Verhaal: Eersteklas Bitch! -zonder reachties-

Hallo allemaal!
Het verhaal Eersteklas Bitch, over Minte Zwaan, nu zonder reacties
(op aanvraag van sommige lezers)

‘Moet je die broek zien!’ Ik hoor de afschuw in Precilla’s stem, als ik langs loop. Het hele clubje witgeblondeerde meiden draait zich in een ruk om, om mij vervolgens hemelsbreed uit te lachen. ‘O my god! Die schoenen!’begint een ander, waarop weer een ander begint over mijn kapsel, dat dus duidelijk ook al not done is. Zo gaat het dus elke dag. Hoe lang ik ook voor de spiegel sta, hoeveel make-up ik ook op zou smeren: ze blijven altijd wat te zeiken hebben over mijn uiterlijk. Ik lijk niet op hun, misschien is dat het wel. Ik heb geen witgeblondeerd haar, geen knalroze string die een meter boven mijn broek uit komt, geen cup D, waarbij ik ook nog eens een veel te kleine BH aantrek, zodat mijn tieten helemaal uit zouden puilen. Ik heb ook geen oranje foundation kop, ordinaire decolletés met inkijk en broeken met G-STAR op mijn reed. Nee, ik ben saai. Mijn kleding komt uit de H&M, mijn tieten zijn amper cup A, mijn lange lokken zijn bruin en m’n gezicht is spierwit. Stik jaloers ben ik op die meiden. Niet alleen op hun uiterlijk, geld en kleding, maar ook op hun populariteit. Zij hebben een lijst met 500 exen erop, terwijl ik nog nooit een vriendje heb gehad. Zij hebben veel vriendinnen en meelopers, maar van beide heb ik er geen. En zij, ja, zíj hebben een reputatie en ik dus alles behalve dat. Soms vraag ik het me wel eens af, waarom ben ik nou ik? Maar een antwoord vinden, doe ik niet. Het is ook altijd al zo geweest in mijn klas, vanaf de aller eerste schooldag. Toen hadden ze mij een simpel begrip duidelijk gemaakt: zij alles, ik niets. En dat geld nog steeds. Als een soort brandmerk hebben ze dat op mijn voorhoofd gedrukt, iets wat niemand er ooit af krijgen kan. Maar ik wil populair zijn, een hele groep vriendinnen en een berg met exen hebben! Ik wil ook stoer gevonden worden, als ik met twee breezers in mijn hand en twee jongens voor en achter me sta te schuren. Ik wil ook dat mensen tegen me op kijken, als ik met een sigaret in mijn mond een stralende glimlach laat zien, terwijl een één of andere jongen met zijn hand half in mijn BH zit. En ik wil ook dat alle ogen op mij gericht zijn, als ik een string omhoog hijs of mijn broek naar beneden duw. Ik ben eigenlijk tegen al die dingen, drinken, roken, sletterig zijn, maar voor die populariteit zou ik het zo doen. Ik wil cool gevonden worden en stoer zijn. En geen niemand zijn, zoals dat brandmerk op mijn voorhoofd zegt. Maar niemand kijkt me aan, niemand vindt mij stoer, niemand wil met mij omgaan. Alleen maar met hùn, de breezersletjes en grootste bitches van de hele school.

Ik weet niet waarom, maar nog steeds sta ik pal voor het slettenclubje, die me ook nog steeds, met die zelfde arrogante rotkoppen van hun, glashard staan uit te lachen. Ze mompelen iets over stijlloos, vriendloos, levenloos en kansloos en ik hoor ze hard op denken naar andere beledigende worden die eindigen op “loos”, maar aangezien ze niet zo slim zijn, kost dat te veel energie en beginnen ze gauw met een andere belediging te verzinnen. ‘Waar staat Minte wel niet naar te staren?’Hoor ik een van de meiden vragen. De rest begint nu ook te zeuren, maar dan zie ik Claire, een super mooie meid, die gewoon verziekt is door de lading make-up, naar voren komen. Haar natuurlijke(!), blonde pijpenkrullen veren mee met elke stap die ze maakt. Heupwiegend, in haar veel te korte rokje en veel te strakke topje, waardoor haar cup F nog meer opvalt, komt ze naar me toe. Haar hoge naaldhakken (die me overigens doen verbazen: die dunne stokjes moeten dat enorme gewicht van haar dragen) tikken op de stenen vloer van de gang. Als ze tot stilstand komt, gaat ze zo voor me staan, het lijkt alsof ze voor de playboy poseert. Ze tuit haar lippen als ze zegt: ‘Minte… Minte… Minte…’ De stem van Claire is tot mijn grote ergernis poeslief. ‘We weten,’vervolgt ze dan ook,‘dat je geen vrienden hebt, we weten ook dat je boyloos bent.’ Ik hoor de rest van het groepje giechelen, waarschijnlijk zijn ze trots op hun vriendin, die een nieuw woord op “loos” heeft gevonden. Maar Claire geeft hun geen aandacht en gaat veder met haar verhaal. ‘Ook weten we dat je nog nooit gezoend hebt en dat je nog nooit alcohol op hebt. Maar wat we niet weten en begrijpen, is dat je voor ons gaat staan en net doet alsof je bij ons hoort.’ Het verbaast me dat ze zulke lange zinnen kan maken, zonder ze halverwege te vergeten. Maar helemaal onder de indruk ben ik niet. Ze zijn niet slim in school (ook al doen ze gymnasium), ze zijn wel slim in gemeen zijn!

Claire kijkt me nog steeds op dezelfde manier aan. Haar doordringende blauwe ogen dwingen me te gehoorzamen aan hun simpele wet. ‘Ik eh…’stamel ik verslagen. Maar dat is niet het antwoord wat Claire horen wou. ‘Minte, luister eens goed. Je kan zo onze hele reputatie verpesten! Dus flikker op en een sorry,’Claire seint even met haar vriendinnen,‘zou ook wel gepast zijn.’ Net als ik wil zeggen dat ik dat niet doe en dat dat helemaal niet gepast is, gaat de bel. Ik ben de zoemer eeuwig dankbaar en zo snel ik kan sprint ik naar het Latijn lokaal toe. ‘Kijk, nerdje rent voor d’r leven!’ Ibrahim, de grootste player die ik ken, roept me lachend na, als hij de breezersletjes ziet. De meiden moeten lachen, waardoor hij vast en zeker denkt dat ze hem toe lachen, maar in werkelijkheid lachen ze mij uit. In het lokaal ga ik helemaal voorin zitten. Ik stal mijn boeken uit en graai in mijn propvolle tas naar een schrift. De blondjes staan voor de ingang van het lokaal luid te smoezen. ‘Ze is echt een loser, o nee, wacht! Een loos-er!’ De sletjes brullen het uit, als Stacey deze opmerking maakt. Ook Tiffany wil uitblinken vandaag, dus roept ze door de klas: ‘Is er dan niemand die zo aardig is om naast ons eenzame vriendloze nerdje te gaan zitten? Helemaal niemand?’ Ze geeft de nadruk op het woord niemand. Ik hoor de schaterlach van Claire, het hoge gehinnek van Sharon en de heese lach van Jessica, die samen met Stacey bij de deur van het lokaal afscheid neemt, omdat zij twee naar Wiskunde moeten. Dit jaar heeft het groepje zich namelijk uitgebreid: een paar leerlingen uit 2B en 2C van het gymnasium zijn lid geworden van het veredelde “we love breezers, boys en breezers” clubje. Een ramp is het, omdat ik Sharon en Jessica nog minder mag dan de rest bij elkaar, maar helaas is dat wederzijds. Als ik mijn schrift gevonden heb en de leraar binnen komt, komt Precilla naast me zitten. Ik merk dat ik rood word, knal rood, maar ik probeer het te verbergen door me achter mijn dikke Latijn boek te verschuilen. ‘Rustig maar, meisje, ik bijt niet hoor! Mijn schone tanden zouden dat niet aan kunnen! Dus wees maar niet bang!’ Ze draait zich om en geeft haar vriendinnen een high-five op zijn sletjes: of te wel een high- o wacht mijn nagels zijn net gelakt! Daarom raken ze elkaar niet met de hand en doen ze maar net alsof. Ik probeer me maar te concentreren op de les, die zoals gewoonlijk oersaai is. Meneer Holtenberg legt voor de zoveelste keer dit jaar het verschil tussen de ablativus en de accusativus uit, iets wat we allang in de eerste hadden moeten weten. Ik hoor Precilla zuchten, als de leraar begint met zijn simpele voorbeeldje, wat voor de domme blondjes kennelijk het toppunt van moeilijkheid is. Ze doen ook niet hun best om het te begrijpen, nee, ze flirten met Ray, Ibrahim en Nigel, die de aandacht geweldig vinden. ‘Oké, allemaal opgelet!’roept de hoog bejaarde leraar, als hij merkt dat er veel aandacht in de klas is, behalve voor Latijn. Hij krabt op zijn kale hoofd, dat een vies geluidje maakt. ‘Iel!’krijst Claire, maar niemand trekt zich daar wat van aan. De leraar is vast besloten om het verschil duidelijk te maken, voor eens en voor altijd. Itaque saepe multas horas per forum et vias et vicos ambulat, nam in foro et in viis et in vicis multi homines sunt, schrijft de leraar op het bord. Ik weet zo ongeveer wel wat het betekend, maar precies weten doe ik het niet. In de eerste vond ik Latijn ook al moeilijk en dit is zo ongeveer het niveau eersteklas, maar voor mij lijkt het niveau zesde klas. ‘Precilla,’buldert Meneer Holtenberg, als Precilla omgedraait aan het kletsen is met Claire,‘zit er een ablativus in deze zit?’ De stilte vult het lokaal, terwijl ik Precilla hoopvol naar me zie kijken. Ik gebaar dat ik het ook niet weet, maar ik weet maar al te goed wat de uitgangen van de ablativus zijn: a, o, o en e in het enkelvoud en is, is, is en ibus in het meervoud. Precilla weet het antwoord niet, dus gaat de beurt over naar iemand anders. Ik hoor aan de stem dat het Femke is, een slim meisje dat absoluut tegen Breezersletjes is. Ik mag haar wel, maar dat is ook alleen maar omdat Jessica haar absoluut niet mag. Raar ook: je mag mensen niet, maar je wilt toch bevriend zijn met hun. In verdachten gezonken ben ik, alleen op de achtergrond hoor ik hoe meneer Holtenberg Ray straft en hoe hij vervolgens ons huiswerk opgeeft. Maar ach, mijn huiswerk is populair worden.

