[Verhaal] Before and After || ft. Jack and Finn Harries.

Before and After.

Drie minuten voor het ongeluk.

“Liefje, ik ben er over een kwartiertje. Ik heb een verassing voor je.” Zei hij tegen mij over de telefoon terwijl hij aan het auto rijden was. Het was een vrijdag ochtend en Finn kwam net van een familie week. Ik had ontzettend veel moeite met zijn familie. Finn kwam van een steen rijke familie die in een landhuis woonde ergens midden in het bos een eind weg van de binnenstad waar ik woonde. Hij mocht van zijn familie niet met mij in contact. Er was ontzettend veel gebeurt de afgelopen tijd dat ik met Finn was, maar we gaven niet op, nooit. Hij had voor de veiligheid het hele week geen contact met mij gezocht. Ik had hem zó ontzettend gemist, en dat wist hij. Hij maakte mij rustig en kalm en ik wou serieus elke seconde bij hem zijn. En hij wou ook elke seconde bij mij zijn. Want ook ik, maakte hem rustig en kalm. ‘Ik kan niet wachten om je te zien! Hoe was de week? Nee wacht, vertel straks alles maar aan me. Ik ben nieuwsgierig, me moeder kan ook niet wachten om je weer te zien.’ Fluisterde ik zachtjes, mijn broertje lag nog te slapen in de kamer naast mij. “Hó, liefje, ik moet ophangen, er rijdt een spookrijder op de weg… Wacht, ik herken die auto, volgens mij is dat-“ Ik fronste verward, ik hoorde een harde knal en toen viel de telefoon uit. ‘Finn!? Finn? FINN!’ Ik hoorde niets behalve een gepiep aan de telefoon. “Wat is er Hazel?!” Mijn broertje was wakker geschrokken van mijn geschreeuw. ‘Volgens mij heeft Finn een ongeluk gehad!?’

Tip: Ga niet in volgorde lezen (van: oh eerst eerst 1 dan 2, 3, 4, 5) Het is de bedoeling dat hij door elkaar is. Of eerst Before lezen en dan pas After, lees gewoon zoals ik de volgorde heb gemaakt, door elkaar en onlogisch!

Nee, ik heb dit niet van 500 days summer. Ik heb dit eerlijk gezegd door een boek waarin elk hoofdstuk heette: 99 days, 98 days, 97 days (wat overigens wel op volgorde stond) Ik hoop dat jullie het willen lezen Ik weet het, hier en daar staan foutjes. Dat komt doordat ik te snel typ en niet na lees (wat ik niet durf -.-) Ik DOE mijn best c:

please geef reactie als je wilt dat ik verder ga!

x

Hier is de Fan video:

Je mag geen reclame maken dus je zou je verhaal ook gewoon helemaal hier kunnen plaatsen c:

oh ;o!
naja, oké, ik plaats hem dan wel hier!;d dankje.

Ik geef de volgorde aan voor jullie!

1
305 dagen voor het ongeluk.
“Zo, klas. De eerste schooldag is aangebroken. Even kijken, zie ik bekende gezichten. Oh! Ja, daar hebben Michael en Ryan en… Finn? Ik dacht dat jij over was gegaan?” De klas draaide zich om naar een jongen die helemaal achteraan zat. “Ja, dat dacht ik ook tot de toets werd nageteld, ik ben op één tiende punt niet overgegaan…” Zei hij glimlachend, alsof het hem geen reet boeide, en misschien boeide het hem ook geen reet. “Dat is balen man. Nou, klas. Ik ben jullie mentor, ook wel meneer Barsten maar jullie mogen bij Bart noemen, Bart Barsten. Mijn ouders hebben een raar soort of humor die ik ook nog steeds niet begrijp. We gaan ons op deze manier voorstellen…” Onze mentor liep naar mijn beste vriendin toe en stak zijn hand uit. “Mijn naam is Bart Barsten, wat is jou naam?” Lisa schoot in de lag en schudden zijn hand. “Ik ben Lisa Bealden.” Hij liet haar hand los en legde verder uit: “Vervolgens gaat Lisa naar iemand toe lopen, alsjeblieft iemand die je nog niet kent. En ze stelt zich voor, zo gaan we door.” Lisa stond op en keek om zich heen, ze liep richting de jongen Ryan die was blijven zitten. Ze schudden zijn hand en zei al glimlachend: “Ik ben Lisa Bealden, wat is jou naam?” Ze kon natuurlijk haar lach niet inhouden. Ryan moest ook lachen, iedereen voelde zich een beetje ongemakkelijk hierbij. Hij schudden haar hand en zei grijnzend: “Ik ben Ryan Woodling, aangenaam.” Zei hij er net achteraan. Hij keek even rond en liep naar een onbekend meisje toe. “Ik ben Ryan Woolding en wat is jou naam?” Het was vreemd om je zo voor te stellen aan een wild vreemde. “Ik ben Katy Wosh, aangenaam.” Ze stond op en liep vastberaden op Finn af. Ik moet toegeven, als ik het lef had, was ik ook op hem afgestapt. “Ik ben Katy Wosh en jij bent Finn…?” Finn begon zacht te lachen en maakte haar zin af. “Harries, aangenaam.” Hij stond op en keek de klas even rond. Ik keek zelf ook even rond en zag dat iedereen hem aanstaarde, vooral de meisjes. Iedereen hoopte natuurlijk- “Ik ben Finn en jij?” Zei hij met een brede glimlach tegen mij. Hij stak zijn hand uit naar mij, het duurde een tijdje voordat ik hem pakte. Ik was een beetje verbaasd en staarde hem stug aan. ‘Ik ben… ehm… Hazel Letter.’ Finns glimlach verdween. “Jij bent de dochter van Steve Letter?” Ik knikte langzaam en fronste. Hoe wist hij dat? Hij zei niets meer en liep weg. Lisa keek mij net zo verward aan als ik keek. Ik stond op en liep vervolgens naar iemand toe.

