[verhaal] Elixer (proloog)

aangezien de proloog nogal lang is zal ik hem hier in stukken plaatsen. :slightly_smiling_face:
als je foutjes ziet meld ze dan! Klopt iets niet of vind je een stukje op een andere manier geschreven beter, zeg het gerust. Ik bijt niet, ik schiet XD

Proloog Het festijn van de bloesem
deel 1
Niemand had dat ooit gedacht. Bloesems van een bloeiende appelboom en een aantal oude rozenblaadjes, die jaren achterin een keukenkastje hadden gelegen, werden voor hun voeten gestrooid. Sommigen, degenen uit een eerdere generatie, bogen eerbiedig voor hen. Zij geboden de anderen om hun voorbeeld te volgen. De nieuwe generatie gaf echter geen gehoor aan de klagende ouderen en bleven stug door blèren en rennen.
“Ze komen er aan!” schalden zij door het dorp.
Enkelen doken bang weg in hun huizen, maar de meesten konden zichzelf toch niet bedwingen om stiekem een kijkje te gaan nemen. Een grote groep verzamelde zich rond het plein in het centrum. Samen vormden zij een kring met de Veranderlingen uit Verdraaiburg aan de rechterzijden en de banshees en feeën uit Struikenbos aan de linkerzijden. Gefluister klonk op het plein tezamen met vluchtige blikken in het rond. De raad van Elfen was inmiddels gearriveerd en zij ontvingen hen op de traditionele manier waarbij de wapens werden afgelegd en de elven zo diep bogen dat hun ruggenwervels hoorbaar kraakten. Met ingehouden adem keken de aanschouwers naar het schouwspel. De serafijn, genaamd Kushton, liep met een gematigde pas richting het genootschap. Zijn mantel gedijde zachtjes mee met het zwoele maart briesje terwijl zijn goudblonde haren zijn gezicht omlijstten. Hij kwam rustig tot stilstand voor het zojuist gearriveerde genootschap. Hij sprak:
“Gegroet mijn vriend, wij zullen u hartelijk verwelkomen in deze vruchtbare streek van vertrouwen en moed. Wij allen zullen ons plechtig op stellen tijdens uw bezoek en u zult genieten van het beste eten en het beste bed van heel Hanbun. Wij allen zullen aan uw voeten liggen als u mijn vraag heeft beantwoord. Wat doet u hier?”
De leider van het genootschap stapte naar voren en opende zijn mond:
“Wij zijn hier met een reden. Wat ik u nu zal vertellen zal u niet aanstaan noch tot bereid zijn. Ik ben hier niet met een vraag, maar een bevel. De Machtige heeft geconstateerd dat er minder werk word geleverd vanuit Hanbun. De werkkrachten uit deze streek lijken plotseling zich te keren tegen ons, het enige, vooraanstaande volk. Wij mensen uit Ningen kwamen met een oplossing, een straf,”
“Straf ons niet! Ik zal allen inlichten over de problemen en hun aan het werk zetten. Ze zullen zo hard werken dat De Machtige zijn inkomsten zal zien verdubbelen! Ik beloof u dat,” sprak Kushton verward over het feit dat De Machtige naar bijna veertig jaar weer iets van zich heeft laten horen. Hij had eigenlijk aangenomen dat hij was overleden en dit was verdoezelt door de Ningenaren.
“Daar is het al lang te laat voor. Ik heb mijn order gekregen. Vanaf nu zullen allen onder de leeftijd van vijftien worden meegenomen naar het paleis. Van daaruit zullen ze worden toegewezen aan een leermeester voor wie zij zullen moeten werken. Velen zullen terecht komen op plaatsen die nog erger zijn dan kerkers uit Dorredorp. Aan hun pijn zal niet worden geluisterd, de dood is de enige prijs om de straf af te kopen. Over de prijs gesproken, jullie krijgen ook een kleine compensatie,” zei de man grimassend.
“Nooit!” Brulde Kushton.
“Mannen! Grijp allen, ook zij die denken te ontkomen!” Klonk de luide stem van de man door het dorp.

reacties graag :heart: gelieve opbouwende kritiek te geven en niet korte reacties als ‘je verhaal is slecht’. En natuurlijk niet kopiëren!

