[Verhaal] Beverly Hell

Ik heb heel lang getwijfeld of ik mijn verhaal wel hier zou plaatsen, maar ik doe het nu dus toch. Ik ben al een paar maanden met dit verhaal bezig, maar ik zit nu vast omdat ik geen motivatie meer heb om door te gaan. Dus daarom wil ik weten wat andere mensen van mijn verhaal vinden om op die manier meer motivatie te krijgen (of juist helemaal niet, als jullie het niet zo goed vinden).
Mijn inspiratie haal ik voornamelijk bij de Twilight Saga vandaan, mijn proloog lijkt ook op mijn lievelingsscène uit het Twilight verhaal. Verder gaat mijn verhaal dus ook over vampieren in een mensenwereld, alleen komen er in mijn verhaal geen weerwolven aan te pas. Ook zal het verhaal andere wendingen krijgen dan Twilight zodat het toch redelijk uniek wordt. Ik heb nu in totaal 3 hoofdstukken en ik ben bezig met de 4e.

De titel: Het verhaal heb ik Beverly Hell genoemd, omdat de hoofdpersoon verhuist naar Beverly Hills, maar dat zelf niet leuk of eigenlijk een hel vindt. ‘Hell’ is ook van toepassing, omdat er vampieren aanwezig zijn.

Over Beverly Hell:
Mijn verhaal gaat over de 16-jarige Ashlynn die van Olympia (Washington) naar Beverly Hills (Los Angeles, Californië) verhuisd. Ze moet het bos waar ze zielsveel van houdt achter zich laten en proberen te overleven in het dure Beverly Hills. De problemen vormen zich al snel en Ashlynn zoekt een manier om deze even allemaal te kunnen vergeten. Ze ontmoet een jongen waar ze al snel verliefd op wordt, maar is deze jongen wel wie zij denkt dat ze is?

Proloog is weggehaald en zal worden aangepast.

verschrikkelijk hoe je de tekst zo in het midden hebt.

Het lijkt een beetje op Twilight, dat is wel jammer.
(Iig, dat blijkt uit de proloog, verder weet ik niet hoe het verder gaat.)

@ xRhea : zo beter??
@ eyelashes : Idd de proloog lijkt er een beetje op, verder zal het wel anders verlopen dan in Twilight

Om alvast een ander idee te geven plaats ik een deel van het 1e hoofdstuk.

Hoofdstuk 1
‘We verhuizen naar Los Angeles!?’

