Verhaal / De geschrapte versie

Hoofdstuk 2: Raoul

“Wanneer neem je Maud nou eens een keertje mee?”
Mijn moeder houdt de slakom voor me op en kijkt me vragend aan.
“Nou?” zegt ze, als ik niet snel genoeg antwoord geef. “Hoe lang heb je nu al met dat meisje? Een paar weken? Ik ben wel benieuwd, hoor.”
Het komt zomers bijna nooit voor dat we met het hele gezin, inclusief mijn zus Nadia, aan tafel zitten voor het avondeten en uitgerekend nu vraagt mijn moeder de meeste stomme vraag ooit.
Wat verwacht ze dat ik antwoord?
Mijn vader kijkt me over zijn bril heen aan, maar zegt niets. ‘Laat haar maar,’ seint hij stilzwijgend naar me.
Ik haal mijn schouders op en mompel iets als ‘jeenideej’ als ik de slakom van mijn moeder overneem. Dat moet voldoende zijn.
“Maud?” hoor ik Nadia naast me. Ze spreekt het uit als Mau-haud. Wat is dat toch, dat mijn zus soms nog net als een vierjarig kind praat? “Je bedoelt dat dunne meisje met dat bruine haar?”
“Ze is helemaal niet dun,” zeg ik met volle mond.
“Nou,” haalt Nadia haar neus op. “Als jij dat niet dun noemt, dan wil ik niet weten hoe je mij vind.”
“Dat wil je inderdaad niet weten,” mompel ik.
“Raoul…”
Mijn moeders stem klinkt als die van mijn vader: laag en bars.
“Wat?” zeg ik zo onschuldig mogelijk.
Mijn moeder kijkt me met toegeknepen ogen aan en schudt langzaam haar hoofd.
Bij ons thuis mag ik overal grapjes over maken, behalve over het gewicht van Nadia. Bij meisjes van haar leeftijd ligt dat heel gevoelig, volgens mijn moeder. Ik zou niet weten waar meiden soms zo moeilijk over doen. Alsof wij jongens zien of je een paar kilo bent aangekomen! Nadia kan daar ook altijd zo over zeuren. “Vind je dat deze jurkje me dik maakt?” “Heb ik een dikke kont in deze broek?”
Ik heb één keer opgemerkt dat het niet aan de broek lag, dat ze een dikke kont had (“Dat ligt meer aan dat je zo vaak naar de Mc Donalds gaat”) en met die opmerking heeft me bijna een week huisarrest bezorgd.
“Nou?” onderbreekt mijn moeder mijn gedachten. “Weet je het al?”
“Wat?”
“Wanneer je dat meisje eens mee neemt naar huis.”
Blijkbaar is mijn moeder niet van plan zich er bij neer te leggen.
“Ik zie wel, oké?” zeg ik zo neutraal mogelijk.
Mijn moeder knikt een paar keer vlug achter elkaar. Die is nog lang niet klaar met het onderwerp.
“Ik wil me nergens mee bemoeien,” begint ze dan voorzichtig.
Ik zucht inwendig diep. Wanneer mensen hun zin beginnen met dat ze zich nergens willen mee bemoeien, gaan ze zich juist ergens mee bemoeien.
“… maar ik wil toch wel weten met wie je omgaat.”
Zegt ze dat nu serieus? Wel wil weten met wie ik omga? Alsof ík hier het veertienjarige meisje ben met een ouder vriendje.
“Sorry?” zeg ik.
“Je weet heus wel wat ik bedoel. Ik ben gewoon benieuwd naar wat voor type dat meisje is. Straks heeft ze een hartstikke verkeerde invloed op je.”
Ik voel een lach in mijn maag opborrelen.
Naast me geeft Nadia me onder de tafel een schop tegen mijn voet.
“Ik snap mam wel, hoor,” begint ze. “Maud is natuurlijk ook wel een beetje euh… anders dan ons.”
