[verhaal] Een zomer om nooit te vergeten

haai!
laat me weten wat jullie er van vinden! hoop dat het een beetje te lezen is, want het is wel een klad dus ik heb niet echt zo gelet op alle leestekens en hoe het moet en zo.
hier een begin;

Daniëlla is een meisje van 17, woont in Zwolle en zit in het 1e jaar van haar nieuwe opleiding als onderwijsassistente.
Het is mei, maar ze kijkt nu al uit naar de zomervakantie.
Ze gaat dit jaar voor het eerst alleen op vakantie, met haar 2 beste vriendinnen Kiki & Natascha en heeft daar erg veel zin in.

Welk perron staat die trein nou? ik kijk zoekend om me heen.
Als ik ren ben ik nog op tijd, no way dat ik hem ga missen zoals gisteren,
toen heb ik dus een uur moeten wachten, en was ik ook nog eens te laat op mijn sollicitatie.
Ik neem een paar grote passen en baan me een weg tussen de menigte richting de trein, het waait en mijn bruine lokken waaien zo wat voor mijn ogen.
Ik stap de trein in en kijk om me heen, de trein is druk dit keer, echt druk.
Daar zie ik nog een plaatsje, en snel loop ik er naar toe, zodra ik zit begint de trein te rijden.

Er zit een rare man tegen over mij, hij heeft een snor en hij ziet er uit als een bouwvakker. Hij kijkt me doordringend aan, dit is echt niet prettig.
Zou ik van plek verwisselen? Nee dat staat ook zo raar.
Waarom kijkt hij nou zou? Laat mijn truitje te veel zien? Zou dat het zijn?
Ik kan het moeilijk gaan vragen, dat is vragen om problemen zou Kiki zeggen.
Op deze momenten heb ik echt een bloedhekel aan het openbaar vervoer.
als ik naar buiten kijk, schijnt de zon schijnt fel op me gezicht. Heerlijk, ik kan niet wachten tot het zomervakantie is, zon zee strand, en vooral leuke jongens.
Als ik uit mijn ooghoeken kijk zie ik daar een jongen zitten. Hij kijkt mij ook aan, en zodra hij ziet dat ik kijk , kijkt hij weer weg.
Hmm, die is best leuk. Als ik nou blijf kijken kijkt hij natuurlijk niet meer.
Ik kijk weer voor me, bah wat een uitzicht heb ik hier. Die man blijft maar kijken.
Als ik weer uit me ooghoeken naar het bankje naast me kijk, zie ik dat de jongen iets uit zijn tas haalt. Ik kan niet goed zien wat het is, de zon schijnt te fel naar binnen.
Als ik te veel kijk val ik op, dus gewoon zo blijven zitten. Wat zoekt hij toch in die tas? Misschien wel zijn mobiel? Of zijn agenda?
Als ik goed op let zie ik dat het zijn mobieltje is.
Weer kijkt hij mij aan, en ik probeer te glimlachen. De jongen krijgt een rode kleur op zijn wangen, en lacht verlegen terug.
Ik voel dat ik ook rood aan loop, oh waarom doe ik nou zo raar? Zo leuk is hij toch ook weer niet? Jason was pas leuk. Alleen jammer dat hij mij niks vond.
Het plekje naast de jongen is nog vrij, zou ik naast hem gaan zitten? Of zou hij dat raar vinden…
Zonder dat ik het door heb sta ik al op, en verplaats ik me naar de plek naast hem.
“Heey” Zeg ik. Oh wat kwam dat er stom uit zeg, had ik maar op me eigen plek blijven zitten.
Maar dan steekt de jongen zijn hand uit. “hallo, ik ben Shane, hoe heet je?”
“Ik heet Uh, ik ben Uh…” Oh nee he, begin ik nog te stotteren ook.
“Daniëlla” zegt de jongen dan.
“hoe weet je dat?” vraag ik.
“Ik zie het aan je naam plaatje op je borst” zegt hij, en hij glimlacht vriendelijk naar me.
Oh ja natuurlijk, wat stom van me denk ik nog.
“Zit je ook op het sint maarten college? Ik heb je daar nog nooit gezien” vraagt de jongen beleefd.
“Ja dat klopt, jij ook?” Probeer ik zo leuk mogelijk te antwoorden. Oh wat een stomme vraag alweer, hij vroeg toch of ik er óók op zat, dus hij natuurlijk ook.
De jongen lacht vriendelijk en antwoord. “Ja, ik zit bij de opleiding voor verpleegkundigen en allemaal ziekenhuis dingen.”
Dit meen je niet denk ik nog. Praat ik eindelijk is met een leuke jongen, is het een homo.
“nu denk je vast dat ik een homo ben” lacht de jongen.
“oh nee hoor, helemaal niet” stamel ik.
Kan hij gedachten lezen of zo? En ik probeer mijn lach in te houden.
“mooie blauwe ogen heb je” zegt de jongen verlegen. Ik voel dat ik weer een kleur krijg, hopend dat hij dit niet opmerkt.
“oh, dankjewel” zeg ik terwijl ik snel tussen mijn birkenstocks door naar de grond kijk.

