Verhaal. - Daisy.

Heee allemaal. =) Ik kwam op een idee voor een verhaal. Ik hoop dat het een beetje orgineel is, en niet al een keer is gebruikt ofzo. Het gaat over een meisje in de 20 ongeveer, die langzaam blind word. Dus besluit ze om naar alle plekken te gaan die ze nog wil zien. Dat is in het kort samengevat. Verder moet je maar kijken of je het leuk vind. En als je het leest wil ik graag een reactie! Alvast bedankt.

Eindelijk was ik op weg naar huis. Terwijl ik in de trein zat naar huis, sloot ik mijn ogen en ontspande mijn gezicht. Een diepe zucht ontsnapte. Ik opende mijn ogen en keek naar buiten. Het begon alweer donker te worden en ik kon niet wachten tot ik thuis zou zijn. Een oude vrouw ging tegenover me zitten en glimlachte naar me. Ik glimlachte beleefd terug. De trein stopte en ik stapte uit. Terwijl ik een sigaret aanstak liep ik rustig door de menigte. Ik had geen zin meer om te haasten, dat had ik al genoeg gedaan vandaag. Ik stak de straat over en ik hoorde ineens allemaal geruis. Het werd zwart voor mijn ogen. Ik kreeg de neiging om te gaan schreeuwen, en om in paniek te raken. Maar ik bleef rustig. Eindelijk stilte in m’n hoofd.

Ik knipper met mijn ogen, maar mijn oogleden voelen zwaar. Met veel moeite inspecteer ik de ruimte waarin ik me begeef. Het maakt niet bepaald een gezellige indruk. Veel licht, en heel erg… Ik kwam niet op het woord. Ik weet altijd wat ik wil zeggen, waarom nu niet? Hygiënisch. Het woord wat ik zocht. Het maakt een hygiënische indruk. Er is niks mis met hygiëne, maar ik begrijp niet waarom ik het niet prettig vind in deze ruimte.
Ik sluit mijn ogen weer en ik concentreer me op de geluiden om me heen. Een piepje. Nog een piepje. Voetstappen. Voetstappen die dichterbij komen. “Daisy?” Ik open mijn ogen en staar naar Britt, mijn beste vriendin. Ik zie tranen opwellen in haar ogen en ze aait zachtjes mijn wang. “Lieverd, je hebt me zo laten schrikken,” zegt ze zacht. “Je hebt een ongeluk gehad, maar het komt allemaal goed. Toen ze me opbelden dacht ik dat ik je kwijt was.” Ik knik, maar ik besef niet helemaal wat er aan de hand is. Ik probeer mijn mond te openen, maar Britt legt haar vingers op mijn lippen. “Zeg maar niks, ga maar even slapen.” Ze kijkt me aan en glimlacht voorzichtig. Ik sluit mijn ogen, met het gevoel dat ik elk moment van de wereld af kan vallen.

Wanneer ik wakker word is Britt er niet meer. Als ik even rondkijk, zie ik dat er wel een verpleegster is, maar die staat uit het raam te kijken. “Hallo?” hoor ik mezelf zeggen. Het klinkt hol, alsof er niets in de kamer staat. “Hallo,” zeg ik nogmaals. Het klinkt eigenlijk wel grappig. Hoewel het woord grappig wellicht vrij misplaatst is in deze situatie. Ik merk nu dat ik in het ziekenhuis lig. Maar als ik naar mijn benen kijk, en naar mijn armen, zie ik niets bijzonders. “Wat is er gebeurt?” vraag ik aan de verpleegster. Ze draait zich eindelijk om. “U bent aangereden door een auto,” zegt ze zacht. Ik zou bijna denken dat ze verlegen is. “Dus ik ben aangereden?” zeg ik op een ongelovige toon. “Ja, u heeft een lichte hersenschudding. En de rest moet de arts nog bespreken met u, maar die heeft momenteel geen tijd vrees ik,” legt ze geduldig uit. Ik knik begrijpelijk. Dus ik heb een auto ongeluk gehad. Dat mij dat ooit nog zou overkomen, en ik heb alleen een lichte hersenschudding. Ik heb wel geluk gehad, denk ik met een brede glimlach. Waarom kijkt die verpleegster mij toch zo meelijwekkend aan? Ik moet maar gewoon wachten tot de arts komt. Die kan dan ook meteen melden wanneer ik hier weg mag. Mijn ogen irriteren. Ineens merk ik het op. Misschien kan ik beter gaan slapen. Ik sluit mijn ogen en luister naar de mensen die op de gang passeren. Langzaam hoor ik de voetstappen vervagen.

