[verhaal] Geesten zijn zwart-wit

http://www.fotoaanpassen.nl/tmp/img-53617a64b52fe/step0004.jpg?1398898348427

Hoofdstuk 1

Zwart is geen kleur. Dat is simpelweg een feit. Als iemand je vraagt wat je lievelingskleur is kun je groen of rood zeggen, maar geen zwart. Als je tekent of verft, kun je geen zwart gebruiken. Je noemt het misschien zo, maar eigenlijk is het gewoon een héél donker paars of groen. Wit is ook geen kleur. Zuiver wit licht heeft geen tint, en is dus geen kleur. En grijs? Grijs zit ergens tussen wit en zwart in. Ik zie geen kleuren. Maar dat betekent niet dat ik niets zie. Ik zie zwart-wit. Dat klopt eigenlijk ook niet. Eigenlijk zie ik alleen maar heel veel verschillende tinten grijs Een zeldzame kleurenblindheid. Ik heb hier de woorden rood en groen wel gebruikt, maar ik heb geen idee hoe ze eruit zien. Ik heb gelezen dat rozen rood zijn, en gras groen, maar voor mij zijn het gewoon twee tinten grijs. Mijn aandoening heet achromatopsie. Heel zeldzaam.

En dat was bepalend voor mijn leven. Dat ene verschil met andere mensen, dat ik geen kleuren zie en zij wel, zorgde dat ik een experiment werd. Mijn zeldzame aandoening zorgde dat ik een proefkonijn werd dat aan van alles wordt onderworpen. Mijn enige steun en toeverlaat hier is Gabe. En Gabe is… een geest. Serieus, ik maak geen grapje, het is echt waar. Hij is geen hersenspinsel. Hij is een geest. Hij noemt zichzelf ‘Gabriël de grote geest’. Dat groot klopt wel, hij is zo’n twintig centimeter langer dan ik. Hoe ik kan bewijzen dat hij een geest is. Door hem te laten zien, maar dat gaat niet. Maar alle mensen hier kennen hem. En allemaal schrokken ze zich kapot als ze hem voor het eerst zagen. Maar ze laten hem z’n gang gaan. Hij mag rondzwerven zoveel hij wil. Hij eet niets en maakt geen rommel, dus hebben ze geen last van hem.
Waar was ik gebleven? Oja, mijn steun en toeverlaat. Ik ben hier heel alleen. Soms komen mijn ouders en mijn broer Jonathan - Een jongen en een geest van allebei 17 gaat niet samen, stelletje kleuters -. Voor de rest ben ik hier een soort van opgesloten. Ik wordt onderzocht en getest. Ik moet leren. En verder niets. Niet naar buiten, geen contact met de buitenwereld. Opgesloten met een stelletje geleerde dokters en wetenschappers en een geest. Zo ziet het leven van Sandy Jones eruit. Welkom in mijn leven.

“Môgge Sandy.” Opeens staat Gabe in mijn kamer. “Gabe, je kunt niet zomaar overal binnen komen vallen!” roep ik. Hij fronst zijn wenkbrauwen: “Niet?” Ik doe mijn best om boos te kijken: “Wegwezen.” Hij loopt in de richting van de muur. “En neem alsjeblieft de deur in plaats van elke keer door muren te lopen.” En dus loopt hij door de deur zonder die open te doen. Ik zucht. Wat heb ik voor een leven?! Als ik goed nadenk: geen leven. Ik kleed me aan. Om me het makkelijk te maken zijn al mijn kleren ‘zwart’. Ik zie toch niet wat ik aanheb. Bijna niemand eigenlijk. Ik haal een borstel door mijn haar. Volgens mijn ouders is het blond, maar ik heb geen idee hoe dat eruit ziet. Aan iemand die geen kleuren ziet kun je niet uitleggen hoe een kleur eruit ziet. Ik ken maar drie kleuren. That’s it. Ik loop naar de keuken. Brood, hagelslag en een glas melk en klaar. En weer staat Gabe opeens voor mijn neus. “Wat ga je doen vandaag?” “Jou ontlopen,” bijt ik hem toe. Hij trekt een pruillip: “Maar dan verveel ik me.”
“Wat doen geesten normaal?”
“Geen idee, ik heb er nog nooit een gezien.”
“Je bent er zelf een.”
“Oja.” Hij denkt even na: “Mooie meisjes gezelschap houden”
“Slijmbal.”
“Ik meen het,” Ik kijk op. Hij kijkt heel serieus. “Gast, jij bent een geest, een dood iemand en ik ben een kleurenblind meisje die niet eens weet hoe het er buiten dit gebouw eruit ziet. Dat gaat niet samen!”
Hij knikt: “Sorry, stom van me. Ik had het kunnen weten.” En weg is hij. O shit, nu heb ik hem gekwetst.