Ik begin met het vertalen van de tekst, wat we onder andere als huiswerk op hebben gekregen. Het is een redelijk lange tekst, met heel veel soorten naamvallen erin verwerkt. Haastig begin ik te schrijven. Tot mijn grote ergernis kijkt Precilla over mijn schouder mee, naar de vertaling die ik maak. Kan dat mens helemaal niks zelf? vraag ik me af. Maar het antwoord is me duidelijk: nee, daar is ze te lomp en te dom voor. Ik ga expres slordiger schrijven, zodat ze het niet meer lezen kan. Het enige probleem is, dat de oefeningen over de vertaling gaan en zelf kan ik mijn eigen vertaling ook niet meer lezen. Ik duw Precilla, die nu ongeveer met mijn neus boven op mijn schrift zit, om mijn gekras te ontcijferen, weg en schrijf alles weer opnieuw, maar dan netjes. Ik hoor Precilla kreunen als ze naar de tekst kijkt, die ze toch echt zelf moet vertalen. Elk woordje moet ze achterin opzoeken en dat doet me groot plezier. Aan het eind van de les, als ik mijn boeken heb ingepakt, hoor ik Precilla bij haar vriendinnen klagen. ‘Ze is echt zó totally bored!’geeuwt ze, om de boodschap duidelijker over te brengen, ‘en ze doet net alsof ze antwoorden niet weet en ik mag niet eens overschrijven! Echt… dat kind is ziek!’ Ik hoor het gelach, als ik langsloop. Ze kijken me allemaal heel arrogant aan, nog erger dan normaal. ‘Tss,’sist Sharon, het meisje met de plompe benen. Normaal zou ik dat gemeen van mezelf vinden, om zoiets te denken, maar die ini mini rokjes benadrukken die afgrijselijke vetrollen van haar. Met gebogen hoofd strompel ik het klaslokaal uit, richting het wiskunde lokaal. Voor de trappen ga ik nog even de WC in, om te kijken of ik er echt zo beroerd uitzie, als de sletjes zeggen. En ja, tot mijn spijt is het allemaal waar. Ik heb joekels van een wallen en mijn haar zit weer eens verschrikkelijk. Ik probeer mijn lokken te temmen, met een bus haarlak, die nog nèt in mijn over volle tas paste. Helaas werkt het niet en ziet mijn haar er eerder nattig uit, dan mooi. Verslagen loop ik de WC uit en sla ik links af, de trap op. Met mijn ene hand trek ik me aan de leuning omhoog, terwijl ik met mijn andere hand mijn tas in bedwang houd, zodat niet iedereen door dit volle gevaarte de trap afgeramd wordt. Bij elke stap die ik zet word ik verdrietiger. ‘Ik ben stom.’ Stap. ‘Ik ben dom.’ Stap. ‘Ik ben lelijk.’ Stap. ‘Ik ben vriendloos…’ Bij de laatste zin voel ik de tranen in mijn ogen prikken. Hoe kan ik zo verder leven? Ik ben toch gewoon een mens, die ook liefde en vriendschap nodig heeft? Maar die vraag word beantwoord op de gang. Want daar zie ik hèm, de gene waarvan ik wenste dat ik hem veel eerder ontdekt had.

Ik probeer zo charmant mogelijk langs te lopen, in de hoop dat ik bij hem opval. Hij is zo’n 16 jaar, schat ik, terwijl ik moeite moet doen hem niet met openmond aan te staren. Ook vind ik het moeilijk niet te gaan kwijlen, hij is ook zo “yummie”, zoals ik Sharon altijd hoor zeggen. Zijn blonde haren, die wild op z’n sexy koppie staan en zijn brede, gespierde lichaam doen me geloven dat hij een god is. Prachtig is hij… Zo totaal geweldig, dat het me verbaast dat hij echt is. En… BAF! Ik loop tegen Precilla op. Angstig kijk ik haar aan, met de vraag van “wat zou ze doen” in mijn achterhoofd. Ik lig languit op de viezige vloer, met mijn tas naast me. Het voelt alsof mijn ruggenwervel gebroken is en mijn stuitje zwaar gekneusd, maar gelukkig kan ik mijn tranen in bedwang houden: anders zal híj me vast een mietje vinden! Ik ga zitten en wrijf over mijn zere plekken. ‘Kan je niet uit je doppen kijken of zo?’snauwt Precilla, die niet eens omgevallen was. Precilla’s zware gewicht zou haar wel staande hebben gehouden, denk ik bitter, terwijl ik haar vuil aankijk. ‘Sorry!’roep ik vlug, voor er ruzies beginnen, maar ik zie de ongeloof in Precilla’s ogen, net alsof ze niet geloof dat ik het meen. Ik meen het ook niet, dat klopt, maar Precilla is zo achterdochtig, dat ze de waarheid ook niet vertrouwd. ‘Whatever!’krijst ze, ‘maar je hebt me wel pijngedaan!’ Het verbaast me nog steeds, over hoe goed ze liegen kan. Het moet geen eens pijn gedaan hebben, dat zie ik wel aan haar gezicht, maar toch wil ze alle aandacht, net als ik. Maar ik krijg die niet en zij wel. Mijn ogen schieten vuur. Wat haat ik dat mens! Toch zou ik graag haar zijn of gewoon alleen met haar omgaan, als vrienden.

‘O my god!’ Het groepje sletjes komt aangelopen. ‘Precil, wat is er met jou hand gebeurd?’ Claire overdrijft het duidelijk, maar ik moet toegeven: Precilla’s hand is knal rood. Ik probeer mijn gezicht al weer te verbergen, dat even rood is als Precilla’s hand. ‘Ze heeft WAT?’roept Sharon, die het verhaal aanhoord (dat natuurlijk erg overdreven is). Ze komt met grote passen op mij af gelopen. ‘Minte, jij moet echt oppassen, hoer, of ik stuur mijn Joswa op je af!’ De mededeling van Sharon verbaasd me, ik had verwacht dat ze me helemaal uit zou schelden en beledigen, in plaats van maar één scheldwoord te gebruiken. Maar ze hield het gelukkig bij een bedreiging van niks, haar Joswa is morgen toch weer vervangen door Timmyboy of Mikypike. Ik besluit maar het wiskunde lokaal in te gaan, maar dan zie ik hem weer, hij staart me met grote ogen aan. ‘Hé, jij!’zegt hij, als ik lang loop. Ik kijk verrasd om en vraag hem met een onverschillige “wat?” naar wat er is. Hij kijkt me kwaad aan. ‘Ik ging kijken, voor hoever Precilla je temmen kan. Maar loop voortaan niet meer tegen mijn vriendin aan, wil je?’ Hij zei het op een akelige manier, maar de woorden die hij gebruikte vond ik nog vreselijker. ‘Je… je vriendin?’stotter ik. Als ik zijn ongeïnteresseerde blik zie, weet ik dat ik het goed gehoord heb. In totale shock waggel ik verder het lokaal in: lopen kan ik het namelijk niet meer noemen. Door de enorme schok van het verhaal wat híj net vertelde, sta ik te wankelen op mijn benen en voelt mijn hoofd veel zwaarder aan dan normaal. Ik kies een plaatsje achterin uit en gelukkig is er niemand zo beroerd en dom om naast me te gaan zitten, want dat is het laatste waar ik zin in heb. Hoe het komt weet ik niet, maar volgens mij is het aan mijn blik en houding te zien, want niemand durft nog een opmerking over me te maken. Zelfs Precilla niet, die me de hele tijd kwaad aanstaart over het feit dat ik tegen haar aan stootte. Voor de eerste keer straal ik arrogantie af, maar voor de eerste keer is dat niet wat ik probeer te doen.

