[verhaal] Die Dag In het Bos

‘Die Dag In het Bos’ geschreven door Amber_DG en It’sMYlife. hope you like it! :wink:

plot : Amber heeft grote problemen met haar vader en op een dag besluit ze weg te rennen. Ze gaat een tijdje bij haar beste vriendin, Mariah wonen. Er bloeit iets moois op tussen Amber en Tyson, de broer van Mariah. In haar dromen belandt ze heel vaak in een bos waar ze dan een jongen tegenkomt. Het bos blijkt ook echt te bestaan en ze gaat er naar toe. Ze wordt heel nieuwsgierig als het lijkt of die jongen uit haar dromen óók echt bestaat… Hij komt haar zo bekend voor, maar waar kent ze hem nou van??

ik begin maar gewoon:

Hijgend kijk ik om me heen. Waar ben ik nou toch weer beland? Het enige dat ik kan zien, zijn bomen, bomen en… bomen. Ongeveer een uur geleden was ik nog thuis, maar de ruzie met mijn vader liep helemaal uit de hand, ik móést gewoon weg. Toen ben ik gaan rennen, zo hard mogelijk. En nu ben ik dus hier. Mijn huid plakt van het zweet en ik besluit maar even te gaan rusten. Pap vindt me hier toch niet.

(een beetje klein stukje, maar dit is gewoon zodat Amber_DG kan kijken of ze het iets vindt :wink: )

Als ik veel problemen heb vind ik het fijn om het van me af te rennen. Zo hard en ver mogelijk totdat mijn benen me niet meer kunnen dragen. Nu ben ik bij een stuk aangekomen waar ik niet eens weet waar ik ben. Ik kijk om me heen en zie niets, geen leven, geen kabbelend beekje want alles wat ik zie zijn bomen. Tranen rollen langs mijn wangen naar mijn kin en vallen in het mos. Weer ruzie gehad met mijn vader over niks, omdat hij gewoon ‘flipte’. Als ik daar last van zou hebben zou ik direct mijn spullen kunnen pakken en in de eerste de beste jongerenopvanghuis gaan wonen.
Je bent niks Amber wist je dat? Ik wens elke avond dat je niet geboren was!
Elk woord brengt een nieuwe wond aan in mijn borstkas, het word steeds groter en groter door het verdriet wat ik elke dag moet meemaken. Opgeven zou te makkelijk zijn, ik ben namelijk geen opgever, dus moet ik elke dag even voor mezelf knokken en voor mijn toekomst plannen. Nog een paar jaar en dan mag ik het huis uit, mijn eigen plek ver weg van hier, mijn ouders, oude vrienden die ik toch al niet heb en van deze rot omgeving.
Als het donker begint te worden sta ik op, ik voel dat mijn benen een beetje trillen door lichte spierpijn, maar toch begin ik met mijn tocht terug naar huis. Jammer genoeg.
‘He? Waar kwam ik nou vandaan?’ mompel ik lichtelijk in paniek, want waar ik vandaan kwam weet ik niet meer. Ik besluit naar rechts te rennen en daarna naar links, daar zie ik al een bekend stukje dus weet ik ongeveer waar ik naartoe moet.

Thuis zitten mijn ouders en mijn oudere broer al aan het eten, ondertussen is dat het dessert omdat ik natuurlijk véél te laat ben, dus krijg ik vast wel weer een preek over dat ik beter op de tijd moet letten. Als ik mijn eten opwarm in de magnetron en aan tafel ga zitten kijkt er niemand op. Zelfs Luca niet (mijn oudere broer). ‘Wat een gezellige boel hier zeg. Is er iemand begraven?’ zeg ik op een toon dat iedereen met verbazing mij aanstaart. ‘Ambi Bambi dit is niet zo leuk van je!’ zegt lucas plagerig. Hij weet namelijk dat ik er een hekel aan heb als iemand mij ZO noemt. ‘Hou je bek nou maar, ik hoor je wel als je niet meer aan je moeder vraagt of ze jou sokken wilt strijken.’ snauw ik hem toe waarnaar hij abrupt zijn mond houdt en zijn puddinkje opeet. Lucas is namelijk een beetje een kakkertje, hij is het lievelingetje van de familie maar niemand weet dat hij eigenlijk rookt, steelt en fraudeert. Ik daarin tegen ben het ‘zwarte schaap’ van de familie omdat ik geen 10’en op mijn raport heb, niet zoals Lucas ben, overal een weerwoord op heb en erg arrogant ben.