Ik erger me een beetje aan de enter na iedere zin, verder is het verhaal opzich wel leuk.

ja dat viel mij ook al op, dat heb ik ook gelijk veranderd haha

Ik vind het een leuk verhaal, ik wil zeker dat je verder gaat :grinning: Ik vind alleen de zin: Mijn haren waaien zowat in mijn gezicht (of zoiets :$), een nogal rare zin. Die zou ik veranderen in bijv. gewoon: Mijn haren waaien in mijn gezicht.

Nog meer meningen? haha
dan weet ik of ik verder moet gaan of niet ;p

lijkt me leuk (: ga maar verder ?

O damn, ik schrok me rot! Ö
Ik heb namelijk een verhaal in word staan die ook precies zo heet, en die heb ik ooit op een andere site gepost, dus ik dacht; ze zou het toch niet overgenomen hebben? Maar gelukkig is het een compleet ander verhaal! XD

haha nee dat zou wat zijn zeg!

leuk leuk

en die enters vind ik het juist wel overzichtelijk maken eigenlijk :]

“Waar woon je?” vraagt hij.
“Ik woon in Zwolle, jij ook?” vraag ik. Stiekem zou ik het wel leuk vinden als dat zo zou zijn.
“Nee, ik woon in Hoogeveen, maar dat is niet zo ver daar vandaan!”
“ Nee, inderdaad!” en ik glimlach erbij.
Dat is te doen met de trein vanaf mijn woonplaats. Oh ik moet dit helemaal niet denken. Waarom denk ik nou altijd zo ver weg.
“Ik moet hier uitstappen, ik spreek je vast nog wel Daniëlla!” en de jongen staat op.
Ik zeg hem nog gedag, en kijk hoe hij de trein uit loopt.
Zelfs als de trein al begint te rijden kijk ik nog vanuit mijn raam waar Shane heen loopt.
Ik ga weer recht zitten. Ik voel me ineens heel erg blij, ergens ook wel opgelucht.
Na het hele gedoe met Jayson heb ik nu eindelijk door, dat er ook andere leuke jongens zijn op deze wereld.
Als ik naast me kijk zie ik dat de man er nog steeds zit. Hij is ondertussen in slaap gevallen, en hij ligt er heel gek bij.
Ik moet oppassen dat ik niet ga lachen, het is ook zo’n grappig gezicht. Zijn hoofd zit helemaal tegen het raam, waardoor zijn mond open hangt. Niet te filmen, denk ik nog.
Ik pak mijn mp3 speler uit mijn tas, en stop mijn oordopjes in mijn oren. Voor dat ik het door heb, wordt er omgeroepen dat we in Zwolle zijn.
Ik kijk eigenlijk best uit naar het avond eten, mama zou vandaag lasagne maken.
Met die gedachte loop ik de trein uit richting het fietsenhok. Is kijken waar ik die fiets gelaten heb.
Ik loop langs alle rekken. Waar heb ik dat ding nou toch gelaten? Ik dacht echt dat ik hem hier neer had gezet.
Nog een keer loop ik alles na, maar nog zie ik mijn fiets niet. Het zweet breekt me uit, als die fiets maar niet gejat is, dan wordt me broertje gek want het is zijn nieuwe fiets.
Dan kan ik weer opgelucht ademhalen. Ik zie hem staan, ik kon hem ook niet missen zo’n blauwe oma fiets.
Als ik weg fiets wordt ik nog ga geroepen door een groepje jongens wat bij de kiosk stond.
Sukkels… mompel ik in mezelf terwijl ik toch maar wat harder doortrap.
Als ik de voortuin in rijd, zet ik mijn fiets tegen de schuur aan. Ik hoor iemand op het raam tikken, en kijk wie het is.
Oh, het is papa, die staat te seinen dat hij in de schuur moet en niet er tegen aan. Gezeur…
Ik probeer de deur open te maken, maar hij klemt. Ik trek nog harder aan de deur, plots vliegt hij open en ik voel dat ik achterover val.
Au, ook dat nog erbij. Ik hang half tegen de auto op, en als ik weer een blik naar het raam werp zie ik dat mijn vader zijn gezicht betrekt. Hij trekt bijna wit weg bij het zien van de klap tegen zijn auto.
