Verhaal (fantasy achtig) nog geen titel..

HetVerhaal.
“Maya!.. wakker worden!” Riep ik. “Het is je verjaardag!”.
Maya draaide zich slaperig om, rekte zich slaperig uit, en keek met een brede grijs naar me op.
“Eindelijk! , zei Maya. “Het duurde zó lang”.
Ik keek glimlachend naar het stralende gezichtje van Maya. Nu al weer 9 jaar, dacht ik, wat gaat de tijd toch snel.
“En? Mag ik je cadeautje nu uitpakken?”
“Wat ben je toch weer lekker ongeduldig”, lachte ik, en haalde het cadeautje van achter m’n rug vandaan. “Alsjeblieft!”
Maya keek onderzoekend naar het kleine rode pakje, waarschijnlijk aan het raden of ze weet wat er in zou kunnen zitten. Toen besloot ze dat ze het toch maar meteen wilde weten en scheurde het papier van het pakje. Uit het doosje haalde Maya een kaars, in de vorm van een brandende vlam. Door de kleuren leek hij net echt, vuurrood dat geleidelijk over liep in knal oranje, naar fel geel.
“Vind je het mooi?”Vroeg ik.
“Ohhh!!!..Jaaaa…!! Dankje!!” riep Maya, terwijl ze me een dikke knuffel gaf.
“Oké, wat wil je doen vandaag? Jij bent jarig, dus jij mag het zeggen!”Zei ik.
Maya dacht lang na… en zei toen: “ik wil weten hoe ik bij jou gekomen ben.”
Ik slikte. Daar was ik niet op voorbereidt. Maar ik moest het haar toch ooit vertellen. Ook al was het verhaal zo ongeloofwaardig als wat. Maya zou me wel geloven, dat was het probleem niet. Maar toch… “Oké.”zei ik, “Hier komt ie dan: Het begon allemaal 9 jaar geleden. Het was 4 augustus, op een warme zomer avond. Die dag was ik weggelopen van huis. Ik was 16 jaar oud en voelde me nog nooit zo alleen. Ik liep naar het bos, om daar de nacht door te brengen, nog steeds vol met gedachtes in mijn hoofd over mijn eigen problemen.
“Ik liep door het bos, niet oplettend waar ik heen ging, alleen maar bezig met nadenken over wat ik achterliet. Nog steeds vol verdriet en woede. Ik liep stevig door, ik wou niet in de verleiding komen om terug te rennen naar huis. Na een tijdje begon ik me te realiseren dat ik al een flink stuk in het bos was. Ik keek om me heen. Toch wel een beetje griezelig zo alleen in een donker bos, dacht ik. Ik bleef stil staan. Ik besefte me dat er iets mis was. Het was onnatuurlijk stil. Ik hoorde geen enkel diertje bewegen, geen wind, geen geritsel van bladeren, helemaal niets. Toen besefte ik dat er nog iets was dat niet klopte. Het rook hier vreemd. Een branderige, rokerige lucht. Ik begon verder te lopen, vast iemand in de buurt die een kampvuur heeft gemaakt, dacht ik”.
Ik aarzelde even voor ik verder ging.
“Ik liep verder, weer vol in gedachte, tot ik zag waar mijn voeten mij naartoe hadden gebracht. Ik keek om me heen, en wist meteen dat dit geen kampvuur was.”
“Overal vuur. De bomen waren zwart van het roet, overal laaiende vlammen, en nergens een uitweg. Ik probeerde om te draaien en weg te rennen, maar me voeten stonden vast genageld aan de grond. Ik keek om me heen, en zag een soort openplek verderop. Ik begon moeizaam te lopen, al hoestend van de rook die in me longen trok. Nog een paar meter en ik was er. De openplek was binnen no-time ook onder een zee van vuur. Overal krakende bomen die omvielen. Ik was doodsbang. Ik zakte neer op de grond. Huilend van angst… En toen zag ik iets.”