Als iedereen zijn eten opheeft, loop ik de trap op naar mijn kamer zonder nog een woord te zeggen. Waarom moest ik nou in dit gezin geboren zijn? Gelukkig heb ik Mariah nog, mijn beste vriendin. Ik kijk mijn kamer rond op zoek naar mijn mobiel, maar ik zie mijn witte iPhone nergens liggen. Ik heb er lang voor moeten sparen, maar een halfjaar geleden had ik eindelijk genoeg geld en ben ik naar de winkel gegaan om een vervanging voor mijn Nokia te kopen. Nadat ik alle laatjes in mijn kamer heb uitgemest, begrijp ik dat mijn vader hem heeft ingenomen. En dat nog wel zonder te waarschuwen of in ieder geval een reden te geven! Ik merk op dat ook mijn laptop uit mijn kamer is verdwenen. Nu wordt ik echt woedend. Dit kan hij niet maken! Ik heb mijn laptop nodig! Voor school en om in contact te blijven met de vrije blije wereld! Voordat ik ziedend te trap af ren, pak ik mijn schooltas in met een tandenborstel, wat kleren en mijn dagboek. Ik kijk ook nog in het nachtkastje van mijn pa en jahoor, daar ligt telefoontje… “PAP! Waar was dat nou weer voor nodig?! Dat is MIJN mobiel en MIJN laptop! Ik heb ervoor betaalt! Dit mag jij niet zomaar wegnemen!” Ik zie mijn vader rood aanlopen. Smekend kijk ik mijn moeder aan, maar die doet, net als altijd, alsof er niets aan de hand is en ze blijft het bord wat ze in haar handen heeft schoonschrobben. Mijn vader loop naar me toe en pakt mijn pols vast. Mijn gezicht vertrekt van de pijn. “Amber. Alles wat in mijn huis is, is van mij. Net als jij. Jij bent ook van mij, jammer genoeg. Jij doet nooit iets goed! Ik heb het gedaan voor je eigen bestwil! Nu kan je misschien je tijd besteden aan school. Misschien heb je dan nog een piepklein kansje om net zoals de rest van de familie naar Yale te gaan! Misschien kan je dan een wat mindere schande zijn voor dit gezin.” gelukkig laat hij mijn hand los. Ik voel de tranen achter mijn ogen prikken, maar ik. ga. niet. huilen. Ik draai me om en loop de deur uit het laatste wat ik hoor is een bord dat aan stukken valt. Ergens voel ik me een beetje schuldig, want nu gaat hij waarschijnlijk tegen mijn moeder tieren.
Trrriiinnnnggg, ik bel voor de derde keer aan. Net als ik weer wil omdraaien, gaat de deur open. Mariahs gezicht gaat van vrolijk naar bezorgd in minder dan een seconden. Ze rent naar me toe en klemt haar armen om me heen. “Schatje toch, was het weer zover?” Ik knik en snikkend zeg ik: “ik wil echt nooit meer terug. hij is vreselijk Mar. Mag ik misschien een aantal nachtjes bij jou slapen?”

K volg :upside_down_face: :upside_down_face:

‘Maar natuurlijk schat! Dat hoef je toch niet te vragen.’ zegt Mariah terwijl ze me stevig in haar arme neemt. Ik loop met haar mee naar boven zodat ik mijn spullen in haar kamer leg. De ouders van Mariah zijn zoals ik mijn ouders had gewild, namelijk erg lief en ze ouden enorm veel van hun kinderen. Mariah heeft namelijk een broer van 17 die ENORM knap is! Haar broer is ook aardig tegen haar, Luca kan namelijk nog wel eens een eikel zijn. Als mijn telefoon gaat, voel ik een mengeling van angst en boosheid door mijn aderen stromen vooral als ik zie wie het is. Mijn vader. Na verdomme 3 uur heeft hij het lef mij te bellen, maar ook ben ik bang voor hem want als ik thuis kom word hij vast boos en wie weet wat er gaat gebeuren… We liggen op de enorme bank in de woonkamer een film te kijken, The Hunger Games onze favoriete film! Het lijkt me echt wel moeilijk om aan zoiets mee te doen, vooral als je zusje wordt uitgekozen. Zou Luca dit voor mij doen? Vast wel, tenminste dat hoop ik dan. ‘Heb je zin in marsmallows? We kunnen in de tuin een kampvuurtje maken en dan roep ik mijn ouders en Tys gaan we met z’n alle roosteren plus griezel verhalen vertellen!’ roept Mar enthousiast, het is een leuk idee en ik heb altijd zin in marsmallows dus stem ik toe. En een kans om een verhaal te horen van Tyson haar broer sla ik natuurlijk niet af! Ik ben alleen wel snel bang en dat weet iedereen, dus van die verhalen kan ik vaak niet slapen. ‘Am je kan wel naast mij zitten, dan kun je mijn handje vasthouden als je het eng vindt.’ Zegt Tys als ik een schaal met marsmallows klaarmaak. ‘Natuurlijk dat zou ik toch nooooooit afslaan? Als je vriendin dat goed vindt tenminste’ zeg ik plagerig, hij heeft echt een mooie vriendin al moet ik het toegeven, mooier dan ik ooit zal zijn. ‘Welke vriendin?’ Ik sta versteld op zijn antwoord, heeft hij geen vriendin meer? ‘Huh? Je had toch met dat ene meisje? Die Carlisse?’ ‘Am daar is het al een week mee uit! Ze ging vreemd dus zei ik dat ik er klaar mee was.’ ‘O sorry! Ik bedoelde het niet zo Tys!’ zei ik, ik pakte de schaal met marsmallows, gaf hem als troost een kus op zijn wang en liep via de tuindeur naar de grote tuin waar de vonken van het vuur sprongen. Dit werd een geweldige avond! Marsmallow, horror verhalen, kampvuur en niet te vergeten… Tyson!

