[Verhaal] Door tranen verblind.

Door tranen verblind.

http://www.freebits.nl/images/974dtv.bmp

[i]Lieve Rosanne,

Je reageert nu al weken niet op mijn sms’jes of Whatsapp berichtjes.
Als ik je bel, neem je niet op.
Wat is er toch allemaal met je aan de hand?
Nog nooit hebben we zo’n erge ruzie gehad, waarom nu dan wel?
Ik dacht dat we beste vriendinnen waren, alles aan elkaar konden vertellen.
Waarom moet ik er zélf achter komen wat er met je is?
Ik heb er vaak genoeg naar gevraagd, gezegd dat ik je wilde helpen.
Maar je wilde mijn hulp niet, je wilde het me niet vertellen.
Nog steeds weet ik van niets, ik wil geen ruzie meer hebben.
Want ik weet niet eens waarom we nu eigenlijk ruzie hebben.
Ik zal niet meer zeuren, dat beloof ik.
Als je me zelf wilt vertellen wat er is, is dat goed.

Schrijf, bel of sms me alsjeblieft terug,
Het was nooit mijn bedoeling ruzie te krijgen.
xxx Mara.[/i]

Zuchtend leg ik mijn pen neer. Sinds een paar weken doet Rosanne heel vreemd. Naar haar zeggen kan ze nooit meer afspreken, ziet er altijd moe uit en kan om de kleinste dingen boos worden. De laatste keer dat ik haar vroeg wat er was, zei ze dat ik me niet met haar moest bemoeien en dat ik er vanzelf wel achter zou komen wat er met haar was, als dat nodig zou zijn. Toen ik zei dat ik haar alleen maar wilde helpen als ik dat kon, werd ze boos. ‘Ik heb geen hulp nodig, en al helemaal niet van jou! Ik red mezelf wel, doe niet alsof ik achterlijk ben en niets zelf kan!’ Was haar reactie.
We waren beste vriendinnen, ik vertelde haar alles. En zij mij ook. Tenminste, dat dacht ik dus. Die zogenaamde “ruzie” van ons heeft nu wel lang genoeg geduurd.
Ik vouw de brief dubbel en stop het in een roze envelop. Toen we klein waren stuurden we elkaar ook altijd briefjes, in een roze envelop, met aan de achterkant een stickertje in de vorm van een hartje. Dat is zo gekomen omdat we samen kerstkaartjes maakten in groep 3, en de lijm van de enveloppen altijd zo vies vonden. Sinds dien werden het dus stickertjes voor ons.
Ik pak een etiket, knip er een hartje uit en plak dit op de achterkant van de envelop.
Ze weet nu vast ook meteen dat deze van mij is.

Even later loop ik de straat in waar Rosanne woont. Het is koud buiten en de sneeuw kraakt onder mijn schoenen. Ik neem een hijs van mijn sigaret. Als ik de rook uitblaas valt het alleen maar meer op door de kou. Een grote witte wolk. Misschien had ik toch warmere schoenen aan moeten trekken. Maar ik vind deze zo mooi. De laatste keer dat ik bij Rosanne’s huis was, is al meer dan een maand geleden. Het huis waar we honderden films hebben gekeken, uren hebben gelachen en waar we vaak stiekem een feestje hebben gegeven als haar ouders een avondje weg waren. Tijdens één van die feestjes heb ik mijn toenmalige vriendje Mitchell ontmoet. Ja, dat weet ik allemaal nog zó goed. Het maakt me eigenlijk alleen maar verdrietig als ik terug denk aan al die leuke momenten. Momenten die er nu niet meer zijn. Er komt een windvlaag en in trek de kraag van mijn jas nog wat hoger op.