De hele wiskunde les was saai. Het enige wat een beetje lachwekkend was, was dat Sharon moest uitleggen wat een bepaalde formule was, maar dat wist ze niet: daar was ze te dom voor. Ze kon amper antwoord geven op de vraag “wat is 5x8+15”. ‘Vraag het maar aan Einstein, die zit daar!’ Ze had naar mij gewezen, maar dat interesseerde me totaal niet. Ik vond het grappig om haar gezicht te zien, toen ze merkte dat ik niet eens onder de indruk was van haar duffe belediging. Van mevrouw Hoek, de wiskunde lerares, moest Sharon als extra huiswerk de vermedigvuldig-rijtjes nog een keer leren, want Hoek vond dat je op een gymnasium wel moest weten wat de uitkomst is van zo’n simpele som. Maar gelukkig is de les nu in middels al afgelopen.
In gedachten verzonken, over de wiskunde les en dé jongen, waarvan ik tot mijn teleurstelling nog steeds de naam niet van weet, wandel ik naar de aula. Het is bomvol. Overal staan groepjes tieners te eten, te drinken, te roddelen en te lachen. Ik voel me eenzaam, terwijl ik ga zitten, aan een leeg tafeltje. Meteen als ik zit, wordt er een hele lading tassen op de tafel gesmeten. ‘Hé jij! Op rotten, wij waren hier eerst!’ Een jongen met blond haar, een oorbel in zijn oor en een spottende glimlach op zijn gezicht, balt met zijn vuisten. ‘Jullie waren hier helemaal niet eerst!’ Het is er al uit, voor dat ik het besef. Het domste wat ik kan doen is ruzie zoeken met sterkere, grotere jongens. Maar het is te laat: de jongen met het blonde haar seint zijn vrienden, die op mij af stormen. De ene pakt mijn rugzak af en gooit die vervolgens in de prullenbak. De andere duwen mij weg, hard genoeg niet meer terug te durven gaan, maar te zacht voor een val. ‘Op zouten nu!’ De blonde jongen grijnst en geeft zijn vrienden een schouderklop. Zelf voldaan lopen ze vervolgens naar een ander tafeltje, waar ze uitgebreid hun verhaal, met de titel: “hoe wij een brutale nerd terug pakken”, vertellen aan andere jongens. Iedereen aan die tafel lacht en wijst, als ze zien hoe ik mijn tas uit de (gelukkig) lege prullenbak haal. De jongens zijn in gesprek, nog steeds aan de andere tafel, als ik besef dat ik het hier niet bij laten moet. Ik grits drie zwarte eastpacks van de tafel waar ik net zat en ren de gang op, waar een halfvolle prullenbak staat, waar ik één tas in dump. De andere twee prop ik een weer andere prullenbakken, terwijl ik zelfvoldaan om een hoekje ga staan, om te kijken wanneer ze erachter komen. Vijf minuten sta ik daar, maar dan zie ik drie jongens, met rood aangelopen hoofden, in de prullenbakken kijken, om vervolgens hun met kauwgom beplakte rugtas eruit te vissen. ‘Die trut! Als ik haar te pakken krijg!’ De dreiging in zijn stem maakt me bang, maar ik hoor een van zijn vrienden zeggen: ‘Laat haar gewoon, ik bedoel, zij is toch al vriendloos. Dus who cares?’ Maar de bekende blonde jongens is het daar niet mee eens. ‘En dan denkt iedereen dat ze zoiets ongestraft kunnen doen? Laat me niet lachen!’ De bruinharige vriend, die het net voor me opnam, loopt mijn kant op. ‘Eventjes iets uit mijn jack pakken, gaan jullie alvast.’ De twee andere draaien zich op en lopen weg. Tot mijn grote plezier zit er een bananenschil vastgekleefd aan de rugzak van de blonde. ‘Ben je gek of zo?’ Ik schrik van een jongens stem. De jongen van wie de stem afkomstig is, duwt me veder de kaptokken in, net zolang, tot ik tegen de jassen op de achterste rij gedrukt word. Doodsbang ben ik, er is hier niemand en hij zou me zo in elkaar kunnen slaan. ‘Echt, ben je gestoord?’ Snel schudt ik mijn hoofd, terwijl ik met mijn ene hand achter de jassen graai, in de hoop dat iemand zijn honkbalknuppel voor gym vergeten is. Maar het enige wat ik vast pakken kan zijn jassen. ‘Je bent niet gek zeg je? Waarom duw je dan mijn tas en die van Coen en Bastiaan in die vieze bakken?’ Ik sta er verstelt van, hoe oneerlijk mensen kunnen zijn. Ik weet niet of het slim is, maar toch wijs ik hem erop dat hij mijn tas eerst in een prullenbak gooide. Het is even verdacht stil, maar dan geeft hij een verklaring. ‘Oké, oké. Daar heb je gelijk in. Maar wie niet doet wat Bastiaan zegt, krijgt problemen.’ Ik knik begrijpelijk en mompel iets over “breezerslet”, maar aan zijn gezicht te zien begrijpt hij het niet. ‘Laat maar, ik ben trouwens Minte.’ ‘Oké, ik ben Josh.’ Met open mond gaap ik Josh aan. ‘Maar dan… ik bedoel, ben jij toevallig het vriendje van Sharon?’ Josh knikt trots. Hij begint uitgebreid te vertellen over zijn vriendin, maar dan heb ik er genoeg van. ‘Ga jij dan maar terug naar die breezerslet, als ze nog geen ander heeft!’ -

‘En waar slaat dat op, als ik vragen mag?’ Josh blijft aardig en beleefd tot mijn grote verbazing. Ik had dan ook verwacht dat hij me meteen in elkaar zou slaan: Ik zou het niet pikken, als zoiets over mijn vriendje gezegd zou worden. Maar ja, die heb ik ook niet. Als ik merk dat Josh me aanstaart, zoek ik snel naar een verklaring voor mijn opmerking, zonder te hoeven zeggen dat ik vriendloos ben en dat ze me daarmee pesten, want waarschijnlijk knapt hij dan ook meteen af. Maar als ik merk dat hij op een antwoord wacht, zit er niks anders op dan het maar eerlijk te vertellen. ‘Nou, ze is gewoon een enorme breezerslet. Ze pest me weg, ze scheldt me uit en ze doet zo sletterig…’ Blij ben ik, dat ik het gezegd heb. Voor de eerste keer dit jaar kan ik mijn hart luchten, ook al klinkt het verhaal minder erg dan het is. Josh begrijpt me. Hij gaat zitten en gebaard dat ik dat ook moet doen. Samen zitten we tegenover elkaar. ‘Waarom heb je eigenlijk met Sharon? Ze lijkt me niet jou type…’ Ik zeg het voorzichtig, zodat hij zich niet aangevallen voelt. Ik wil mijn nieuwe vriend, mijn eerste gewone vriend van deze school, niet meteen kwijtraken. ‘Ach,’mompelt Josh, terwijl hij rood aanloopt, ‘ze is niet lelijk en ook niet… Ik weet het niet, echt niet.’ Hij slikt en dan gaat hij veder: ‘Het is zo, ik ben nu redelijk populair, maar eerst was ik een totale loser en duidelijk vriendloos. Nu ga ik met Bastiaan om, die de baas is, omdat hij zo populair is. En hij vond Precilla leuk, maar die heeft met Bart, je weet wel, die blonde jongen met dat warrige haar.’ ‘Hmhm,’zegt ik dromerig. Ik weet maar al te goed wie hij bedoelt. ‘En nu zit Bastiaan achter Stacey aan. Hij zei dat wij pas echt cool waren, als we met één van die meiden kregen. Dus zo is het gekomen…’ Ik heb medelijden met hem, maar ik begrijp het maar al te goed. Ik denk nog eens terug aan wat Josh zei, en tot mijn verbazing zei hij de naam van hém: Bart! Dankbaar ben ik hem, super erg dankbaar. Toch concentreer ik me op het gesprek wat ik met Josh heb, ik moet hem helpen. Pas als we elkaar volledig vertrouwen, zal ik vertellen wat ik veder voel en meemaak. ‘Waarom maak je het niet gewoon uit? Sharon is een bitch, ze flirt met alle jongens die ze tegenkomt en jij kan veel beter krijgen!’ Ik zie Josh glimlachen, maar hij schudt zijn hoofd. ‘Nee, Sharon is een schat. Als ik er geen zin meer in heb, maak ik het wel uit. Ik moet gaan trouwens, anders krijgt Bastiaan nog een vermoeden.’ Ik knik. ‘Is goed, doeg Josh!’ ‘Laters, Minte!’ Met een trots gevoel sta ik op. Ik loop de meisjes WC in, om mijn geweldige nieuwe ontmoeting te verwerken. Josh is een gewone vriend en Bart wordt mijn vriendje. Dat is mijn plan.

[b]Net als wiskunde, was Frans verschrikkelijk saai. Geen lachmoment, om dat een van de huppelkutjes dom is, nee, alleen maar streng uit het boek leren. Mevrouw De Vries was er dan ook sterk van overtuigd dat wij Frans leuk vinden en dat dit een hele gezellige les was. Maar alle leerlingen uit mijn rampzalige klas dachten daar anders over. ‘Totally bored!’ hoor ik Claire geeuwen. Ook Sharon vond het de saaiste les ever en Precilla had geen flauw idee, zij was in slaap gevallen, heb ik me aan laten praten, nouja, iemand praatte dat aan bij Belle, Femke en Fleur, maar ik had het netjes afgeluisterd. Op de gang bots ik tegen Josh op, die me een knipoog geeft, maar meteen doorloopt naar Sharon. Ik vraag me af of iemand dat gezien heeft. Als ik er zeker van ben dat echt niemand op mij let, loop ik met een grote grijns op mijn gezicht de school uit. ‘VRIJHEID!’hoor ik Nigel roepen, waarop Ibrahim antwoord: ‘hou je kop man, ik moet nablijven.’ Ik moet in mezelf lachen, en met een voldaan gevoel loop ik naar mijn fiets. Ik steek het fietssleuteltje in mijn roestige slot en bind mijn tas achterop vast. ‘Dag, rot schooldag met een fijne kand,’fluister ik, en ik fiets naar huis.

Eenmaal thuis aangekomen, bonk ik op de voordeur. De bel is nog steeds kapot, tot groot verdriet van mijn hand, die ik nu elke dag blauw beuken moet. Ik bonk net zo lang door, tot ik gestommel hoor. ‘Lieverd, ik kom al!’jodelt mijn moeder. De deur gaat voorzichtig open en ik druk een kus op de wang van mijn moeder. ‘Hoe was het vandaag?’vraagt ze nieuwsgierig, als ik mijn jas uittrek en aan haar geef. Ik duw met mijn voeten mijn schoenen uit. ‘Leuk!’zeg ik. Mijn moeder kijkt me blij verrast aan: Meestal ben ik heel negatief over school. Ik vertel haar ook nooit wat over school, want dan zou ze meteen mijn mentor op bellen, om eens fijn te praten over de sletjes en de gangsters. Maar deze keer vertel ik in geuren en kleuren over Josh, die gezellige jongen. ‘Lieverd, sorry dat ik je onderbreek hoor, maar wil je wat thee? Ik heb rooibos thee gezet.’ Ik knik hevig en vervolg mijn verhaal. ‘Hij is echt heel aardig, hij begrijpt alles een beetje! Bij de kapstokken heb ik ook een heel gezellig gesprek met hem gehad!’ Mijn moeder komt aanlopen met twee theeglazen. ‘Hier,’zegt ze, ‘en hoe vind hij jou?’ Ik kijk mijn moeder niet begrijpend aan. ‘Hoe bedoel je?’ Ik nip een beetje van mijn thee. ‘Nou, je bent duidelijk in de wolken! Maar is hij ook verliefd op jou?’ Ik sta versteld van de stomheid van mijn moeder. ‘Of hij wàt is? Ik ben helemaal niet verliefd op hem! Hij is gewoon een vriend!’ ‘Jaja.’ Mijn moeder irriteerd me nu mateloos. Ik heb er al spijt van dat ik aan dit gesprek begonnen ben. ‘Mam, hij heeft een vriendin! En het is totaal niet mijn type!’ Ik verdedig mijzelf zo goed ik kan, in de hoop dat mijn moeder eindelijk eens inziet dat niet elke jongen waar je mee om gaat meteen je grote liefde is. ‘Oké schat, ik hou wel op,’zegt ze, als ze mijn vijandige gezicht zie. Ik glimlach dankbaar naar haar, terwijl ik de laatste slok van mijn thee opdrink. Als mijn glas leeg is, zet ik het in de keuken. ‘Ik ga even msnen!’roep ik naar mijn lieftallige moeder, die nu aan haar tijdschrift begonnen is. ‘Is goed lieverd!’roept ze, maar ik betwijfel of ze wel gehoord heeft wat ik zeg. Ik huppel naar boven, naar mijn kamer, en zet mijn computer aan. Als de computer helemaal opgestart is, typ ik mijn e-mail in. Daarna typ ik mijn wachtwoord in: “JustSmile”. Als ik ingelogd ben, kijk ik naar wie er allemaal online zijn. Een heleboel, zie ik. Sharon, Stacey, Claire, Ibrahim, Hassan, Maaike, Belle, Fleur, Robin, Anna, Jacob en Dave… Allemaal heb ik ze op msn, maar vrienden zijn we niet. Ik verander mijn naam in: Minte (f) – Just a new friend J. Leuk vind ik dat, om te kunnen zeggen. Ik vraag me af of iemand tegen me praten zou, maar dan zie ik een oranje gekleurd venster en hoor ik het bekende msn-geluidje.