ik zie vanuit mijn ooghoeken Mariah naar me kijken. Ze heeft al zo vaak gezegd dat ze het geweldig zou vinden als Tyson en ik iets zouden krijgen. Het zou natuurlijk wel leuk zijn, maar hij ziet waarschijnlijk niets in mij. De keren dat hij en ik praten, eindigt het meestal in “Wat ben je toch een schattig meiske, Amber!” en ja… ‘schattig meiske’ is voor zover ik weet niet code voor ‘ik vind je leuk’. Ik draai me om naar Mariah en wanneer haar vader het vuur heeft klaargemaakt, ga ik tussen mijn beste vriendin en haar broer in zitten. Debbora, Mariah’s moeder, kijk me bezorgd aan. “Gaat het wel, meisje? Ik weet dat het bij jou thuis erg is, maar het is er toch nog nooit van gekomen dat je weg bent gelopen? Je mag hier zo lang blijven als je wilt. Het liefst zou ik je vader,” ze spreekt het woord ‘vader’ spotten uit, “aangeven, maar Mariah zei dat je dat niet wil. Waarom eigenlijk niet als ik vragen mag?” Ik heb geen zin om antwoord te geven en probeer enthousiast te roepen dat ik marshmallows wil. Waarschijnlijk is mijn enthousiasme niet erg geloofwaardig, want de bezorgde rimpels in Debbora’s gezicht worden nog dieper. Gelukkig verbetert de sfeer iets wanneer Tyson in zijn handen klapt en begint aan het eerste, en meest gruwelijke, griezelverhaal van de avond.
Die nacht heb ik, zoals verwacht, een nachtmerrie. Maar raar genoeg gaat het niet over één van de griezelverhalen. Ik ben weer in het bos waar ik vanmiddag ook was. Ik ren en ik ren en kan maar niet stoppen. Ik raak uitgeput, maar mijn lichaam houdt maar niet op met rennen. Ik probeer om hulp te roepen, maar ik stik bijna in mijn speeksel. Nog harder ren ik. Eindelijk lukt het me om geluid uit mijn mond te laten komen. Ik denk dat waarschijnlijk niemand het hoort, want het was zo vreselijk zacht. Na nog tien meter gerent te hebben, voel ik twee gespierde armen om me heen. Hehe, misschien wordt deze droom toch nog leuk. Als ik opkijk, verwacht ik Tys’ gezicht te zien, maar het gezicht wat ik zie is niet van hem. Het ziet er zo bekend uit, maar ik kom maar niet op een naam. Net zo snel als hij is gekomen, verdwijnt hij weer. Ik wil hem roepen. Ik wil hem nog een keer zien. Maar mijn ogen gaan open. Ik kijk recht in Mariah’s ogen. “Am, het is drie uur 's nachts! Wat droomde je? Ik dacht, ik maak je maar even wakker, want je benen lagen raar te doen en je schreeuwde het uit,” ze stopt even en lijkt te dubben of ze wel of niet verder zal gaan, toch voegt ze er met een stem vol medelijden aan toe, “droomde je over je vader?” opeens raak ik licht geïrriteerd. “Nee, Mar. Ik droomde niet over hem. Ik denk niet elke seconde aan hem, oké? Ik was hem even vergeten. Tot nu.” ze lijkt de botte klank niet gehoord te hebben want ze knikt weer, met die verontruste blik in haar ogen, en gaat in haar bed liggen.