Maya keek me met een aanmoedigende blik toe.“Vertel verder, Yasmin!”zei ze.
Ik zag het voor me… zo duidelijk, alsof het gisteren was. Maar ik was al halverwege, dus nu moest ik het afmaken ook.
“Precies in het midden van de openplek, in het centrum van het bos, daar lag iets.”Ging ik verder. “Ik zag een goudgele gloed er vanaf komen. Niet op de manier zoals van het vuur. Maar anders. Meer vertrouwd, alsof… alsof het me riep. Ik schuifelde er wankelend naar toe. En zag tot mijn grote verbazing, dat het goudgele licht van een bundeltje stof kwam. Maar… in het bundeltje lag iets.”
Ik slikte even, en ging toen weer verder met het verhaal. “Ik bewoog me langzaam in de richting van het bundeltje stof toe… en schoof een stukje van de stof aan de kant… en in het bundeltje… lag een baby.”
“Een prachtig engelen gezichtje, lag zo geruisloos stil, dat ik eerst vermoede dat ze dood was, maar ik hoorde haar zachtjes ademhalen. Ze was diep in slaap en sliep gewoon door, niet wetend dat ze in het midden van een vuurzee lag. Ik zakte door me knieën. Nu pas bewust dat ik geen energie meer had om te staan. Ik plofte neer. En zodra ik de grond raakte, viel ik in slaap…”

Maya keek naar me, een gezichtje vol vragen.“is het echt zo gegaan?” vroeg ze.
“Ja, echt waar.” Zei ik.
“En die Baby… dat ben… ik?”
“Ja.”
“Dus… 4 augustus… dat…maar, dat is vandaag!.. dus heb je mij dan precies 9 jaar geleden gevonden?”
“Ja. Daarom vieren we je verjaardag op deze dag, omdat ik je toen gevonden heb.”
“Maar… waneer ben ik dan écht jarig?” vroeg Maya.
“Dat weet ik niet zeker… maar je was nog geen paar dagen oud toen ik je vond. Dus zoveel zal het niet schelen.”
“Maar…”zei Maya. “als er overal vuur was… hoe kan het dan dat wij hier nu nog zitten?”
“Dat… is voor mij net zo’n raadsel als voor jou. Ik weet nog dat ik wakker werd. Ik dacht dat ik gedroomd had, maar jij lag vlak naast me, en alle bomen waren doorgebrand. Overal was het zwart. Ik heb geen idee hoe we het gedaan hebben… maar wij hadden het overleeft.”
“Verder was het enige wat ik dacht, we moeten hier weg… we moeten hier weg… hoe moe ik ook was, ik probeerde op te staan, en pakte jou op. Ik kon je daar niet zo achterlaten. Ik tilde je moeizaam omhoog, en hield je vast in me armen. Het enige wat ik verder nog weet is dat ik zo snel mogelijk het bos uit probeerde te komen, ook al was het allang gestopt met branden.”
“Toen ik uit het bos kwam, kwam ik bij een soort Indianen dorpje uit. Het was daar heel somber een grijs allemaal, waarschijnlijk hadden ze ook mensen verloren in die bosbrand. Ik liep wankelend met jou in me armen naar ze toe, en ze begonnen ons meteen op te peppen en te verzorgen. Ze vroegen niet eens hoe we heten, en hoe we levend uit het bos waren gekomen.” Een jongen van toen mijn leeftijd hoorde ik zeggen tegen zijn moeder dat hij wel op ons lette, en voor ons zou zorgen. Een week later was ik gezond genoeg om weer te vertrekken, en nam ik jou met me mee.”
Maya keek nog steeds alsof ze een moeilijke wiskundesom aan het uitrekenen was.
“Ik weet wat ik wil doen vandaag!”riep ze opeens.
“Zo… dat is plotseling.” Zei ik, half-verbaasd, half-geamuseerd.
“Ja. Ik wil naar het bos. Het bos waar jij me vond.”
-

Ik stond al bij de deur, “kom je, Maya?” vroeg ik.
