs de mensen die me er altijd om uitgelachen hadden.
Facebook-status: Road is een style-icoon.
Ash en ik, ineens waren we het koppel van de school en ik wist niet of ik dit wel zo leuk vond. Ik wilde geen nepvrienden die bij mij slijmden om zo uitgenodigd te worden op de feestjes van Ash en zijn vrienden.
Get a room!’ zei Cameron, maar hij grijnsde wel breed en liet zijn ogen over me heen glijden alsof hij me nog nooit gezien had, alsof ik een nieuw meisje was. ‘En doe de deur dicht, want ik wil niet weten wat jullie doen als er niemand is.’
‘We doen inderdaad hele enge die het daglicht niet verdragen,’ bromde ik en het leverde me een por op van Ash. ‘Hele enge dingen.’
Cameron keek me aan en hij probeerde om totaal niet nieuwsgierig te zijn, maar hij was het. Het was in elke vezel van zijn lichaam merkbaar en ik grijnsde breed naar hem. ‘Zoals?’ vroeg hij uiteindelijk nonchalant.
‘We overgieten bomen met kaarsvet.’
‘Dat is interessant om te weten,’ zei Cameron mompelend. De rest van het groepje grinnikte.
‘Je had zo’n opmerking kunnen verwachten van Road. Dat is Road, die maakt dat soort opmerkingen,’ giechelde Sofie en ze ging iets dichter bij Cameron staan die het niet in de gaten leek te hebben.
Ik opende mijn mond om iets te zeggen, maar toen ging de bel en stoof het groepje uit elkaar. Twan en Emma hadden Scheikunde, Aubrey, Cameron, Ash en Sebastian hadden gym en Sofie en ik Engels. Helaas betekende een nieuw jaar dat er ook een nieuwe klassenindeling was en dat had ervoor gezorgd dat onze groepjes ruw en harteloos uit elkaar getrokken waren.
Sofies oordeel was keihard geweest: ‘Volgend jaar zijn we sowieso niet meer bij elkaar, of we nu slagen of zakken voor ons eindexamen. Nu kunnen we alvast wennen aan volgend jaar.’
Nu liepen we samen naar de klas waar de leraar al binnen bleek te zijn en we bleken aan de vroege kant te zijn. Meneer Willems keek op en glimlachte naar ons. ‘Dag dames, jullie zijn op tijd.’
Leraren waren van mij gewend dat ik altijd maar net op tijd kwam, maar ik haalde het altijd. Ik glimlachte naar hem en toen ik beter keek, realiseerde ik me dat hij niet alleen was, maar dat er een klein, blond meisje met krullen en een zwarte bril naast hem stond en enthousiast naar ons lachte.
‘Jullie kunnen meteen Gemma en Nikolai leren kennen, jullie nieuwe klasgenoten. Willen jullie hen onder jullie hoede nemen?’

Leuk! Ik volg weer. :slightly_smiling_face:

Ook ik volg weer!

Jeej, volgers :slightly_smiling_face: Nieuw hoofdstuk.


