Verhaal: de mislukte goochelaar

Hoofdstuk 1

‘Lang geleden dat je die gothiclaarzen heb durven aantrekken’ ik draai me om, en wordt gevangen door de mooiste bruine ogen die ik ooit heb gezien. Als ik zijn gezicht verder in me opneem, vervolgt hij: 'ik vind het mooi hoor, je gothiclaarzen, misschien omdat je er lef voor nodig hebt. Maar het kan ook zijn dat juist jij ze mooi maakt. Ik zwijg. Langzaam druppelt er binnen wat deze vreemde jongen zojuist tegen me zegt. We zitten allebei alleen, achter elkaar, bij Engels. Hij, donkerbruine krullen, donkere ogen en een fijn mooi gezicht met een klein baardje. In zijn rechteroor draagt hij een zwart vierkant steentje, breed gebouwd, leren jas. Hij zit altijd alleen heb ik opgemerkt, bemoeit zich met niemand terwijl de meisjes zich bijna tussen zijn billen hebben genesteld en hij dagelijks met een zwabber achter zich aan het kwijl van de leraren opveegt. ‘Mooie ogen heb je.’ Zegt de vreemde jongen terwijl ik hem nog steeds zwijgend aankijk. Opeens weet ik niet wat ik wil zeggen, en zijn zojuist geplaatste opmerking maakt me aan het twijfelen. Is hij sarcastisch? ‘Dankje’ zeg ik dan, terwijl ik me langzaam weer omdraai, en het gesprek voor mij is afgedaan. Het duurt een poosje voor hij weer contact met me zoekt,en me op mijn schouder tikt. Zuchtend draai ik me om en weer vallen die grote donkerbruine ogen me op. ‘Heb jij misschien een vuurtje voor me?’ dansen de letters over zijn zachte roze lippen de ruimte in. Terwijl ik ze op mijn tong laat smelten vraag ik spottend: ‘Zie ik eruit alsof ik rook?’ Hij haalt zijn schouders op, even blijft het stil. ‘Misschien’. Ik grijp in het voorvakje van mijn handtas, als ik de aansteker aan hem overhandig: ‘dat was een retorische vraag, rare jongen’

Terwijl ik mijn spullen uitlaad in de stilwerkruimte, een ruimte waar alle einzelgängers zich bevinden, valt me opeens een rare leegte op. Nooit heb ik last van heel veel gevoelens, dus ik voel me onderdrukt door het moment en kijk achter me. Mijn blik glijdt over de gang, die volkomen leeg blijkt te zijn.

Ik ben niet iemand die zich graag omringt met anderen. Daarom zit ik vaak alleen, te werken, te lezen, of te schilderen. Het is waarschijnlijk ook beter zo. Vriendinnen houden het toch niet heel lang met me uit. Een paar vrienden heb ik wel, een nichtje dat even oud is. En met mijn tweelingzus kan ik het ook best goed vinden. Wiskundeboek in het midden van de tafel, morgen een proefwerk. Eenmaal gerold in de formules merk ik niet dat ik bijna verdrink in cijfertjes, vraagstukken en het kraken van je hersens tot je kotsneigingen onderdrukt. Opeens voel ik een stevige hand op mijn schouder en hap naar adem. ‘Zo, zo mevrouw Legato,wiskunde onder de geschiedenisles? Waarom bevind jij je niet in het klaslokaal?’ Langzaam kleuren mijn wangen rood, ik hoop dat ik niet al te vuurrood ben. ‘Ik heb de behandelde stof al af, meneer, momenteel ben ik aan het vooruitwerken en heb ik wat verrijkingsstof bij de bieb gehaald, die ik ook grondig bestudeer. Deze keer haal ik vast en zeker weer een 10. Doordat ik de stof al een soort kan dromen acht ik het niet onmogelijk dat ik hier op deze plek zelfstandig meer uitvoer, dan in het drukke klaslokaal met onbegaafde klasgenoten’ Dat laatste woord spuug ik nog net niet uit. Na dit relaas krul ik mijn mondhoeken om overtuigender over te komen. Meneer Stacca kijkt me even niet-begrijpend aan. ‘Dus, als ik het goed begrijp…’ ‘Ja’ onderbreek ik hem. Hij zou zich nederig moeten buigen dat ik überhaupt aandacht besteedt aan zijn simpele geschiedenislessen. De zielige ziel. ‘Oke dan, eh, Schater, kan ik je huiswerk alvast meenemen? Graag zou ik het thuis even doorkijken.’ Daarop trek ik mijn linker wenkbrauw op. Ik grijp een schrift uit mijn tas en overhandig het. ‘Meneer Legato, veel plezier ermee’ Nadat hij met zijn grote handen het schrift in ontvangst neem, valt het stil. Ik draai me om en doe net alsof ik weer in cijfertjes zwem. Hij blijft achter me staan, kucht en merkt op dat ik ‘een ijverige leerling ben, dat hij zal zoeken naar een uitdaging voor me. En dat het hem spijt dat ik geen niveau hoger probeer.’ Daarop geef ik geen antwoord. Nadat het lesuur over is, meld ik me ziek. Dat doe ik de laatste tijd best vaak, gelukkig nog niet heel veel problemen mee gehad. Terwijl ik zo op mijn fiets richting huis zit speelt er een bekend melodietje, mijn mobiel. Slingerend probeer ik op de bodem van mijn jaszak de mobiel te pakken.