Zenuwachtig frunnikte ik aan mijn oerlelijke soepjurk die mijn moeder me met veel geweld had aangetrokken. De jurk had een ronde hals met aan de rand allemaal piepkleine pareltjes. Dezelfde pareltjes zaten ook aan de onderkant van de jurk en aan de uiteinde van de pofmouwtjes. Mijn haar zat veel te tuttig opgestoken in een hoge knot die ook als een enorm gezwel boven op mijn hoofd door kon gaan. Ik had de kapster nog zo aangedrongen om het redelijk normaal te houden, maar zodra ze mijn haar in handen kreeg wist ik al dat mijn verzoek geen invloed op haar had. Het meisje was er waarschijnlijk al op voorbereid dat ik al protesterend mijn haar los zou trekken. Daarom had ze twee volle bussen haarlak op mijn haar leeggespoten. Als ik ook maar even aan mijn haar kwam – wat ik natuurlijk allang had gedaan – voelde me handen net zo plakkerig aan als nadat ik een afgelikte zuurstok zou hebben beetgepakt. Het maakte ook dat mijn knot niet uit zijn positie kwam, hoe erg ik mijn best ook deed. Dus was ik gedoemd de hele dag met zo’n walgelijk ding op mijn harses te lopen. Het meisje van de kleding – ik weigerde styliste te zeggen – had vervolgens deze jurk ergens vandaan getoverd en me gevraagd het aan te trekken. Natuurlijk weigerde ik te doen wat ze zei en draaide ik me haar rug toe. Het kledingmeisje was jammerend naar mijn moeder gegaan en had gezegd dat haar o zo moeilijke dochter de jurk niet aan wou trekken. Mijn moeder was hardop vloekend en stampend met het kledingmeisje mee gelopen. Uiteindelijk hebben ze met zijn vieren – mijn moeder, het kledingmeisje, de schoonmaakster en de bediende van deze avond – mijn kleren uitgetrokken en de middeleeuws uitziende jurk bij mij aangedaan. Het viel nog mee dat ze ook niet gelijk een korset bij mij aandeden. Vervolgens had het kledingmeisje waarschijnlijk de sieradendoos van een oud omaatje leeggeroofd, want ik werd behangen met parelkettingen die absoluut niet meer in waren. Mijn haar was na dit alles natuurlijk weer door de war gegaan, dus moest er een derde bus haarlak aan te pas komen. Al met al zag ik er dus vreselijk uit. En dat, omdat mijn vader thuis kwam. Na een jaar weggeweest te zijn dan. Mijn ouders waren niet gescheiden, maar je kon ook niet zeggen dat ze samen waren. Mijn vader was altijd overal, behalve thuis. Voor werk, zei hij. Maar op sommige kwaadaardige momenten had ik daar zo mijn twijfels over. Vader was eigenaar van een platenmaatschappij en manager van een of andere boyband waar nog nooit iemand van had gehoord. Hij werkte veel samen met grote beroemdheden en daardoor liepen we wat geld betreft aardig binnen. We hadden nog net geen boom in de tuin waar echt geld aan groeide. Nee dat moest er ook nog eens bijkomen. De pogingen tot inbraak bij ons waren nu al aardig hoog, maar dankzij de door mijn vader aangelegde infrarode alarm stralen – hij was een echte alarmexpert doordat hij in het verleden alarmen heeft ontworpen – waren ze allemaal nog niet zo ver gekomen. Ik zou trots op mijn vader moeten zijn, hij had tenslotte erg veel bereikt, maar dat was ik niet. Ik had een hekel aan hem. Als hij thuis was leek het alsof ik niet bestond en als hij weg was liet hij niks van zich horen. Hij belde altijd met mijn moeder, nooit met mij. En het geld, dat verwoeste mijn leven. Mijn moeder gaf alleen maar om geld. Al mijn vriendjes die ik ooit had gehad hielden niet van mij, maar van mijn geld. Op school kende iedereen me, vanwege mijn geld. Dat laatste zou niet erg hoeven te zijn als je graag in het middelpunt van de belangstelling stond, maar dat deed ik niet. Ik vond het vreselijk om zoveel aandacht te krijgen. Ondanks mijn geld, had ik niet veel vriendinnen. De meeste meiden op school gaven ook al alleen maar om mijn geld. De vriendinnen die ik had, van wie ik dacht dat ze niet op mijn geld uit waren, daar was ik niet erg close mee. Ik nam ze nooit mee naar huis. Nadat ik op de basisschool een vriendin mee naar huis had genomen wou ze elke dag mee. Ze vertelde iedereen op school hoe luxe ik het had thuis. Vervolgens zeurde iedereen of ze ook eens mee mochten naar mijn huis. Zelfs mensen die ik niet of nauwelijks kenden vroegen of ze mijn huis een keer van binnen mochten zien. Elke dag hadden er zeurende scholieren achter me aan gelopen. Ik had het die ene vriendin niet in dank afgenomen en de vriendschap beëindigd. Daarna kwamen de roddels op school.
Ik staarde naar mijn jurk die door al het gefrunnik wat gekreukt was en probeerde het weer een beetje glad te strijken. Met een zucht stond ik op van mijn eikenhouten twee persoonsbed en liep naar mijn bureau. Met mijn vingertoppen streelde ik de fotolijst waar een foto van mijn overleden oma in zat. Mijn oma wist precies wat er gaande was in mijn leven. Ik kon al mijn verhalen bij haar kwijt en ze leefde altijd oprecht met mij mee. Vier maanden geleden overleed ze. Ik logeerde dat weekend bij haar en oma had van de zolder een stapel fotoboeken gehaald om aan mij te laten zien. Oma liep voor me met de ene helft van de stapel en ik liep met de andere helft. Boven aan de brede ronde trap keek oma om naar mij en waarschuwde me om goed op te letten waar ik liep. Met zo’n stapel fotoboeken viel je snel. Doordat ze omkeek en tegelijk door liep miste ze een tree. Oma viel naar voren en de fotoboeken vlogen de lucht in. Ze kwam met een klap op de grond terecht, waarna de boeken met iets minder kabaal naast haar neer kletterde. Ik rende naar mijn oma toe en leunde over haar heen. Ik toetste het alarm nummer in op mijn mobiel en smeekte om hulp. Maar het had geen zin meer. Ze brak haar nek en was op slag dood.