Het raam gaat open, en me vader begint er door heen te roepen. Ik versta er maar de helft van.
“wat doe je nou joh!” roept hij. “Chill pap, doe ik toch niet express. “
Snel zet ik mijn fiets in de schuur, en ga naar binnen. “waarom moest je nou meteen zo door dat raam staan roepen joh” zeg ik met een geërgerde stem tegen mijn vader, die net zijn handen aan het wassen is.
“Ik ben net klaar met het wassen van de auto, en dan ga jij er even lekker tegen aan hangen.”
“Er lekker tegen aan hangen? Let jij wel op? Ik viel hoor! Daar heb ik toch niet om gevraagd.” Antwoord ik geïriteerd.
Er verschijnt een lach op mijn vaders gezicht, en gaat met zijn hand door mijn haar.
“Sorry lieverd, dat stukje had ik eventjes gemist. “

Tijdens het eten kan ik alleen nog maar denken aan Shane, Shane en nog eens Shane.
Zijn kuiltjes in zijn wangen, zijn bruine ogen, zijn krulletjes… perfect…
“Waar zit jij met je gedachten?” vraagt Jimmy en kijkt me pesterig aan.
Jimmy is mijn 1 jaar jongere broertje, soms heel leuk, maar op sommige dagen kan ik hem echt wel achter het behang plakken.
Al moet ik toegeven dat ik dat al een aantal keer heb geprobeerd, alleen zonder succes.
“Nergens joh, hoezo?” antwoord ik , alsof ik niet weet waar hij het over heeft.
“Nou gewoon, je kijk zo voor je uit, vind je het eten niet lekker of zo? Wat ik wel kan begrijpen, want papa is natuurlijk geen top kok hé” en Jimmy kijkt zijn vader pesterig aan.
“Zo kan ie wel weer meneer, wat mankeert er aan mijn overheerlijke Lasange?” zegt Papa met een deftige stem.
“Er mankeert niks aan pap, Jimmy zit gewoon weer te pesten” zeg ik.
Mama zegt niks, ze schud alleen lachend haar hoofd.
“Ruimen jij en Jim even af?” vraagt Mama terwijl ze op staat van haar stoel.
Ik sta ook op, en geef een trap tegen de stoel van mijn broertje. “Opstaan jij, en tempo want ik wil nog even wat dingen doen.”
“ja, ja” Mompelt Jimmy en staat met veel gekreun en gesteun op.
Ik kijk naar alle vieze borden en pannen die op het aanrecht staan. Oh, wat is de vaatwasser toch een geweldige uitvinding geweest.
Ik zet er een beetje tempo achter, zodat ik straks Kiki en Natas nog even kan bellen.
Het hele Shane verhaal kan ik hun echt niet achterhouden, ze zullen er van smullen dit te horen.
Dan zijn ze natuurlijk van mijn gezeik over Jayson af, wat ik eigenlijk aan de ene kant ook wel begrijp.
Als alles opgeruimd is , ga ik snel de trap op naar boven. Ik hoor dat Jimmy achter me loopt.
En al gauw voel ik dat hij met zijn hand mijn voet vast grijpt en er een ruk aan geeft.
Ik val voorover , bijna met mijn kin tegen de traptrede voor mij.
“AU , rotjong!” roep ik boos. En Jimmy kan alleen maar lachen, heel hard lachen, hij komt niet meer bij.
“Wat gebeurde er?” hoor ik mama roepen vanaf beneden. “Niks hoor mam! Daniëlla gaat alleen iets te hard de trap op, dat is alles” zegt Jimmy op een schijnheilig toontje.
Dit is het toppunt, ik kan mij niet meer inhouden, en voor ik het weet geef ik Jim een klap tegen zijn achterhoofd.
“au joh! Muts dat je er bent!” roept hij boos uit.
“krijg je er van hé , broertje” en ik geef hem een kus op zijn wang. Jimmy duwt me meteen weg.
“overdrijven is ook een vak hé” zegt hij, en veegt zijn wang af met zijn mouw.