2
43 dagen voor het ongeluk.
Ik stond stil toen ik hem in de school zag staan. Hij keek mij aan, niet wetend wat hij moest doen of zeggen. We keken beide kort naar de klok, de bel zou gaan over precies drie minuten. Finn keek mij weer aan en begon op mij af te lopen. Ik voelde meteen weer alles door mijn lichaam heen gaan. Overal kriebels en een licht gevoel toen hij mij omhelsde. “Het spijt me zo erg, ik weet écht niet wat ik moet doen. Me vader vermoord me als hij ziet dit alleen al ziet. Ik kán geen afstand van je nemen en ik wil het ook niet en ik ben het ook niet van plan te doen.” Hij trok mij zo dicht mogelijk tegen zich aan. Ik legde mijn handen op zijn wangen en drukte mijn lippen tegen die van hem aan. Meteen begon hij ontelbaar veel kusjes tegen mijn mond aan te drukken alsof hij of ik elk moment dood kon gaan. ‘Me vader zei dat als hij je tegen zou komen dat hij je helemaal verrot zou slaan… Finn, als je me vader ziet. Ik meen het, ren dan.” Hij keek mij recht aan en knikte van ja. “Ik moet gaan, me broer komt straks uit dat klaslokaal.” Hij liet mij niet los en ik hem ook niet. ‘Wanneer zie ik je weer? Ik wil geen dagen wachten…’ Finn glimlachte heel lief al stonden zijn ogen bezorgd. “Ik próbeer vannacht langs te komen via de schuur. Ik kan je niet sms’en, mobiel is afgenomen maar ga maar gewoon slapen, wacht niet oké. Ik moet nu gaan.” Hij drukte nog een kus op mijn voorhoofd en liet me langzaam los. Hij liep langs mij heen richting de volgende les. Ik kon het niet uitstaan dat zijn vader het zelfs voor elkaar had gekregen om ons niet in een klas meer te krijgen. Ik keek weer voor me uit en zag Jack het klaslokaal uitlopen. Hij keek mij vuil aan en duwde me met zijn schouder opzij.

3
2 dagen na het ongeluk.
Ik zat op een stoel naast het bed. Ik keek naar hoe zijn borst op en neer bewoog. Ik aaide voorzichtig met mijn vingers over zijn hand heen. Hij leeg er erg vredig, eigenlijk gewoon alsof hij aan het slapen was. Precies zoals hij er uit zag wanneer hij aan het slapen was. De dokter hadden gezegd dat Finn veel geluk had gehad, maar hij lag in een hele diepe coma. Waarschijnlijk zo diep dat de kans klein was dat hij eruit zou komen. Als hij na zes weken nog niet uit de coma zou zijn, dan was de kans groot dat hij daarna zou gaan overlijden. Toch waren er mensen op de wereld die jaren lang in coma hadden gelegen en daarna nog wakker werden maar wel wakker werden als een halve debiel. Dat sommige mensen amper konden praten, lezen of schrijven en de meeste herinnerde zich er niets meer van, bijna niemand herinnerde zich iets van het ongeluk. Het laatste wat Finn zei was dat hij de auto – de spookrijder herkende en hij wou zeggen wie het was, maar dat heeft hij nooit meer kunnen zeggen. Alles in de wereld werkte tegen ons, tussen Finn en mij. Alles en iedereen leek onze relatie te haten. Ik hoorde de deur open gaan en een diepe zucht. “Je bent er nog steeds… Hazel, Finn gaat niet wakker worden. Ik ben bang dat hij nooit meer wakker word.” Zei Jack vermoeid en ging naast mij zitten. ‘Zeg dat nooit meer tegen mij.’ Zei ik dreigend en keek hem woedend aan. Ik was hem maar voor één ding in het leven dankbaar en dat was dat hij er voor heeft gezorgd dat ik Finn wel mocht bezoeken. Dat is het enigste.

scroll naar beneden, daar begint het!