Het lijkt wel héél erg op Twilight. Da’s wel jammer…

Hmm ik vind zelf dit deel van het hoofdstuk niet op Twilight lijken, maar goed :slightly_smiling_face:

Ondanks dat ik geen lezers heb plaats ik toch een nieuw stuk.
Dit is nog steeds hoofdstuk 1

Ik voelde hoe een traan mijn ooghoek verliet en veegde hem snel met de rug van mijn hand weg. Ik staarde naar de zwarte veeg op mijn hand en vroeg me af waar dat vandaan kwam. Toen realiseerde ik me dat ik make-up ophad. Ik had nooit make-up op. Ook niet naar school. Ik vond dat mensen je moesten nemen zoals je was. Een laag make-up op je gezicht was net als een masker. Niemand zag je ware ik. Ik pakte de ronde handspiegel van mijn bureau en bekeek mijn make-up. Er zat een zwarte veeg onder mijn oog. Snel werkte ik de veeg weg en legde de handspiegel weer terug waar die eerst lag.
‘Ashlynn Skye, kom je naar beneden? De visite is er al lang en vader kan elk moment arriveren,’ riep mijn moeder van beneden.
Ik zuchtte, daar begon de hel. Met lood in mijn ouderwetse naaldhakken, die perfect bij mijn jurk paste, liep ik richting mijn kwelling. Ik dwong mezelf niet in de grote spiegel te kijken die naast de deur van mijn slaapkamer hing, ik zou alleen maar geïrriteerd raken.
‘Ashlynn, schiet –,’
‘Ja-ha. Hallo zeg ik kan niet vliegen!’ schreeuwde ik chagrijnig naar beneden.
‘Jongedame. Wil je alsjeblieft niet zo’n toon tegen je moeder –,’
Ze maakte haar zin niet af en vroeg me af waarom. Mijn vraag werd al snel beantwoord, want ik hoorde beneden een hoop gejuich en er werd druk geapplaudisseerd. Vader was thuis gekomen. Ik tilde mijn jurk een beetje op en haastte me de trap af.
‘Oh Eric, oh Eric, ik heb je zo gemist,’ hoorde ik mijn moeder met een dramatische ondertoon roepen.
‘Caroline, wat heerlijk om je weer te zien lieverd,’ antwoordde vader haar.
Ik hoorde mijn moeders hakken in een snel tempo ritmisch over de grond tikken, ik nam aan dat ze mijn vader om de nek viel. Ik opende de grote houten deur die toegang gaf tot de enorme woonkamer, het enige obstakel dat nog tussen mij en dit catastrofale feest stond. Misschien wel vijftig hoofden keken mijn kant op zodra ik de woonkamer betrad. Ik knikte naar ze in de hoop dat ik daarmee niet meer zou worden aangestaard. Mislukt. Ze bleven toekijken hoe ik zo elegant mogelijk mezelf probeerde voort te bewegen op deze onmogelijk hoge naaldhakken. Ik voelde me niet op me gemak en glimlachte als een boer met kiespijn naar de gasten. Ik zag de tas die op mijn pad lag te laat en struikelde er over waardoor ik met een harde bons op de grond terecht kwam. Ik voelde hoe de beurse plekken zich al probeerden te vormen. Beschaamd keek ik naar mijn handen en probeerde onhandig op te staan. Dat had ik weer. Ik deed mijn jurk goed en probeerde mijn evenwicht terug te vinden.
‘Ah, Ashlynn, nog steeds zo onhandig als altijd,’ grapte mijn vader.
Ik keek hem geïrriteerd en enigszins verbaasd aan, het kwam niet vaak voor dat hij rechtstreeks tegen mij sprak.
‘Hoi vader,’ verwelkomde ik hem op een gemaakt beleefde toon.
Mijn vader liep naar me toe en hield vlak voor me weer halt. Hij torende hoog boven me uit, waardoor ik naar hem op moest kijken. We keken elkaar enige seconden strak aan, toen sloeg mijn vader zijn armen om me heen en trok zicht dicht tegen me aan.
‘Ashlynn, kleine meid, ik heb je zo gemist,’ fluisterde hij in mijn haar.
Ik verstijfde. Waar sloeg dit op? Hij had me misschien wel tien jaar niet op deze manier vast gehouden.