We praten nog even totdat ik geen reactie meer krijg omdat mevrouw inslaap is gevallen, dus pak ik mijn mobiel. Oke dat licht is echt fel in je ogen! Ik zie dat ik een berichtje heb dus open ik mijn whatsapp en zie dat het Tys is! Mijn hart begint al sneller te kloppen en ik voel dat ik bloos.

‘Gaat het? Ik hoorde je schreeuwen vanaf hier!’

Wat moet ik hier nou op antwoorden?

‘Ja gaat wel had een nachtmerrie :wink:
‘Je mag anders ook wel even bij mij in bed kruipen haha ik bescherm je wel tegen je dromen ^^’

Is hij serieus? Zal ik het doen? Tja Mar zei al dat ze het niet erg zou vinden als we een relatie zouden krijgen dus waarom niet? Langzaam sluip ik de kamer uit en bedenk me waar zijn kamer ookal weer is… Einde van de gang links? Of rechts? Ik gok op rechts en loop zo stil als ik kan de gang door, hopend dat niemand me opmerkt. Op hoop van zegen open ik de rechter deur en kom in de badkamer terecht… Natuurlijk moet mij dit weer overkomen dus open ik de linker deur en merk dat dit wel de goede kamer is!
Ik ga op de rand van zijn bed zitten, dit voelt zo akward! Hij merkt het dus opent hij het gesprek. ‘Was het zo erg?’ vraagt hij met een bezorgd gezicht wat echt heeeel sexy is. ‘Jawel gewoon een nachtmerrie, niks ergs.’ zeg ik nonchalant, hij kijkt dwarsdoor mijn leugen heen want het was echt een erge nachtmerrie. Hij pakt me bij mijn schouders en trekt me tegen zijn borst aan zodat ik tegen hem aan kom te liggen. ‘Wees maar niet bang schattig meiske van me ik zal je beschermen’ ‘Ben ik van jou? Dat is nieuw voor me. Hahahaha.’ plaag ik hem terwijl ik hem tussen zijn ribben por. Dit had ik misschien maar beter niet kunnen doen want die ene por is veranderd in een kietel aanval dat natuurlijk gericht is op mij. Ik probeer me met man en macht te verzetten maar dat heeft geen zin want hij gaat bijna 4 keer per week naar de sportschool dus hij is veel en dan bedoel ik ook véél sterker dan ik. Als ik dan eindelijk hem in bedwang heb, merk ik dat ik boven op hem terecht ben gekomen, onze gezichten niet meer dan 10 centimeter van elkaar verwijderd. Als ze mijn hardslag zouden meten zou hij zeker weten veel te hoog zijn en als hij zou kunnen zien hoe erg ik zou blozen, dan zou hij zeker gaan lachen. Iets wat ik nooit had verwacht wat hij zou doen deed hij.

Hij maakte zijn handen los en verplaatste ze naar mijn gezicht en zoende me.

En ik? Ik zoende hem terug, ik was verliefd op hem.

aaaah zo leuk!!stukje @Amber_DG!!! :bowing_man:
ik schrijf morgen verder !!

Is goed :wink:

Er moet nu wel genoeg te lezen zijn lijkt me :grinning:

@Amber_DG, jij hebt het tweede alinea helemaal in de verleden tijd staan en we waren bezig in tegenwoordige tijd :wink: dus misschien ff veranderen?