Ik kijk omhoog, naar de kamer met de roze gordijnen. De kamer van Rosanne. Ik sta op het punt weer leuke herinneringen van ons samen op te halen, maar ik verman mezelf en maak voorzichtig het zwarte tuinpoortje open, loop over het grindpad naar de voordeur en doe de brief in de brievenbus. Snel kijk ik nog even door het raam naar binnen, maar er zit niemand. Ik zucht en loop weer terug. Zal ik nog even langs het huis van Mitchell lopen?
Al is het inmiddels al een halfjaar uit, ik geef nog steeds om hem. Zo nu en dan zoenen we nog, een soort friends with benefits. Maar dan zonder de “friends”. Alleen de benefits.
Tenminste, zo ziet hij het. Ik vind hem nog steeds leuk, durf het alleen niet toe te geven. Het klinkt misschien slecht, maar ik laat me liever door hem “gebruiken” dan dat ik hem nooit meer spreek of zie. Nee Maar, niet doen. Je wil niet zo’n rare, stalkerige ex zijn. In het weekend zie je hem wel weer. Ik moet mezelf er altijd even op aanspreken als hij in mijn gedachten tevoorschijn komt. Ik moet hem van me af zetten, dit is wat iedereen tegen me zegt. Maar zo eigenwijs als ik ben, weet ik dat ik uiteindelijk weer toegeef aan zijn charmes. Zoals vele andere meisjes ook doen. Mijn vriendinnen hebben een hekel aan hem, door al die keren dat ze mij hebben moeten troosten wanneer ik weer aan het huilen was. Waarom val ik voor zo’n klootzak? Normaal gesproken zou ik er allang klaar mee zijn geweest als een jongen zo tegen me deed. Maar hij heeft iets, iets bijzonders. En ik weet niet wat.

Lijkt me een leuk en interessant verhaal!
Ik volg!
Verderr:)

Eenmaal thuis aangekomen trek ik rillend mijn jas uit en gooi het op de trap. Ik ben te lui om het op de kapstok te hangen, tot grote ergernis van mijn moeder. ‘Mam, ik ben weer thuis!’ Roep ik naar boven. Ik krijg geen antwoord. Het is inmiddels tien uur ’s avonds, ze hoort al lang thuis te zijn. ‘Mam!’ roep ik nogmaals. Ik hoor wat gemompel vanaf haar slaapkamer en loop naar haar toe. Ze zit op haar bed en klapt snel een fotoalbum dicht. ‘Wat ben je aan het doen?’ Vraag ik haar. ‘Oh, ik was door wat fotoalbums van vroeger aan het bladeren.’ Zegt ze en haar blik gaat naar een stapel albums dat naast het bed ligt. ‘Wat voor albums?’ Mijn moeder zucht. ‘Albums van ons drieën.’ Antwoordt ze. Aan haar ogen kan ik zien dat ze gehuild heeft.

Ik knik, maar zeg niets. Mijn ouders zijn negen jaar geleden uit elkaar gegaan, toen ik acht was dus. Mijn vader heeft een nieuwe vriendin in Spanje, daar is hij een paar maanden nadat hij haar ontmoette in een kroeg hier in de buurt ook naartoe verhuisd. We zien hem eigenlijk nooit meer. Al die jaren heb ik niets meer van hem gehoord. Hij heeft niet gebeld, niet geschreven… O jawel, met mijn negende verjaardag heeft hij mij een ketting en armbandje gestuurd, meer daarna heeft hij nooit meer iets van zich laten horen. Eerlijk gezegd heb ik daar ook geen behoefte aan, maar mijn moeder mist hem nog steeds iedere dag en is er nog lang niet overheen. Blijkbaar ben ik niet de enige in deze familie die op klootzakken valt. Al vaak genoeg heb ik gezegd dat ze niet steeds in die fotoalbums moet kijken, en ze gewoon ergens op moet bergen. Maar dat doet ze toch niet. Ach ja, het gaat vanzelf wel over. ‘Waar was je eigenlijk heen?’ Vraagt ze aan me. ‘Oh, ik moest even iets regelen.’ Zeg ik mijn eigen zin een beetje wegwuivend. Mijn moeder kijkt me vragend aan. ‘Leg ik later wel uit.’ Beantwoord ik haar vraag al voordat ze die stelde, terwijl ik de kamer uitloop en naar mijn eigen kamer ga. Ik heb geen zin om uit te leggen wat er allemaal aan de hand is. Want dat is juist het probleem: ik weet zelf niet eens wat er aan de hand is, op het feit na dat Rosanna mij volkomen negeert en ik nog steeds verliefd ben op de grootste klootzak ooit.

Ik laat me op mijn bed vallen en sla het witte plaid dat erop ligt om mij heen. Wat moet ik nou toch? Ik word hier helemaal gek van. Dag in, dag uit ben ik maar aan het bedenken wat er allemaal aan de hand zou kunnen zijn. Eigenlijk ben ik wel blij dat de kerstvakantie morgen over is, dan heb ik tenminste wat andere dingen te doen dan te niksen achter mijn computer. Als je niets te doen hebt, kan de computer ineens je beste vriend zijn. Maar dat begint na een tijdje ook wel te vervelen. Ook al heb ik het helemaal gehad op het VWO en wil ik gewoon iets gaan doen dat ik écht leuk vind, is de middelbare school en het drama dat het met zich meebrengt toch altijd goede afleiding.