‘Eh, ik jou ook.’
Ik probeerde me zo subtiel mogelijk te bevrijden uit mijn vaders ijzeren greep. Hij scheen het door te hebben en liet me los. Voor de derde keer deze avond streek ik mijn jurk glad. Vanuit mijn ooghoeken zag ik mijn moeder ontroerd toekijken. Waarom was ze ontroerd? Omdat haar man zijn dochter eindelijk weer met respect behandelde? Haar dochter die ze zelf nóóit met respect behandelde? Of was ze ontroerd dat haar man eindelijk het toneelstuk goed opvoerde. Het toneelstuk, dat het eruit zou zien of we een happy family waren. Het zou vast het laatste wel zijn. Mijn vader keerde mij zijn rug toe en begon een praatje met een aantal gast van wie ik niet wist dat we die kende. Ik snapte sowieso al niet waarom er elke keer als mijn vader weer thuis kwam er een feest gegeven moest worden. De vorige feesten waren toch anders geweest, minder erg. Ik had er nooit zo vreselijk opgedoft hoeven uit te zien. Waarom was dat vandaag anders? Ook mijn moeder zag er overdreven netjes uit en maakte een praatje met de gasten. Er werd af en toe hard gelachen. Ik nam plaats op de rode fluwelen bank en bestudeerde verschillende mensen. Ik herkende Julliet Austen met haar man Winston Austen, onze buren. Ze maakten een praatje met William Nelson, mijn oom, en Stacey McGraw, de zus van mijn vader. Ik kijk met een schuin hoofd naar Stacey, wat deed zij hier? Ze woonde ergens honderd kilometer verderop. Julliet en Stacey hadden het over Louis Vitton die de prijzen zo akelig omhoog hadden gegooid. Julliet vond het niet kunnen, ze moest tenslotte ook nog de tas uit de nieuwe Chanel collectie kopen. William en Winston hadden het over computers, dus dat was niet interessant. Ik draaide me hoofd naar rechts en zag de dochter van de familie Austen, Victoria Austen, vies naar me kijken. Ik keek vies terug waardoor Victoria zich weer keerde tot Jessica Ferry, een verwaand kind van mijn school. Tot mijn grote verbazing waren de ouders van Jessica nergens te bekennen, normaal namen ze ook deel aan deze belachelijke bijeenkomsten. Behalve Victoria Austen die af en toe vuile blikken mijn kant op wierp lette er verder niemand op mij. Ik vroeg me af of ik Victoria ooit wat misdaan had. Voor zover ik wist niet. Opeens voelde ik een grote warme hand op mijn schouder. Ik draaide me om en keek recht in de ogen van Mike Tyler, een goede kennis die regelmatig bij ons thuis kwam.
‘Oh hoi,’ zei ik zachtjes.
‘Zo Ashlynn, dus het gaat bijna gebeuren, hè?’
Ik keek Mike verbaasd aan. Wat gaat er bijna gebeuren? Waar had hij het over? Uit verlegenheid knikte ik maar.
‘Ga je ons missen?’ vroeg Mike verder.
Het was haast zeker dat er nu vraagtekens boven mijn hoofd stonden. Waar had die man het over? Ging hij verhuizen?
‘Eh, ja,’ mompelde ik.
‘Agh, het wordt vast leuk daar in Los Angeles. Je maakt vast wel weer snel nieuwe vrienden,’ zei Mike met een troostende ondertoon.
Ik vloog overeind. Wat zei hij? Dat het leuk werd in Los Angeles? Dat ik nieuwe vrienden zou maken? Ik ging verhuizen?
‘Wat bedoel je?’ vroeg ik onzeker, maar het antwoord maakte me niks meer uit.
Mike trok een scheef en geschrokken gezicht. Hij wist duidelijk niet wat ie moest zeggen.
‘Eh, wist je niet dat -?’
‘Nee blijkbaar niet!’ snauwde ik. Ik wou uitleg en nu meteen. Ik zag mijn ouders bij onze buren, Julliet en Winston, staan. Ik liep boos stampend naar ze toe. Door mijn harde gestamp had ik de aandacht van mijn ouders al snel. Aan hun uitdrukking te zien wisten ze al waar ik voor kwam.

