[verhaal] Dodenvallei

GESTOPT MET POSTEN - ik schrijf op het moment enkel voor mezelf verder.

Hoi meiden!
Ik heb weleens eerder een verhaal op girlscene gepost (twilight fanfictie), misschien dat mensen mij daar nog van kennen. Dit is echter een heel ander verhaal! Ik ben er al een tijdje meebezig en ik ben best nerveus over het publiekelijk posten ervan, want ik hoop natuurlijk wel dat jullie het een leuk verhaal vinden!
Kritiek en opmerkingen zijn altijd welkom! :slightly_smiling_face:
Veel leesplezier!

Kus, Manon
http://i39.tinypic.com/2l913ly.jpg[/img]

* * * * * * * * *

Effie is zeventien en het gewend om alleen te zijn: ze woont bij haar tante – waar ze slecht mee kan opschieten – sinds ze op haar twaalfde wees werd, heeft nooit echte vriendschappen ontwikkeld en slijt de tijd meestal in haar eigen aanwezigheid.
Wanneer de populaire Brendan voor Effie’s pure verschijning en zachte karakter valt, voelt ze zich voor het eerst in haar leven pas echt gelukkig. Maar Effie’s leven is nooit gemakkelijk geweest, en dat geluk is dan ook van korte duur.
Op rap tempo wordt de wereld verscheurd door een angstaanjagend en dodelijk virus. De mensen die niet besmet raken, proberen door middel van onderduiking in leven te blijven.
Wanneer Effie de enige levende persoon op aarde die echt van haar houdt verliest, weet ze niet hoe ze in haar eentje verder moet. Ze gaat wanhopig op zoek naar Brendan, maar dan komt ze onverwacht een groep overlevende mensen tegen…

Genre: vriendschap, liefde, horror, overleven, leven & dood

[size=14pt]Personages

= een flashback. [size=24pt]!

Dit is inderdaad anders.
Het is leuk om eens nieuwe verhalen te lezen :wink:
Je hebt me nieuwsgierig gemaakt, ik ben erg benieuwd.

Ik ben fan! :upside_down_face: Je hebt al een vote van me op Wattpad! :flushed: Ga maar heel snel verder!

Getallen onder de twintig moeten voluit geschreven worden.

Jeuj! Wat leuk dat jullie zo enthousiast zijn :slightly_smiling_face: daar word ik helemaal vrolijk van!
@Heartattxck: klopt, inderdaad. in de samenvatting niet op gelet, dankjewel!

***

Proloog
Het was precies tien weken en vijf dagen geleden sinds de ‘uitbraak’ het kalme, schilderachtige dorpje, waar mijn voormalige huisvesting verkeerde, bereikte. Hoe ik het voor elkaar had gekregen om die weken levend (zeer belangrijk) door te komen, was me eigenlijk een raadsel. Het werd me in ieder geval niet gemakkelijk gemaakt, dat was één ding wat ik zeker wist.
Toch was het me gelukt en misschien kon dat deels verklaard worden door het feit dat ik mezelf een aantal ‘regels’ aangeleerd had. Je kon het je gewoon niet veroorloven, in een wereld als deze, om je onvoorzichtig te gedragen. Iedere minuut van iedere dag moest je op je hoede zijn. Je moest alles om je heen in de gaten houden. Eén onoplettendheid kon je dood betekenen.
Regel nummer één, misschien wel de belangrijkste: onopvallendheid. Iets wat mij maar al te gemakkelijk afging. Voordat dit hele gedoe begon, toen de wereld nog was zoals hij hoorde te zijn, viel ik al niet op. Op school niet, op straat niet, zelfs niet in mijn eigen huis. Hier hoefde ik nooit mijn best voor te doen, het was een soort talent dat ik had, maar zelfs ik was niet voorbereid op dit nieuwe leven – als je dit een ‘leven’ kon noemen.
Maar zelfs met al mijn regels was de kans klein dat je overleefde. Ik merkte zelf hoe zwaar het was. Elke dag leek het alsof ik dichter bij het punt waar ik gewoon zou opgeven kwam. Maar ik mocht niet opgeven, hoe graag ik dat ook wilde.
Ik droomde weleens over hoe het zou zijn als ik gewoon op zou geven. Zou ik naar de hemel gaan? Alles was beter dan deze hel. Zou ik eeuwige rust genieten? Ik zou nooit kunnen rusten, niet in mijn eentje.
Nee. Ik moest doorgaan, voor hem. Ik kon ons niet teleurstellen. Ik zou blijven vechten.

