[verhaal] Fantoom

Ik ben gisteren, na opeens een zee van inspiratie in mijn hoofd, begonnen met een nieuw verhaal. Meestal schrijf ik eerst een stuk, minstens 10 a4tjes, verder voordat ik het post, maar ik was nu wel benieuwd wat jullie ervan vinden.
Dus, commentaar, tips, reacties!! En natuurlijk wil ik graag horen of jullie vinden dat ik verder moet gaan.
De titel is trouwens nog niet definitief, waarschijnlijk wijzig ik die nog een keer.

Proloog
Hij zou me wel kunnen vermoorden, flitst het door mij heen.
Even word ik heel bang, ik durf nauwelijks meer te ademen. Hoe goed ken ik hem eigenlijk? Juist, nauwelijks. Dus wie zegt er dat hij niet gestoord is, een psychopaat, die over een paar seconden uit zijn zak een mes haalt en mijn keel open snijdt.
Of misschien grijpen zijn handen naar mijn keel, pakt hij mij stevig vast, en knijpt. Dan zal ik nu, op dit moment, mijn laatste adem uitblazen. Daarna kan hij rustig te kamer uitlopen, niemand zal ooit weten wat er hier is gebeurd, wat mijn laatste woorden waren. Ik heb niet eens mijn wensen voor na mijn dood kunnen vertellen. Hoe lang zal het duren voordat ik word gevonden?
Ik maak mezelf steeds banger, en in mijn hoofd zie ik alle horror scenario’s al verschijnen. Ik zie al helemaal voor me hoe ik over een paar seconden op de grond lig, alleen in deze donkere kamer. Hoe het gordijn bij het raam wappert en het schijnsel van de straatlantaarns een klein streepje op de vloerbedekking maken. Niemand zal weten dat ik dood ben.
Ik kijk naar hem, naar zijn groene ogen, vlakbij mij. Ik zucht.
Ik voel zijn handen op mijn naakte schouders, vanaf daar glijden ze langzaam naar beneden. Ik ril.
Het is stil in de kamer. Het enige geluid dat ik hoor komt van buiten, van de auto’s die over de drukke weg langs het hotel razen. Van de stemmen in de kamers hier omheen.
We zijn alleen. Ik geef me aan hem over.

oeehh klinkt spannend, van mij mag je verder gaan ;d

Klinkt leuk en ook spannend, want ik zou nu wel willen weten van hoe en wat. Leuk dat je er spanning in kunt brengen

Inderdaad spannend! Weer een goed verhaal =)
Ben benieuwd hoe het verder gaat.

Dat smaakt zeker naar meer!

De proloog komt later in het verhaal terug, dit stukje staat er dus volledig los van en heeft er niks meer te maken. De proloog was dus niet de nachtmerrie.

Ik staarde blind voor mij uit. Ik kon geen woord meer uitbrengen.
De nachtmerrie had lang genoeg geduurd. Ik was zwetend wakker geworden terwijl mijn wekker aangaf dat ik nog maximaal een uur had kunnen slapen. De nachtmerrie was niet alleen een nachtmerrie geweest, het was een herinnering, een flashback.
“Kom nog één keer bij mij, dit is de laatste keer, ik beloof het.” Had zijn stem door de koude nacht gefluisterd.
Was het maar bij een nachtmerrie gebleven, dan had ik me nu niet zo gevoeld.
Ik probeerde de gedachte weg te wuiven, zwaaide mijn benen over de rand van het bed en liet mijn voeten neerkomen op koude houten vloer van mijn slaapkamer.
Ik wreef door mijn ogen en liet daarna mijn hoofd op mijn handen leunen. Ik zuchtte. Het zou een lange dag worden en dat beetje energie dat ik had, had ik hard nodig.