verder (A)

nog steeds hoofdstuk 1
-----------------------------

‘Ashlynn, wat kijk je boos,’ zei mijn moeder gemaakt verbaasd.
‘Vind je?’ gromde ik.
Ik hoorde Julliet gniffelen naast me en ik wierp haar een boze blik toe. Stom mens. Julliet trok snel haar gezicht weer in de plooi. Ik plantte mijn handen in mijn zij en keek mijn ouders doordingend aan.
‘Los Angeles?’ gromde ik.
‘Ja, Ash -,’
‘We verhuizen naar Los Angeles!?’ gilde ik nu gefrustreerd en ik legde de nadruk op Los Angeles.
Mijn vader legde een hand geruststellend op mijn schouder, maar ik schudde hem weg.
‘We wilden het je eerder vertellen, maar -,’ legde mijn moeder uit.
‘Maar wat?’ snauwde ik.
‘Maar we dachten dat het beter was als we het op het laatste moment vertelde, aangezien jij altijd zo overdreven hysterisch reageert op dit soort dingen. Je zou dagen alleen maar ontevreden lopen doen. Ik weet zeker dat je Los Angeles leuk gaat vinden. We hebben een mooi huis gekocht en raad eens waar? In Beverly Hills! Stel je voor Ashlynn, je woont tussen de sterren, iedereen zou jaloers op je zijn. En vader is dan niet meer zo lang van huis weg, want de meesten zaken handelt hij af in Los Angeles. We zouden dan weer een compleet gezin worden. Ashlynn, dat is toch geweldig!’ ratelde mijn moeder.
‘Nee, dat is niet geweldig en ik ben niet van plan om mee te gaan,’ snauwde ik mijn moeder toe.
‘Maar liefje, het is het beste voor je, geloof me nou maar.’
‘Ik ben je liefje niet en jij weet niet wat het beste voor me is!’
Op dat moment voelde ik een brandende pijn op mijn wang. Het duurde even voordat ik doorhad wat er was gebeurd. Tranen welde op in mijn ogen. Ik keek naar mijn vader. Had hij me nou zojuist geslagen? Ik hoorde Julliet geschrokken een stap naar achter doen. Mijn vader en ik keken elkaar woest aan.
‘Ashlynn, naar je kamer, nu meteen,’ zei mijn vader rustig.
Ik schudde wild met mijn hoofd. Nee, hij was er nooit geweest en nu kon die niet gelijk de baas over me gaan spelen en me gaan slaan. Ik zag hoe mijn vader zijn geduld begon te verliezen.
‘Nee.’
‘Ashlynn Skye –,’
‘Verdomme nee!’ gilde ik recht in zijn gezicht.
‘ASHLYNN, NAAR JE KAMER, NU!’ bulderde mijn vader terwijl hij naar boven wees.
‘NEE! DAT BEPAAL JIJ NIET!’ brulde ik terug.
Ik zag hoe de ader op zijn slaap woest begon te kloppen. Mijn vader werd bijna paars van woede. Hij hief zijn hand op, om me nog een klap te geven. Geschrokken deinsde ik achteruit. De tranen stroomde nu rijkelijk over mijn wangen. Ik staarde hem geschrokken aan en haastte mezelf naar de kamerdeur. Dit was een kort feest geweest voor mij.
‘EN JE GAAT GEWOON MEE NAAR L.A.!’ riep hij me achterna.
Op mijn kamer aangekomen liet ik me op het ruime tweepersoonsbed vallen. Ik trapte mijn naaldhakken uit en begroef me gezicht in mijn kussen.
Ik bleef net zolang liggen totdat mijn kussen doorweekt was door mijn tranen. Langzaam kwam ik overeind en bekeek de schade die ik had aangericht bij mijn kussen. Er liepen dikke natte zwarte strepen over het ruitjes patroon dat mijn kussen had. Boos smeet ik mijn kussen naar de andere kant van mijn kamer, stomme make-up. Ik stond op en liep naar mijn eigen privé badkamer en begon aan mijn haar te trekken. Na een kwartier bezig zijn kwam mijn haar in beweging en na nog eens een half uur was mijn haar bevrijd uit de stijve knot. Mijn haar was helemaal hard van de haarlak en ik was bang dat het af zou breken. Voorzichtig begon ik mijn haar te borstelen. Na een tijdje was mijn haar weer zoals het hoorde te zijn, zacht en soepel. Maar de geur van de haarlak hing nog steeds in mijn haar. Ik zou morgenochtend vroeg opstaan en mijn haar wassen. Ik zette gelijk mijn wekker op zes uur. Dan zou ik nog genoeg tijd hebben om me klaar te maken voor school. Ik pakte een schoon lang shirt uit mijn kast en gooide hem op mijn bed. Het kostte me even totdat ik de rits van mijn jurk vond. Onhandig trok ik mijn jurk uit en gooide hem ergens in een hoek van mijn kamer.