hoofdstuk 4.
305 dagen voor het ongeluk. – evening.
‘Pap, ken jij toevallig ene Finn Harries?’ Vroeg ik onder het eten. Mijn vader liet zijn vork vallen en keek mij woedend aan. “Wil jij nóóit meer die achternaam zeggen? Weet je wat, ga naar boven toe! NU!” Ik keek mijn moeder vragend aan die haar hoofd teleurgesteld schudden. “Steve, dat is onredelijk. Je kan haar niet naar boven sturen voor een vraag.” Mijn vader schudden woedend zijn hoofd en keek naar zijn eten. Ik stond voorzichtig op maar mijn vader zei al: “Ga maar zitten. Finn is waarschijnlijk een van de zonen van Willem Harries. Hij is mijn aardsvijand sinds dat ik me kan herinneren. Onze familie heeft altijd al ruzie gehad met die verschrikkelijke kakkers.” Mompelde hij boos. Ik keek mijn broertje aan die zijn schouders ophaalde. “Hoe ken je hem?” Vroeg mijn moeder. ‘Hij zit bij mij in de klas, hij is wel aardig volgens mij?’ Mijn vader keek mij woest aan. “Er bestaan geen aardige mensen met de achternaam Harries!” Ik schrok er een beetje van en keek mijn moeder weer aan. “Je overgroot opa en zijn overgroot opa waren ooit eens beste vrienden, ze hadden samen een goedlopend bedrijf en op een dag kregen ze ruzie en Finns overgroot vader besloot om het bedrijf zelf te runnen en daardoor werd hij rijk en jou overgroot opa niet. Sindsdien heeft onze familie altijd al hun succes proberen te vernietigen en-“ Mijn vader begon er doorheen te schreeuwen. “Dat is niet waar! Hun staken ons huis in de fik en hebben mijn opa vermoord en ze zeggen nog steeds dat dat niet waar is! Hazel, je blijft uit de buurt van die moordenaar! Ze zijn arrogant en onmenselijk!” Ik slikte en knikte snel van ja. “Hij woont in een ontzettend groot landhuis waarvan mijn vader zeker is dat opa daar nog ligt begraven en dat landhuis tot onze familie behoord.” Ik keek mijn vader vragend aan. ‘Is hij dan nooit terug gevonden?’ Mijn vader schudden zijn hoofd. “Op een dag was hij na een late avond verdwenen. Hazel, ik meen het. Die familie is achterbaks en gevaarlijk.” Ik staarde naar mijn bord. Fijn, zat er een super knappe charmante jongen in mijn klas die mijn hele familie haatte en zijn familie haatte mijn familie.

5
300 dagen voor het ongeluk.
“Maar Hazel, hij is zó lekker. Ik meen het, hij staart je de hele tijd aan onder wiskunde, biologie, economie, Engels, Geschiedenis en met zelfs met scheikunde kijkt hij soms achter zich om en kijkt je aan. Ik zie álles.” Lisa had al een paar wijntjes op, we waren aan het voordrinken bij haar huis. We zouden vanavond uitgaan, het was namelijk zaterdag, de leukste uitgaan avond in ons dorp. Afgelopen week was zó ongemakkelijk. Finn en ik hadden niet gepraat, volgens mij mocht hij niet met mij praten en ik ook niet met hem dus dat kwam goed uit. Maar hij keek mij zó vaak aan. Niet glimlachend of zo, maar hij keek me gewoon af en toe aan. Het sloeg totaal nergens op, ik keek dan ook gewoon weg want ik wist niet wat hij er mee wou. ‘Lisa, ik heb je al verteld. Ik mág niet met hem omgaan. Ik weet dat hij knap en zo is. Maar wrijf het er nou niet in, ik kan er namelijk niets mee! Zullen we gaan? Ik fiets wel heen, jij terug.’
We liepen de club in en we begonnen meteen te dansen. We waren er pas vijf minuten tot opeens Lisa in mijn oor stond te gillen: “Oh mijn god, hij is er. Hij is er! Finn is er! Kom! Oh mijn god. Hij heeft een tweeling broer?! Oh… mijn god. Het leven kan niet beter.” Ze pakte mijn arm vast en trok mij mee. Echt in een paar seconden stond ik voor Finns neus. Ik verstijfde helemaal. “Hé klasgenoot! Zeg, stel me eens voor aan je broer!” Zei Lisa al dronken. Finn keek mij aan en glimlachte, voor het eerst sinds de hele week. Hij keek naar mij en glimlachte in plaats van dat hij mij zo nors aankeek. “Dit is mijn broer Jack, voor als je het wilt weten, ik ben ouder. Jack, dit is Lisa en dit is eh… Morgan.” Stelde hij mij nou voor als Morgan? Lisa hoorde het niet eens en begon Jacks oren er af te praten. Finn pakte mij vast en trok mij mee, weg van hun. ‘Morgan?’ Vroeg ik licht beledigd. “Jack mag niet weten dat jij Hazel Letter ben. Ik neem aan dat je het wel weet? Van dat familie gedoe?” Ik knikte vlug van ja en staarde hem aan. ‘En wat vind je er van?’ Vroeg ik zacht. Finn glimlachte heel licht en keek even opzij. “Onzin. Maar helaas ben ik de enige in mijn familie die het onzin vind. Mijn broer kent je niet eens en haat je al. En jij? Wat vind jij ervan?” Hij keek mij nogal onzeker aan. Ik wist niet waarvan. ‘Ook onzin. Ik en jij hebben niets te maken met de ruzie die onze overgrootouders hadden.’ Finn knikte snel en glimlachte lief. “We kunnen wel met elkaar omgaan toch? Als je wilt tenminste, maar dan wel een beetje stiekem.” Ik moest grijnzen en zei zacht: ‘Ik hou wel van stiekem.’