Goed genoeg om mee door te gaan?

Oeh, leuk verhaal!
Up!

Ik loop door naar mijn kamer, en struikel bijna over de rotzooi die ik vanmorgen in alle haast gemaakt heb.
Ik zet mijn laptop aan, en zoek ondertussen in mijn tas naar mijn mobieltje. het is altijd nog een klus om dat ding te vinden…
Keiharde muziek bonkt door de muur van mij kamer. Grr, Jimmy en zijn klote muziek.
Ik bonk met mijn vuisten op de muur, hoop dat hij die hint snapt, zo niet dan storm ik zijn kamer wel in.
De muziek blijft hard aan staan, en ik bonk nog een keer heel hard met mijn vuist op de muur.
Het schijnt de helpen, de muziek gaat plots veel zachter en mijn kamerdeur vliegt open.
“ben je wel goed bij je hoofd?” zegt Jimmy geïrriteerd. “Ja, doe die muziek is niet zo hard man.”
“Ja, dan kan je dat toch ook gewoon even aan mij vragen? In plaats van meteen als een gek op de muur te gaan bonken… “ en Jimmy loopt weer weg.
Ik trek nog even een gekke bek achter zijn rug, maar zoek dan verder in mijn tas.
Hebbes, hier is hij , eens even kijken wie ga ik eerst bellen… Kiki of toch Natas?
Ik druk het nummer van Kiki in, en hij gaat over. “Yo chik!” zegt Kiki vrolijk.
“Hey Chikkie! Ik heb je echt wat te vertellen, Natas ook maar die bel ik zo.”
“Natas is bij mij, dus je kan het meteen aan ons allebei mededelen!”
“Oh nóg beter! Nou vandaag zat ik dus in de trein, en ik zat me toch naast een leuke jongen… “
Kiki en Natascha beginnen door elkaar heen te praten.
“We hebben ons aan elkaar voor gesteld, en toen hij weg ging zei hij dat hij me vast nog wel zou spreken, goed teken toch?”
“Zeker een goed teken! Wat leuk Daan!” zeggen Natascha en Kiki tegelijk.
“Ja hé, oh hij is echt heel knap hoor meiden.”
“hoe heet hij eigenlijk?” vraagt Kiki op een nieuwsgierige toon.
“Shane!” zeg ik blij.
Op dat moment hoor ik zacht gelach van achter mijn deur komen. Ik kijk achter me en zie daar de schijnheilige kop van mijn broertje.
“Oh shane, schatje van me!” zegt Jimmy op een treiterige toon.
“Ga weg man!” en ik gooi de deur dicht. Op de hal hoor ik nog 4 keer de naam Shane vallen, maar dan hoor ik Jimmy’s kamer deur ook weer dicht gaan.
“Snot kind”… mompel ik. “Is Jim weer bezig?” lachen Natascha en Kiki.
“Ja en niet zo’n beetje ook, ik wordt echt knettergek van hem.” En ik ga weer op mijn bed zitten.
“Wij gaan weer hangen Daan, Ik ga Natas even een stuk naar huis brengen, we spreken je morgen of zo wel weer oke?”
Ik zeg gedag tegen me vriendinnen, en hang op.