De volgende ochtend word ik wakker van tien vingers die over mijn armen strelen. “hoi, Amber. Het is tijd om wakker te worden.” Ik voel me even ongemakkelijk wanneer ik me afvraag waarom Luca mijn armen streelt, maar al snel doe ik mijn ogen open en zie ik Tyson voor me. Er komt al gauw een lach op mijn gezicht. Hij brengt zijn hoofd dichter naar de mijn oor toe en fluistert: “volgens mij moet je even naar Mariah toe. Ik hoor haar al een half uur onrustig door het huis dartelen, ik denk dat ze je kwijt is.” Ik zucht bij het horen van zijn rauwe ochtendstem. Gelukkig ruikt zijn adem, anders dan de mijne, helemaal niet vies. Ik klem mijn kaken strakker op elkaar zodat hij met geen mogelijkheid de stank kan opmerken die uit mijn mond komt als ik mijn kaken van elkaar afhaal. Ik zwaai mijn benen over de rand van het bed en wil opstaan, maar Tys trekt me terug en geeft me een knuffel. “vanmiddag wel terugkomen, hè! Niet naar die vreselijke vader van je.” Hij spreekt ‘vader’ al net zo spottend uit als zijn moeder gisteravond deed. Ik knik, ik wil nog steeds mijn mond niet openen, en stap dan het bed uit.
“Daar ben je!” opgelucht haalt Mar adem als ik de eetkamer binnenkom, “Waar was je? Ik werd wakker en je was weg. Ik kon je nergens meer vinden… Ik heb zowat alle kamers…” Midden in haar zin stopt ze met praten en ik zie haar ogen groot worden. Ik kijk om en zie Tys ook de trap afkomen. Ik kijk Mariah weer aan en zie hoe ze een grijns op haar gezicht krijgt. Ze heeft de link dus gelegd… “Tys, jij bent nóóit zo vroeg je bed uit! Hoezo nu wel.” Hij kijkt mij aan en ik knik. Voordat hij begint te praten, doe ik mijn mond open. “Ik heb bij, uhm… hem geslapen, Mar. Maarreh… het is niet wat je denkt. We hebben alleen geslápen!” Tys en ik schrikken als Mariah opspringt en rond begint te dansen. “Eindelijk, eindelijk, ein-de-lijk! De goden hebben mijn gebeden verhoort! Oooooh, Am, hoe was het? Trouwens, ieuw, dat wil ik niet weten. Maar zoooo leuk! Oooooh, ik ben zo blij met jou grote broer dat je eindelijk actie hebt ondernomen. Am, weet je dat hij Carlisse heeft gedumt voor niemand minder dan jou.” Even sta ik aan de grond genageld, maar nadat ik me heb hersteld, draai ik me naar Tyson om voor uitleg. Hij is al begonnen met praten. “Dat is niet waar, Mariah! Dat slaat nou echt helemaal nergens op. Oké, ik heb geen zin om ruzie te maken op de vroege ochtend, maar je moet echt gewoon even stoppen met al die onzin die je de laatste tijd uitkraamt.” Ik Mariah rood worden en we gaan verder met waar we beleven waren, iedereen gaat zitten en smeert een broodje.

[quote author=It’sMYlife link=topic=293365.msg274604702#msg274604702 date=1392100834]
@Amber_DG, jij hebt het tweede alinea helemaal in de verleden tijd staan en we waren bezig in tegenwoordige tijd :wink: dus misschien ff veranderen?

Amber:
echt? ik zie t niet xd

Als ik aan het eten ben voel ik dat Tys naar me kijkt, dus word ik automatisch rood. Zou ik vanavond weer bij Tys slapen? Of zal ik gewoon bij Mar slapen, dan kan ik de hele dag zeggen dat ik het haar vanavond wel ga vertellen. ‘Joehoe! Aarde aan Amber!’ ik schrik zo erg dat ik stik in mijn verse sinaasappelsap, als ik opkijk zie ik dat de vader van Mar, Gale, me met een grijns zit aan te kijken. ‘Wat was jij diep in gedachten hahaha! Ben je verliefd?’ Oh dus het is zo duidelijk? ‘Uuuh was het zo duidelijk? Maar wat is er?’ vraag ik stotterend want ik kom niet uit mijn woorden en ik heb een hoofd zo rood als een tomaatje. ‘Ik vroeg of ik de boter mag maar nu wil ik natuurlijk weten wie is de gelukkige?’ Shit! Hoe moet ik me hier uit redden? Hoopvol kijk ik naar Tys en zie dat hij ook zo rood als een tomaatje is, gelukkig ben ik niet de enige. Het is een tijdje stil als Tys antwoord geeft. ‘Op mij natuurlijk! Ik ben zo ontiegelijk sexy! Niemand kan om mij heen.’ en ik zie dat hij mij een knipoog geeft. ‘Nou je hoeft het niet te zeggen hoor, Gale die zit je alleen maar wat te pesten.’ zegt Debbora op een lieve toon en overhandigd haar man de boter. Pfeuuuw! Kantje boord of hoe ze dat zeggen als zoiets op school gebeurd; saved by the bell.