Ik ben dit hele verhaal trouwens aan het herschrijven, het is bijna af dus laat maar weten of jullie het wat vinden! Ben er een jaar geleden mee gestopt en heb nu eindelijk inspiratie om het verhaal voor mijn gevoel echt af te maken, haha.

Ik pak mijn laptop en open mijn Facebook, scroll langs alle statussen tot ik een berichtje van Mitchell zie staan. Natuurlijk wilde ik net weten dat hij op stap is met zijn vrienden. De foto erbij waarbij hij zijn armen om twee onwijs knappe meisjes heeft geslagen maakt het helemaal af. Het liefst zou ik zelf ook uitgaan, maar heb door al dit gedoe geen zin. Al sla ik nooit een weekend stappen over. En zo denken mijn vriendinnen er ook over.

‘Heee Maartje!’ Hoor ik wanneer ik mijn telefoon opneem. Het is Eliza. Eigenlijk heet ze Elizabeth, maar heeft een hekel aan die naam en noemt zichzelf daarom Eliza. Op de achtergrond hoor ik nog wat stemmen en gegiechel. ‘Ga je mee stappen vanavond?’ Vraagt ze. Ik hoor aan haar stem dat ze absoluut niet nuchter is. ‘Nu nog?’ Antwoord ik terwijl ik een blik op de klok werp. Het is inmiddels al elf uur. ‘Ja, we gaan toch pas over anderhalf uur weg! We komen je dan ophalen, goed? Tot straks!’. Nog voordat ik heb kunnen bevestigen dat ik mee ga, wordt er alweer opgehangen. Misschien is het wel even goed, wat afleiding van het hele Rosanne-gebeuren.
Ik trek mijn hakken, panty en jurkje aan. Nog even een kam door mijn lange, donkerbruine haren. Ik twijfel al weken of ik het blond zal maken. Gewoon even iets anders. Wat anders dan het doorsnee type dat ik altijd geweest ben. Gelukkig heb ik het vanochtend al stijl gemaakt met de stijltang, daar heb ik nu geen tijd voor.
Vervolgens open ik mijn make-up lade. Ik heb een lichte obsessie voor make-up, wat mij betreft kun je daar niet genoeg van hebben. Nadat ik smokey eyes heb gecreëerd doe ik mijn roze MAC lipstick op. Zo’n beetje mijn hele salaris gaat op aan make-up, kleding, drank, uitgaan en sigaretten. Mitchell rookt ook, pluspunt. Ik heb er een hekel aan als jongens niet roken. Steeds dat stiekeme gedoe zodat zij er geen last van hebben, nooit meer. Ik pak de fles vodka van mijn kast en neem een paar grote slokken. Pure vodka vind ik smerig, maar beter dit dan nuchter op stap met dat zooitje ongeregeld. Bovendien ben ik een ongelooflijke schijtert wat jongens betreft als ik nuchter ben.

Ik hoor de bel gaan, pak snel een tasje en prop mijn iPhone, geld, pakje Marlboro light, een aansteker en mijn lipstick erin. Ready to go.
‘Dus, wat is de missie van vanavond, dames?’ Vraag ik aan de meiden terwijl ik al fietsend een plastic flesje met Bacardi en cola doorgeef. ‘Jou bij Mitch vandaan houden en een andere leuke gozer voor je regelen.’ Antwoordt Anna waarna ze een grote slok neemt. ‘Joh dat tussen Mitch en mij is niks, als ik het erg had gevonden was ik allang op zoek gegaan naar een andere jongen. Ik ben helemaal klaar met jongens. Relaties zijn gewoon niets voor mij. Maar zo nu en dan heeft iedereen behoeftes, daar is Mitchell perfect voor.’ Ik lieg. Ik vind hem leuk en zou niets liever willen dan een leuk vriendje. ‘Zolang je niet weer begint te janken straks, moet je vooral met hem doen wat je wil.’ Mengt Eliza zich in het gesprek. ‘Dump die gozer nou eens voorgoed. Je weet dat hij je gebruikt, net zoals al die andere meiden. Je bent veel meer waard dan zo’n sukkel.’ Ik haal mijn schouders op en probeer al fietsend een sigaret aan te steken. ‘We zien het wel.’

