(Verhaal) Blauwe ogen, rode lippen

Het is een tijdje geleden dat ik heb geschreven, haha! Bear with meee.

Ik borstelde mijn haar op de maat van de muziek. Ik keek mezelf aan in de spiegel. “Mooi” zuchtte ik. Ik deed de kleren aan die ik gister had klaargelegd. Toen ik klaar was met aankleden beende ik mijn weg uit de kamer vol hoopjes kleren en propjes. “Mam?” zei ik onzeker. Ze reageerde niet. Ze is zeker nog aan het slapen. Wie slaapt er nou op een maandag uit tot half 11? “Hey, mam. Ben je wak-” Ze opende haar ogen plots en greep mij bij mijn pols. “Heb je geen respect meer voor je ouders? Zag je niet dat ik aan het slapen was?” Ze liet mijn pols los en ging zitten. Ze opende de fles alcohol voor haar en schonk het in een glas die niemand in dagen heeft gewassen. Ze schudde haar hoofd nadat ze een slok genomen had. “Ouder.” Verbeterde ik. Pap is er niet meer. En zij weet dat al te goed. “Weet je mam. Ik heb het echt gehad met jou. Je doet helemaal niets? Wanneer heb jij voor het laatst gedoucht?” siste ik. Ik probeerde mezelf in toom te houden. Ik wil niet dat ze gaat huilen. Vooral niet voordat ik naar school ga. “Jij hebt helemaal niets te zeggen over mij! Als het jou zo lastig valt, waarom ga je dan niet gewoon weg hier. Net als je broer, hé. Jullie twee verdienen elkaar.” Schreeuwde ze. “Je moeder de hele dag alleen laten, niet eens helpen. Zo heb ik jullie niet opgevoed. Wie denk je wel niet dat je bent?!” mompelde ze vervolgens. Ze stond langzaam op om een nieuw glas te pakken. “Wauw, mam. Ik hoop dat je trots bent op jezelf.” Ik knikte sarcastisch en deed mijn schoenen aan. Weg hier! Ik rende naar buiten en sprong op mijn fiets. Bij de kruising zag ik Francis staan. “Fran!” schreeuwde ik. Ik begon wat harder te trappen om ervoor te zorgen dat ik haar bij zou halen. Ik fietste zo snel dat mijn ogen begonnen te tranen. Ik weet zeker dat mijn haar er verschrikkelijk uitziet. “Noor…” lachte ze. Haar lach doet wonderen. Ze lacht niet vaak, maar als ze lacht weet je dat ze het goed bedoelt. We fietste de hele weg naar school zonder een woord te zeggen. Misschien is er vanochtend ook iets bij Francis thuis gebeurt? Op school zag ik Marc en Anuar staan. Ze waren duidelijk diep in gesprek en het viel hun dus niet op dat Francis en ik er waren. We zette netjes onze fietsen en de rekken en liepen richting de ingang. Wat zou mam nu aan het doen zijn?

“Vergeet niet de vocabulary van hoofdstuk 3 te leren, hé! Je kan geheid een onvoldoende verwachten als ik erachter kom dat je niet geleerd heb” Waarschuwde mijn Engelse docente, maar niemand had haar waarschijnlijk gehoord. Francis wachtte netjes op mij bij de deur toen ik mijn boeken inpakte. Net toen ik van plan was om te vertrekken hield Mevrouw Anders mij tegen. Verbaasd keek ik naar Francis die opdracht kreeg om het lokaal te verlaten. “Heb ik wat verkeerds gedaan?” vroeg ik. Ik haal voor mijn gevoel goede cijfers en ik gedraag me ook prima. Ze negeerde mijn vraag en schoof de stoel bij haar bureau naar achter. Ik ging braaf zitten wijl zij een slokje van haar thee nam. “Hoe gaat het met je broer?” Ze fronste en nam plaats op achter haar bureau. “… Goed” loog ik. Een gevoel van verontwaardiging schoot door mijn hele lichaam. Ik zou het liefst willen zeggen dat ze mij met rust moet laten. Dat ze zich met haar eigen zaken moest bemoeien. Alleen geeft dat haar meer reden om te vermoeden dat het niet goed gaat. “Weet je het zeker?” Vroeg ze nadrukkelijk. Ik begon me een klein beetje ongemakkelijk te voelen. Wat zou Francis wel niet denken als ik het lokaal uitstorm. Hou je hoofd koel. “Het gaat prima met Damiën, maak je geen zorgen Mevrouw. Als je het niet erg vind, ik moet nu gaan. Ik heb aan iemand beloofd dat ik ergens moet zijn” Ik stond op zonder naar haar te kijken, het liefst zou ik weg willen rennen. Weg hier. “Oh, maak niet” Ik was al weg voordat ze haar zin af kon maken. Francis hield haar mond binst ik stapvoets de hal uit liep. Ik kon het wel appreciëren dat ze me niet ging lastig vallen met vragen net als Mevrouw Anders. Ik voelde ineens mijn telefoon vibreren. Ik stopte automatisch om mijn telefoon uit mijn jaszak te vissen. Toen ik op het schermpje keek zag ik dat het Damiën was. Wat zou er aan de hand zijn?
“Norah, ben je er? Hallo, ben je er?”
“Ja ja, wat is er? Moet ik je op komen halen bij het politiebureau. Of heb je weer eens geld nodig? Of wacht, wil je dat ik iets op moet halen bij een van je vrienden? Hé?” Brulde ik overstuur. “Houd er alsjeblieft rekening mee dat we ons nog IN de school bevinden, Noor!” snauwde Francis.
“Is daar iemand? Wie is er bij je? Hallo?”
“Hoorde je mij soms niet?” Vroeg ik.
“Ja, ik hoorde je wel. Maar dat doet er niet toe. Je moet iets voor me doen”
“Dat meen je niet, Damiën. Wat nu weer?”
Hij hing plotseling op. Een diepe V ontwikkelde zich tussen mijn wenkbrauwen. “Wat is er?” vroeg Francis ongerust. Wist ik het maar. Ik trok mijn schouders op en begon weer in snelle passen te lopen. “Hey, Noor. Wat is er?” hijgde Francis buiten adem. We waren inmiddels bij de fietsenrekken. “Niks, niks!” Loog ik weer. Ik vraag me af hoe ik mezelf later uit al deze leugens ga halen. Ik weet niet wat ik mezelf aan doe, ik werk mezelf alleen maar in de problemen. “Je vertelt mij tegenwoordig niets meer! Norah, ik heb het gevoel alsof je mij buitensluit en ik ben je beste vriendin. Jij hoort mij alles te vertellen, jij hoort mij te vertrouwen” brulde ze. Ze rukte woest haar fiets uit het rek en ging ervandoor. Kleine druppeltjes vielen op mijn voorhoofd wijl ik Francis nakeek. “Hoe zit het dan met jou, Francis! Jij vertelt mij tegenwoordig ook niet meer wat!” riep ik hier nog na. Ik schopte boos de band van mijn fiets waardoor mijn fiets vervolgens op de grond viel. Wanhopig probeerde ik Damiën nog eens te bellen maar hij nam niet op.

Wauuw knap zeg! :bowing_man:
echt spannend… gaat het nog verder of niet?

X

Ja, misschien! Ik wil eerst weten wat jullie ervan vinden, dan weet ik of het t wel waard is. :slightly_smiling_face:

GA VERDER. :3

VERDERR ! :grinning:

geweldig (:
Ga verder! ;3

spannend!!
veder!?

Verder^^

spannend
up

Verder!
Up