Verder! :heart:

Leuk dat je een eigen verhaal bent begonnen! Opeens dook je op en gaf je goede tips, dus ik was wel benieuwd naar jouw eigen schrijfstijl :wink:

Een nieuwe volger erbij , je schrijft echt spannend! :wink: Een ding: Verder!!

Je schrijfstijl is inderdaad mooi, ik volg!

Jeeeeej, nieuwe volgers! :grinning:
@ Fivenne: wat een superleuke reactie! Ik hoop dat mijn schrijfstijl je bevalt. :slightly_smiling_face:

Trouwens, om verwarring te voorkomen: schuingedrukt = een flashback. (ik zal het ook in de beginpost vermelden)

***

Hoofdstuk 1
Terwijl ik mijn spiegelbeeld bekeek, plukte ik wat afwezig aan mijn haar. Vanavond zou mijn leven voorgoed veranderen – maar niet zoals ik had verwacht.
Brendan Drew, goddelijkste jongen van heel de wereld als het aan mij lag, had mij uitgenodigd voor een bescheiden filmavondje bij hem thuis. Zijn ouders waren dit weekend weg en hij had het hele rijk voor zichzelf. Het leek wel alsof mijn lichaam in brand stond toen hij het aan me voorstelde. Mijn hart leek bijna uit mijn borst te springen – hoe ontzettend cliché het ook klinkt.
Ik kende Bren al vanaf de eerste klas van de hogeschool. Hij was het type dat door iedereen werd gemogen en was dan ook altijd een van de populairste jongens van school, maar het ging hem niet om de populariteit. Hoe erg je hem ook wilde haten, je kon daar gewoon geen reden voor vinden. Hij was geen vervelende macho of arrogant, verwend nest.
Maar hij was niet gewoon populair, vriendelijk en aantrekkelijk. Brendan was zichzelf. Hij was nooit chagrijnig en hij kon iedereen altijd aan het lachen brengen.
Voordat ik Bren écht kende, interesseerde hij me niet erg. Natuurlijk was ik me bewust van zijn uiterlijk, ik was geen non, maar alleen al het feit dat hij ‘populair’ was zorgde ervoor dat hij nu eenmaal onbereikbaar was.
Ik was het tegenovergestelde van Brendan Drew. Ik was Effie Winters, dat stille, blonde meisje dat altijd met haar neus in de boeken zat. Niet dat ik me daarvoor schaamde, maar het zat me wel degelijk dwars dat je als persoon niet meetelde wanneer je niet populair was, of geen grote mond had. In ieder geval verschilde ik in vele opzichten van Bren. Ik was onopvallend op school, ik kleedde me onopvallend en ik gedroeg me onopvallend. Op zich had ik daar vrede mee, maar van binnen knaagde er toch iets. Stiekem was ik jaloers op al die knappe meisjes die rond die knappe jongens fladderden – niet dat ik dat ooit zou toegeven.
Brendan kende praktisch iedereen op school – mijn vrienden waren op één hand te tellen. Brendan droeg wat hij zelf mooi vond, maar leek toch overal mee weg te komen (wat ook kwam doordat werkelijk álles hem geweldig stond). Wanneer ik iets droeg dat ik leuk vond, kreeg ik weer een gemene opmerking van tante Helen naar mijn hoofd geslingerd. Gelukkig was dat op school geen punt: ik werd niet raar nagekeken of aangestaard, daarvoor viel ik simpelweg niet genoeg op.
In het laatste jaar van school werd ik echter bij Brendan in de klas geplaatst. Het begon me op te vallen dat elke keer wanneer mijn blik toevallig (en soms niet toevallig) op Brendan viel, hij die opving. Ik betrapte hem zelfs op staren – naar míj!
Natuurlijk maakte ik mezelf wijs dat ik het me verbeeldde. Ik kon me gewoon niet voorstellen dat een jongen zoals Brendan in mij geïnteresseerd kon zijn. Als ik het aan vriendinnen van school vertelde lachten ze me uit. Ze bevestigden enkel mijn gevoelens: “het zit allemaal in je hoofd!”. En dus hield ik verder mijn mond tegen hen, want hoewel ze hetzelfde zeiden als mijn gedachten, voelde ik me toch gekwetst. Ik had toch gehoopt dat íemand misschien blij voor me zou zijn, en al had ik het misschien wel helemaal verkeerd wat Bren betrof, dat iemand me in ieder geval een goed gevoel zou geven door te zeggen dat Brendan inderdaad veel blikken op me wierp – en dat ik het waard was.
Geheel onverwacht kwam hij ooit eens naast me zitten in de lunchpauze. Ik wist nog precies hoe die dag eruit zag, wat ik aan had en hoe leuk hij eruitzag met zonnebril. Het was een zeldzame dag, want de zon scheen, en ik genoot buiten van de warmte terwijl ik een appel aan het eten was. Ik verslikte me van schrik in een stukje vruchtvlees en Bren was zo lief om voorzichtig op mijn rug te kloppen. Het was een gênant moment, maar het had er wel voor gezorgd dat zijn hand op mijn rug belandde.
Bren vroeg me of ik het huiswerk van biologie wist en hoewel de opgaven op mijn netvlies gebrand stonden, deed ik alsof ik het vergeten was en het moest opzoeken in mijn agenda. Daarna maakte hij een paar grapjes over de leraar, waardoor ik me compleet op mijn gemak voelde. Bren had een soort gave waarmee hij je je zo veilig kon laten voelen. We raakten aan de praat over onze interesses: we bleken allebei van dezelfde muziek te houden en ook had hij veel van mijn favoriete boeken gelezen. Op mijn beurt vertelde ik hem een korte anekdote over een van mijn favoriete schrijvers, waar hij bijzonder geïnteresseerd naar luisterde. Het was alsof ik hem al jaren kende. Normaal gesproken wist ik niet zo goed wat ik moest zeggen tegen mensen, maar bij hem ging het allemaal zo gemakkelijk.
Ik vond het vreselijk toen de bel ging en ons gesprek ten einde kwam. Hij lachte zo lief toen hij zei dat we elkaar later wel weer zouden zien. Ik hoopte het. Ik hoopte het met elke cel in mijn lichaam.