Als ik net op de antwoord knop druk, het is Loraine, heeft ze al opgehangen. Geïrriteerd bel ik haar terug, er wordt snel opgenomen. ‘Schate, waar hang jij uit? Heb je je nu alweer ziekgemeld?’ ‘Ik voel me echt niet lekker Lor, op school heb ik gekotst en nu ben ik op weg naar huis, waar ben jij?’ Mijn zus lijkt niet erg overtuigd van het zielige toontje dat ik inmiddels heb opgezet. ‘Scha, je bent ontzettend onverantwoord bezig om jezelf elke keer ziek te melden. Snap je niet dat je zo alleen maar in de problemen beland?’ Ik draai met mijn ogen. ‘Heb je mijn cijfers al gezien? Volgens mij blijkt daaruit dat ik het ook prima zonder school red. En waar ben jij nu? En hoe weet je dat ik me heb ziek gemeld?’ Loraine hoest. ‘Ik ben ziek thuis gebleven, school heeft naar huis gebeld om te melden dat je naar huis komt, en dat als je thuis bent je even moet bellen.’ Ja, natuurlijk, progressieve school waar ik me ook op bevind. Al die nieuwe regeltjes komen me onderhand mijn keel uit. Laatst verzonnen ze dat je voor de paracetamollen 10cent moet betalen! Alsof het geld uit mijn oren groeit. ‘Lor, ik kom nu naar huis oké? Zie je zo, doei’ Loraine antwoordt niet meer. Eenmaal thuis aangekomen gooi ik mijn fiets tegen het hek en loop naar binnen. De gordijnen zijn nog steeds dicht, en ik ruik een muffe lucht. Waarschijnlijk zit Loraine heel verantwoord te roken. Met het raam open natuurlijk. ‘Lor, ik ben thuis’ vermeld ik. Ik hang mijn jas op en begeef me naar de woonkamer, waar ze met een deken over zich heen blauwe kringetjes in de lucht blaast. Als ze merkt dat ik in de kamer sta zwaait ze naar me. ‘Zo, daar ben je dan, zet je even koffie? Daar ben ik echt aan toe.’ klinkt het bijna opgewekt. Dichte gordijnen, een tv met een te hoog volume, op tafel een glas wijn. Ik schud mijn hoofd en boos stap ik op haar af, grijp de sigaret en duw het ding uit in de asbak. Loraine protesteert maar ik verfrommel het ding en loop ermee naar de keuken. Getier vanuit de woonkamer. ‘Zet die pokke-tv uit!’ Even later zitten we allebei aan de zwarte koffie. Zwijgend neem ik kleine slokjes, mijn blik is gefocused op Loraine die inmiddels rechtop zit, en voor zich uit staart. ‘Waarom rook je ineens binnen? Je weet dat pa en ma het niet goed vinden, ben je soms weer op ruzie uit?’. Ze staart nog steeds voor zich uit, maar ik weet dat ze me hoort. ‘Loraine, geef antwoord, heb je aandacht nodig ofzo?’. Ik wil er nog meer aan toevoegen, als er aan de deur wordt gemorreld. Loraine kijkt me vuil aan, en staat op, met haar mok in haar hand loopt ze richting het gemorrel. Even later hoor ik haar iets mompelen. Het is mijn moeders stem die op een zachte toon iets terugzegt. Dan hoor ik Loraine de trap naar boven nemen, en het getik van mama’s hakken op de houten vloer. ‘Hee lieverd’ de deuropening vult zich met mama. De woonkamer met teveel parfum, haar duurste. Ze draagt een zwarte satijnen blouse, een zwarte leren broek, en daaronder hoge enkellaarsjes met slangenprint. Aan haar arm hangt een elegante rood gelakte tas die matcht met haar rode lippenstift. Terwijl ze een plukje haar van haar bezweette voorhoofd veegt, steekt ze haar hand op. ‘Nu al thuis? Is het al zo laat? Of was je vroeg uit? Haha, aan de koffie? Gezellig hoor, moment ik kom eraaán’. Ze is net iets te enthousiast voor een vrije woensdagmiddag. ‘Mam’ ze draait zich om en kijkt me met kinderlijke onschuld aan. Ik wrijf over mijn nek en mama weerspiegelt mijn gedrag. Haar hand glijdt over een zuigzoen in haar nek. ‘Was papa vanmiddag niet in vergadering?’ vraag ik subtiel.

Moet ik een vervolg schrijven?