super leuk!
jammer dat het zo weinig is… (:
xxx

oejoejoej verder, inderdaad, jammer dat het zo weinig is…

super!
schrijf verder…

ik zal later meer posten!! ik heb nu wel inspiratie voor een groot stuk, moet het alleen nog uitwerken, dus morgen komt er meer (:

ben benieuwd, niet té ingwikkeld maken he ;p

Ik gooide mijn grote weekendtas in het ruim voor de bagage, onder de bus. Mijn gitaarkoffer en rugzak nam ik mee naar binnen. Achterin de bus zag ik Noor al zitten, zwaaiend naar mij, als teken dat ze een plaats voor ons had.
´Zo, Juul, jij hebt veel mee.´ Zei ze lachend.
Ik wees door het raam naar buiten, waar de helft van de klas hun spullen nog in het bagageruim kwijt probeerde te raken. Er stonden genoeg mensen die enorme koffers op wieltjes hadden. Vergeleken daarbij was mijn bagage zo klein als een mier tegenover een olifant.
´Ja, echt hè!’ Zei ik.
Noor frunnikte wat aan de knopjes langs de rand van de stoel, duwde een keer flink tegen de rugleuning aan en langzaam ging haar stoel naar achteren. Zelfvoldaan grijnsde ze en ging rustig liggen.
Ik keek hoe de bus steeds voller werd, iedereen praatte druk door elkaar, zenuwachtig voor een week weg. Een werkweek, het hoorde erbij.
Het was nog donker buiten, alleen de straatlantaarns gaven licht af. Ze vervaagden, werden lange lichtstrepen tegen de pikzwarte lucht terwijl mijn ogen ze volgden vanuit een rijdende bus.
Noor legde haar kussen tegen mijn schouder aan, nestelde zich in haar stoel. Ze trok haar knieën op en schopte haar schoenen uit. Ze sloot haar ogen en probeerde te slapen.
Hoe verder we onderweg waren hoe stiller het werd in de bus. De enthousiaste, zenuwachtige stemmen van eerst veranderen in zacht gefluister, in zwaar ademende, slapende mensen. De lichten gingen uit, alleen blauwe lichtjes langs het gangpad bleven over.
Ik probeerde mijn ogen te sluiten, maar gelijk kwamen de herinneringen naar binnen gestroomd.
“Dit is de laatste keer, ik beloof het.” Ik zag een gedaante naar mij toelopen, een donker gedaante, niet zichtbaar wie het was, al had ik de stem maar al te goed herkend.
Snel deed ik mijn ogen weer open. Zo kon ik niet slapen. Ik voelde me gerustgesteld toen ik merkte dat Noor nog steeds veilig tegen mij aan lag.
Met zo min mogelijk bewegingen boog ik me naar voren, probeerde mijn iPod voorzichtig uit mijn tas te halen, zonder Noor wakker te maken. Vlug zette ik mijn koptelefoon op, scrollde naar de playlist die ik gisteren aan had gemaakt en zette de muziek hard aan. Al gauw werkte mijn plan om te vervelende gedachtes uit mijn hoofd te bannen. De muziek nam mijn hoofd volledig over, en na een tijdje viel ik in slaap.

goed geschreven, ;d
en gelukkig al een langer stukje
meermeermeer

up! meer reacties?

I like it!