2. Road is niet zo’n goede oppas

Sprakeloos keek ik Sofie aan wiens ogen nogal schitterden en ik vroeg me af wat ik hiermee moest doen. Ik had er geen zin in, maar ik wilde ook niemand voor het hoofd stoten. Mijn beste vriendin bewoog bijna onzichtbaar haar hoofd in een ‘nee’. Het was duidelijk wat Sofie wilde, maar haar mond zei wat anders. Of was het misschien haar slechte gemiddelde van afgelopen jaar?
‘Natuurlijk, meneer Willems. Ik ben Sofie en dit is Road.’
Mag ik Sofie nu slaan?
Ze liep op het blonde duo af en stak haar hand eerst naar Gemma uit, terwijl Nikolai mijn hand beetpakte en een brede grijns liet zien. Inclusief hagelwitte tanden die wel gebleekt moesten zijn. Niemand had tanden in zo’n kleur. Behalve misschien als je vader tandarts was. Als zijn vader tandarts was, dan moest ik nu hard rennen. Tandartsen en ik, we waren niet elkaars vrienden.
‘Nikolai Laarhoven.’ Zijn handdruk was slap en ik greep zo stevig mogelijk zijn hand beet. Hij moest niet denken dat hij me een slap handje kon geven, omdat ik toevallig een meisje was.
‘Road,’ besloot ik. Mijn achternaam noemen was niet nodig, het zou alleen maar aandacht trekken. Al zou het ongetwijfeld niet lang duren voor hij wist wie ik echt was, van wie de paarse auto op de parkeerplaats was.
Hij liet zijn ogen over me heenglijden en op sommige plekken bleven ze lang hangen.
‘Je heet echt Road?’ vroeg hij tenslotte, terwijl hij me recht aankeek. Meteen viel me op dat zijn linkeroog deels lichtgroen en deels donkerblauw was. Heterochromia, schoot er door mijn hoofd. Iets dat een aantal bekende mensen ook hadden, zoals Mila Kunis.
‘Als in: weg in het Engels?’
‘Nee, ik heet eigenlijk Kees, maar dit vind ik leuker.’ Ik moest moeite doen om niet met mijn ogen te rollen en hij grijnsde breed. ‘Kees is zo ouderwets en mannelijk bovendien.’
‘In Flodder zit anders een niet zo mannelijke Kees.’
Dit keer kon ik mijn ergernis niet onderdrukken en ik zuchtte nogal hard. Zo hard dat hij breed grijnsde en naar me toeboog. Zacht zei hij: ‘Maar ik zal niemand vertellen dat je Kees heet.’
Hij deed of hij zijn lippen dichtritste en het sleuteltje weggooide en knipoogde naar me. Ik was blij dat Gemma dat moment uitkoos om me een hand te geven. Haar handdruk was een stuk steviger dan die van haar broer en haar glimlach was vriendelijker, minder berekenend.
‘Let maar niet op mijn broer, hij maakt gewoon graag indruk op meisjes.’ Ze glimlachte.
‘Sofie.’ Meneer Willems kwam tussenbeide. ‘Als jij naast Gemma gaat zitten, dan kan Road naast Nikolai. Ze hebben hun boeken nog niet,’ verduidelijkte hij zijn voorstel.
‘We kunnen wel een boek lenen,’ stelde ik voor. Op de een of andere manier werd ik ongemakkelijk van Nikolai en hoe hij naar me keek. Hoe dat was, kon ik niet precies verklaren. Maar het voelde in elk geval absoluut niet prettig.
De leraar schudde zijn hoofd. ‘Het is handiger om naast Nikolai te gaan zitten, Road.’ Hij keek me aan en ik wist dat het een bevel was, geen vraag. Met een harde klap gooide ik mijn tas op het tafeltje achter Sofie en Nikolai schoof naast me op de stoel.
‘Wil je niet met me werken?’ fluisterde hij, terwijl hij zich naar me toeboog en een lok haar om zijn vinger wond. Nijdig rukte ik de lok los.
‘O, jawel. Echt dolgraag. En for your information: ik heb een vriendje.’

Halverwege de les voelde ik mijn telefoon trillen in mijn zak en ik viste hem eruit om hem op mijn schoot te leggen. De tweeling had zich voorgesteld. Gemma op een rustige toon, Nikolai druk, maar het was duidelijk dat het de tweeling niet aan zelfvertrouwen ontbrak. Dat, en het feit dat mijn vrouwelijke klasgenoten het uiterlijk van Nikolai duidelijk konden waarderen. De halve les werden er stiekem blikken mijn kant op geworpen.
Sofie: dus … 9:23
Sofie: wat vind je? 9:23
Sofie: die nikolai is wel een lekker ding 9:24
Road: Je mag hem hebben 9:24
Sofie: j, jij hbt ash naturlik 9:26
Sofie: zn zusje is een duffe muts 9:28
Sofie: di nodigen we zo niet uit, alleen nikolai 9:30
Road: dat kun je dus niet maken 9:32
Sofie is aan het typen …
‘Vertelt u mij maar eens wat mijn vraag was, mevrouw Visser.’
Met een ruk keek ik op. Meneer Willems was naar onze tafeltjes gelopen en zwaaide nu met de telefoon van Sofie in de lucht. Die had een knalrood hoofd. Ze stamelde wat, maar het was niet hoorbaar.
‘Wat? O, dat weet u niet, want u zat te sms’en.’
‘Appen, meneer. Sms’en is ouderwets, dat doen alleen maar fossielen zoals u,’ zei Sofie bijdehand. Ik kreunde hardop. Dat had ze niet gezegd zojuist, dat had ik niet gehoord. Dit ging straf opleveren.
De man beende met het telefoontje in zijn hand terug naar zijn bureau. ‘Morgenmiddag aan het eind van de dag kunt u uw telefoon ophalen, mevrouw Visser. En u blijft na vanmiddag. Ik verwacht u om half vier bij dit lokaal.’
Het leek me beter om mijn telefoon te verstoppen voor mij hetzelfde lot te wachten zou staan als Sofie. En ik was er vrij zeker van dat ze boos op mij was, omdat ik geantwoord had. Dit was niet voor het eerst dat haar telefoon afgepakt was en ook niet de eerste keer dat ze het op mij af zou reageren.