***

Is het iets te lang of prima zo?

Goed geschreven en mooi stukje. :heart: :upside_down_face:

Dankjewel Fearless! :slightly_smiling_face:
Nu komt er wat spanning. Ik hoop dat jullie het leuk vinden!

***

Al twee dagen en twee nachten verschool ik me in de schuur van een verlaten boerderijtje. Ik was het tegengekomen terwijl ik door een nabij gelegen bos slenterde. De omgeving leek verlaten, dus moest ik het erop wagen. Ik had geluk, want het huis bleek inderdaad onbewoond. Niet dat ik had verwacht een gelukkig boerengezinnetje aan te treffen…
Wat dat betreft kwam ik liever helemaal niemand tegen – niet dat ik nog hoop had dat er zich überhaupt veel mensen waanden op deze planeet. Het leek me maar beter helemaal niemand te vertrouwen.
De wezens – ik wist niet wat ze precies waren – die onze wereld razendsnel hadden overgenomen droegen een soort virus bij zich. Ik wist er niet veel van en wilde er ook liever niets van weten. Het enige wat ik honderd procent zeker wist was dat ik zo ver mogelijk bij ze uit de buurt moest blijven.
Binnenin de boerderij kwam ik er tot mijn verbazing achter dat ik toch echt de eerste inbreker van het gebouw was. Ik had wel vaker ingebroken in een verlaten huis – je kon het eigenlijk niet echt ‘inbreken’ noemen, gezien de status waarin de maatschappij verkeerde –, wanhopig op zoek naar eten of andere bruikbare dingen, maar vaak was iemand me al voor geweest. Dat was dit keer niet het geval.
Gelukkig had ik nog wat eten gevonden – godzijdank voor de uitvinding van luchtdichte verpakkingen. Ook had ik een paar warme dekens uit de slaapkamers gesmokkeld. Ik vroeg me af wat er gebeurd was met de familie die het huis oorspronkelijk bewoonde. Het leek me niet logisch dat ze gevlucht waren, aangezien de meeste mensen dan van alles mee sjouwden. Dit huis leek nog ongeroerd.
Ik verbleef in het schuurtje, omdat ik het geen prettig idee vond om in andermans bed of bank te slapen. Het voelde gewoon niet goed om in mijn eentje in een vreemd huis te zitten.
De schuur deed enigszins knus aan en ik lag niet direct op de grond, maar op een soort verdieping. Via een ladder kon ik behendig naar beneden klimmen. Het voelde veiliger om zo hoog te zitten. Bovendien kon ik via een paar gaten in de houten wanden de omgeving in de gaten houden.
Ook al was ik erg blij met deze slaapplek, het voelde onwerkelijk om hier al twee nachten ongestoord te zitten. Het was mijn derde dag hier en ik had er geen goed gevoel over.
Mijn gevoel bleek te kloppen. Het was zo’n twaalf uur in de middag en ik liep rond in de woonkamer van de boerderij. Mijn rugzak met al mijn spullen stond geleund tegen de deurpost richting de hal met de voordeur. Al het bruikbare voedsel wat ik kon vinden, had ik erin gepropt. Hij was nu weliswaar een stuk zwaarder om te tillen, maar ik had in ieder geval voedsel en dat was het belangrijkste.
Ik nam een klein slokje uit mijn bidon, nog gevuld met water uit een rivier waar ik een aantal dagen terug langsgekomen was. Ik had twee halve literflessen en één bidon gevuld, en ik had nu nog maar een halve bidon over. Ik moest rustig aandoen met het water, want je kon nooit weten hoelang het duurde tot je weer een waterbron tegenkwam.
In het begin kwam er nog helder water uit de kranen. Naarmate de tijd verstreek en de wereld langzaamaan ineen stortte verdween deze luxe.
Ik fronste mijn wenkbrauwen van het enigszins bittere water. Ik kon tot op de dag van vandaag niet wennen aan die smaak.
Plotseling hoorde ik een harde klap. Twee seconden bleef ik als verdoofd staan, maar dook toen razendsnel richting mijn rugzak en hees die op mijn rug. Mijn bidon klikte ik vast aan de zijkant ervan en sloop toen richting een raam. Met één trillende vinger duwde ik het gordijn een paar millimeter opzij. Het omliggende weiland lag er vredig bij. Ik voelde desondanks mijn hartslag stijgen en probeerde zonder veel succes kalm te blijven.