(F) SharOn&&J0swaA fOr eVerr (L) mY m3nSjjezz: 4 eVerr! NTB (L) WJNMK! zegt:
Heyy n3rrd!

Ik vraag me af wat Sharon zeggen wilt, dus beantwoord ik haar moeite.

Minte (f) zegt:
Hé Sha!
(F) SharOn&&J0swaA fOr eVerr (L) mY m3nSjjezz: 4 eVerr! NTB (L) WJNMK! zegt:
nOemm mY ge3n sHaA!
Minte (f) zegt:

(F) SharOn&&J0swaA fOr eVerr (L) mY m3nSjjezz: 4 eVerr! NTB (L) WJNMK! zegt:
maAr jii k3nt mY J0swaA?! Hiij z3ii vAn w3l!

Jezus mens, leer typen! Denk ik gestresst. Ik kan er nooit tegen als menen zo ongeloofelijk “breezer” typen. Ook al is ze zelf een enorme breezerslet, ze moet wel gewoon kunnen typen: zo typen kost veel meer moeite!

Minte (f) zegt:
Ja, ik ken Josh? Hoezo?
(F) SharOn&&J0swaA fOr eVerr (L) mY m3nSjjezz: 4 eVerr! NTB (L) WJNMK! zegt:
iiCk mo3sst j3 ziiJn msN g3v3n! Dusz hii3r: Joshwa_foottiefan_me@hotmaill.com!
Minte (f) zegt:
Thanks. Veder nog iets?
(F) SharOn&&J0swaA fOr eVerr (L) mY m3nSjjezz: 4 eVerr! NTB (L) WJNMK! zegt:
noO, iiCk praAt nii3t GraAg m3t loOserrz :sunglasses:
doOeii! HvJ!
Minte (f) zegt:
Ciao (L)

Verbaasd en verbijsterd ben ik. Josh heeft mij zijn msn gegeven. Ik voeg hem toe en hoop dat hij online is, maar nee. Terleurgestelt kijk ik naar het scherm, waar hij elk moment online zou kunnen komen.[/b]

[b]Normaal gesproken, als ik hoop dat iemand met wie ik praten wil online komt, duurt het jaren. Maar nu is die gene binnen vijf minuten online. Vol van blijschap staar ik naar het beeldscherm, met de hoop dat hij snel praten zou.

Josh and Sharon: Girl you make me happy! zegt:
Hé die Minte!

Ik maak een vreugdedansje achter mijn computer. Hij weet mijn naam nog, hij wil nog tegen me praten, hij typt normaal! Als ik weer gekalmeerd ben, ondanks mijn hypere gedrag, tik ik wat in.

Minte (f) zegt:
Hé die Josh, of moet ik zeggen J0swaA? :stuck_out_tongue:
Josh and Sharon: Girl you make me happy! zegt:
Haha, hou maar bij Josh!
Josh and Sharon: Girl you make me happy! zegt:
Maar alles goed?

Ik knik achter mijn beeldscherm, maar dat kan hij natuurlijk niet zien. Ik wil me zelf net voor mijn kop gaan slaan, voor mijn domme actie, tot ik bedenk dat hij natuurlijk wel een antwoord verwacht.

Minte (f) zegt:
Ja zeker weten van wel! Met jou?
Josh and Sharon: Girl you make me happy! zegt:
Ook, of course :wink:
Minte (f) zegt:
Josh…
Minte (f) zegt:

Josh and Sharon! ~ Morgen kijken naar PSV- AZ met Bas+Coen! zegt:
Wat is er?
Minte (f) zegt:
Nou, ik merk dat je je naam veranderd hebt, maar eerst stond er: Girl you make me happy in. En em… Is dat gemeend? Ik bedoel bij de kapstokken zei je van niet…
Josh and Sharon! ~Morgen kijken naar PSV- AZ met Bas+Coen! zegt:
WTF? Ik hou van Sharon! Ik was zeker stoned of zo!
Minte (f) zegt:
….
Minte (f) zegt:
Oké…
Josh and Sharon! ~Morgen kijken naar PSV- AZ met Bas+Coen! zegt:
Maar hoe bedoel je? Sharon is mooi, knap, lief… Alles wat iiCk wens… Dus…
Minte (f) zegt:
“iiCk” ??
Josh and Sharon! ~Morgen kijken naar PSV- AZ met Bas+Coen! zegt:
Haha, grapje :stuck_out_tongue:
Josh and Sharon! ~Morgen kijken naar PSV- AZ met Bas+Coen zegt:
Ik ga weer, laters!
Minte (f) zegt:
DoegDoeg!

Ik zie hoe Josh zijn msn icoontje grijs word en zich verplaatst naar de lange “offline” lijst, die volgens mij gewoon taboe is. Ik heb geen zin om verder te msnen, wat eigenlijk gewoon komt omdat ik niemand heb om veder mee te praten. Ik zet mijn status op offline en zet mijn computer uit. Nog steeds denk ik over Josh, die toch een raar gesprek aangeknoopt heeft. Dat
“iiCk” vond ik een heel verkeerd gevallen grapje, maar goed. Ik ken Josh niet goed genoeg om te weten wat voor een humor hij heeft.
[/b]

Ik ga in mijn bureau stoel zitten, om te tubben over wat ik kan gaan doen. Veel, kom ik achter, maar ik heb weer eens nergens zin in. Ik kan mijn huiswerk maken, kleding uitzoeken, lezen, tv kijken, naar buiten gaan… Maar niks van die dingen spreekt mij op dit moment aan. Ik moet iets nuttigs doen, besef ik me, iets waarmee ik op school populairder word. Maar hoeveel ik ook peins en hoeveel dingen ik ook opsom, die me enigszins populair zouden kunnen maken, niks lijkt me echt te werken. Sharon, Precilla en de rest van hun breezergang, om het zo maar even te noemen, hebben ook het uiterlijk: grote tieten, pretty face, mooi verzorgd haar… En ik heb dat niet. Ik ben daar te gewoon voor, te stijlloos. Ik haal mijn hand door mijn haar en kijk naar de grote spiegel, die recht tegen over me hangt. Ik verafschuw mijn gezicht, zoals ik het nu zie. Make-up… Dat is wat ik nodig heb, bedenk ik mezelf, een berg make-up. Maar ik schud het idee uit mijn hoofd. En dan ook zo’n breezerslet worden? denk ik verbitterd: Dacht het niet! Ik háát hun, ik vind ze lelijk en ordinair. Ze zijn gemeen, arrogant en ontzettend onpopulair bij de leuke jongens die géén player zijn. En die jongens zoek ik. Maar ja… Hun leven gaat over rozen en maneschijn. Maar de mijne over me vriendloos voelen en rotdagen. Ik haat mijn leven zo, maar ik houd ervan om mezelf te zijn. En ik haat mijn uiterlijk, terwijl ik mezelf niet eens lelijk vind. Ik voel me eenzaam, terwijl ik denk dat ik populair zijn kan… Ik maak mezelf in de war. Vreselijk, is dat. Ik wou dat ik ten minste mezelf begrijpen kon, de breezersletjes begrijpen hoeft niet eens. Maar alleen mijzelf kunnen begrijpen, is kennelijk alweer te veel gevraagd.