Met een klap smeet ik mijn kluisje dicht, net op het moment dat er twee handen over mijn ogen gleden en ik een gil slaakte die totaal niet Road-achtig was.
‘Wie ben ik?’
‘Roodkapje.’
‘Fout, Weggetje.’
Ik gaf mijn vriendje een elleboog en draaide me om, leunend tegen de kluisjes. Hij sloeg zijn armen om me heen en trok me naar zich toe. Zijn vingers gleden over mijn ruggengraat en ik huiverde toen zijn lippen die van mij raakten. Die van mij raakte ik kwijt in zijn zachte haar. Haar dat ik nu mocht aaien, zo vaak als ik wilde.
‘Wat jammer nou, Aarde,’ fluisterde ik in zijn mond.
Zijn vingers gleden naar beneden, naar mijn billen, naar …
‘O, hier ben je, Road. Ik zocht je.’
Een onbekende stem drong in mijn hoofd door en ik moest een paar keer met mijn ogen knipperen voor ik me realiseerde wie het gezegd had. Nikolai leunde tegen de kluisjes links van ons en hij had een mondhoek opgetrokken, terwijl hij Ash in zich opnam. Ash keek van mij naar de jongen en weer naar mij.
‘Nikolai, een nieuwe leerling,’ zei ik. ‘Hij is samen met zijn zus nieuw op school en ze zitten in ons jaar. Sofie en ik zijn aangesteld als oppas.’
‘Maar je vriendinnetje is er niet zo goed in.’ Nikolai trok nu ook zijn andere mondhoek op en stak zijn hand uit die Ash aanpakte. ‘Nikolai Laarhoven.’
‘Ash van de Sandt.’
Ik hoorde de aarzeling in de stem van Ash, iets dat ik nog nooit bij mijn vriendje gehoord had. Als er iemand zelfverzekerd was, dan was hij het. Je werd natuurlijk niet zomaar de meest populaire jongen uit je jaar. In elk geval niet zonder slag of stoot.
De jongen met de bijzondere ogen bekeek ons van top tot teen voor hij uiteindelijk iets zei. ‘Je achternaam komt me bekend voor, maar ik weet niet waarvan. Is je vader bekend?’
Ash schudde zijn hoofd. ‘Alleen een klootzak.’
Zijn ouders waren een paar maanden uit elkaar en leken om elk detail ruzie te maken. Ik had verwacht dat zijn verstandige en keurige ouders er uit zouden komen, maar op het moment hadden ze ruzie over wie de wasmand mee mocht nemen. Het was een ordinaire vechtscheiding geworden waarbij de een de ander niets gunde. Gelukkig waren allebei hun kinderen volwassen, zodat die ook nog eens onderwerp van ruzie konden horen.
Ik kneep in de hand van mijn vriendje en hij kneep dankbaar terug.
Mijn ouders had ik altijd gezien als niet-functioneel, als mensen die niet bij elkaar pasten, maar ze hadden in elk geval een harmonieuze echtscheiding gehad. Voor zover ik me herinnerde dan. Misschien omdat mijn vader uiteindelijk meer van zijn muziek hield dan van wie dan ook en dat mijn moeder dat nooit af zou kunnen pakken. En zij hadden zelf ook geweten dat ze niet bij elkaar pasten.
Dat wist zelfs ik. Net als dat ik wist dat regenlaarzen van rubber nooit echt een fashion item zou zijn dat op de catwalk verscheen. Niet echt.
Nikolai had nog steeds een merkwaardig lachje op zijn gezicht. ‘Zijn niet alle vaders dat? Is het niet hun job om de eikel uit te hangen?’