hoofdstuk 6
30 dagen na het ongeluk.
“Hallo Hazel, je nam niet op vandaar dat ik je voicemail inspreek, ik ben het, Finns moeder. Ik wil graag even met je praten, niet over de telefoon maar in het echt. Misschien kunnen we vandaag of wanneer je tijd hebt wat drinken? Bel mij zo snel mogelijk terug wanneer je dit bericht heb afgeluisterd. Het is belangrijk.” Ik luisterde nog eens naar haar voicemail, ik stond te wachten bij het restaurantje waar we hadden afgesproken, de zenuwen sloegen mij te binnen. Ik zag haar auto aankomen rijden. Ze parkeerde hem en stapte uit. Ze liep meteen op mij af. Ze glimlachte moeilijk naar mij en ging op het terras zitten. Het was natuurlijk midden zomer. ‘Waar wilt u het over hebben?’ Vroeg ik angstig, er zat al een brok in mijn keel al wist ik nog helemaal niets. “Willem en ik zitten al na te denken over wat er met Finn moet gebeuren als hij niet uit de coma waakt. Het is al een mand geleden en we geven hem natuurlijk sowieso tot na de zomervakantie. Willem zegt dat we hem moeten laten gaan als hij dan nog niet wakker is… Ik… ben bereid om jaren te wachten. Maar ik wou eigenlijk ook graag weten wat jij er van vindt?” Mijn mond viel open en meteen schudden ik mijn hoofd van nee. ‘Nee!? Er zijn mensen die jaren in coma hebben gelegen, ik snap dat het na die zes weken geld gaat kosten maar alstublieft, desnoods help ik mee betalen!?’ Het sloeg nergens op wat ik zei, want ik wist dat geld het probleem niet was. “Nee, dat is het niet. Maar je hebt gelijk. Ik weet dat Willem niets wilt weten van jou mening, maar Jack zegt ook dat hij Finn alle tijd wilt geven. Ik had ook met de dokters gepraat die zeiden dat de kans echt onwijs klein is en het beter is om hem in te laten slapen aangezien het zelfs nutteloos schijnt te zijn. Hopeloos…” Ik had niet vaak met Finns moeder gepraat, al had ik er wel uit begrepen dat zij de ruzie tussen de twee families net zo onzin vond als de mijne. Nou ja, ze vond het geen onzin, maar ze vond dat wij er niets mee te maken hadden. Helaas had Finns moeder haast niets te zeggen in het huis. ‘Het kan me niet schelen hoe lang ik moet wachten, ik laat Finn niet dood gaan.’ Zijn moeder glimlachte dankbaar naar mij en zei zacht: “Ik ook niet.”

7
298 dagen voor het ongeluk.
Het was maandag ochtend en meer dan de helft van de klas zat te klagen over hun kater. Ik staarde naar de deur, wachtend tot Finn binnen kwam, Lisa was er ook nog niet. Het was zaterdag avond zó ontzettend leuk. We hadden onze eigen families belachelijk gemaakt toen we buiten een rondje gingen lopen. Finn was een ontzettende leuke spontane jongen die hier en daar zijn verlegen kanten had die super schattig waren. Hij gaf me op het laatst toen zijn broer hem aan het zoeken was een knuffel en zei dat hij mij maandag wel zou spreken. Ik zag dat Finn en Lisa tegelijk binnen kwamen. Lisa was met Finns broer Jack geweest die avond nog, meerdere keren. Ze kon niet stoppen met over hem te praten. Finn begon ineens snel te lopen toen Lisa iets tegen hem zei. Beide begonnen ze te rennen richting mij. Finn stormde op de stoel naast mij en viel half tegen mij aan. “Ahh! Rot kind dat je bent! Je pikt me beste vriendin af!” Zei Lisa tegen Finn. Ze zag er verschrikkelijk moe uit. Finn helemaal niet. Hij glimlachte breed naar mij en zei speels: “Goedemorgen Hazel, leuk weekend gehad?” Finn trapte voorzichtig met zijn voet Lisa weg van de stoel, ze bleef aan hem trekken want ze wou net zoals Finn naast mij zitten. ‘Ik voel me geliefd maar ik wil Finn naast me Lies, sorry.’ Ze schoot in de lach en zei expres: “Maar nátuurlijk wil jij naast Finny zitten.” Ik rolde met mijn ogen en keek Finn aan. ‘Een top weekend, vooral zaterdag avond rond half vijf bij de kerk.’ Finns brede glimlach verdween, hij keek ontzettend zielig. “Wat? Vond je het leuk dat ik weg ging?” Ik zei een tijdje niets en keek een tijdje naar zijn gezicht, het was echt een puppy als hij zo zielig keek. ‘Nee…’ Zei ik plagend. “Je vond het leuk dat ik je knuffelde?” Zei hij en glimlachte super breed. Normaal was ik nooit zo’n typje die überhaupt iets toe zou geven, maar ik knikte wat verlegen. “Aw, wat een schatje ben je ook, kom hier.” Hij sloeg zijn armen om mij heen en plette me haast. Onze mentor keek mij grijnzend aan, hij trok zijn wenkbrauwen speels op. “Ik denk dat Finn en Hazel even aan de klas willen laten zien hoe schattig ze zijn.” De hele klas draaide zich om waardoor Finn me meteen los liet. ‘Je kilde me.’ Zei ik bot, al kon ik niet stoppen met glimlachen. “Huh? Maar Finn mag toch helemaal niet omgaan met Hazel? Toch zo’n familie drama gebeuren?” Flapte Ryan uit. Finn keek hem echt woedend aan. “Klopt en daarom kan je er ook maar beter niets van zeggen.” Meteen was de klasse sfeer raar. Iedereen begon te fluisteren. Meteen werd natuurlijk hét verhaal doorverteld. Bart keek ons aan. “Nou, klas. Dan weten jullie precies wat jullie niet moeten doen. En dat is doorvertellen, oké? Kan iedereen zich daar aan houden? Een beetje een klasse geheim kan toch wel?” Vanaf dat moment vond ik mijn mentor Bart zeker de gaafste leraar ooit.