Verder! :heart:

Weer klonk er geluid, maar dit keer leek het op een soort gekreun. Toch was dat het niet, het klonk niet menselijk. Ik sprintte naar de andere kant van het huis, de kant die naar de schuur keek.
Ik hapte naar adem bij het zien van dit akelige tafereel: de ingang van de schuur was felrood en een ernstig verminkt lichaam lag in een onnatuurlijke houding ervoor op de grond. Niet ver daarvandaan stond een enorm dier met wijd opengesperde ogen. Onmiddellijk draaide ik me om, trok de voordeur open en rende op het paard af. Het arme beest zat vast met zijn voorpoot in een stuk prikkeldraad dat op de grond lag. Voorzichtig liep ik op hem af terwijl ik zachtjes fluisterde om hem gerust te stellen.
De achterpoten van het paard zaten onder het bloed – hij had waarschijnlijk van achteren een flinke tik uitgedeeld.
Hoewel ik had verwacht dat het dier in mijn aanwezigheid nog veel meer in paniek zou raken, bleef hij kalm staan terwijl ik langzaam in zijn richting liep. Ik legde behoedzaam mijn hand op zijn neus, tot ik zeker wist dat het paard me tolereerde.
Ik zakte door mijn knieën en begon voorzichtig het prikkeldraad te verwijderen. Het beest snoof een paar keer terwijl ik het ijzer uit zijn vlees trok, maar ik bleef zacht tegen hem praten zodat hij rustig zou blijven.
“Dag vriendje,” mompelde ik. “Rustig aan, ik wil je geen kwaad doen. Zo gaat ‘ie goed.”
Toen ik het arme beest eenmaal los gekregen had, deed hij onwennig een paar stappen in mijn richting. Ik bleef stokstijf staan terwijl hij nieuwsgierig aan mijn haren rook. Op mijn beurt krabde ik hem zachtjes achter zijn oren.