Je schrijft fijn, vooral omdat je bechrijvingen maakt van dingen! Ga maar door ^^

Je schrijft fijn, vooral omdat je bechrijvingen maakt van dingen! Ga maar door ^^

  • sorry dubbel ;p

Verder =)
Leuk verhaal en goed geschreven, het was in het begin wel even vaag maar dat is goed. Dan wil je graag verder lezen :stuck_out_tongue:

“Dus uw netvlies is aangetast bij het auto ongeluk. Het oog is zeer gevoelig, dus waarschijnlijk kan u over een jaar weinig tot niets zien. Het ligt eraan hoe het zich allemaal ontwikkelt. Maar bij de meeste patiënten duurt het een jaar, tot twee jaar. Het spijt me heel erg voor u.” Ik kijk hem ongelovig aan. Ik kan even geen woord uitbrengen. Ik word blind. Ik kan binnenkort niets meer zien. Geen gezichten. Geen kleuren. Niks meer. Ik kijk de arts nogmaals aan. “En ik kan er niets meer aan doen?” Hij schudt nee. “Ik vind het heel spijtig, maar bij zulke gevallen is het beste om de ogen regelmatig rust te geven, om het gemakkelijk te maken. Verder zullen wij niets kunnen doen, wij kunnen u alleen maar voorbereiden op wat er komen zal.” Ik voel een traan langs mijn wang lopen. “Oké, dan is het zo. Het komt wel goed. Dank u, dokter.” De verpleegster glimlacht voorzichtig naar me. Ik haat het, het is zo’n glimlach die je op je gezicht plakt als iemand iets ergs mee maakt en je weet niet hoe je je moet gedragen. Ik heb dan altijd het idee dat mensen denken: Ik kan je niet helpen, dus glimlach ik maar gewoon netjes. De verpleegster rent bijna de kamer uit, waarschijnlijk omdat ze niet tegen confrontaties’ kan. Ik wil iemand opbellen, maar ik kan niemand bedenken. Dus ik pak een kladblok en een pen. ‘Daisy 2009-2010.’ Ik onderstreep het een keer en staar naar de letters. Met een diepe zucht en tranen in m’n ogen begin ik dingen op te schrijven.

Je schrijft goed!
Verder (:

alleen moet je even opletten;
het moet uw netvlies zijn, i.p.v. van u netvlies, aangezien het bezittelijk is.
en het meervoud van confrontatie = confrontaties (i.p.v. confrontatie’s)

(sorry ik ben echt een zeiker wat dat betreft, je schrijft heel goed, maar toch wil ik je daarin dan nog verbeteren, I hope you don’t mind ;$)

Ohja, ik ben zelf ook best erg met dat bezittelijk gedoe. :stuck_out_tongue: Maar ik heb erover heen gekeken deze keer. Maar ik snap wel dat het UW netvlies is. Want het is van U. :stuck_out_tongue: Maar toch bedankt! =3 Ik zal erop letten.

Mijn moeder heeft een keer gezegd: “Je merkt pas hoe belangrijk je gezondheid voor je is, als je het niet meer hebt.” Ze had wederom gelijk. Ik haatte het altijd als ze gelijk had. Maar ik besef nu wat er gaat gebeuren. Ik word langzaam blind. Dus ik wil alles zien. Ik wil alles zien en alles beleven. Ik wil kleuren zien en landen. Ik besef dat ik maar een jaar heb, maar ik ga het proberen. En ik ga vragen of Britt met me mee gaat. Ik heb besloten om vanavond het ziekenhuis te verlaten. Als ik zie dat het langzaam aan donker word begin ik rustig mijn spullen te pakken. De verpleegster loopt net binnen om mijn bed te verschonen als ze ziet dat ik mijn spullen aan het pakken bent. “Oh, u gaat al?” vraagt ze. “Ja, er is nog een hele wereld voor mij om te zien. Ik heb eigenlijk tijd tekort,” zeg ik met een glimlach. De verpleegster klikt een lichtje aan in het kleine kamertje. Nu zie ik pas hoe benauwend dat moet zijn als je hier lang zou moeten blijven. Ik til mijn tas op en zwaai hem op mijn schouder. Voordat ik wegloop draai ik me nog een keer om en de verpleegster kijkt me even aan. “U bent een sterke vrouw, het komt vast wel goed,” zegt ze. Ik knik. Ook al ben ik niet zo overtuigend van mezelf als dat de verpleegster is. Als ik de gangen door loop kom ik veel mensen tegen met draadjes en apparaten bij hun lichaam. Ik heb eigenlijk nog geluk gehad, denk ik bij mezelf. Ik word er wel verdrietig van, al die zieke mensen. Als ik door de hoofdingang loop, kijk ik nog even om, naar alle zieke mensen die geen keuze hebben. Als ik voor de hoofdingang sta, steek ik meteen een sigaret op. Ik kijk naar boven en ik zie de sterren en als ik mijn hoofd een beetje draai, kijk ik naar de volle maan. “Mooi hé?” zeg ik tegen een verpleger die naast me staat. Hij kijkt me verward aan. “Nou, ik vind het niet echt zo bijzonder meer, ik zie dit elke avond,” zegt hij nonchalant. “Oh,” zeg ik. “Veel plezier nog,” zegt de verpleger een beetje sarcastisch, alsof ik een kind ben. “Ja, jij ook hoor meneertje,” zeg ik. Maar hij is al weg. Mooi, nou denken die mensen dat ik in mezelf praat. Ik zwaai maar even beleefd en daarna loop ik weg van dat ziekenhuis. Ik word er alleen nog maar verdrietiger van.