“Ja, nog heel even wachten…” zei ze, terwijl ze haar cadeautje in haar jaszak stopte. “Oké, ik ben klaar!”
Maya liep naar buiten, en ik deed de deur op slot. Maya pakte mijn hand en we begonnen te lopen richting het bos. Na een hele tijd lopen begon Maya toch wel moe te worden, en begon steeds meer te sloffen met haar voetjes. “Hoe ver is het nog?” vroeg ze.
“We zijn er bijna.” Zei ik.
Een kwartiertje later kwamen we bij een berg aan. Prachtig groen, bezaaid met bloemen, en volgepropt met bomen. Een strakblauwe lucht hing boven ons, en verderop, stond een oude man van het uitzicht te genieten.
“Goedendag.”zei ik beleefd, terwijl ik naar de oude man toe liep. “Weet u misschien waar het ‘Bos der Eeuwige Krachten’ is? Ik wist dat het hier ergens in de buurt moest zijn, maar ik weet het niet meer zeker.”
“Het… het ‘Bos der Eeuwige Krachten’?.. Dat ligt hier vlak achter deze berg…Maar, waarom wil je dat weten?” Vroeg de oude man een beetje geschokt.
“Oh, we wilden gewoon eventjes gaan kijken.”
“Maar, daar valt helemaal niets te zien!”
“Nou, even kijken kan nooit kwaad, toch?”Zei ik, nu een beetje geïrriteerd.
“Nee, ik… ik kan jullie daar niet heen laten gaan…”Zei de oude man verward.
“Maar, hoezo kunt u dat niet doen?” vroeg ik een beetje lacherig.
“Dat is niet iets om over te lachen!”Zei de oude man, die nu steeds bozer begon te klinken.
“Sorry, zo bedoelde ik het niet… maar, waarom mogen wij er dan niet heen?”
“Nou…”Begon de oude man mysterieus. “het is er niet helemaal normaal…” Maya en ik keken elkaar vragend aan. “Er is iets magisch met dat bos… ik weet niet wat… maar… ik vertrouw het daar niet helemaal.”
“Hoezo niet?” Vroeg Maya die nu ook een beetje zenuwachtig werd.
“Ze zeggen dat er een vloek op rust, een hele tijd geleden is er iets raars gebeurt… Het was in de zomer, de koudste zomer in jaren, maar op één dag was het bloedje heet. De bewoners rond het bos en hier op de berg waren er allemaal erg blij mee, met toch nog een dag lekker weer. Maar pas ‘s avonds kwamen ze er achter waar de hitte vandaan kwam… het kwam van een bosbrand.”
“Alle Oud-vaders van de stam Ainu verzamelde om naar het ‘Bos der Eeuwige Krachten’ toe te gaan, om te kijken of er nog mensen in het bos waren. Eenmaal aangekomen zagen ze van alle kanten wilde dieren hun kant op rennen, weg van het vuur. De mannen waren verbijsterd. Het bos waar altijd zo veel gebeurt was, zo veel mooie herinneringen die zich daar hebben afgespeeld…En het enige wat je nu nog kon zien was een enorme vuurzee. Overal vielen bomen krakend neer, zwart van het roet, helemaal doodgebrand. De Oud-vaders probeerde het bos in te komen, om te kijken of er nog wat mensen of dieren in waren die gered moesten worden. Ze probeerde heel voorzichtig steeds dieper in het bos te komen, tot ze dicht bij het centrum waren. Toen konden ze niet meer verder. Alle doorgangen waren geblokkeerd door omgevallen bomen en bosjes die in laaiende vlammen opgingen. Ondertussen waren de vrouwen en kinderen van de stam Ainu, onrustig aan het wachten aan de rand van het bos. De mannen konden niet verder, en probeerde weer terug te komen. Ze riepen om hulp. De vrouwen en kinderen probeerde de mannen te vinden, ze kamde het hele bos door, uit eindelijk vonden ze elkaar, maar beide groepen waren gehalveerd.”