Ik vind het niet echt een denderend verhaal.
Het gaat eigenlijk nergens over en je zet alle zinnen die worden gezegd achter elkaar zodat het onduidelijk is wie wat zegt.
Ook moet je letten op het gebruik van hoofdletters en leestekens.
Opbouwende kritiek, hoor :slightly_smiling_face:

dat het nog nergens over gaat komt ook omdat dit pas het begin is.
ik heb juist meer achter elkaar gezet, omdat iedereen zich irriteerde aan de spaties.
maar bedankt voor de reactie ;d

lijkt me een leuk verhaal =D

weer een verhaal om aan mijn lijst toe te voegen xD

Mijn laptop is ondertussen al opgestart, en ik ga op mijn bureaustoel zitten.
Ik mag mijn bureau ook wel is gaan ordenen, ziet er niet uit zo, overal liggen schriften, boeken en tijdschriften.
Ik check mijn mail, en als ik zie dat er niks bijzonders te lezen valt, log ik mezelf weer uit.
Eigenlijk verheug ik me best weer op morgen, niet om school, maar om de rit er naar toe.
Wie weet kom ik hem morgen meteen weer tegen, dus dan moet ik er wel een beetje fatsoenlijk uit zien.
Ik trek meteen mijn kledingkast open, en zoek dat nieuwe colbertje die ik vorige week nog heb gekocht. Waar heb ik die gehangen? Ik dacht toch echt dat hij al in mijn kledingkast hing.
Ik doe mijn kastdeur weer dicht, en loop naar de stoel in de hoek waar wat tasjes op liggen.
Ik was vergeten dat hij nog in het tasje zat, kan je na gaan hoe druk ik met me huiswerk ben geweest de afgelopen week.
Ik trek hem aan, en ga voor de spiegel staan. Ja, dit wordt hem, deze doe ik morgen aan.
En vrolijk leg ik mijn colbertje weer op mijn stoel.
Ik zet mijn tv aan , en trek mijn pyjama alvast aan. Ik ga vandaag maar is vroeg naar me bed toe, ben eigenlijk wel moe.
als ik de badkamer uit kom, ga ik meteen in mijn bed liggen.
Als ik een beetje aan het zappen ben, voel ik dat mijn ogen per zender waar ik voorbij kom steeds zwaarder worden.
Uiteindelijk geef ik er maar aan toe, en druk ik mijn tv uit.

“tuut,tuut,tuut,tuut”
Ah nee he, is het nu al half zeven? Ik ben nog zó moe.
Als ook mijn moeder 3 keer op mijn deur klopt en roept dat het tijd is, moet ik mijn bed wel uit komen.
Als ik mezelf mijn bed uit heb weten te hijsen, loop ik meteen door naar de kamer van Jimmy.
Waarna ik meteen een aantal keer heel hard op de deur bonk.
“ja, ik ben er al uit!” klinkt een slaperige stem.
Ik maak met een harde ruk de deur open, en spring vrolijk door zijn kamer heen, onder luidruchtig geklap en gestamp.
“waar ben jij mee bezig, ben je wel goed” en Jimmy draait zich chagrijnig om.
“Kom op zeg, heb je soms geen zin om naar school te gaan?” vraag ik.
“Wat denk je nou zelf zus” en Jimmy trekt de dekens over zijn hoofd.
Ik trek de dekens net zo hard weer van zijn hoofd af, waardoor hij alleen nog maar in zijn boxershort ligt.
“ah doe normaal, weet je wel hoe koud dat is!”
Grijnzend loop ik zijn kamer uit. Wat is het toch heerlijk zo’n broertje.
Als ik helemaal klaar ben met omkleden en de rest ga ik naar beneden toe.
Ik heb niet zo veel tijd meer omdat ik weer veel te lang voor de spiegel stond.
Snel neem ik een paar happen van mijn brood, en ga de deur uit.
“Doei Daan!” hoor ik mijn moeder nog roepen.
Ik kijk om, en zie haar voor het raam staan. Ze staat in haar ochtendjas met een kop koffie in haar handen, haar korte haar staat helemaal omhoog.
Ik moet lachen in mezelf, geen gezicht dat haar ’s ochtends.