Leuk stukje weer!

Up :bowing_man:

:grinning_face_with_smiling_eyes: Ik zou moeten schrijven hieraan, maar heb echt 0,0 inspiratie hiervoor. Sorry.

En al inspiratie? :slightly_smiling_face:

:stuck_out_tongue: Ik heb wel een hoofdstukje geschreven, dus die zal ik hopelijk een deze dagen posten.
Ik zie trouwens dat ik hier een hoofdstuk achterloop. Dan heb ik er dus nog 2 :grinning_face_with_smiling_eyes:

:upside_down_face: !!


3. Pika-pikachu en de Mad Hatter

Er viel een stilte die alleen overschreeuwt werd door een paar brugpiepers die langs kwamen stormen. Ik rolde met mijn ogen.
‘Mijn vader is anders de meest toffe vader die je je maar in kunt denken,’ zei ik toen zonder nadenken. Alle ogen richten zich op mij.
Nikolai trok een mondhoek op en keek me een glinstering in zijn ogen aan. Misschien had ik toch mijn mond moeten houden, al was het wel waar. Die van mij spoorde niet, maar hij was niet saai. Er was altijd wat met hem te beleven, met Fred.
‘Hoezo is je vader zo leuk dan?’ vroeg Nikolai, alsof hij niet kon geloven dat er ook leuke opvoeders rondliepen.
‘Hij vindt het niet nodig om me een eindtijd te geven als ik uitga en hij waarschuwt ook niet voor jongens met slechte bedoelingen.’
Ash sloeg bij die woorden een arm om me heen, alsof het zo afgesproken was, en hij grijnsde triomfantelijk.
‘En daarom is hij zo tof? Mijn vader waarschuwt ook nooit voor dat soort dingen,’ zei Nikolai spottend. ‘Voor jongens met slechte bedoelingen.’
Ik moest me bedwingen om niet met mijn ogen te rollen, maar dan zou het een beetje lijken of hij gewonnen had, of ik me aan hem ergerde.
Ik opende mijn mond om te zeggen dat ik van mijn vader alles mocht, dat hij mij zelfs een beetje suf vond, omdat ik geen drugs gebruikte en niet teveel dronk. Alleen verstoorden onze vrienden het moment.
‘Yo!’ riep Sebastian en Cameron gaf Ash een boks.
‘Je mag alleen meedoen met het gesprek als je vader ook een klootzak is,’ mompelde ik.
‘Mijn vader is de opperklootzak, Road,’ zei Cameron met een grijns. ‘En die van Sebje is ook niet echt lief of zo.’
‘Dan heb ik dus geluk met Fredster,’ bromde ik.
‘Ja, maar jouw vader is dan ook cool. En bekend.’
Bij de laatste woorden twijfelde ik of ik Cameron in elkaar wilde slaan - dat zou me nooit lukken - of dat ik door de grond wilde zakken. Dit was iets waar ik niet mee te koop liep. Al zou het niet lang geduurd hebben voor de nieuwelingen wisten wie ik was. Alleen al door mijn bijzondere voornaam.
‘Je vader is bekend? Wie is hij dan?’ Ik hoorde de nieuwsgierigheid in de stem van Gemma, maar haar broer gaf haar een stomp en het was duidelijk dat hij het wel wist, dat hij meer wist dan zijn zusje deed. Of zus, ik wist niet wie ouder was.
‘Haar vader is Fred.’
‘Ja, dus? Onze vader is Kees.’
‘Fred, gitarist van de Sunny Dancing Shoes, die ouwelullenband waar pap altijd naar luistert.’
Nu gingen de wenkbrauwen van Gemma omhoog en er kwam een blik van herkenning in haar ogen. ‘Die pokkeherrie?’
Haar broer knikte en bevestigde haar woorden. ‘Waar wij de helft van de cd’s voor in de auto van hebben kwijtgemaakt, omdat we het zo verschrikkelijk vinden. Road, je móet na school met ons mee naar huis en je moet blijven eten.’
Ash kneep zachtjes in mijn zij en trok me steviger tegen zich aan, terwijl hij langzaam zei: ‘Road moet helemaal niets.’
Ik duwde zijn hand weg en bromde: ‘Het is wel goed, Ash.’ Dat zei ik heel zachtjes zodat de rest het niet hoorde. Toen ging ik op hardere toon verder tegen de tweeling. ‘Vanmiddag kan ik niet.’
‘Waarom kun je niet?’ Nikolai keek me recht aan, zijn ogen priemend in de mijne. ‘Heb je iets belangrijks te doen? Iets dat belangrijker is dan thee komen drinken met de Mad Hatter in wonderland?’
‘Mad Hatter?’ vroeg Ash verward. ‘Waar heb je het over? Heb je spacecake gegeten en zie je nu rare dingen?’
De andere jongen kneep zijn ogen samen. ‘Ja, ik zie een klein geel wezentje op je schouder zitten. Hij roept constant ‘Pikachu’. Komt dat je bekend voor?’
Ash rolde met zijn ogen en schudde net iets te hard zijn hoofd. ‘Nee, nog nooit van gehoord,’ zei hij spottend.
‘Ik kan niet, omdat ik met mijn zusje de hond uit moet laten.’ Met die woorden vluchtte ik weg. Nikolai was echt een vreemde jongen.