8
286 dagen voor het ongeluk.
Al iets meer dan twee weken waren Finn en ik “stiekem” bezig. Het was ontzettend moeilijk aangezien zijn tweeling broer op school rond liep en afspreken… Dat was al helemaal een ding. Finn durfde maar steeds niet af te spreken, al kwam ik op ideeën zoals gewoon ergens hangen, bij het bos, supermarkt, ergens. We hoefde niet perse bij iemand thuis, dat was onmogelijk. Maar zoals Finn zei: mensen zouden ons zien en dan zou alles doorverteld worden. Het was namelijk echt een probleem. Alleen in de klas konden we met elkaar omgaan. Niet eens in de pauzes. We konden niet eens vrienden worden op sociale netwerken. Gelukkig was ik niet zo van de netwerken maar toch, het feit dat het niet kon. En schijnbaar wist het hele dorp van de ruzie? Gelukkig konden we vanavond wel een soort van afspreken, hij zou namelijk uitgaan en ik ook. We waren weer bij Lisa thuis aan het voordrinken. “Het is best wel kut weetje, dat we niet kunnen dubbel daten. Maar ik zal Jack wel bezig houden de hele avond en dan kan jij zogenaamd Morgan Finns meisje spelen. En pak hem op zijn bek hè?” Ik keek Lisa grijnzend aan en schudden mijn hoofd van nee. ‘Ik denk dat hij mij eerder ziet als vriendin.’ Lisa kwam overeind en keek mij vernietigend aan. “Hazel, hoe durf je dat te zeggen?! Doe niet alsof jij hem ziet als een vriend en hij jou ziet als zomaar één vriendin, waag het. Iedereen uit de klas zegt dat jullie een stel zijn.” Ze had gelijk, we zagen elkaar niet als vrienden, we waren continu aan het flirten en oké. ‘Sorry, dat was stom om te zeggen.” Ik nam een slokje van mijn wijn en keek Lisa aan. “Ik wet dat jullie vanavond met elkaar gaan.” Ik haalde mijn schouders op. ‘Wie weet?’
We liepen de club binnen, mijn ogen zochten overal naar Finn. “Daar zijn ze!” Gilde ze haast. Ik wist wat het plan was. Ik bleef staan en liet Lisa gaan, zij zou hem afleiden. Ze nam Jack mee naar de dansvloer. Ik liep snel naar Finn toe, hij sloeg zijn armen om mij heen en tilde mij op. Hij drukte onverwachts zijn lippen op mijn mond. Hij had niet eens gedronken, de vorige keer ook al niet. Hij droeg mij zo door de club heen, wat ik persoonlijk geen goed idee vond. Hij ging de club uit en liep naar de kroeg ernaast. ‘Huh?’ Hij knikte speels van ja. Het was er veel rustiger, er waren gewoon wat mensen die aan het drinken en lachen waren. Hij zetten mij neer op de bank en ging naast mij zitten. “Trouwens, Jack was gisteren boos op me geworden. Hij weet dat jij dus geen Morgan bent en gewoon Hazel Letter. Maar ik had gezegd dat jij niet meekwam, gelukkig trapt hij daar in. Volgens mij wilt hij ook vandaag vroeg vertrekken, hij zei dat hij zich niet lekker voelde.” Ik keek hem ernstig aan, maar hij leek niet zo bezorgd te zijn. Hij pakte mij vast en trok mij naar zich toe zodat ik tegen hem aan lag. Hij trok mij iets omhoog en pakte mijn gezicht vast. Hij begon overal kusjes op mijn gezicht te drukken. Ja, Lisa had gelijk, vanavond zou het wel gebeuren. Ik ging op zijn schoot zitten met mijn gezicht naar hem toe en drukte kusjes op zijn mond. Hij stopte even en zei heel zacht tegen mij: “Ik vind je echt heel leuk, Hazel.” Ik begon te blozen. Mijn handen hielden zijn nek vast. Ik hoorde hier en daar gefluit van de mensen die in de bar zaten. De muziek stond niet eens zo hard. ‘Ik jou ook.’ Zei ik zachtjes. Hij drukte zijn lippen langer tegen die van mij. Ik deed mijn ogen dicht, maar een seconden later schoten ze open. “Finn!? Jongen doe normaal!” Het was Jack. Finn en ik keken geschrokken Jack aan, Finn duwde mij voorzichtig van zich af. “Ik ga het tegen pap zeggen!” Zei Jack kinderachtig.