School verloopt weer zoals altijd, lang, saai en slaapverwekkend als fuck. Huiswerk is nutteloos want ik heb het altijd af in de les, aangezien ik nooit zin heb om dat thuis te maken.‘Ga je vanavond weer bij hem slapen?’ Mar zit naast me met gelukkige oogjes naar me te kijken, ze wilt echt heel graag dat haar broer en beste vriendin een stelletje worden.‘Dat weet ik nog niet. Misschien ben ik niet welkom.’ ‘Natuurlijk wel! Hij vindt je echt heel leuk Am dat heeft hij me zelf verteld. Alleen dacht hij dat jij het super raar zou vinden om een relatie te hebben met de broer van je beste vriendin.’ Oke ze heeft hier gelijk in, het is een beetje vreemd, maar ik vind hem echt leuk. Ik ben super verliefd. En vannacht was echt heel fijn. Hij hield me de hele nacht vast en als ik eraan denk dan voel ik mijn huid tintelen op de plekken waar hij zijn lippen heeft geplaatst. Geschiedenis is echt saai, waarom ik dit heb gekozen weet ik niet, het enige wat een leuk onderwerp is, is naar mijn mening de 2e wereld oorlog. Mijn opa kon daar super mooi over vertellen, hoe de mensen waren, de soldaten de stad binnen vielen en wat Hitler allemaal deed. Prachtig om te horen. Jammer genoeg is hij te vroeg overleden, ik was pas 10 jaar en hij pas 52, ik mis hem nog steeds elke dag.
Dit lesuur voelt als een blokuur en als eindelijk de bel gaat besef ik me het pas. Vakantie.

Zo raar dat ik de vakantie vergeten was. Ik wil echt leuke dingen doen zoals zwemmen, uitgaan, shoppen en nog zoveel meer. En Tys behoorde aan mijn zoveel meer!

[quote author=Amber_DG link=topic=293365.msg274606988#msg274606988 date=1392134078]

nou, je begint in tegenwoordige tijd, maar het laatste alinea is in de verleden tijd (of zie ik het gewoon verkeerd?)

Mariah is nog niet uit, maar ik heb geen zin om nog een uur op school te zijn en stap dus op mijn fiets. Het is misschien een beetje raar als ik in Mariah’s huis ben als zij er niet is en naar mijn eigen huis gaan is al helemaal geen optie. Ik denk dat ik over drie dagen mijn oma wel even bel om te vragen of zij polshoogte wil nemen. Waar moet ik dan naartoe? Ik besluit maar wat willekeurige straatjes in te gaan rijden. Het is tenslotte mooi weer en ik hou van fietsen. Die zonnestralen die je huid strelen, het zachte briesje door je haren, de vogeltjes die fluiten. Mijn gele jurkje fladdert rond mijn benen. Alles is zo mooi verlicht door de zon, dat ik het liefst van alles een foto wil nemen. Maar die ligt thuis…

Na een tijdje genoten te hebben van alles om me heen, merk ik dat het asfalt en de klinkers plaats hebben gemaakt voor gras en blaadjes. Ben ik hier niet eerder geweest? Ik stap van mijn fiets af en loop richting de bomen. Als ik nog dichterbij ben, schrik ik me rot. Dit is de plek van mijn droom! Hier was ik aan het rennen totdat de mysterieuze jongen mij stopte. Mijn nieuwsgierigheid wint het van mijn schrik en ik loop, met de fiets aan de hand zodat ik eventueel snel weg kan fietsen, het bos in. Ja, inderdaad, dit is de plek van mijn droom. Ik loop nog iets verder tot de plaats waar de jongen me had vastgepakt. Ik kijk om me heen en merk dat alles precíés hetzelfde eruitziet als vannacht, terwijl ik droomde. Verbeeld ik me dat nou? Nee, ik zweer dat ik daarnet een flits van een rennend mens zag… Ineens voel ik een paar drupjes. Waar slaat dit nou op?? Het is lente! Ik. haat. regen… Net als ik me weer wil omdraaien, zie ik het weer. Er is hier echt iemand die heel erg snel kan rennen. Dat mens zou waarschijnlijk zo de Olympische Spelen winnen. Ik raap al mijn moed bij elkaar en roep: “Is daar iemand?” geen antwoord. “Is daar iemand?” weer geen antwoord. “Ik heb je net zien rennen. Twee keer zelfs. Ik weet toch wel dat je er bent!” Ik word steeds nieuwsgieriger naar de geheimzinnige persoon. Ik breng mijn benen weer in beweging en besluit dat ik niet stop met lopen totdat ik hem, of natuurlijk haar, heb gevonden.