Ik liet me iets te hard in de stoel zakken, die protesteerde krakend toen ik erin plofte. Ik schoof mijn zonnebril over mijn neus en pakte het tijdschrift van de grond. Het was nog verdraaid warm voor september en zeker veel te warm voor schooldagen. Dit waren dagen die bij de vakantie hoorde, niet bij dagen die ik in muffe ruimtes door moest brengen, omdat ik daar opgesloten was.
Mijn vader zou waarschijnlijk zeggen dat ik dan gewoon met school moet stoppen. Hij had immers ook nooit verder geleerd en hij had nu tonnen op de bank, twee villa’s, vijf kinderen met rare namen, een ex-vrouw en een lila cadillac. Maar mijn vader had ook iets dat ik nooit zou krijgen: een talent. Een ex-vrouw krijgen was voor mij waarschijnlijk ook vrij onwaarschijnlijk, maar dat zou kunnen als ik biseksueel zou zijn en voor Sofie zou vallen.
Ik propte een oortje van mijn iPod in mijn oren en leunde achterover. Voor de verandering was er niemand thuis en daar moest ik van genieten, want je wist hier nooit hoelang het zou duren voor het gedaan was met de rust. Ik sloot mijn ogen om te genieten van de zon en van Muse op mijn iPod.
‘Ik zie dat je het druk hebt.’
Ik zag spoken. Ik had net beslist niet de stem van Nikolai gehoord. Dat kon niet, dat was gewoon onmogelijk. Ik kneep mijn ogen nog steviger dicht. Ik moest gek aan het worden zijn, dat kon niet anders.
‘Moest jij de hond niet uitlaten?’
Nu opende ik mijn ogen, rukte de zonnebril van mijn hoofd en keek naar waar het geluid vandaan leek te komen. De jongen met het halflange blonde haar leunde op de schutting. Nonchalant, alsof het volkomen logisch was dat hij in de tuin van de familie Van de Sandt stond … Toen realiseerde ik me dat het hun tuin niet meer was, dat het huis verkocht was. En dat ik de nieuwe buren nog niet ontmoet had.
Het was of Nikolai thuis hoorde in de tuin die bij de rest van het twee-onder-een-kap huis hoorde, of hij al achttien jaar mijn buurjongen was in plaats van Ash.
‘Wat doe jij hier?’ piepte ik. ‘Waarom hang je rond in de tuin van de buren?’
Zijn grijns werd breder. ‘Kun je dat nog niet raden dan?’
Aarzelend schudde ik mijn hoofd, al wist ik eigenlijk wel waarom. Het was gewoon dat ik het uit zijn mond wilde horen, dat was het.
‘Ik heb de buren omgebracht en begraven in de tuin, zodat ik hier kan wonen. Logisch toch?’