Ik heb zelf altijd liever een samenvatting vooraf, zodat ik kan beoordelen of het onderwerp iets voor mij is. Soms maak je de zinnen iets te lang, alsof je te veel dingen wilt zeggen en het allemaal in één keer moet. Maar dat ligt natuurlijk aan mijn smaak. Dit hoeft niet goed of fout te zijn.

Verder schrijf je wel leuk, maar let op je interpunctie:

‘Hallo.’
‘Hallo,’ zegt Kees.
‘Hallo!’ roept Kees.

Voor uitgebreide info over de interpunctie kun je hier kijken: http://forum.girlscene.nl/forum/schrijfsels/tips-voor-schrijvers-106910.msg273833900.html#msg273833900

Denk vooral niet dat ik je hele stuk nu af zit te kraken hoor, zoals ik al zei, de bovengenoemde dingen zijn puur mijn smaak, verder heeft je verhaal potentie.

Schiet niet

nieuw stuk. voor dit geld hetzelfde als het vorige :slightly_smiling_face:

Proloog Het festijn van de bloesem
deel 2
Tussen de Veranderlingen in stond een klein meisje, misschien was ze een jaar of negen. Twee bruine vlechtjes hingen langs haar oren en met grote ogen keek ze naar het spektakel. Na de woorden van de man, hij afkomstig van het menselijk ras uit Ningen, veranderde er iets in de ogen van Kushton. Een diep verborgen vuur ontwaakte in zijn hart en raasde door zijn aderen. In een zeer korte tijd veranderde de anders vriendelijk man in een gigantisch wezen met zes vleugels. Hoewel de soldaten eerst vrij bedeesd in het rond keken, besloten enkelen toch de bevelen van hun leider op te volgen en grepen zoveel kinderen als ze maar te pakken konden krijgen. Ze hadden hun armen vol met krijsende kleuters en onstuimige tieners. Verzet was onmogelijk tegen deze moordmachines en de strijd was al duidelijk verloren.
Het kleine meisje besloot zich uit de voeten te maken en snelde zich door de massa richting haar ouderlijk huis. Zonder sleutels zat ze daar voor de deur te wachten. Wachtend tot iemand ‘Breona’ zal schreeuwen boven het gegil. De schreeuw bleef uit en meer dorpelingen verschuilden zich voor de mensen. Ze kwamen al dichterbij, maar er was nog geen spoor van de ouders van Breona. Een man kwam naar haar toe. Ze herkende hem als een inwoner van Verdraaiburg en haalde opgelucht adem. Hij pakte haar vast met zijn gerimpelde hand en samen ontvluchten zij de straten om op zoek te gaan naar een veiliger oord. De meeste kinderen waren inmiddels al in handen gevallen van de soldaten en door de chaos hadden zelfs enkelen het leven gelaten.
Breona en de man omzeilden de soldaten en waadden zich een weg naar het huis van de man. Deze stond op een heuveltje aan de rand van het dorp en ze hoopten dat de mensen het over het hoofd zouden zien. Op het eerste gezicht leek het huis op een verlaten hut met gaten in de muren en verweerde dakpannen. Een klein trapje onder een luik verraadde de aanwezigheid van een woning onder het huis. De man kon daar jaren onopgemerkt wonen om zo de tijd en ruimte te hebben voor het beoefenen van magische krachten.
Breona rende de trap af en de man sloot hijgend de deur achter hen.
“Zijn ze ons gevolgd? Vroeg Breona.
“Ik denk het niet, lieverd,” zei de man.
“Ik ben Breona,” zei ze liefelijk en stak haar hand uit.
“Andor de derde,” vertelde de man haar.
Hij wees naar een van de fauteuils die stonden opgeschikt in een gezellige woonkamer. Breona nam plaats en voelde met haar vingers het gladde oppervlak van het leer. Het viel Andor op hoe volwassen Breona de situatie bekeek. Zelfs de stoerste jongens hadden gehuild toen zij werden ontnomen van hun families, maar Breona leek uiterst kalm.
“Weet je waar mijn ouders zijn?” Vroeg Breona.
“Nee, helaas,” antwoorde Andor.
“Gaan we hen zoeken?”
“We wachten nog even af tot de Ningenaren Verdraaiburg hebben verlaten,” zei Andor en hij zakte langzaam onderuit in zijn stoel.