Toen ik nog in het dorp bij mijn tante woonde, ging ik overdag vaak naar buiten om even uit huis te zijn – ik had namelijk niet de meest geweldige relatie met tante Helen. We vermeden elkaar vooral, en de enige keren dat we een gesprek voerden liep het uit op ruzie. Ze was het nergens mee eens: mijn kleding, mijn leefstijl, mijn muzieksmaak, de inrichting van mijn slaapkamer en ga zo maar door. In ieder geval, ik ging dus vaak het huis uit en liep dan altijd langs de enorme weilanden die mijn woonplaats ons te bieden had. Dat vond ik altijd heerlijk, en vooral wanneer de paarden weer in de wei stonden. In al die jaren dat ik er gewoond had, had ik een soort aantrekkingskracht op die dieren. Ze kwamen altijd naar me toe als ik weer eens langskwam. Ik had nog nooit op een paard gereden en wist daar verder ook niks vanaf, maar ik had het gevoel dat ik ze begreep en dat dat op de een of andere manier ook wederzijds was.
Plotseling kwam er een angstig geluid uit het beest. Zijn grote ogen keken over mijn schouder naar iets achter me. Verschrikt draaide ik me om en trof het verminkte lichaam aan, die inmiddels opgestaan was en op me af sloop, in plaats van op de grond te liggen. Het was afgrijselijk om te zien: lappen vel hingen omlaag, de verscheurde kleren die het wezen nog aanhad zaten onder het opgedroogd bloed en ik zag meer bot en opengereten lichaamsdelen dan me lief was.
Automatisch greep mijn hand naar het zakmes in mijn broekzak. Ik had het wapen maar één keer eerder hoeven te gebruiken, en het was vreselijk. Ook al werd ik met mijn leven bedreigd en was hetgeen waardoor ik aangevallen werd niet menselijk, het was gruwelijk om te doen.

***

Is ‘t nog wel leuk? Zo weinig reacties :’(

Ik volg, ik hou zoooooooo erg veel van je onderwerp!

Spannend! Gauw verder, want ik wil snel meer lezen! :laughing:

Aww heel lief! <3 dit zorgt weer voor motivatie!

***

“Effie! Effie! Zet die muziek zachter!”
Even twijfelde ik met mijn vinger op de volumeknop. Ik stond op het punt de radio nóg harder te zetten, gewoon om tante Helen te treiteren, maar ik hield me in. Vandaag was het míjn dag en die zou door niets of niemand verpest worden. Zelfs niet door mijn tante.
Ik stond in de bijkeuken van ons grote huis. Eigenlijk was het tante Helen’s huis, ik woonde er pas sinds mijn twaalfde. Ze had mij in huis gehaald omdat ik bij niemand anders meer terecht kon.
Ik vond het vreselijk om bij tante Helen te moeten wonen. Ik had haar nooit echt gemogen en andersom gold hetzelfde. Ze vond me maar een vervelend kind. Volgens mij hield ze in het algemeen niet echt van kinderen.
Ze was de jongere zus van mijn moeder, maar ze heeft zelf nooit kinderen gehad. Ze verschilde heel erg van mama: ze was veel strenger, maar ook minder chaotisch. Haar huis was altijd netjes en ze droeg altijd van die saaie, nette oma kleding. Soms luisterde ze naar klassieke muziek, maar meestal was het stil in huis. Ze hield niet van de radio, alhoewel ze wel graag naar cliché soapseries keek op tv.
Tante Helen was veel traditioneler ingesteld dan mama. Ondanks dat kon ze eigenlijk helemaal niet koken, daarom was ik verplicht om twee dagen per week voor mezelf te koken. Voor de rest kookte ze gerechten die nergens naar smaakten en het meeste van de tijd mislukten. Tante Helen was vaste klant bij de afhaalrestaurantjes in ons kleine stadje.
In het begin probeerde ze tenminste nog om aardig tegen me te doen. Waarschijnlijk had ze toen nog enigszins medelijden met me. Het weeskind. Maar na een tijdje kwamen er ineens strenge regels en moest ik meehelpen in het huishouden – wat ik op zich niet zo erg vond, het was gewoon de manier waarop ze het me afdwong, alsof ik geen fatsoenlijke opvoeding had genoten (waar ze deels ook wel gelijk in had).
Dat was echter niet het enige. Mijn muziek stond plotseling te hard, en dat terwijl in het hoogste puntje van het huis mijn slaapkamer zich bevond. Ook was het ineens niet goed meer voor me dat ik in het weekeind zo lang uitsliep. Ik moest me meer op school concentreren, terwijl ik al achten haalde zonder al te veel mijn best ervoor te doen.
Het waren allemaal van die kleine dingetjes die voorheen nooit voor problemen gezorgd hadden. Ik luisterde niet naar haar, want ik ging overal vrolijk mee door. Ze deed er nooit echt iets tegen, behalve continu aan mijn kop te zeiken.
Uiteindelijk had ik me zo erg van haar afgesloten, en zij zich van mij, dat we elkaar alleen nog maar vermeden. We ontbeten niet meer samen (tante Helen ging ineens een uur vroeger naar haar werk), we aten geen warme maaltijden meer samen (ik kookte voor mezelf wanneer zij nog aan het werk was terwijl zij laat in de avond thuiskwam met pizza of chinees) en zaten nooit in dezelfde ruimte. Als we elkaar tegenkwamen in het huis dan negeerden we elkaar, of knikten zwakjes.