“Hoe bedoel je?” vraagt mijn moeder. Haar mond is tot een smalle streep getrokken als ze van Nadia naar mij kijkt.
“Nou…” zegt Nadia, terwijl ze zogenaamd diep nadenkend met haar vork in de sla prikt. “Niet elk veertienjarig meisje heeft een tatoeage…”
Mijn moeder verslikt zich nog net niet in een slok water.
“Wat?”
“Ik heb het ook maar gehoord,” haalt Nadia haar schouders op. “Raoul weet het vast beter dan ik.”
“Je hoeft niet zo te schrikken, mam,” probeer ik zo goed mogelijk mijn lachen in te houden. “Het is maar een kleintje.”
Ik houd mijn duim en wijsvinger een paar centimeter uit elkaar.
“Hij is eigenlijk best schattig, zo groot ongeveer.”
“Hebben we het nog steeds over haar tattoo?” mompelt Nadia.
“Nou, jongens. Zo kan ‘ie wel weer,” onderbreekt mijn vader ons opeens. “Jullie bezorgen je moeder nog een hartaanval als jullie zo doorgaan.”
“Sorry mam,” lach ik als ik aan haar gezicht zie dat ze ons door heeft. “Maar je kunt ook zo door zeiken.”
“He,” neemt ze meteen weer haar moederrol op zich. “Dat soort woorden gebruik je niet tegen je moeder. En trouwens, is er iets mis als ik wil weten met wie haar kind om gaat?”
“Natuurlijk,” geef ik mijn moeder gelijk. “Wanneer Nadia een nieuw vriendje heeft, dan kan ik me voorstellen dat jij en pa hem willen zien. Maar kom op, ma: bij mij interesseert het je toch helemaal niets of Maud wel of geen slechte invloed op me heeft. Je bent gewoon hartstikke nieuwsgierig!”
“Alsof ik niet bezorgd ben om jou!” valt mijn moeder uit.
Ik prik wat tomatenschijfjes aan mijn vork en prop ze in mijn mond. Mijn moeder en ik weten allebei dat het niets met bezorgdheid te maken heeft.
“Hebben jullie eigenlijk al verkering?”
“Pa-ha.”
Begint hij nu ook al? Wat moet ik daar nu op zeggen? Ik heb geen idee of Maud en ik verkering hebben. We hebben het er nog niet over gehad.
“Nee, even serieus,” zegt mijn vader. “Je moeder heeft natuurlijk wel een beetje gelijk. Als het echt wat serieuzer tussen jou en euh…. Maud was het toch, wordt, dan willen we haar graag eens ontmoeten.”
“Ze was hier afgelopen vrijdag nog,” zegt Nadia op een samenzweerderig toontje.
Wat is dit nu allemaal? Eerst staan mijn vader en Nadia aan mijn kant en nu kiezen ze opeens partij voor mijn moeder?
“Ik ken haar niet, maar van wat ik hoor, is ze wel echt verliefd op ons Raoultje.”
Alsof ze net te horen hebben gekregen dat ik met Maud ga trouwen, kijken mijn ouders elkaar aan. Als ik het goed zie, geeft mijn vader mijn moeder zelfs een knipoog. Moet dat nou echt?
“Je neemt haar dus binnenkort een keertje mee. Prima. Wil iemand nog wat aardappeltjes? Nadia?”
Mijn moeder vraagt het niet eens meer. Ze deelt het gewoon mee alsof het allang besloten is.
Ik kijk van Nadia naar mijn vader en naar mijn moeder. Alle drie kijken ze met een brede grijns aan. Met mijn mond vol tomaten mompel ik iets onverstaanbaars.
Hoe ga ik dit in vredesnaam aan Maud vertellen?

Grappig, alleen hoe oud is ‘Raoul’? Hij komt over als twaalf.

Nee meer als 14.

Ik vraag me nu toch echt af waar hoofdstuk 1 is.

leeuk…