‘Minte, telefoon!’ Geërgerd sjok ik naar beneden toe, naar mijn moeder die met een big smile naar de telefoon staat te gebaren. Ik verwacht geen telefoontje, dus zal het tante Agaat weer eens zijn. ‘Hallo, met Minte,’zeg ik zo beleefd mogelijk. En ja hoor, ik hoor het bekakte gekras van mijn tante. ‘Hallo lieverd, met tante Agaat!’ Ik zucht geërgerd, terwijl ik zo beleefd als ik kan zeg: ‘Tante Agaat! Wat een plezierige verrassing!’ Ik ren weer naar boven, met de telefoon in mijn ene hand en met mijn andere hand tegen mijn hoofd, zodat die er niet van saaiheid en totale ergernis af vallen kan. ‘Och, lief kind toch. Ik belde meteen een reden, dus die zou ik meteen uitleggen!’ De stem van mijn tante irriteert mij mateloos. Vreselijk, vind ik dat mens, met haar zurige gezicht en haar rotpoedel “Koningin”, wat je volgens haar uitspreekt als konin-gin, met een harde g. ‘Graag tante,’zeg ik, nog steeds vreselijk beleefd, ‘en wat mag die verrassing dan wel zijn?’ Aggie, zoals mijn moeder haar zus noemt (wat tante Agaat haat, overigens), moet lachen, op dezelfde bekakte manier als ze praat. Ik mag het mens nog minder dan Jessica, Sharon en Precilla bij elkaar! En dat zegt veel… ‘Nou lieverd!’ Mijn tante schraapt haar keel. ‘Ik zou het enig vinden als je een keer naar Amsterdam komt, om te winkelen! Al die tieners hier vinden winkelen prachtig en ik ben al een tijd bezig om iets leuks te plannen, voor jou en mij!’ Ik weet even niet wat ik zeggen moet. Ik houd van shoppen en zeker in Amsterdam. Maar ik weet zeker, dat als ik met tante Agaat moet gaan shoppen, er geen zak aan is en dat ik alleen maar van die enorme lappen stof mag kopen: want blote benen en armen vind zij vast erg ordinair! Het enige is, ik kan er niet onderuit. Zo goed als ik acteren kan, roep ik door de telefoon: ‘O, tante toch! Dat lijkt me geweldig!’ De bekakte vrouw heeft niet eens door dat ik het niet meen, ondanks dat het vreselijk nep klonk. ‘Echt waar, lieverd?’roept ze. Ik moet een “nee, eigenlijk heb ik helemaal geen zin” onderdrukken. ‘Echt waar!’ Mijn tante kakelt vrolijk veder, over hoeveel zin ze heeft en naar welke winkels we móéten gaan. We spreken af op zondag, om 12 uur op het centraal station in Amsterdam. ‘Ik heb er onwijs veel zin in, meid. Maar ik moet gaan! Konin-gin wacht op haar diner!’ Ik rol met mijn ogen en neem afscheid van mijn vreselijke tante. Als zij opgehangen heeft, druk ik ook op het rode hoorntje. ‘Jippie jee,’zeg ik tegen mezelf, met de sarcasme in mijn stem duidelijk hoorbaar. Ik draai me om en sta meteen oog in oog met mijn moeder. Ik schrik me wild en laat de hoorn van de draadloze telefoon met een klap op de grond vallen. ‘Jezus, mam! Je laat me schrikken!’ Mijn moeder glimlacht en pakt de telefoon, die het nog gewoon doet, van de grond af. ‘Meiske toch!’ Ze lacht nog eens. Dan zegt ze: ‘Ik weet dat je er eigenlijk helemaal geen zin in hebt, maar ik heb tante Agaat al verteld dat trouw- en baljurken naar school, echt niet kunnen. Ik heb haar ook netjes en oprecht vertelt dat je een tiener bent en dat je heus wel een kort rokje mag kopen.’ Ik kijk mijn moeder dankbaar aan en dan vlieg ik om haar hals. ‘Dankje mam! Je hebt me gered!’ Ik krijg een schouderklopje van mijn moeder, die vind dat ik heel beleefd sprak tegen tante Aggie, en samen lopen we naar beneden toe. Ik heb besloten om te helpen met de kamer opruimen, omdat mijn moeder zo lief geweest is om me te redden, van een ondergang die “nonnenkledij” heet (op zijn Agaats gezegd). Niks mis mee, voor een non, maar voor mij, als niet gelovige die populair wilt worden: dus effies niet!

[b]Als ik netjes heel de woonkamer opgeruimd en afgestofd heb, ga ik weer naar boven, om aan mijn huiswerk te beginnen. We niet van alle vakken huiswerk op, maar van elk vak waar we dat wel hebben gekregen, is het nog een hele berg ook. Bij wiskunde moet ik nog drie bladzijdes opdrachten maken en een extra paragraaf leren, die vol staat met “wiskundige begrippen”, voor Frans moet ik een hele lange woordenlijst leren en een paar oefeningen maken en voor Latijn en Aardrijkskunde moet ik de opgegeven opdrachten maken, dat valt dan gelukkig wel weer mee. Een uur zit ik te bloggen aan mijn minst favoriete bezigheid, maar dan heb ik er genoeg van. Wiskunde en Latijn heb ik netjes gemaakt, aan Frans ben ik begonnen en Aardrijkskunde skip ik wel een dag. Ik sta versteld van mijn nieuwe eigenschap: makkelijk doen. Misschien komt het wel door Josh of door Bart, maar ik kom los in mijn doen en laten. Trots zet ik mijn computer, voor de tweede keer deze dag, weer aan. Misschien is Josh weer online gekomen, denk ik hoopvol. Dit is ook een grote stap: normaal zette ik mijn msn hooguit één keertje in de maand aan, en nu zelfs twee keer op een dag! Ik zie hoe mijn MSN icoontje groen (ja, ik heb mezelf toegevoegd) word en kijk haastig naar de andere mensen die online zijn. Sharon is nog steeds op haar PC, net als Claire en Belle. Ook Femke en Fleur zijn online, alleen bij hun staat het “afwezig” tekentje ervoor. Net als ik tegen Sharon wil gaan praten, vliegt haar poppetje naar grijs. Net als een soort van telepathie, denk ik lachend. Ik ben er echt van overtuigd dat dit mijn geluksdag is, als Josh online komt. Grappig, denk ik, net alsof Josh Sharon probeert te ontlopen: zij off, hij on! Ik besteed daar verder geen aandacht meer aan. Mijn hart slaat over, als ik een een oranje gekleurd balkje aan de onderkant van mijn scherm zie. Ik klik erop en open het gesprek.

Josh and Sharon are unbreakable! zegt:
Ik ben bezig, maar check je mail ff!

Het idee om “oké” te zeggen, komt niet in me op! Zo snel ik kan reageer ik, door mijn muis in de linker bovenhoek te drukken, op het hotmail plaatje. Er opent zich een nieuw venster en snel kijk ik in mijn Postvak-IN. Ik zie tot mijn verbazing drie ongelezen mailtjes. Een van Sharon, een van Rosa en eentje van Josh. Eerst open ik die van Sharon, waarin staat: “Haha, dacht je nou echt dat ik jou een belangrijke mail zou sturen. Dom kind!”. Ik schud mijn hoofd, als ik het mailtje door gelezen heb en ik verwijder deze onmiddellijk. Dan klik ik op Rosa’s mailtje, waar duizend keer Fw: Re: Re: Re: Re voor staat. Ik lees het vluchtig door en ik besef dat het inderdaad, zoals ik al verwacht had, om een doorstuur mailtje gaat. Ook deze verwijder ik, zonder verdere moeite te doen om het aandachtig te lezen. En dan klik ik op Josh zijn mailtje. Een hele lap tekst verschijnt op mijn beeldscherm.

[i]Minte,

Ik mail je ffies, ook al hebben we al over gepraat op msn, dat ik Sharon wél leuk vind. Niet dat je vage dingen gaat denken, zoals dat ik jou leuk vind of zo. Ik hoop dat je dat begrijpt, anders mot je maar flink gaan janken nu: HET WORD DUS NIKS! Maar goed, je vroeg me de redenen voor me liefde van Sharon, op msn. Die zal ik je geven. Sharon is een lieve meid, aardig, alteid behulpzaam en super gezellig en grappig. Ook is me Sharon mooi, ze hebt lauwe kleding en ze es gewoon een top meid. Ze hebt ook nog es een prachtig koppie! Verder zal ik vertellen wat ik echt denk en vind van je: ik vind je lief en aardig, maar ik ga niet verder met je om, OK? Ik krijg dan problems met me vrienden! Hoplijk ken je dit begrijpen!

Laterz!
Josh![/i]

Ik lees over de spellingsfouten heen, ik lees over het hele “Sharon” gedeelte heen, maar waar mijn ogen op blijven hangen, is het laatste: maar ik ga niet veder met je om, OK? Hoe kon ik nou denken dat hij me als vriend wilt, zo’n watje als ik? Hoe kon ik nou weer geloven dat alles gewoon gezellig en leuk zou worden? Ik begin steeds meer te geloven dat ik een verdoemd leven lijd, waarin vrienden taboe zijn![/b]