hoofdstuk 9
7 dagen na het ongeluk.
“Er is een kans dat hij het Locked-In Syndroom heeft, dat betekent dat hij misschien wel geluiden kan waarnemen en als we de ogen openen dat hij kan zien.” Zei de dokter terwijl we richting zijn kamer liepen. Jack en ik keken elkaar vagend aan. “Dus hij is van binnen nog helder? Tenminste, daar is kans op?” De dokter knikte van ja en liep de kamer binnen. “Dat gaan we vandaag testen. We gaan zijn ogen open doen en een van jullie twee gaat hem vertellen dat als hij ons hoort, hij met zijn ogen naar beneden moet kijken.” Jack keek mij bezorgd aan en zei voorzichtig: “Zeg jij dat maar tegen hem, hij doet volgens mij eerder wat jij zegt.” De dokter glimlachte licht en zetten een stoel naast Finns bed. Ik ging er op zitten en pakte voorzichtig zijn hand vast. Ik was haast elke dag bij hem. De dokter opende voorzichtig zijn ogen. Ik staarde er meteen naar, zijn groene heldere ogen keken wat voor zich uit. Zou hij alles gehoord hebben? Wat ik elke dag tegen hem zei sinds dat hij hier lag? “Probeer maar.” Zei de dokter. Ik leunde iets over Finn heen. Maar ik wou alleen tegen hem praten wanneer de andere er niet bij waren. ‘Sorry, ik kan het niet als jullie hier zijn, kan ik het niet zelf checken?” De dokter knikte. Het was een vriendelijke man. Jack keek mij twijfelend aan en stond op, samen met de dokter liep hij de kamer uit. Finn lag aan een beademingsmachine, buisjes bij zijn neus. Ik ging met mijn hand over zijn wang heen. ‘Finn, ik weet niet of je mij kan zien nu, of horen… Maar als je het kan, geef dan een teken. Kijk naar beneden of boven. Alsjeblieft…’ Ik keek naar Finns ogen, ze bleven voor zich uit kijken. Ik kwam langzaam voor over en drukte een kus op zijn mond. Ik zuchtte heel diep en staarde hem een tijdje aan. Om eerlijk te zijn dacht ik al dat dit niet zou werken. ‘Kijk alsjeblieft naar boven of beneden alsjeblieft.’ Zei ik nog eens. Ik leunde met mijn hoofd op zijn buik en keek naar sloot mijn ogen. Ik miste hem zo ontzettend erg. Ik kon nergens anders aan denken, als ik thuis was, was ik bang dat hij wakker was geworden en ik er niet bij was. Elke seconden dacht ik: wat nou als hij nu is ontwaken? Ik kwam omhoog en keek hem aan. De vlinders borrelde op toen ik zag dat zijn ogen naar mij keken. Ik bukte over hem heen. De tranen gingen meteen over mijn ogen heen. ‘Oh mijn god, je hoort me?’ Finns ogen keken nog opzij. ‘Kan je alsjeblieft naar boven of beneden kijken?’ Finns ogen bleven maar opzij staan. Mijn handen lagen op zijn wangen. ‘Finny, alsjeblieft.’ Finn bewoog zijn ogen en weer deed hij niet wat ik zei, maar weer keek hij mij aan.

Yes… Hier ben ik een hele dag zoet mee…

aww, yay! :grin: ik hoop dat je het wat vindt!

heb hem ook gelezen :grinning:

hhihiihih GOEDZO >:grin: de volgende twee stukjes zijn bieeena klaar!

