[VERHAAL] Bye brother..

Heeee meiden,
ik ben al een paar dagen bezig met het bedenken van een verhaal. En nu vond ik het ein-de-lijk tijd om het te plaatsen! Het verhaal heet, zoals de titel luid, Bye brother… Het gaat over de 12- Jarige July,die erg close is met haar 17 jaar oude broer Luc. Ze doen zowat alles samen en vertellen alles tegen elkaar. Maar Luc verzwijgt een ding… Een ding waar July snel achter komt en wat grote gevolgen heeft voor de bewoners van hun stad…

Wat denken jullie ervan? Vinden jullie het leuk klinken? Zo ja, dan schrijf ik het verhaal verder! :DD

Byeee

lijkt me leuk

Ik denk dat je gewoon moet beginnen met posten, want door zon stukje als hierboven weet ik niet hoe je schrijft, en of je schrijfstijl me bevalt.

Hoofdstuk 1
Luc en ik lopen samen over het grindpad richting het huis van mijn oma. De kiezelsteentjes knetteren onder onze schoenen en we praten druk over school. Over waarom Luc er weer eens is uitgestuurd en over die onaangename meneer Rozinga. We praten altijd. Luc en ik. Broer en zus. We vertellen alles tegen elkaar. Ik was ook de eerste die het wist van Luc en zijn vriendinnetje Vera. Hij durfde het niet tegen papa en mama te vertellen. Hij ziet mij als vertrouwingspersoon en ik hem.
We passeren de voordeur van het huis. Er hangt een briefje op de deur waarop staat; BEL IS KAPOT. DRIE KEER KLOPPEN ALSTUBLIEFT.
Luc glimlacht en klopt drie keer hard op de eiken deur. Binnen word er een stoel aangeschoven en voetstappen passeren de gang. Binnen tien seconden word er open gedaan.
‘Gezellig dat jullie er zijn’ zegt oma. Ze wenkt dat we binnen mogen komen en houdt de deur voor ons open. Ze pakt onze jassen aan en hangt ze op de kapstok.
‘Zo, zin in thee?’ vraagt ze. Luc en ik knikken. Met dit koude weer heb ik wel zin in thee. We lopen richting de keukentafel en gaan zitten. Uit de keuken klinkt een harde bonk. Even kijken Luc en ik elkaar aan, maar zodra we een harde ‘NIKS AAN DE HAND’ uit de keuken horen glimlachen we.
Ik hou van deze momenten. Dat ik met Luc ben en dat we lachen. Vroeger was het anders. Mama vertelde dat we een bloedhekel aan elkaar hadden.
Een paar seconden is het stil, totdat de harde beltoon van Luc’s telefoon af gaat. Van schrik hef ik mijn hoofd op.
‘Sorry Juul, deze moet ik even pakken.’ Hij schuift zijn stoel aan en loopt richting de gang. Op dat moment komt oma de aanlopen. Ze zet de koppen thee neer.
‘Waar is je broer heen?’ zegt ze.
‘Hij kreeg een telefoontje’ antwoord ik. Ik breng mijn kopje naar mijn lippen en slurp. Luc komt aanlopen.
‘Wie was dat?’ vraag ik. Luc kijkt me verveeld aan. ‘Gewoon een vriend’ zegt hij.

‘Luc, je wordt de laatste tijd wel heel vaak gebeld’ zeg ik als we terug fietsen naar huis. Luc heeft de hele weg niks tegen me gezegd. Ik vertrouw het niet. Er is iets gaande.
‘Ik zeg toch, het zijn gewoon vrienden.’ In zijn stem klinkt enkele agressie. Ik weet dat dit niet het goede moment is dus besluit ik maar het onderwerp te veranderen. ‘Ga je die nieuwe telefoon nog kopen?’
Luc knikt en er verschijnt een flauw glimlachje op zijn gezicht. ‘Zodat jij zeker mijn oude iPhone kan nemen, toch?’
Ik kijk hem met een zwoele blik aan. We moeten beide ineens keihard lachen. Zo fietsen we dan. In een rechte lijn. Over de dijk, richting huis.