We komen aan in een club waarvan ik weet dat Mitchell ook vaak is. Ik heb me niet voor niets zo uitgesloofd, als ik had geweten dat we naar een kroegje of andere club gingen waar hij toch nooit komt, had ik niet zoveel moeite gedaan. Eliza, Anna en ik lopen naar de bar en bestellen een shotje. ‘Hey dames, zijn jullie er weer?’ Vraagt de barman knipogend. ‘Ja, vaste prik hè. Heb je nog een lekker shotje voor ons?’ Reageert Eliza op hem. ‘Ik weet dat ze geen achttien is.’ Zegt de barman naar mij wijzend. ‘Kom op Dylan, doe niet zo moeilijk.’ Ik kijk van Eliza naar de barman, die alsnog drie shotjes inschenkt. Ik bedank hem en meteen lopen we door naar het rookhok, terwijl ik de hele club scan op Mitchell. Tussen zoveel mensen is het moeilijk om iemand te vinden.
We nemen plaats in het rookhok, steek mijn sigaret aan en wanneer ik opzij kijk zie ik een héél bekend gezicht.

Ik post gewoon nog één stukje, laat me weten wat jullie ervan vinden!

“Rosan!” Roep ik terwijl ik op haar af loop. Rosanne drukt haar sigaret uit en probeert weg te lopen. Ik pak haar arm vast, maar op dat moment wordt mijn arm ruw los gerukt. “Heb je niet door dat ze je niet wil spreken?” zegt een mannenstem. Roy, de vriend van Rosanne, loopt met Rosanne terug de club in.
Wanneer ik bedenk dat ik het apart vind dat ze met z’n tweeën zijn, zie ik ze op een groep andere jongens aflopen. Rosanne is het enige meisje en lijkt het niet erg naar haar zin te hebben. ‘Laat haar gewoon.’ Zegt Anna terwijl ze wat rook uitblaast.
Ik haal mijn schouders op. ‘Ze zoekt het maar uit.’ Als ze niet tegen me wil praten, doe ik ook geen moeite meer voor haar. Ik heb behoefte aan nog een shotje.

‘Goedemorgen schat.’ Zegt een mannenstem naast me wanneer ik wakker word. Ik kijk opzij. Het is weer zover, ik lig bij Mitchell in bed. Meteen springt hij weer bovenop me. ‘Joh, ik ben nog niet eens wakker.’ Zeg ik terwijl hij me begint te zoenen. ‘Lekker wakker worden toch?’ Antwoordt hij en streelt me door mijn haar. ‘Sorry, eerst maar even een peukie doen?’. Ik knik en pak een sigaret van hem aan. Hij legt zijn arm om mij heen. Deze momenten heb ik gemist. Tegen hem aan liggen en gewoon even niets zeggen. Ik voel zijn hart kloppen. Alleen op deze momenten lijkt er weer niets aan de hand te zijn. Alsof het nooit over is geweest. En morgen? Morgen zeggen we niets tegen elkaar. De rest van de tijd zeggen we niets tegen elkaar. Tot de eerst volgende keer dat ik weer met hem mee naar huis ga.
‘Waarom doen je dit?’ Vraag ik aan hem. ‘Wat?’ ‘Mij steeds mee naar huis nemen.’ ‘Omdat ik van je hou, dat weet je toch?’ Nee, je houdt niet van me. Je houdt van seks, dat is het. Ik zeg niets en geef hem een kus. Soms is het fijner om mezelf voor de gek te houden, dan de waarheid onder ogen te zien.

‘Waar ben jij geweest vannacht?’ Roept mijn moeder boos als ik de woonkamer binnenloop. ‘Ik ben bij Eliza blijven slapen.’ ‘Oh echt? Sinds wanneer heeft Eliza een auto? Sinds wanneer heeft ze kort haar?’ Shit. Ze heeft gezien dat Mitchell me afzette.
‘Waarom doe je dit steeds Mara? En stop eens met dat liegen van je. Ik weet best dat je weer bij Mitchell was. Net zoals de andere keren dat je niet thuis kwam. Wat moet je nog met die gozer?’ Ik zeg niets en loop meteen naar boven, naar mijn kamer. ‘Met weglopen voor problemen kom je nergens hoor!’ Roept ze mij achterna. Dat zou een goeie zijn voor Rosanne.