Als ik s’avonds aan tafel zit, samen met mijn vader, mijn moeder, mijn jongere zusje Elja en mijn broer Micheal, voel ik de tranen in mijn ogen prikken. Micheal vertelt over zijn beste vriend, die vandaag een leraar aangereden had op zijn skateboard en Elja vertelde honderduit over Mieke, Lynn en Isle, haar die beste vriendinnen. ‘En Minte, meid. Vertel de rest eens over je vriendje!’ Ik keer verdrietig naar mijn moeder, die zat te stralen, terwijl ik Elja enthousiast: ‘HEEFT MINTE EEN VRIENDJE?’ hoor gillen en mijn broer kotsgeluiden hoor maken. Ook mijn vader kijkt me aan met een onbekende frons op zijn rimpelige gezicht, met als teken dat hij er meer over wilt weten. ‘Kom op zeg Mint,’dringt Elja aan, ‘ik wil állés weten van hem! Is het ook een prins?’ Ik vraag me af wie Elja uitgelegd heeft wat een vriendje is en als ik daar achter kom, is die gene niet jarig! Mijn 6 jarige zusje kijkt me met haar grote blauwe ogen nieuwsgierig aan. Als ik nog steeds zwijg en Elja geen zin meer heeft in mijn vriendjes-verhaal (dat niet eens klopt) begint ze over de prinsessenjurk van Mieke, die kennelijk roze met gouden lintjes is. ‘En ik wil ook een prinsessen jurk!’brabbelt ze, terwijl ze met haar kleine vuistjes op de tafel slaat. ‘Elja, kindje toch!’zegt mijn moeder weer veelte lieflijk, ‘je hebt al een prinsessenjurk!’ Maar Elja heeft een argument klaar: ‘Ja, maar Mieke heeft er 3! En ik maar één! En die is paars met zilver en niet goud met roze! En ik wil ook muiltjes hebben en een kroontje! Ikke wil ook mooi zijn!’ Mijn kleine zusje is helemaal rood van opwinding geworden en ze kijkt mijn moeder doordringend aan, die zo gauw geen antwoord klaar heeft. ‘Goed, goed dan,’zegt mijn moeder verslagen, ‘morgen koop ik wel een roze prinsessenjurk!’ Ik zie aan mijn moeder dat ze het niet meent. Dat doet ze wel vaker: ze zegt tegen Elja dat ze iets kopen gaat, maar in de werkelijkheid doet ze dat niet. Elja is het toch morgen weer vergeten. ‘Mam!’ Ik prik in mijn aardappeltjes en veeg mijn doperwtjes opzij. ‘Ja lieverd?’ Ik kijk haar verveelt aan als ik zeg: ‘Waarom mag Micheal wèl naar het schoolfeest op 14 mei, en ik niet?’ Dat is iets wat ik haat. Iedereen verlegd zijn contacten op een schoolfeest, maar ik mag er niet eens heen! Ik heb al geen vrienden en elke keer als er een schoolfeest is, denk ik aan de vrienden die ik daar misschien wel had kunnen maken, de vrienden die ik niet heb. ‘Dat is wel zo, Hubert,’zegt mijn moeder tegen mijn vader, ‘Minte is 14, bijna 15! Terwijl Micheal pas 16 is, dat scheelt niet veel! En Micheal mocht op zijn 14 al naar zijn eerste schoolfeest.’ Yes, denk ik, nadat ik mijn vaders verbaasde gezicht uitgebreid heb bekeken, hij weet er niks op te zeggen! Hubert bromt iets als “meisje, vervelende jongens en onzekerheid”, maar mijn moeder is eindelijk tot reden vatbaar. ‘Nou meid, van mij mag je!’zegt ze glimlachend. Een flinke grijns spreid zich uit op mijn gezicht, terwijl ik naar Micheal staar, die duidelijk aan het balen is. ‘Maar mam!’jelt hij, ‘dan gaat ze de hele tijd achter mijn reed aanlopen! En trouwens, met wie moet ze feesten?’ Mijn broer weet al te goed dat ik geen vrienden heb, hij zit dan ook op de zelfde school als ik. Ik kijk hem vuil aan, maar diep van binnen voel ik me kapot gescheurd en verraden, door mijn bloedeigen broer! ‘MICHEAL!’ Mijn vader schreeuwt kwaad, voor dat wat Micheal zei bij mijn moeder doordringt. Ik zie Micheal lachen, hij is niet bang voor mijn vaders straffen: hij kan namelijk niet straffen. Zo vaak komt Micheal overal onder uit, zoals de afwas, huisarrest of een verbannen computerdag. Ik niet, maar hij wel. ‘Ik heb het gehad met jou!’ Ik weet niet waarom die opmerking mijn vader zo boos maakt, maar grappig vind ik het wel. ‘Schat, misschien…’begint mijn moeder voorzichtig tegen Hubert. ‘Nee Jolante, dit verdient straf!’ Hij spuugt de woorden die hij zegt zo ongeveer uit. ‘Hoe durf je zo weinig respect te tonen tegen je zusje? Zulke opmerkingen zijn zo ongepast, dat ik ze verafschuw! Jij hebt een week huisarrest te pakken, jongeman!’ Ik hoor Elja zachtjes huilen, door de angst voor mijn vaders woede aanval. ‘Wat?’ Micheal staat ook op, net als mijn vader, om zich beter te verdedigen.

‘Waarom doe je zo gestresst man?’ Ook Micheal staat op het punt te flippen. Een week huisarrest heeft nog nooit iemand in dit gezin gehad en ik denk persoonlijk niet dat Micheal de eerste wilt zijn die straf moet uitzitten. Mijn moeder gebaart naar mij en Elja dat we van tafel mogen, maar allebei blijven we zitten: dit moeten we zien! ‘Micheal, jonge man! Je weet best dat wat jij gezegd hebt niet kan! En zeker niet aan tafel!’ Mijn moeder omhelst Elja, die het toch wel eng vind.Haar grote blauwe oogjes kijken me angstig aan, maar ik knik als teken dat er niks gebeuren zou met haar, met mij of met mam. ‘Wat lul je nou? Echt, wat loop je te zeiken? Het is gewoon de waarheid!’ Dit is het gedrag wat mijn vader haat. Micheal weet dat ook en dat weet ik op mijn beurt weer zeker. Ik vind het erg lachwekkend, omdat Micheal altijd zo doet en eindelijk eens gestrafd word. ‘Twee weken, jongeman!’ Ik zie Micheal protesteren, waar door mijn vader “drie weken huisarrest en geen tv of computer!” schreeuwt. Mijn moeder wil iets zeggen, maar mijn vader sust haar als hij zegt: ‘Ik weet hoe zwaar Minte het op school heeft, dat heeft hij me nota bene zelf verteld! Maar dan is het heel dom om zo te doen!’ Bang. Schot in de roos. Mijn zenuwstelsel begeeft het volgens mij, zo geschrokken ben ik. Gewoon totaal overdonderd! Mijn vader weet het? Ik kan het niet geloven. Ik bevind me in een zwart gat, een gat waar ik een oneindige val in maak. Mijn vader weet het… Mijn pa, dus zo ook mijn moeder en mijn zusje, weten het… In paniek ben ik! Ik spint naar boven, de trap op, naar mijn kamer. Godzijdank heeft mijn kamer een slot, anders had ik de hele deur moeten barricaderen. Opgesloten in mijn kamer, door mezelf, maar liever zat ik nu veilig beneden. Ik ben niet claustrofobisch, maar ik kan me zo inleven hoe dat moet voelen. Ik zit nu dan wel niet met veel mensen opgepropt, maar wel opgesloten in een soort schoonmaakhok, met de naam “kamer van Minte”. Geprotesteerd had ik, toen Elja mijn grote ruime kamer kreeg en ik dit hok! Zo oneerlijk vond ik het, vooral omdat Micheal zijn kamer wel mocht houden! Maar nu ik aan mijn kamertje gewend ben, is het mijn enige toevluchtsoord, om het zo maar te noemen. Ik vind het allang niet zo erg mee, vooral omdat in een grote kamer veel schoonmaak werk is. Maar alsnog, ik zou een moord doen voor Micheal kamer!
Uren gaan voorbij. Iedereen van het hele gezin is al langs geweest, in de hoop mij uit mijn kamer te kunnen krijgen. Dat lukt niet, dat snappen ze best. Ik vond het grappig toen Micheal langs kwam, om een wanhopige poging te wagen. ‘Mint, sorry. Maar weetje, ik kan er ook geen fuck aandoen dat jij zo lonley bent!’ Mijn vader had kennelijk (zonder dat hij of ik het wist) achter Micheal gestaan, waardoor Micheal er weer een week huisarrest bij kreeg. Ik moest stilletjes lachen, vooral toen Micheal riep“Jezus pa! Denk je nu ook al dat je James Bond bent…”.
Ik ben moe. Mijn huiswerk heb ik veder afgemaakt, in de uren dat ik hier zo ongeveer opgesloten zat. En nu, nu ga ik lekker slapen. Ik heb mijn tanden gepoest (ik was stiekem de badkamer in gevlucht) en ik ben nog naar de WC gegaan, zonder dat het Minte-is-uit-haar-kamer-gekomen-alarm afging. Eigenlijk had ik het idee dat Elja me gezien had, maar ik weet dat ook niet zeker. Ik weet niet zeker of ik morgen wel naar school wil of dat ik überhaupt nog naar buiten wil. Ik had net nog wel overwogen om wraak te nemen: tandpasta op Micheal bed uitsmeren. Maar ik bedacht me, dat dat zijn straf verlagen kon en de mijne verhogen. Toen had ik het toch maar gelaten.
Nu kan ik slapen, lekker in mijn zachte, confortabele bedje. Warm, veilig en relaxt deze dag weg laten ebben… Ik sluit mijn ogen en begin meteen te dromen, over Josh, ruzie, Elja en natuurlijk Bart, mijn prins op het geblondeerde paard Sharon.

En dan… dan voel ik hoe hij zijn zachte lippen op de mijne drukt… Het voelt zo… ‘Au!’ Met een enorme smak val ik uit mijn bed, met mijn hoofd eerst op de grond, waarna mijn hele lichaam als een kudde vol schapen volgt. Daar lig ik dan. Met mijn nek half dubbelgeklapt en een diepe frons op mijn voorhoofd. Het doet eigenlijk geen eens zeer, maar dat ik daardoor wakker moest worden, gewekt moest worden uit die veel te mooie droom, dat vind ik wel vervelend! Geërgerd krabbel ik overeind. Natuurlijk word ik meteen erg duizelig, dat is echt iets wat ik altijd heb, ook al heb ik geen flauw idee waarom. Slaapdronken kijk ik op mijn wekker radio, die niet af gegaan is. Goh, wat jàmmer toch, denk ik sarcastisch, als ik zie dat ik over 10 minuten op mijn plaats in de klas hoor te zitten. Ik doe geen eens moeite om me te haasten, aangezien mijn ouders daar vandaag toch geen drama van zullen maken. Er zal wel een briefje voor me op tafel liggen, denk ik gerust stellend. Het is voor mij echt een enorme stap om te laat te komen. Nog nooit, in geen 511 dagen, ben ik te laat gekomen! Ik ben daar altijd heel trots op geweest, net als mijn ouders, die het prachtig vonden om een kind te hebben, dat niet elke dag twee uur moest nablijven. Micheal is daar namelijk heel slordig in. Altijd zegt hij iets in de trand van “Engels valt uit, of we hebben altijd op deze dag het eerste uur vrij”, maar dat is bijna nooit het geval. Ik loop zo sloom ik kan de badkamer in, om eens lekker te gaan douchen. Ik hoop vurig dat Micheal nog niet onder de douche geweest is, omdat er dan een grote kans is dat het warme water op is. De douchekabine zit er nog droog uit, dus ik waag het er maar op. Ik doe de deur op slot, voor het geval dat Elja weer met een fototoestel de badkamer inkomt. Jeetje, wat was ik toen geschrokken! Mijn kleine zusje weet maar al te goed dat als de badkamer bezet is, je er niet zonder te kloppen in mag komen. Maar mijn zusje is brutaal en elke keer doet ze het weer: helaas. Gehaast kleed ik me uit. Het is ijskoud, merk ik op, zonder een door slaap verwarmd nachthemd aan. Ik grits twee handdoeken uit een kastje, en leg ze alvast klaar. Dan zet ik de kraan aan en ga ik er onder staan. Gelukkig is de boiler niet leeg en is het water nog steeds lekker warm. Ik knijp een halve shampoofles boven mijn hoofd leeg en wrijf het uit over heel mijn haar. Het sop druipt van mijn hoofd af en valt op de grond van de douchekabine, waardoor mijn voeten niet meer zichtbaar zijn. Ik moet wel oppassen dat ik niet uitglij, aangezien ik een enorme kluns ben, zie ik dat maar al te goed gebeuren. Als ik de shampoo uit mijn haren heb gespoeld, kiep ik er een lading crèmespoeling overheen. Heerlijk, denk ik, als ik de warme straal over mijn rug laat lopen, terwijl de crèmespoeling intrekt, wat houd ik van douchen! Ik vergeet de tijd, zo lekker vind ik het, tot dat de straal langzaam koud word. Paniekerig slaak ik een kreetje, terwijl ik nog zo snel mogelijk mijn haren uitspoel. Het water is inmiddels ijskoud geworden. Ik sta te popelen om de douche uit te zetten, maar mijn haren zitten nog onder het goedje, wat ik er zo gauw niet uitkrijg. ‘Micheal!’bulder ik kwaad, totaal vergeten dat het mijn eigen dikke schuld is. Het is ook niet zo slim om als een van de laatste nog eens 30 minuten onder de douche te gaan staan. Mijn hoofd doet zeer van het ijskoude water, dat via mijn hoofd over mijn rug en buik stroomt. Ik ril van de kou, maar mijn haar moet goed uitgespoeld zijn, voordat ik de douche uit kan. Nog 1 minuut moet ik onder de koude straal staan, tot ik zeker weet dat elk kleine hoopje zeepsop uit mijn haar verdwenen is. Dan verlos ik mezelf uit deze koude nachtmerrie, en stap ik bibberend uit de kabine.