hoofdstuk 10
139 dagen voor het ongeluk.
“Ze rijden…Nú weg!” Zei ik door de telefoon heen. Meteen hoorde ik de achterdeur open gaan. Ik rende de trap af en deed de telefoon uit. Ik vloog in Finns armen. Hij tilde mij op en draaide een rondje. Hij gooide mij op zijn schouder en begon naar de trap te rennen. Ik begon te gillen en te lachen tegelijk. “Hazelnootje, waar ben je gebleven mijn hele leven?” Lachte hij en gooide mij op het bed. Hij ging op mij zitten. Ik probeerde hem om te gooien, maar hij bleef zitten. ‘Ik zat aan de hazelnootjes boom.’ Gaf ik als antwoord, elke keer gaf ik een ander antwoord wanneer hij die vraag stelde. Soms heel gemeen, soms heel lief en soms, zoals nu, sloeg het nergens op. Hij boog voorover en drukte zoals hij altijd deed, ontelbaar veel kusjes op mijn mond en gezicht, ik dacht altijd serieus dat hij elk plekje wel had gehad. Hij begon mij te kietelen bij mijn zij. Ik gilde het uit en probeerde zijn handen stil te houden, maar het lukte maar niet. Hij stopte eindelijk en boog zich voorover tot zijn neus de mijne aanraakte. ‘Ga je draaikolken?’ Vroeg ik zogenaamd angstig. Finn schudden zijn hoofd van nee en drukte eerst heel voorzichtig een kus op mijn mond. “Nee, ik zal dat je tong besparen.” We waren samen eigenlijk best wel raar, we zeiden de raarste dingen tegen elkaar en deden de raarste dingen, maar dat was juist het leukste. Toen hij weer dichterbij kwam voelde ik alle vlinders in mijn buik weer helemaal omhoog stijgen tot ik me weer licht voelde in mijn hoofd. Er was zeker iets beters dan dronken zijn of seks. Ik ging met mijn handen door zijn haren heen. Er waren meerdere dingen die beter waren dan die twee dingen. Toen hij zijn lippen weer op die van mij drukte beet ik op zijn onderlip en liet hem expres niet los. Hij lag helemaal over mij heen, ik was er zeker van dat als je van boven af keek dat je alleen Finn zag. Ik gleed met mijn handen naar beneden en ging er mee onder zijn shirt. Ik ging voorzichtig met mijn nagels over zijn buik heen - waar hij oh zo slecht tegen kon. Ik liet zijn lip eindelijk los. Onze lippen raakte elkaar aan. Dit was ongeveer het leukste van Finn, hij kon van allerlei dingen tegelijk doen. Hij ging met zijn handen langs mijn hals en door mijn haar heen en op dat zelfde moment begon hij mij te zoenen, hij trok mij een beetje omhoog en zoals altijd deed hij net iets te hard, hij sloeg zijn benen om mij heen en hield ons strak bij elkaar. Hij beet op mijn lip en drukte zijn lippen tegen mijn oor, hij fluisterde zacht: “Ik hou van je hazelientje.” Dat alles bij elkaar, was gewoon perfect. ‘Ik ook van jou Finny.’ Ik was er zeker van dat sommige mensen onze klefheid wel konden uitkotsen, maar die klefheid zag nooit iemand en dat bleef ook echt iets tussen ons.
11
284 dagen voor het ongeluk.
Ik had Finn niet meer gezien of gesproken toen hij door zijn broer werd mee getrokken. Finn stribbelde heus niet tegen, hij keek mij alleen maar zielig aan. Gister avond had Finns vader gebeld. Hij had gezegd: “Je dochter moet met der poten van mijn zoon afblijven, anders zorg ik er voor dat ze geen poten meer heeft.” En er werd opgehangen. Ik had ontzettende ruzie met mijn ouders. Iik had gelogen dat ik te veel gedronken had en Finn ook. Ze waren van plan naar zijn huis te gaan. Mijn moeder zei om te praten maar mijn vader schreeuwde om Finns hoofd er af te halen. Ik liep de klas binnen, ik was een beetje laat. Ik was ontzettend uitgeput van het ruziën en alles. Toen ik zat, zag ik Finn al achteraan in de klas zitten, hij had een blauw oog. Ik liep direct naar hem toe. ‘Finn? Oh god, dit is mijn schuld, heeft je vader dat gedaan?’ Ik legde mijn hand op zijn schouder, maar hij trok zich terug. “Nee, het is mijn schuld. Het is beter als we hiermee stoppen, Hazel.” Ik wou naast hem gaan zitten maar hij zei opnieuw: “Het is beter als we hiermee stoppen, direct.” Ik stond op en keek hem aan, er zat meteen een brok in mijn keel. Hij zag dat mijn ogen betraand raakte. Hij keek met moeite weg. “Niet huilen, ik wil je niet zien huilen…” Ik veegde mijn tranen weg en ging aan de andere kant zitten van de klas. Mentor Bart had het door dat er iets was. “Finn? Wat is er gebeurt met je oog?” Maar Finn reageerde niet. Hij keek mij aan. Hij wist wel wat er gebeurt was, dat kon hij zo raden door Finns reactie. Ik zag dat Finn heel langzaam mijn kant op keek, wat verwachtte hij? Dat ik aan het opletten was? Dat ik hem binnen twee seconden vergeten was? Hij tikte met zijn voet tegen de grond. En opnieuw. Hij staarde mij maar aan. Waar sloeg dit op? En waar sloeg “hiermee” op? Ik stond weer op en pakte mijn spullen, ik plofte naast hem en keek hem aan. “Hazel, ga nou-“ Ik praatte (schreeuwde?) zo door hem heen. ‘Wat nou!? Ga me dan ook niet aanstaren!? Alsof ik jou kan negeren en jij mij?’ De klas keek ons aan. Mentor Bart zei zelfs niets, hij ging zitten en begon te doen alsof hij wat aan het na kijken was? “Het wordt toch niets!” Flapte Finn uit. Opnieuw sprongen de tranen in mijn ogen. ‘Hoezo niet?’ Finn sloeg vermoeid zijn hand voor zijn gezicht. “We mogen geen contact, er komt geen dag dat er vrede komt tussen onze families, iedereen houdt ons in de gaten. Het is onmogelijk. Het ligt niet aan jou of mij, maar aan onze families!” De mentor keek ons beide aan. “Finn, niet om me er mee te bemoeien, maar je kan niet van Hazel verwachten dat ze je gaat negeren als je haar de hele tijd aankijkt, meisjes willen duidelijkheid, of wel, of niet. Oké, nu bemoeide ik mij er toch mee, negeer wat ik zei al was het waar.” Finn zuchtte heel diep en pakte mijn hand vast. ‘En dit betekent?’ Vroeg ik licht geïrriteerd. “Ik kan je toch niet negeren.”