“De helft van de mannen waren dood, uitgedroogd , of konden niet meer terugkomen. De vrouwen en kinderen misten ook de helft; de kinderen probeerde in wanhoop hun vaders te vinden, maar raakte de groep uit het oog, en één voor één verdwaalde ze in de vuurzee. De vrouwen waren gek geworden door het idee dat ze hun mannen niet konden vinden, en dat ze niet goed genoeg op hun kinderen hadden gelet, die ook waren omgekomen. 200 mannen waren het bos in gegaan om mensen te redden. Maar 80 mannen waren ook weer levend teruggekomen. 160 vrouwen en 70 kinderen probeerde hun geliefden te vinden, slechts 90 vrouwen en 30 kinderen hebben het overleeft. Families waren uiteen gerukt, tranen vloeiden de hele zomer lang. Niemand wou ooit dat bos nog in, niet na wat er toen was gebeurt.”
“Het jaar ging voorbij, de stam Ainu pakte zijn leven weer op, en ook al kon niemand die nacht in de zomer vergeten, mensen leefden verder. Het bos werd weer gezien als een onderdeel van de natuur. De plantjes waren weer gaan groeien, en er was weer leven op dat stuk grond. Alles ging goed, tot het weer zomer werd. Precies een jaar later, kwam er weer een bosbrand. Deze keer werden er weer families uiteen gerukt, en weer probeerde ze hun leven weer op te pakken en gingen door. Tot weer een jaar later er een bosbrand woedde, en het jaar erna… en het jaar daarna. Zo gaat het nu al bijna 10 jaar. Telkens in de zomer, telkens op dezelfde dag.”
“En… wat was dat voor dag?”Vroeg Maya, die haar nieuwsgierigheid nu niet langer meer in kon houden.
“De 12de dag voor volle maan… 4 augustus”.

Het bos.

“Meneer…ik… ik wil toch heel graag het bos even zien… met mijn eigen ogen… zodat ik het een beetje kan begrijpen… snapt u?” Vroeg Maya op haar aller beleefdste manier, en trok een heel lief gezichtje.
“Ja… dat… dat is natuurlijk volkomen begrijpelijk… je bent natuurlijk benieuwd… dat is geen schande, nee… nee… je kan het je natuurlijk niet voorstellen… ja… dat snap ik… oké… oké… ja, jullie mogen het bos in… weet je wat? Ik loop wel even met jullie mee!”
“Dat is erg aardig van u meneer.” Zei ik.
Met z’n 3e liepen we samen de berg af… richting het ‘Bos der Eeuwige Krachten’. Lang duurde het niet, precies zoals de oude man verteld had, lag het bos vlak achter de berg. Maya keek nieuwsgierig naar mij toen de oude man even niet keek, ik trok een gezicht, en ook Maya had haar bedenkingen over de oude man. Toch liepen we door, en kwamen we na een bijzonder kort stukje lopen al bij de rand van het bos uit. De man stopte. En keek naar de twee meisjes.
“Nou, hier is het dan… succes.”
“Erhm… gaat u niet mee?” Vroeg ik verbaast.
“Hmm… nee… nee ik denk het niet… nee, het lijkt mij beter… ja… ik, ik blijf hier.” Zei de oude man vaag.
Maya trok haar wenkbrauw op, en keek vragend naar mij.
“Oké, nou… toch bedankt dat u ons naar het bos wou begeleiden.” Zei ik en knikte beleefd. “Kom Maya.”
Ik pakte Maya’s handje en samen liepen we het bos in… de oude man keek ons na, en liep toen weer terug naar de berg.
“Yasmin… is dit wel zo’n goed idee?” Vroeg Maya.
“Waarom niet?” Vroeg ik, iets stoerder dan ik me werkelijk voelde. “Jij wou toch graag het bos zien waar ik je vond… nou nu zijn we er, dus dan kunnen we het toch ook maar meteen bekijken ook?”