‘Ah, fuck!’roep ik kwaad, als ik mijn bovenbeen stoot tegen de punt van het bad. Ik grijp met beide handen naar mijn been, waardoor ik even wankel en bijna op de grond val. Nog net kan me vasthouden, zodat ik niet val en veder kan met mezelf afdrogen. Als mijn huidje weer droog is, bestudeer ik de blauwe plek op mijn been, die aardig groot is. Dat word geen korte broek, denk ik teleurgesteld. Met een handdoek om mijn middel geslagen vlucht ik meteen mijn kamer in, voordat Elja of wie dan ook me zien kan. Ik heb geen zin in een naakt-fotoshoot of een reeks scheldwoorden naar mijn hoofd geslingerd te krijgen van Micheal, over de straf die hij (volgens hem) door mij gekregen heeft. Ik doe mijn kamer keurig op slot en gooi de handdoek op mijn bed, terwijl ik in mijn la naar ondergoed zoek. Ik vind een wit/roze BH met bijpassende onderbroek, dus trek ik dat wel aan. Nu het moeilijkste: in mijn kast vol domme, te kleine en kinderachtige kleding een setje vinden waarmee de club sletten me niet kunnen pesten, ook al weet ik zelf best dat dat onmogelijk is. Uiteindelijk, na voor mijn gevoel uren zitten te peinzen, kies is voor een, zoals altijd, merkloze broek (niet dat ik anders heb) en een zwart shirtje met gouden letters “BITCH!” op mijn tieten geschreven. Ik weet zeker dat mijn ouders me zouden verbieden om dit shirt naar school aan te doen, maar ik doe er een vest over, dat ik buiten wel in mijn tas prop. Ik borstel mijn haar, dat vol zit met klitten, en maak er een hoge staart van. Trots draai ik een rondje voor de spiegel, als goedkeuring voor deze outfit. Ik heb geen idee hoe de sletten dit vinden, maar ik verwacht een minder erge afkeuring dan normaal gesproken. Ik prik twee gouden knopjes in mijn oren. Helaas heb ik geen make-up, dus moet ik het maar doen met mijn lelijke onzuivere huid, denk ik teleur- gesteld. Ik loop naar beneden, om te ontbijten, ook al heb ik daar totaal geen zin in: het moet maar. Eenmaal beneden werk ik een witte boterham met hagelslag naar binnen en slurp ik een glas melk op, dat mijn moeder al had ingeschonken voor ik kon protesteren. ‘Gaat het weer een beetje, lieverd?’vraagt mijn moeder in een hopeloze poging om een gezellig moeder dochter gesprek te voeren. ‘Hm,’brom ik, zodat ik veder niks meer hoef te zeggen. Mijn ma merkt dat ik absoluut niet in de bui ben voor een gezellig gesprekje, dus laat ze het hierbij. Ik ben haar dankbaar, maar dat laat ik niet merken, dat kost weer te veel energie. En aangezien ik mezelf door deze schooldag moet slepen, moet ik alle energie die ik heb maar sparen, want die zal ik wel nodig hebben. Als ik mijn glas, bord en mes in de keuken heb gezet, stamvoet ik weer naar boven, om mijn o zo geliefde schooltas in te gaan pakken. Onderweg naar mijn kamer, werp ik een blik in de slaapkamer van mijn ouders, zomaar, zonder enige reden. Mijn oog valt op een klein kistje op mijn moeders nachtkastje. Ik weet maar al te goed wat daarin zit, en zo onopvallend mogelijk sluip ik de slaapkamer van mijn lieftallige ouders. Als ik zeker weet dat mijn pa ook beneden is, loop ik naar het kistje. Ik zie veel spullen, stuk voor stuk bruikbaar voor mij. Een paar mascara’s, lippenstiften, blush, eyeliner, van alles zit erin. Ik vis er een mascara uit, met enige luxieuze uitstraling. Zo snel ik kan sprint ik naar mijn eigen kamer, om de mascara op mijn wimpers aan te brengen. Ik ga op mijn bureaustoel zitten, zo dicht bij de spiegel als ik kan. ‘Oké,’mompel ik tegen mezelf, ‘hoe werkt dit?’ Ik heb geen flauw idee, dus draai ik het dopje met twee in elkaar gehaakte Ctjes op de bovenkant. Ik haal het kammetje voorzichtig uit het flesje en probeer zo secuur mogelijk het zwarte goedje op mijn wimpers uit te smeren, zonder dat het een enorme kliederboel is. Het lukt aardig, maar toch schiet ik een keer uit op mijn wang, waar een zwarte veeg op zit. Je ziet de mascara duidelijk op mijn wimpers zitten, dus moet ik mijn moeder maar niet meer aankijken vandaag. Ik doe de zwart-gouden mascara weer dicht, en sneak terug naar de kamer van mijn ouders, om het voorwerp keurig terug te leggen waar het lag. Net als ik de mascara terug in het kistje gelegd heb, hoor ik een bekende stem. ‘Minte! Wat doe jij daar?’

Ik kan mijn gil niet meer onderdrukken, als ik oog in oog sta met Elja, die me zo ongeveer van achter bespioneerd heeft. Mijn pa mag dan volgens Micheal geen James Bond zijn, maar mijn zusje komt aardig in de buurt. ‘Wat doe jij daar?’vraagt ze nog een keer, terwijl ze me streng aankijkt. Ze heeft nu wat weg van mevrouw Olders, mijn oude lerares Informatica, die gewoon letterlijk van school is gepest. Zij had ook altijd zo’n strenge blik, maar ze was te lief voor straffen. Net als mijn zusje: ze kijkt soms gemeen, maar zo bedoelt ze het niet. Daar is het een te grote schat voor! Ik weet zo gauw geen antwoord op de vraag van Elja, dus lul ik maar wat over een klusje voor mama, wat volgens mij erg ongeloofwaardig overkomt. Maar mijn zusje heeft er geen weet van dat ik lieg en ze loopt vrolijk door naar haar kamertje, waar ze snel in verdwijnt. Snel vlieg ik de kamer van mijn ouders uit, voordat nog iemand me betrappen kan. Ik zie het al helemaal gebeuren dat Micheal net langsloopt en die heeft sinds gister een nog enorme hekel gekregen aan mij dan normaal, wat zou betekenen dat mijn ouders meteen op de hoogte worden gebracht, waarschijnlijk nog met een erg aangedikt verhaal. Mijn broers kennende zal hij er dan voor zorgen dat ik zijn straf uit moet zitten, door middel van chantage, waar hij een beetje té goed in is. Ik sprint mijn eigen kamer in, waarin ik bijna over mijn eigen zooi struikel. Ik kan het hok, ook al is het nog zo klein, gewoon niet netjes houden. Ik heb dan ook een talent in rommelmaken, een gift waar mijn ouders niet zo blij mee zijn. Haastig pak ik mijn tas in. Ik “vergeet” een paar boeken erin te stoppen, zodat mijn vest erbij past. Aangezien ik normaal altijd alles bij me heb, zullen de leraren daar niet zo’n punt van maken. In elk geval: dat hoop ik. Met een verbazingwekkend lichte tas slof ik naar beneden, om mijn gympen aan te trekken, die ergens onderop de hoop met schoeisel van de rest van de happy family ligt. Met een hand houd ik mijn neus dicht, als ik de stinkende Nikes van Micheal wegsmijt. ‘Yuk!’ Dat is het enige woord wat ik zeggen kan. Ook de schoenen van mijn vader geuren niet zo fris, ook die mogen op de door Elja genoemde jakkie-bah stapel. Als ik een glimp van mijn eigen zwarte gympen opvang, trek ik ze onder de stapel vandaan, zodat ik bedolven word onder een stapel van stilleto’s, naaldhakken, sandalen, gympen en teenslippers. Ik sta op, zodat alle schoenen met een doffe plof op de grond vallen en eindelijk kan ik mijn versleten en kapotgelopen gympen aantrekken. Ik hijs mijn rugzak op mijn rug en sprint naar buiten, terwijl een “Dag mam!” de leegte van het huis vult. Ik spring op mijn fiets, die met het sleuteltje nog in het slot in de schuur staat, die elke avond op slot gaat en elke ochtend open gemaakt word. Ik rij de straat uit en als ik zeker weet dat mijn ouders me niet kunnen zien, doe ik mijn vest uit, dat ik in mijn tas prop. Zo, nu ben ik klaar voor vandaag, denk ik trots. En ik fiets naar mijn “gezellige” school.