Ik stop mijn inmiddels lege iPhone in de oplader. Wanneer deze weer aanspringt zie ik dat ik vijf gemiste oproepen heb en 34 nieuwe berichtjes in de groepschat “Team Vodka” van Elize, Anna en mij. Ik heb de titel niet bedacht, al is het wel toepasselijk.
Zo’n beetje de helft van de berichtjes is onleesbaar. Gewoon wat letters bij elkaar met de bedoeling dat het woorden zouden vormen. De berichtjes van vanochtend daarin tegen zijn wél te lezen. Wat doe je, waar ben je, je fiets staat hier nog, Mara???
Ik ben thuis, was bij Mitch. Don’t worry. Hoe was jullie avond? Stuur ik terug. Vervolgens loop ik naar de spiegel om de “schade” te bekijken. Mijn haar zit verschrikkelijk door elkaar, mijn make-up is er half af. Ik zie er letterlijk verneukt uit. Stiekem moet ik lachen om mijn eigen woordgrap.
Uit verveling ga ik verder met mijn dagelijkse bezigheid: Facebook checken. Een aantal statussen verder staat mijn hart even stil. En foto van Mitchell. Zoenend met één of ander blond meisje. Gisternacht geupload door een vriend van hem. Mijn ogen vullen zich weer met tranen, de reacties er onder kan ik niet eens lezen. Waarom ben ik zo stom om steeds weer voor hem te vallen? Hoe kan ik die jongen keer op keer geloven als hij heel even iets liefs zegt? Zo gaat het iedere keer. De nacht bij hem is alles goed en voel ik me even weer het gelukkigste meisje op aarde. Maar de dag erna, sterker nog week erna, blijf ik er weer om huilen. Ik weet dondersgoed dat hij me gebruikt. Helaas liggen verstand en gevoel ver uit elkaar.

Leuke stukjes!! :slightly_smiling_face:

Dankje!
Het verhaal moet nog een beetje opgang komen, vind zelf het begin altijd het saaist haha

Die volgende ochtend gaat al vroeg de wekker. Maandag. Wat heb ik toch een hekel aan maandagen. Eenmaal aan de keukentafel aangekomen zitten mijn moeder en ik er allebei er een beetje verwaarloosd bij. Haar haren zitten slordig in een knotje gepropt en ziet er moe uit. Waarschijnlijk heeft ze, net zoals ik, weer de halve nacht liggen huilen om een loser.
‘Zeg, hoe is het met Rosanne? Ik heb haar hier al een tijdje niet meer gezien.’ Zegt ze terwijl ze koffie voor me inschenkt. ‘Oh, wel goed denk ik.’ ‘Hebben jullie ruzie of zo?’ Ik heb geen zin om het hier ook nog over te hebben. ‘Nee, we hebben het gewoon allebei druk met school. En ze heeft Roy natuurlijk.’ ‘Dat is waar. Je zou een voorbeeld moeten nemen aan Rosanne, die heeft een leuke vriend gevonden.’ Hoppa, een steek in mijn hart. ‘Goh, jij maakt geen verkeerde keuzes met mannen wil je zeggen?’
Mama zet boos haar koffie op tafel waardoor het over het kopje heen lekt. ‘Sorry.’ Zeg ik verontschuldigend. ‘Eet gewoon je brood op en ga je aankleden.’ Zegt ze terug.

Een uur later, als ik eindelijk klaar ben met mijn haar en make-up en mijn tas heb ingepakt (zover er nog boeken bij konden naast mijn haarbostel, deo, parfum, make-uptasje, iPhone en sigaretten) trek ik mijn jas aan en stap op de fiets.
Echt, wat zou ik graag een scooter hebben. Maar nee, ik moet wachten tot ik achttien ben. Dan krijg ik rijlessen. Een scooter voor een half jaar is onzin vind mijn moeder.
Ik doe mijn oortjes in en zet de muziek hard. Alles om dat ellendige stuk naar school maar wat beter te maken.

Halverwege begint het fietsen ineens wel héél zwaar te worden. Er staat best wat wind, maar zo’n slechte conditie heb ik toch ook weer niet? Ik stop en zie meteen het probleem: lekke band. Al scheldend gooi ik mijn tas op de grond, vis het pakje sigaretten eruit en steek er één op. Ik kom sowieso al te laat, die vijf minuten extra maken dan ook niet meer uit. Echt alles zit tegen de laatste tijd, gek word ik ervan.