Ik ben echt hopeloos. Ik krijg het zelfs nog voor elkaar een geest te kwetsen. Al met al ben ik nu wel degene die ontdekt heeft dat geesten gevoelens hebben, maar dat is maar een schrale troost. Eigenlijk géén troost. Misschien moet ik met hem gaan praten, maar dan moet ik hem eerst vinden en hij heeft een voorsprong met het feit dat hij door muren kan lopen.

“Sandy!” Dat is dokter Clifford, één van de gestoorde wetenschappers die besloten heeft dat ik hier mijn leven moet doorbrengen. Oké, eigenlijk is dat niet waar. Hij kwam hier pas toen ik een jaar of zes was en hij is heel aardig. Waarschijnlijk is het tijd voor een nieuwe test. Ik haat tests. Ik heb na de testen en proeven echt geen idee meer wat er allemaal gebeurt is. Alsof mijn geheugen gewist is. Maar dit keer is het niet voor een test. Aan weerszijden van hem staat iemand. Een jongen en een meisje van mijn leeftijd. “Je krijgt gezelschap, Sandy. Deze twee hebben dezelfde aandoening als jij en komen hier wonen,” zegt dokter Clifford. Ik zeg niets en staar hem aan. “Sandy?” Ik reageer nog steeds niet en bestudeer de nieuwkomers van top tot teen. “Sandy, stel je even voor!” Ik zucht. “Ik ben Sandy Jones,” zeg ik. “Ik ben Lesley Miller,” zegt de jongen: “En dit is mijn tweelingzus Lilah.” Ik moet me inhouden om niet te lachen. Lilah! Haar ouders hadden niets beters kunnen verzinnen. Een kleurenblind meisje Lilah noemen. “Ik breng ze wel naar hun kamers,” hoor ik iemand zeggen. O, fijn. Onze geest is ook weer aanwezig. Ik kijk naar de tweeling. Lesley’s mond staat open en Lilah ziet eruit alsof ze elk moment kan flauwvallen. “Gabe,” roep ik geïrriteerd. “Wat? Doe ik iets verkeerd?”
“Ja, je had beter weg kunnen blijven.”
Ik tel af hoelang het duurt voor hij weg is, maar hij blijft gewoon staan. "Welkom, ik ben Gabe, huisgeest, " zegt hij. “Geest?” stamelt Lesley. Gabe knikt. “Dat is… zo cool!” Gabe grijnst: “breng jij Lilah naar haar kamer, Sandy?”
“Woont hij hier ook?” vraag Lilah. “zoiets.”

Ik vind dat je leuk schrijft!

Meer ik volg :slightly_smiling_face:

Ga verderr, dit verhaal is gaaaf

Ik was misschien wel alleen voor zij hier kwamen, maar nu heb ik het gevoel alsof iemand mijn domein is binnengedrongen. Mijn plek. Ik heb gevoel dat er iets niet klopt. En ik zal erachter komen wat dat is.

Ik zit kamer als er op de deur geklopt wordt. Het is Lilah, die vraagt of ik kom eten. Ik knik en loop achter haar aan. De tafel is netjes gedekt. Toen zij hier nog niet waren at ik meestal op de bank. Ik kon eten wat ik wilde, soms at ik chips als lunch.

Tijdens het eten komt dokter Clifford binnen: “Sandy, er is bezoek voor je.” Ik ga naar mijn kamer, dat wachten mijn ouders altijd. Maar als ik binnenkom zie ik alleen Jonathan op de rand van het bed zitten. Hij staat op als ik binnenkom en strekt zijn armen uit: “Knuffel?”
Ik geef hem een knuffel. “Waar zijn pap en mam?” vraag ik. “Ze hadden geen tijd.”
Ik snuif. “Geen tijd? Geen zin zul je bedoelen!” Hij slaat zijn ogen neer en knikt. Ik glimlach. “Maar ik ben blij dat jij er bent,” zeg ik terwijl ik hem nog een knuffel geef.

ik vind hem leuk :slightly_smiling_face: volger

VERDER!! :wink:

up

UP