4. ‘Nu denkt hij vast dat ik een stomme trut ben.’

Na zijn laatste opmerking trok ik fronsend mijn wenkbrauwen op. ‘Ja, joh. Volkomen logisch,’ bromde ik zacht. Het was niet logisch, maar dat maakte niet uit. Hij vond blijkbaar van wel.
‘Ik wist wel dat je het zou begrijpen, lief, schattig bosweggetje.’ Hij ging nog iets verder naar voren hangen en haalde een hand door zijn haren.
Bosweggetje? Had hij soms met Ash gepraat? Al had mijn vriendje me al in geen tijden meer Weggetje genoemd. In elk geval niet echt gemeend, hooguit af en toe wat grappend, maar meer ook niet. Maar ‘lief, schattig bosweggetje’ had ik zeker nog niet gehoord.
‘Ik ben meer een halfkapotte loopbrug waar de planken onder je voeten uitrotten,’ bromde ik, niet wetende waarom ik eigenlijk die opmerking maakte. Maar het deed er ook niet toe. ‘Lief en schattig zeker niet. Mijn …’
‘O, jij bent de nieuwe buurjongen!’
Ik draaide me om, zo snel dat het leek of iemand een raket tegen mijn kont geschoten had en zag mijn zusje staan in de deuropening van de terrasdeur. Mijn zusje die niets op mij leek en de hond Direction genoemd had. Mijn zusje die veel te jong een puber werd. Voor mijn doen in elk geval en als het al zo voelde voor mij, dan zou het vast een drama zijn voor mijn moeder.
Nikolai grijnsde breed. ‘In één keer raak. En jij bent mijn buurmeisje.’
De nieuwe buurjongen. Natuurlijk. Dit had ik moeten weten. Inwendig gaf ik mezelf een klap voor mijn hoofd, omdat ik daar niet opgekomen was. Waarom eigenlijk niet? Waarom had ik daar eigenlijk niet aan gedacht?
Omdat je gewend bent dat Ash daar woont, dat hij over de schutting hangt en flauwe opmerkingen maakt. Omdat je gewend bent dat hij soms 's nachts op de muur klopt.
Herinneringen aan vroeger schoten door mijn hoofd en ik beet even op mijn lip. Waarom hadden Ash en ik elkaar niet veel eerder leuk gevonden? Dan hadden we samen meer de voordelen van naast elkaar wonen kunnen uitbuiten.
‘Lincy,’ zei mijn zusje. Ik had niet opgemerkt dat ze naast me was komen staan. ‘En dit is mijn zus Road.’
‘Nikolai.’ Hij knipoogde naar haar.
Ik keek opzij en zag mijn zusje rood worden. In haar hals tekenden zich rode vlekken af. Seriéus?
Kwam dat door die sukkel die tegen de heg leunde en deed alsof hij aanbeden moest worden, of alle meisjes de grond voor zijn voeten moesten kussen. Wat een ontzettende slijmbal.
Toen keek hij mij weer aan en ik kon alleen maar met mijn ogen rollen.
‘Dit is mijn zus …’ begon mijn zusje.
‘Road, ik weet het.’
‘Je kent haar?’ Haar hoofd draaide zich razendsnel naar mij om en ik zag de onuitgesproken verwijten in haar ogen. Het was duidelijk dat ze het niet leuk vond dat ik haar niet eerder aan deze jongen voorgesteld had, terwijl ik hem duidelijk bleek te kennen.
‘We zitten helaas in dezelfde klas.’ Ik liet er nog een treiterende zucht op volgen en Lincy’s ogen werden nog groter. ‘Samen met zijn zus Gemma. Wie van jullie is eigenlijk de oudste?’
Het gezicht van de jongen vertrok en er kwam een zure grijns tevoorschijn. Het was duidelijk een vraag die hij niet kon waarderen, die hij niet leuk vond en het antwoord kon ik dus ook al raden. Gemma moest dus wel het oudste van de twee zijn.
Ik opende mijn mond om nog wat te vragen toen hij zich omdraaide en zonder iets te zeggen wegbeende. Mijn zusje beet op haar lip en keek mij toen aan met een paar dodelijke puberblikken.