Ben benieuwd waar dit heen gaat, dus upje! :slightly_smiling_face:

^ Wat een eer dat je mijn verhaal gelezen hebt! Jij kan zo goed schrijven :bowing_man:

***

Doordeweeks, maar ook op de dagen dat ze thuis was, vluchtte ik het huis uit en liep dan uren door het omliggende bos of langs de paarden die in de wei stonden.
Vandaag was helaas een dag dat tante Helen vrij was en ik geen tijd had om het huis uit te vluchten. Ik moest me namelijk klaarmaken voor mijn eerste echte bezoek bij Brendan thuis. In de weken dat we samen waren, was ik nog nooit bij hem thuis geweest. Deze avond zou misschien wel een stapje verder in onze relatie betekenen: seks? Alleen al als ik eraan dacht werd ik dood nerveus, maar iets in mij wilde niets liever.
“Gaat die muziek nog zachter, jongedame?”
Ik slaakte een diepe zucht terwijl ik het geluid van de radio bijna helemaal uitzette. Het gebrom van de wasdroger kwam nu boven de muziek uit. Ik leunde tegen de deurpost van de achterdeur die leidde naar een klein, kaal tuintje. Tante Helen verwaarloosde het een beetje, zo schoot het onkruid wel bijna een meter in de lucht tussen de met algen begroeide tegels. Dat stond haaks met binnenshuis, waar alles spik en span moest zijn als het aan mijn tante lag.
Achteraan het tuintje hing een verrotte, houten poort nog maar half in zijn scharnieren. Hij kon niet goed meer dicht, dus hing hij altijd open. Ernaast leunde mijn oude fiets, waar ik altijd mee naar school ging (tante Helen weigerde een busabonnement voor me te betalen en ik had geen zin in een bijbaantje), tegen de schutting.
In de wasdroger bevond zich een lichtblauw, katoenen jurkje. Het leek me beter dan een spijkerbroek en een vaal T-shirt, gezien de aangelegenheid. Ongeduldig wachtte ik tot het ding eindelijk droog was. Het was een jurk die al sinds tante Helens adolescenten tijdperk in de kast hing, maar nooit gedragen werd. Ze had het aan me gegeven zonder te vragen waar ik het voor nodig had. Ik vroeg me af of ze me gewoon een plezier deed door er niet naar te vragen, of dat het haar werkelijk niets interesseerde.
Hoe dan ook, ik was zo stom geweest om er een kop thee over te morsen in mijn zenuwachtige humeur. Ik was die dag zo nerveus dat ik het gevoel had dat alles mis ging wat er maar mis kon gaan.
Toen de wasdroger eindelijk klaar was, pakte ik de jurk eruit en draaide met een brutale grijns de volumeknop van de radio op zijn hardst.
Over precies een halfuur zou ik op mijn fiets stappen en vertrekken naar Bren. Mijn nervositeit was inmiddels gestegen tot het kookpunt. Ik probeerde te kalmeren door mijn favoriete muziek aan te zetten en hard mee te zingen.
Ik bekeek mezelf en kwam tot de conclusie dat ik er wel mee door kon gaan. Het blauwe jurkje had spagettibandjes en kleine ruches bij de hals. De stof zat strak om mijn taille en viel tot net boven mijn knieën. Daaronder droeg ik platte, bruinleren veterschoentjes.
Mijn donkerblonde haar hing los over mijn schouders en ik had een klein beetje rouge aangebracht op mijn jukbeenderen. Ik wist niet veel van make-up af, dus liet ik het daar maar bij.
Pas toen ik mijn muziek zachter zette hoorde ik tante Helen mijn naam roepen. Haar stem klonk paniekerig, iets wat zelden gebeurde met tante Helen’s stem.
“Effie!”
“Wat is er, tante?” riep ik beduusd terug terwijl ik naar de zoldertrap liep. Tante Helen stond bovenaan de trap die naar de bijkeuken en de woonkamer leidde. Nu hoorde ik dat de radio in de bijkeuken nog steeds een hoog volume genoot. Ik zuchtte, denkend dat ze me daarvoor op mijn donder wilde geven, en wilde mijn mond openmaken, maar tante Helen was me voor.
“Het spijt me Effie, maar je gaat vanavond niet het huis uit. Ik weet dat je al plannen had, maar je moet me beloven binnen te blijven.”