Ik werd wakker van Noor’s vingers die in mijn arm prikten, en ik hoorde haar zachte stem mijn naam noemen. “Juultje, word eens wakker.”
Slaperig kwam ik overeind en wreef in mijn ogen. “Waar zijn we?” Het kon toch nooit dat we er nu al waren? Ik kon geen zes uur geslapen hebben.
“We zijn ergens achterin België, we houden even pauze.” Zei Paul, die op dat moment langs onze stoelen kwam gelopen. Hij glimlachte even naar onze slaperige hoofden en liep toen verder, richting de deur van de bus.
Ik geeuwde en keek Noor aan. “Zullen we maar naar buiten gaan dan? Misschien is het wel slim om even onze benen te strekken.”
Noor knikte, stond op, trok mij overeind van onze stoelen en liep richting de uitgang. Onderweg fatsoeneerde ze haar haar even en streek haar kleren glad.
Buiten stond een slaperige klas. Noor en ik liepen samen naar Nanne en Liselot, die bij de ingang van het winkeltje stonden. Zij zouden onze kamergenoten worden in het hotel. Er waren alleen maar kamers voor vier personen, en enkele voor vijf, dus we hadden een kamer moeten delen. Niet dat we dat heel erg vonden, want we gingen vaak genoeg met Nanne en Liselot om op school.
Het was fris buiten, zo vroeg in de ochtend. Ik stopte mijn handen in de zakken van de grote trui die ik had geleend van mijn broertje. Nou ja, broertje, hij stak inmiddels minstens tien centimeter boven mij uit, dus echt een broertje was het niet meer.
Ik geeuwde. Wat verlangde ik nu terug naar mijn eigen bed, de warmte, de zachte kussens en het uitrusten.
Een half uur later zaten we weer in de bus. Iedereen was nu zo wakker dat er van slapen niks meer kwam. Nanne en Liselot hadden van plaats geruild met degene die eerst achter ons hadden gezeten. Nu zaten Noor en ik omgedraaid op onze stoel en praatten we enthousiast over onze verwachtingen van deze week.
‘Ik ben echt benieuwd hoe het hotel eruit ziet.’ Zei Nanne
‘Misschien is het wel een hotel met enorme kamers. Vier tweepersoons hemelbedden, enorme klerenkasten vol jurkjes waar we gebruik van mogen maken. Een badkamer zo groot als de aula van de school, vol bubbelbaden met kranen waar allerlei verschillende soorten zeep uit komt. Een ontbijt op bed ‘s morgens, met versgebakken croissantjes en versgeperste sinaasappelsap, stukken stokbrood, geserveerd door de knapste Fransman die we ooit hebben gezien. Een televisie op onze kamer met allemaal internationale zenders waar we onbeperkt gebruik van mogen maken. Daarnaast een koelkast vol met de lekkerste Franse wijnen….’ Fantaseerde ik.
Verbaasd blikken van Nanne, Liselot en Noor waren het gevolg. Daarna barstten ze in lachen uit.
‘Nou, Julia, jouw fantasie is echt te groot.’ Concludeerde Nanne nog steeds lachend.

Leuk!
Snel verder dus.

Xoxo

Het was inderdaad teveel gevraagd. Toen we in het hotel aankwamen was het misschien wel het tegenovergestelde van mijn dromen. De receptie was klein, we pasten er niet met de hele klas in. Het gevolg was dat de leraren zich opsplitsten, alle vijf met een groep van rond de twintig kinderen.
Wij waren als laatste.
De gangen naar onze kamers waren smal, je kon er net met z’n tweeën naast elkaar lopen. De muren van het hotel waren vroeger vast een keer wit geweest, maar werden nu bedekt door een grauw grijze kleur. De deur naar onze kamer was niet bepaald stevig, iedereen die wilde kon hem zo open krijgen. Dat stelde me verre van gerust.
Snel maakte ik de deur open met de sleutel die we gekregen hadden. Ik zweeg toen ik als eerste naar binnen stapte.
De kamer was klein. Er stonden vier eenpersoonsbedden in, naast elkaar. Alleen gescheiden door een klein nachtkasje. Aan het voeteinde van de bedden was hooguit een meter loopruimte, tegen de muur daartegenover stonden twee klerenkasten.
De muren waren net zo grauw als die van de gangen. Volgehangen met de lelijkste fotolijstjes en schilderijen die ik ooit had gezien.
Ik gooide mijn tas op een van de binnenste bedden neer en liep naar de enige andere deur in de kamer. Die leidde vast naar de badkamer.
De badkamer was net een soort kelderkast. Zo klein. Er was een douchecabine. Daarnaast een wastafel en daarnaast een wc. Dat was het. Geen ruimte verder. Als je op de wc zat, zat je met je benen onder de wastafel. Als je uit de douche stapte moest je opletten dat je niet tegen de wastafel aanliep.
‘Juul, dit is precies wat je gedroomd had, toch?’ Zei Nanne sarcastisch.
‘Ja, inderdaad. Ik hoop dat we het hier overleven en niet aan worden gevallen door een leger van die heerlijke, vriendelijke kakkerlakken.’ Zei ik, terwijl ik op mijn bed plofte en op mijn gitaar begon te rammen.

meer reacties?

leeeeeeeuk verder! :’)