‘Sháá! O my god, wat een géwéldíg shirt!’ Ik rij Jessica bijna aan, als ze naar haar vriendin toe rent. Ik vraag me af wat voor een geweldig shirt dat dan moet zijn, maar ik bedenk me dat het handiger is om eerst mijn fiets in de fietsenstalling te zetten, voor ik meer mensen aanrijd. Niet dat er veel mensen zijn, halverwege het eerste uur, maar toch. Ik haal het sleuteltje uit mijn fiets en prop het in de zak van mijn donker blauwe spijkerbroek. Trots, met mijn borst vooruit, zodat iedereen de gouden tekst op mijn shirt lezen kan, loop ik het schoolgebouw in, waar Sharon en Jessica nu ook in verdwenen zijn. Ik sla rechts af, naar het kamertje van mevrouw Koolraad, waar je de zo bekende te-laat briefjes halen moet. Jessica en Sharon staan voor me, allebei in een wit shirt gehuld. Sharon in een gewoon t-shirt en Jessica in een shirt wat meer lijkt op een korset. ‘Zo, jonge dames.’ Mevrouw Koolraad kijkt streng over haar halfronde brilletje heen. Haar grijze haren zijn in een strakke knot naar achteren gebonden, wat haar een nog strengere uitstraling geeft. Het hele kamertje ruikt naar Eau de cologne, het favoriete luchtje van mijn oma, die zo’n 92 jaar oud is. Ik heb geen flauw idee hoe oud mevrouw Koolraad is, maar het zal wel niet veel schelen, denk ik lachend. ‘Wat valt er te lachen?’snauwt de vrouw. Ze seint naar Jessica en Sharon, die meteen een stap opzij zetten, zodat ik naar voren mag komen. ‘Zo, en wat mag jou naam dan wel niet zijn?’ De kille stem van mevrouw Koolraad geeft me de bibbers, iets wat ik nog nooit eerder gehad ben. ‘Minte, mevrouw,’zeg ik beleefd, ‘maar ik heb een briefje!’ De vrouw kijkt me wantrouwig aan, met haar kraaien oogjes, als ik mijn broekzakken leeghaal, opzoek naar het briefje wat ik… ‘Shit!’ Het is eruit voor ik er erg in heb. Niet erg slim, om te zeggen in het bijzijn van een vrouw van plus min 90 jaar. ‘Pardon?’ Mevrouw Koolraad klinkt net zo overdonderd als ik verwacht had. ‘Sorry,’zeg ik snel, ‘maar ik ben mijn briefje vergeten.’ De vrouw moet lachen: het is echt een heel gemeen lachje. ‘Als ik het niet dacht,’mompelt ze, terwijl ze mijn volledige naam en klas op de computer intikt. Ik vraag me af hoelang het geduurd heeft voordat ze kon typen, want zelfs nu gaat het nog houterig en ik het gehoord dat ze al dik 20 jaar op school zit. De vrouw schrijft een briefje voor me uit, en deelt me mee dat ik geen straf krijg, omdat dit de eerste keer is. Net als ik weg wil lopen, met het briefje in mijn hand, hoor ik de vrouw mijn naam roepen. ‘Jij zit in 2A, toch?’ Ik knik en dan pas zie ik hoe de vrouw naar Sharon en Jessica wijst. ‘Dan zet ik die twee dames ook op het briefje, maar jullie,’de vrouw wendt zich tot de twee sletjes, ‘blijven een uur na! Begrepen?’ Ik hoor Jessica iets als whatever mompelen, terwijl Sharon zo beleefd mogelijk knikt. ‘Goed, dan mogen jullie gaan naar de les.’ Met het briefje in mijn hand lopen we de gang uit naar het trappenhuis, dat oneindig hoog is. Ik draai me om, om te vragen wat voor een les we hebben, maar dan valt mijn oog op Sharons shirt, wat inderdaad prachtig is. “Bitch!” staat er met zilveren letters op geschreven. Met open mond staar ik Sharon aan, die nu ook mijn shirt gezien heeft. Ze wijst naar mijn tieten en ik naar die van haar, terwijl we tegelijk NA-APER roepen. Dan schiet ik in de lach. ‘Dat is toevallig!’roep ik lachend, trots op het feit dat ik een shirt naar Jessica’s en Sharons smaak heb gevonden. Sharon kijkt Jessica angstig aan, die op haar beurt weer naar mij staart. ‘Nou Shá, ik heb nog een topje voor je…’ Maar Sharon is van stomheid het veld uit geslagen. Pas als ze weer bij zinnen is, krijg ik een antwoord op mijn opmerking. ‘Leuk shirt, maar zwart en goud, sorry, maar dat is niet echt…’ Ze stopt als ze mijn betreurde gezicht ziet. Jessica ziet het, waarop Sharon meteen haar belediging afmaakt: ‘niet echt geweldig. Dus gewoon zó passé!’ Weer heeft een van de sletjes een belediging kunnen maken, de gene met hetzelfde shirt nog wel. Maar goed, wat dacht ik anders? Dat ik een compliment kreeg? Dat zal mijn lang zal ze leven niet gebeuren, denk ik bedroefd. Jessica is inmiddels naar boven gerend. Ze roept Sharon, die nog naast mij staat. ‘Sorry,’mompelt ze en dan rent Josh vriendin naar boven.

Ik weet niet wat ik ervan denken moet. Meende ze dat nou? Ik betwijfel het… Ze hebben wel vaker sorry gezegd voor hun daden, maar geen van die keren meende ze het. Maar deze keer weet ik het niet. Sharons gezicht zag eruit alsof ze het echt meende! Hoe dan ook, Sharon blijft een bitch. Ik haast de trap op en volg de twee geblondeerde witte stipjes, die al voor de deur van lokaal 23 staan. ‘Geschiedenis,’mompel ik. Ik heb letterlijk een hekel aan geschiedenis. Het is zo een onboeiend vak. Wat gebeurd is is gebeurd, klaar: dat is mij aangeleerd. En in de eerste klas, kwam meneer Groeneveld eens vertellen hoe belangrijk het verleden is tegenover de toekomst en hoe slecht het is om mijn aangeleerde stelling vast te blijven houden. Oké, alle leraren zijn gewoon weg van hun beroep, maar meneer Groeneveld doet net alsof het een heilig vak is, waar iedereen wel verliefd op moet worden. En dat is het dus niet. Het boek is saai, de les is saai, hij is saai. Gewoonweg alles is saai! De boeken die we aan het begin van dit schooljaar kregen, hadden al een hele geschiedenis meegemaakt: gescheurd, kapot, dubbelgevouwen, onder gekliederd. En in het boek van Belle zat een hele lading stof! ‘Schiet op!’sist Jessica, die kennelijk haar vriendinnen clubje nog even gedag wilt zeggen, voordat ze naar haar eigen les moet. Sharon en ik lopen zwijgend het klaslokaal in, met Jessica achter ons aan. Ik laat het briefje aan meneer Groeneveld zien, die meteen een preek over te laat komen wilt geven, maar gebaar ik naar mijn grote “vriendin” Jessica, die ook op het briefje staat, maar naar haar eigen klas moet. De leraar knikt en geeft het papiertje aan Jessica, die druk aan het seinen is met Precilla. ‘Doeg schatjes van me!’roept ze, als Precilla op de hoogte gebracht is over mijn shirtje. Ik ga op mijn plaats zitten, ergens achterin in de klas. ‘Zo jongedames!’ Meneer Groenevelds stem alleen al maakt me slaperig. Ik moet moeite doen om te verstaan wat hij zegt, zonder weg te doezelen. ‘En jullie dachten, laat ik eens een interessante en belangrijke les geschiedenis overslaan?’ Ik hoor Precilla luid kuchen, waarna de halve klas meteen dubbel licht. ‘STILTE!’brult de leraar, die duidelijk gestresst is over het feit dat zijn dierbare les verstoord is. Meteen is het doodstil. ‘Potverdikkeme, jullie twee komen al te laat en dan denken jullie ook nog de rest van de les niks te kunnen doen?’ Ik zie het speeksel uit zijn mond vliegen. Gadver, denk ik, als ik zie hoe het in zijn kopje koffie valt. ‘Nou meiden, dacht het dus niet! Iedereen gaat nu beginnen aan een opstel schrijven over de schoolstraffen die ze in de Romeinse tijd hadden! En ik geacht stilte!’ Luid kreunend pakt iedereen een SO blaadje uit de tassen, terwijl meneer Groeneveld de DS van Ibrahim aan het slopen is, met als doel uit te vinden hoe het ding uit gaat. Het is erg lachwekkend en iedereen vindt het DS avontuur van de leraar veel interessanter dan het opstel schrijven, dus veel geschreven word er niet. Aan het eind van de les het ik drie zinnen op geschreven, met als eerste de titel, daarna de gene die het geschreven heeft en daar weer onder de zin “In de Romeinse tijd deelde men ook straffen uit, indien er niet gehoorzaamd werd”. Ik had die zin regelrecht van Pascal overgeschreven, een nerd die naast me zit. ‘Volgende week is jullie opstel af! Drie kantjes vol en correct gespeld!’ Ik rol met mijn ogen, als ik mijn tas in pak. Volgende week is de leraar het toch weer vergeten, hij leeft namelijk in het verleden en de toekomst daar wil hij niks mee te maken hebben, volgens sommigen. Hij schrijft ook nooit op wat voor een huiswerk we maken moesten, dus elke keer vraagt hij dat aan zij geliefde leerling Fleur, die altijd de helft van wat we letterlijk maken moesten opsomt. Met de grote stroom leerlingen mee, loop ik naar lokaal nummer 35 waar mijn geliefde les begint: natuurkunde!