Leuk! ik ga het volgen.

xoxo

Yay! Nog een lezer =3.

Toen ik thuis het antwoordapparaat afluisterde had ik maar 2 berichten. ‘Daisy, met Britt, bel je me als je thuis bent? ’ En nog een 2e van Britt: ‘Daisy, met Britt weer, ben je al thuis? Laat het maar even weten, ik maak me zorgen over je. ’ Ik belde Britt op, en ze zou meteen langskomen. Wachtend op Britt, staarde ik naar de televisie. Ik had het toch best koud, bedacht ik, terwijl ik een dekentje pakte. Ik liep naar het raam en keek even naar buiten. Een oude man liep over het grasveldje met zijn hond. Hij liep daar elke avond, vaste prik. Waarschijnlijk hield hij een ritme aan voor de hond, en ik vond dat best lief. Je zag gewoon dat hij veel van die hond hield. De hond sprong tegen de oude man aan, en de oude man corrigeerde hem meteen. Ik keek even naar het tafereel, totdat ik Britt zag fietsen. Ze fietste zo langs de oude man en zijn hondje heen. Ik sloot de gordijnen en deed de deur open. Britt kwam hijgend naar boven. “Die trappen zijn nog steeds veel te hoog, Daisy,” zegt ze met een grijns. “Misschien moet je een keer gaan sporten,” veronderstel ik met een glimlach. Ze keek me quasi boos aan. “Misschien moet jij is gaan verhuizen naar een normaal huis!” Ik lachte en omhelsde Britt. “Dit is een normaal huis, jij moet gewoon niet zo zeuren. En waarschijnlijk zeg ik binnenkort de huur op,” vertel ik haar. Britt gaat zitten en kijkt me met grote ogen aan. “Hoezo dat?” Ik zet een glas water voor Britt neer en begin over mijn idee te vertellen. “Britt, je weet waarschijnlijk al dat ik over een jaar gewoon niets meer kan zien. Ik wil nu alles gaan bekijken. Ik wil landen zien, monumenten en kleuren, voordat het allemaal te laat is. En ik wil dat jij met me meegaat, een jaar rondreizen.” Ze kijkt me twijfelend aan. “Lieverd, ik kan niet zomaar een jaar vrij nemen,” zegt ze teleurgesteld. Ik sla mijn ogen neer, dat ik daar niet aan gedacht had. Britt had het altijd heel druk met haar werk. Ze werkte 50 uur in de week, en als ze thuis was ging ze meestal nog even aan dat ‘ene project’ werken. “Maar kun je niet een paar maanden meegaan?” vroeg ik haar hoopvol. Ik legde mijn blaadje met ideeën voor haar neer. Ik zag haar kijken naar mijn onduidelijke handschrift. Ik heb altijd al een doktershandschrift gehad, tot grote irritatie van mijn leraren. Britt haar mondhoeken krulde om tot een glimlachje. “Je wil gaan klifduiken in Griekenland?” vroeg ze me ongelovig. “Dat moet ik eigenlijk wel zien.” Ik begon te lachen. “Nu moet je wel mee!” Ze knikte. “Drie maanden, oké?” Ik glimlachte breed en ik voelde me helemaal goed. “Ik heb nog heel wat vakantiedagen staan en ik ben eigenlijk wel aan vakantie toe.” Even zaten we daar, enthousiast over wat er komen ging. “Daisy, wanneer wil je gaan?” Mijn ogen fonkelden. “Morgen.”

Wat ik me afvraag? Je zegt toch geen ‘Groetjes, die en die’ bij een voicemail? Meer iets van ‘Hoi, met die en die!’
Of niet?

Meeste mensen zeggen wel. “Met die en die.” xD Daar heb je wel gelijk in. Maar daaar heb ik eigenlijk niet aan gedacht. Maar groetjes kan ook wel toch?

Heb 't veranderd. Vond het bij nader inzien ook best vreemd.:stuck_out_tongue: Danku!