“Dat is waar.”Zei Maya, nog steeds niet helemaal overtuigt.
Ik keek achterom of de man al weg was, en zei toen: “Wat een vreemde man, vond je ook niet?”
“Ja… hij was steeds aan het stotteren… want een lafaard… een vloek… ja hoor, natuurlijk!”. Lachte Maya een beetje bespottend.
“Maar… vind je het verhaal dat hij vertelde… ook niet een beetje… toevallig?”
“Hmhm… ja het was heel zielig enzo… en over dat vuur, dat was inderdaad erg eng… maar… dat er nou élk jaar weer een bosbrand kwam… op precies dezelfde dag… is inderdaad een beetje te toevallig.”
Ik zat met mijn gedachtes al veel verder, het ratelde als een gek in mijn hoofd, zo hard waren m’n hersens aan het denken. Hoezo toeval? Het valt allemaal op z’n plaats. Het was bloedheet, er was een bosbrand. Overal vuur. Ze konden niet bij het Centrum komen… het was op 4 augustus!.. en… zei hij nou…: zo gaat het nu al bijna 10 jaar?.. bijna tien jaar… hoe oud is ze vandaag geworden… 9 jaar!.. nee… dit kan toch geen toeval meer zijn!? dacht ik.
Maya stopte. “Kijk!”zei ze… we waren aangekomen bij een openplek, in het midden van het bos.
Overal stonden jonge boompjes, met knalgroene blaadjes en nieuwe knopjes aan hun takken. Overal waren alweer kleine bloementjes, en het gras was ook vers groen. Het zag er prachtig uit… zo’n jong bos zie je nergens!
Maya keek om zich heen… “Wouw…” zei ze, terwijl ze op de openplek ging zitten, midden in het gras en tussen alle jonge bloemen. Ik ging naast haar zitten en was nu ook toch best moe was van al dat lopen. Maya ging languit liggen en keek omhoog. “Kijk!”zei ze, “Ik zie de maan…het is een dun schijfje… en een hele boel sterren” ik ging ook liggen. Het was inderdaad prachtig hier…maar toch had ik een sterk gevoel dat dit me erg bekend voor kwam. ik dommelde in slaap, met Maya naast me.
Ik had een hele rare droom… het zal wel door dat verhaal van die rare man komen, dacht ik nog… overal mannen en vrouwen met kinderen die elkaars namen riepen, maar elkaar niet konden horen of zien… het was donker… zwarte bomen. En helder licht… van…van vuur… en angst, heel veel angst… dat er iets ergs ging gebeuren…
Ik werd zweterig wakker, en schrok van mezelf. Ook Maya werd wakker.
“Wa ttis er?”Vroeg Maya slaperig.
“We moeten hier weg!.. NU!” Dat laatste schreeuwde ik er nog net niet uit. Ik stond op, pakte Maya bij der handje, en hees haar omhoog. Maya keek geschrokken. “Wat is er?” Vroeg ze weer. Ik keek om me heen… en… ik rook het al! Het was al begonnen! Ik pakte Maya nog steviger bij haar hand en begon te lopen.
“Zeg nou wat er is!”Zei Maya nu voor de derde keer, die nu bijna aan het huilen was.
Ik draaide me om, en keek naar Maya. “Snap je het dan niet… het, het gebeurt weer!”
“Wat? Wat gebeurt weer?”
“Het is vandaag je verjaardag… 4 augustus… weet je nog wat de oude man zei? Elk jaar weer… op steeds dezelfde dag… 4 augustus… Iedereen merkte het steeds pas ’s avonds… De maan… 12 dagen voor volle maan… dat…Daarom wilde de man niet mee met ons het bos in!”Riep Ik nu meer tegen mezelf dan tegen Maya. “Hij vermoedde dat het weer ging gebeuren… Maya, luister naar me… het is de avond van 4 augustus… het is nu de 9e keer, dus bijna 10 jaar geleden… Maya… Wat… wat als de vloek echt is?”

Moet ik verder gaan?