‘Ja, wat?’
‘Nu heb je hem weggejaagd en gaat hij nooit meer met me praten. Hij denkt nu vast dat ik een stomme trut ben met een nog veel achterlijkere zus.’
Ik snoof spottend. ‘Als hij dat denkt, mag hij het vooral blijven denken. En sowieso; hij heeft mij al ontmoet en ik denk niet dat wij elkaars type zijn. Ik denk niet dat wij het heel goed met elkaar kunnen vinden. Hij komt er vast wel overheen en voor jou is hij toch te oud.’
Dat was duidelijk de verkeerde opmerking, want ik kreeg een nog bozere blik dan net.
‘Alle leuke jongens zijn te oud. Nolan was ook te oud voor jou, maar je hebt weet ik hoe lang een relatie met hem gehad. Dus als iemand niets over oud kan zeggen dan ben jij het wel. Je bent mijn moeder niet!’ Dat waren woorden die ze de laatste tijd wel vaker uitsprak, woorden waarmee ze een discussie vermoordde. Het waren geen woorden waar je het mee oneens kon zijn, want ik was haar moeder inderdaad niet.
Sinds Lincy naar de tweede klas gegaan was, was ze nog lastiger dan eerder.
Mijn zusje stampte weg, zwiepende haren en al. Ik rolde met mijn ogen en toen keek ik naar de stoel. De zin om mezelf gaar te laten braden in de zon was verdwenen en ik griste mijn spullen bij elkaar. Ik verlangde er hevig naar dat Ash hiernaast woonde in plaats van Nikolai en Gemma. Gemma was nog wel een aardig meisje, maar helaas vond ik haar broer een vervelend mannetje.
Ik stond al met een voet binnen toen zijn stem opnieuw klonk. ‘Ik wist niet dat je zo rijk was, Roadie.’ Hij hing weer over de schutting en glimlachte breed naar me, maar ik zag zo ook wel dat het niet echt een gemeende lach was. ‘En ik wist ook niet dat je zo’n lekker wijf was in bikini. Nu snap ik wel waarom Ash voor je gekozen heeft.’
Ik liet het tijdschrift en de zonnebril vallen en in een paar stappen was ik bij hem, mijn vingers achter het boord van zijn shirt gehaakt.
‘Wow.’ Het kwam er piepend uit en van binnen glimlachte ik. Dat zou hem leren. ‘Je hoeft niet te doen alsof je een badass superheldin bent.’
Ik liet hem los, maar niet voor ik de woorden ‘Als je me nog één keer een lekker wijf noemt, is die mooie neus van je binnenkort niet meer mooi.’
‘De meeste meisjes vinden het anders een compliment om een lekker wijf genoemd te worden.’ Hij trok zijn wenkbrauwen op. ‘Ik denk dat je zusje het niet erg zou vinden.’
Ik deed een stap naar voren, zodat we neus aan neus stonden en het leek of hij één oog had in plaats van twee.
‘En dat geldt er ook voor als je mijn zusje zo noemt, of ze het nou erg vindt of niet. Ze is dertien en als je haar hart breekt, breek ik elk botje in je lijf,’ gromde ik en ik probeerde me niet af te laten leiden door de warme adem die ik op mijn wang voelde. Ik omklemde de planken van de schutting om te voorkomen dat ik hem op zijn gezicht zou meppen, om die zelfvoldane grijns eraf te meppen. ‘Of als je maar naar kijkt.’
Ik deed een stapje bij hem weg.
‘Je bent echt schattig als je boos bent, Roadie.’
‘En als je dat nog een keer zegt, heb je heel snel geen ballen meer.’
‘Ik hou ervan als je dirty praat.’ Hij grinnikte breed naar me.
Waarschijnlijk wilde hij gewoon dat ik hem een mep verkocht en zou hij er nog blij van worden ook.
‘Ik meen het. Blijf uit onze buurt.’ Met die woorden draaide ik me om en dit keer negeerde ik hem toen ik naar binnen liep.

:upside_down_face:

Up