Ik kijk overal, achter elke struik, achter de grote dikke eikenboom die er staat en nog kan ik niemand vinden. Dat wat er eerst was is nu toch echt goed verstopt óf ver weg. Of ik verbeeld het me, dat zou logisch zijn door de omstandigheden van de afgelopen tijd en mijn rare droom. Als ik het me verbeeld dan zou ik deze plek toch nooit zo écht hebben gezien in mijn droom? Ik ben hier nog nooit geweest. De weg terug ben ik ook vergeten dus blijf ik maar wat doelloos rondlopen. Luisterend naar de geluiden in het bos loop ik verder opzoek naar de weg terug. Vogels, ritselende bladeren, een dier dat wegspringt en door schrik verstijft en later toch besluit weg te rennen. De geur van lavendel maakt me in de war, sinds wanneer groeit er lavendel in Nederland? Van nature komt dat niet voor… Wanneer mijn neus me naar de plek brengt waar er een groot weiland vol maar dan ook vol met lavendel staat sta ik aan de grond genageld. Mijn gevoel zegt dat er iets niet klopt, iets wat ik niet kan plaatsen en een akelige maar ook vredige sfeer. Weg. Ik moet hier WEG. Ik spring op mijn fiets en ga zo hard als ik kan door het weiland, door het zand en tussen de bomen door. Sneller en sneller over de paden. Misschien iets té snel. Door een stuur fout verlies ik de controle over mijn fiets en val met mijn hoofd op een steen. Alles wordt wazig, ik kan nog net mijn hand op mijn achter hoofd drukken, voelen dat het nat is en zien dat het bloed is dat uit mijn hoofd gutst. Snel wordt alles zwart en voel ik me in elkaar zakken.

Als ik wakker word is mijn beeld nog waziger dan voorheen, mijn hoof klopt en ik merk dat er een soort verband is gemaakt met lange bladeren dat om mijn hoofd is gewikkeld. Zou die persoon dit hebben gedaan? Of deed ik het zelf? Wat echt niet zou kunnen dus ga ik maar van het eerste uit. Er laait een wind op, door de kou krijg ik kippenvel wat me doet rillen. Bellen. Ik moet iemand bellen ze zullen vast ongerust zijn!
‘Tys? Met Amber.’ waarom trilt mijn stem zo?
‘Amber! Waar zit je in vredesnaam! Ik heb je overal gezocht en begon me zorgen te maken.’
‘Niet boos worden, ik ben verdwaald.’
‘Waar? Ik kom je nu halen!’
‘Uuuhm in het bos achter de molen…’
Het is een tijdje stil aan de andere kant van de lijn, wat ben ik blij dat ik gewoon een volle batterij, beltegoed en bereik heb wat ze nooit hebben in die horror films.
‘Am ik ben er zo. Blijf waar je bent en doe voorzichtig.’
‘Over dat voorzichtig gesproken… Neem maar een doos verband mee, ik ben op mijn hoofd gevallen.’
‘Dat moet jou ook altijd overkomen he? Haha ik kom eraan schat.’ en hij verbreekt onze verbinding. Doordat hij mij schat heeft genoemd zijn mijn vlindertjes in m’n buik weer fanatiek aan het fladderen, het liefst had ik iets terug gezegd maar ik kon even niet nadenken. Mijn hoofd doet zo’n pijn. Het zal vast niet erg zijn als ik een paar seconden mijn ogen even laat rusten.

Hihi. Je schrijft fanastisch!
Alleen zou ik als ik jou was niet alles achter elkaar schrijven.
Maar ook met spatie etc.
:flushed: :flushed: :flushed:

Dankje ! Ik zal het proberen ^^

Ik word wakker van Tys’ vingers die het geïmproviseerde verband van, waarschijnlijk, die persoon eraf halen. Ik knipper even met mijn ogen om gewend te raken aan het licht
“Gaat het een beetje, doet het geen pijn?” Vraagt Tyson.
Ik schud mijn hoofd, maar dat doet zoveel pijn dat ik het bijna wil uitschreeuwen. Tysons ogen gaan alleen maar bezorgder staan en hij tilt me op wanneer hij opnieuw verband heeft aangebracht op de pijnlijke plek op mijn hoofd.
“Maar mijn fiets dan?” fluister ik terwijl ik naar mijn oude vertrouwde krot van een fiets wijs.
“Die halen we later wel op.” Ik wil nog wat zeggen, maar hij drukt zijn lippen op mijn voorhoofd en ik wordt weer helemaal slaperig.