‘Mara?’ Hoor ik even later achter me. Ik draai me om en kijk in het gezicht van Max. Oh nee, niet Max. Fiets door, alsjeblieft, ik heb echt geen zin in jou. Maar nee, Max stopt. Natuurlijk. ‘Eh hey Max.’ Antwoord ik droog. ‘Lekke band zie ik?’ Nee joh, hoe kom je erbij. ‘Ja.’ Zeg ik kortaf terwijl ik mijn inmiddels opgerookte sigaret op de grond gooi. ‘Moet je achterop?’ Waarom blijft die jongen toch zo vriendelijk tegen me doen? Ik heb hem vorig jaar keihard afgewezen. Maar ik zeg geen nee tegen een lift. ‘Ja graag.’ Reageer ik nu iets vriendelijker. Hij tikt op zijn bagagedrager. ‘Spring maar achterop bij mij, achterop mijn fiets!’ Zingt hij grijnzend. Oh wat een slechte grap. Toch pak ik mijn tas en spring bij hem achterop.

‘Ben ik niet te zwaar?’ Vraag ik aan hem om de ongemakkelijke stilte maar te verbreken. Hij moet fietsen met zijn eigen tas, mijn tas en mijzelf achterop. ‘Welnee joh!’ Antwoordt hij stoer. ‘Hoe gaat het trouwens? Ik heb je al een hele tijd niet meer gesproken.’ Gaat hij verder. ‘Oh, goed hoor. Met jou ook?’ ‘Ja, gaat wel. En met Rosanne? Haar spreek ik ook nooit meer de laatste tijd.’ ‘Hmm geen idee.’ ‘Hoezo dat dan? Jullie zijn toch vriendinnen, of begrijp ik dat nou verkeerd?’ ‘Ja. Nouja we hebben ruzie.’ Antwoord ik. Waarom ik dit allemaal aan hem vertel weet ik eerlijk gezegd ook niet, maar goed. Hij spreekt Rosanne ook niet meer dus wat maakt het dan ook uit. ‘Erge ruzie?’ Vraagt hij terwijl we stoppen voor het stoplicht. ‘Weet ik niet, ik heb haar al zo vaak gevraagd wat er is maar ze geeft geen antwoord. Dus hoe zij er over denkt weet ik niet.’ ‘Je zit bij haar in de klas toch?’ ‘Ja, klopt. Hoezo?’ ‘Vraag haar dan op school wat er is.’ ‘Ik heb haar laatst een brief gestuurd. Die moet ze hebben gekregen want ik heb het zelf in de brievenbus gedaan. Misschien dat ze daar over begint.’ Het stoplicht springt weer op groen en we rijden verder. ‘Ik hoop het voor je.’ Zegt hij.

Na een kwartier komen we op school. Net als we op het schoolplein lopen gaat de eerste bel. ‘Nog bedankt dat je me naar school hebt gebracht.’ Zeg ik tegen Max terwijl we naar de voordeur lopen. ‘Ach joh, zit wel goed. Hoe kom je naar huis?’ Vraagt hij. ‘Misschien ga ik met de bus, ik zie wel.’ Antwoord ik…

Net als ik de tweede trap oploop gaat de tweede bel. Shit, shit, shit! we hebben Frans van Kelkhof. Om één of andere reden heeft ze de pik op me. En ik mag haar trouwens ook niet. Ik hoor haar schelle stem alweer in gedachten al weer tegen me schreeuwen.

Snel loop ik door naar het lokaal, maar zodra ik de deur open maak begint ze al. ‘Zo, Mara. Wat dacht je? De eerste schooldag kan ik wel meteen te laat komen?’ Alle ogen zijn op mij gericht. Zit mijn haar goed? Ik haal snel mijn handen door mijn haar en trek mijn rokje recht. ‘Nee, ik had een…’ Net toen ik wilde uitleggen wat er gebeurd was onderbrak ze mij al. ‘Geen smoesjes, zet je tas maar neer en ga een briefje halen!’ ‘Maar mevrouw, u laat me niet eens uitpraten!’ Roep ik verontwaardigd. ‘Mara van Rijn je gaat nu een briefje halen en daarmee uit!’ Ik blijf nog even staan om te kijken wat ze nog meer te zeggen heeft. ‘Mara nu wegwezen, anders kun je weg blijven!’ Zegt ze met een hoog stemmetje en stampvoetend als een klein kind. Ze klas begint te lachen, maar ze stoppen wanneer mevrouw Kelkhof ze met een vernietigende blik aankijkt. ‘Als blikken konden doden…’Hoor ik van achteruit de klas. Rick kijkt mij grijzend aan. Ik zie mevrouw Kelkhof nu nog kwader worden. Prachtig hoe ze om die kleine dingetjes helemaal boos kan worden. ‘Het is al goed, ik ga al.’ Zeg ik zuchtend terwijl ik met een klap mijn tas op de tafel zet.