Als ik op het station aankom, sprint ik de trein in.
Ik zoek een plekje uit waar ik in mijn eentje kan zitten, en waar ik de deur goed kan zien.
Stel je voor dat hij de trein in komt, en ik het niet kan zien omdat ik met mijn rug naar de deur zit.
Of dat hij er niet meer bij past, omdat er al te veel mensen bij me zitten.
Nee, ik neem het zekere voor het onzekere, en zoek een goed plaatsje uit.
Als de trein begint te rijden, wordt ik zenuwachtig, al helemaal als ik hoor dat we aan zijn gekomen in Hoogeveen.
De trein stopt, en er stappen verschillende mensen in, mensen met haast, mensen met een slaperig hoofd die op hun dooien gemakje de trein in lopen, en een groep jongens.
mijn ogen gaan snel door de groep jongens heen, zoekend naar die ene persoon.

moet ik verder schrijven?

mag ik van jou vraag een bevel maken?:angel:
dan wordt het: je MOET verder schrijven:p

Als ik goed kijk, valt er een druk van me schouders. Geen Shane.
Ergens ben ik ook wel opgelucht, ik wist toch niet wat ik moest zeggen.
Als ik de school binnen loop, voel ik dat er iemand bijna op mijn rug springt.
“Daan!” zegt Inke enthousiast.
“Zo, ik schrik me rot Ink!” zeg ik lachend.
Samen met Inke loop ik naar mijn kluisje, ik heb hem dit jaar onder aan, vet balen want dan moet ik dus iedere keer op mijn hurken.
“We hebben eerst Nederlands hoor!” zegt Inke lachend.
Ik kijk naar de boeken die ik in mijn handen heb, het zijn de boeken voor Rekenen.
“Gaat het wel goed met je? Je bent een beetje afwezig meid!” en Inke kijkt me bestuderend aan.
“Oh nee niks hoor, ik ben gewoon nog niet helemaal wakker.” En ik wissel mijn reken boeken om voor die van Nederlands.
Zodra we de trap op lopen, zoeken mijn ogen alleen maar om mij heen.
Shane zit hier op school, ik heb hem nog nooit gezien, maar als ik nu misschien er op let kom ik hem wel tegen.
We zijn al bij het lokaal en ik ben geen Shane tegen gekomen.
“Zo dames, ga maar meteen zitten want we hebben een oefen toetsje.” Zegt meneer van Dijk terwijl hij vrolijk in zijn handen wrijft.
Die kerel vind het maar al te leuk om ons onverwacht zo’n toets te geven, ik mag hem nog steeds niet, ondanks we er al bijna een jaar met hem op hebben zitten denk ik. En ik ga zitten.
“Wat een toets joh, dit ken ik echt nog niet hoor.” Hoor ik Joey achter mij zeggen.
Ik moet lachen en ik draai me om. “Ik ook niet hoor” stel ik Joey gerust.
Joey knipoogt naar me, en schrijft dan zijn naam op de toets.
Zijn bruine lok hangt helemaal voor zijn ogen, dat hij nog wel wat kan zien zo.
“Kan je het wel zien Joey?” vraag ik lachend, als ik er een minuut naar gekeken heb.
Joey kijkt door zijn haren door naar mij. “Natuurlijk kan ik het wel zien, wie mooi wil zijn moet uhm…”
“Zicht missen!” lacht Inke.

In de pauze vertel ik Inke alles over Shane. Tot dat inke haar mond open trekt.
“Shane? Je bedoelt toch niet Shane met de bruine krullen en de kuiltjes he!” vraagt Inke.