Alweer heb ik die droom. Ik ren en ik ren. Zo hard dat mijn benen pijn gaan doen. Maar nu kan ik gelukkig zelf stoppen. Ik hou me angstvallig vast aan een om voor het geval dat ik weer begin met rennen en deze keer niet kan stoppen. Als ik zeker weet dat ik mijn benen in controle heb, laat ik de boom los. Ik kijk om me heen en neem de omgeving in me op. Anders dan de vorige droom, is het nu zonsondergang. Je ziet de zon prachtig achter de bomen verdwijnen. Wat raar is, want in het echt staan er volgens mij allemaal hoge gebouwen achter het bos. Maarja, ik weet het niet zeker, want het bos is me eigenlijk nooit eerder opgevallen. Dan komt de jongen weer in mijn hoofd. De blauwe ogen en het bruine haar ben ik niet vergeten. Ik vind het jammer dat ik niet langer naar hem heb gezocht vanmiddag, maarja… Ik viel…
Na een paar minuutjes te hebben rondgekeken, vang ik eindelijk een gilmp op van een jongen achter een boom. Volgens mij denkt hij dat ik hem niet kan zien, maar hij heeft het mis. Ik loop in zijn richting en besluit hem nu niet zo makkelijk te laten gaan."
“Uhm, hoi! Ik ben Amber.”
De jongen wil wegrennen, maar ik pak net op tijd zijn arm vast.
“Zo snel kom je niet van me af! Was jij er vanmiddag ook? In het bos? Heb jij dat verband op mijn hoofd aangebracht? Hoe heet je eigenlijk?”
Nu ik hem wat beter bekijk merk ik weer dat hij me heel bekend voorkomt,
“En waar ken ik je van?”
Opeens glipt zijn arm uit mijn hand en wordt ik wakker.

Sorry voor het kleine stukje, maar ik heb echt geen idee wat ik hierna moet schrijven xD Sorry (echte) Amber :cold_sweat:

Komt goed ik maak er wel iets van haha

Dit keer zijn het niet de vingers van Tyson die me wakker maken, maar de ijskoude vingers van een arts. Langzamerhand begin ik me te realiseren waar ik ben, ik focus op de geluiden om me heen want mijn ogen zijn nog gesloten. Een deur die dicht klapt, piepen van iets onbekends, het dicht maken van een gordijn en veel commotie op de gang. Ik lig in het ziekenhuis.
Ik probeer me te herinneren wat er is gebeurd maar dat weet ik niet meer, het is allemaal één grote waas die mijn gedachten blokkeert.
‘Li-Ligt ze in een … coma?’ deze stem kan ik niet helemaal plaatsen, het klinkt als iemand die doodsbang is om me te verliezen. ‘Nee, ze slaapt of ze is wakker en luistert.’ zegt de dokter met een kille stem, zijn stem kan ik goed herkennen omdat zijn koude vingers mijn hoofd onderzoeken en dus het dichtste bij me staat/zit.
‘Amber kun je me horen? Je moeder is bij je, wees maar niet bang.’ WAT? Wat bezielt haar wel niet? Om me op te zoeken, geen één telefoontje heb ik van haar ontvangen. Ik zou wel tegen haar willen schreeuwen en zeggen dat ze moet oprotten, maar ik besluit om net alsof te doen dat ik in een diepe slaap ben.
‘Weet u wat er met uw dochter is gebeurd mevrouw uuuh?’ ‘Jones, nee dat weet ik niet ik heb mijn dochter al een week niet gesproken…’

Na een uurtje besluit ik mijn ogen open te doen en meteen heb ik daar spijt van want ik krijg een helse hoofdpijn dat ik wel kan schreeuwen, maar er komt geen geluid uit mijn keel. ‘Liefje wat ben ik blij dat je je ogen open hebt!’ De tranen lopen over mijn moeder haar wangen, troosten doe ik niet inplaats daarvan kijk ik haar met een kille aan. Abrupt houdt ze op met huilen, ze heeft het eindelijk door. ‘T… Ty…’ mompel ik erg zacht, mijn keel voelt aan alsof het met prikkeldraad is vermengt. ‘Stil maar Amber, rust maar even lekker uit, spaar je krachten.’
Dit wil ik helemaal niet! Tyson moet komen, ik wil HEM aan mijn bed niet die vreselijke moeder van me. Boos kijk ik haar aan en kan nog net verstaanbaar een zin uit mijn keel krijgen. ‘Ga weg, laat me met rust. Draai je om, loop weg en kijk nooit meer achterom.’ En dan sluit ik mijn ogen, draai me op mijn zij en probeer te slapen. Die vrouw die eerst mijn moeder was hoor ik aarzelen om nog iets te zeggen, dat doet ze niet en het laatste wat ik van haar hoor is de deur die zo stil dichtslaat.