Ik vind je verhaal erg tof om te lezen! Ergens doet het me denken aan '500 days of Summer.

Let er wel op dat je het niet over ‘me vader’ en dergelijke hebt. Vooral in je eerdere stukken is mij deze en een paar varianten (moeder, broer, als ik het goed zeg) opgevallen.

ik dacht eerst; wat verwarrend die hoofdstukken zo door elkaar van verschillende momenten… Heulemaal niet haha ;p Het verhaal is echt super!! Kan niet wachten op de volgende stukjes!

Let nog wel een beetje op je spelling (hun zijn, hij leeg er vredig etc.) en op je zinsbouw, maar voor de rest echt super! ga zo door :slightly_smiling_face:

Echt super leuk verhaal ! LOVE IT ! En Jack & Finn zijn zooo adorable ! :astonished:

leukkkk! (:

Jack & finn :sparkling_heart:

Verder! Verder! :upside_down_face:

I love Jack & finn <3 Maar het verhaal sprak me niet zo aan, sorry : (

106 dagen na het ongeluk.
“Hé Hazel, zullen we vanavond uit eten?” Vroeg Jack over de telefoon. Ik staarde voor mij uit en staarde naar de foto van Finn en mij. ‘Ja, is goed.’ Zei ik zonder toon. “Ik kom je om half acht ophalen oké?” Jack was de laatste tijd super lief, hij kwam vaak bij mij langs en dan gingen we samen praten over Finn, soms probeerde hij te praten over andere onderwerpen, maar dat hielp niet echt. Uiteindelijk begon ik toch altijd wel weer over Finn te praten. Het was al half zeven, zoals altijd sprak Jack af op het laatste moment. Finn die zei niet eens of hij kwam of hoe laat, ik was er zeker van dat Finn geen tijd besef had. Soms zei hij: “ik ben er over vijf minuten” en een half uur later kwam hij aanzetten, serieus denkend dat hij precies op tijd was. Ik begon me te douche en wat make-up op te doen, sinds school weer begon had ik make-up op mijn gezicht gedaan, aangezien ik maanden lang als een spook erbij liep. Ik kleedde me aan en stond voor de spiegel, ik zag er op zich best leuk uit. Misschien té? Jack zou denken dat ik dit voor hem heb gedaan terwijl ik gewoon zin had om me gezicht in te kleuren. Ik twijfelde een tijdje en liet het maar zo. Ik had mijn lange bruine krullende haren alleen gekampt en voor de rest liet ik het zo. Ik hoorde de bel gaan en liep naar beneden toe. Ik deed de deur open en keek Jack aan. Hij wou wat zeggen maar er kwamen geen woorden uit zijn mond. Ik reageerde er verder niet op en pakte mijn jas. ‘Waar gaan we heen?’ Vroeg ik langzaam. Jack glimlachte lief. “De Gorries.” Ik wist even niet of ik moest glimlachen. ‘De Gorries? Dat is toch hartstikke duur?’ Jack knikte van ja. Hij had een rode muts op wat er best wel leuk uit zag. ‘Daar wou Finn mij mee naar toe nemen zei hij voor de familie week.’ Jack perste zijn lippen op elkaar en knikte langzaam. Waarom moest ik dat zeggen. Hij keek een beetje ongemakkelijk weg. “Oh… Wil je ergens anders heen?” Ik keek Jack aan die mij moeilijk aankeek. ‘Nee, nee.’ Zei ik snel, om hem niet teleur te stellen. Jack staarde een tijdje naar de grond en zei ineens: “Ik had het eigenlijk meteen moeten zeggen maar… Ik vroeg of je mee ging uiteten als een… date.” Hij keek mij aan. Ik wist mij geen houding erbij te geven. ‘Een date?’ Ik had echt geen idee wat ik er van moest vinden. “Ja, een date.” Zei hij zacht. Ik keek achter me om. Een date? ‘En wat stel jij je daarbij voor als ik vragen mag?’ Ik kon me namelijk niks bij een “date” voorstellen met de broer van mijn vriend die in coma lag. “Naja, gewoon, zoals een date. Andere woorden voor… Niet alleen praten over Finn.” Ik voelde iets opkomen wat me boos maakte, maar ook iets vond het wel oké en lief. ‘Oké, maar verwacht niet dat ik je leuk ga vinden.’ Zei ik vrij bot. Jack knikte. “Nee, dat is wel het laatste wat ik verwacht.” Ik knikte langzaam. Jack stak zijn hand uit en keek mij onzeker aan, waar haalde hij het lef vandaan? Ik staarde er naar en pakte hem vast. ‘Als Finn uit coma ontwaakt, hoef je niet meteen te vertellen dat jij en ik één date hebben gehad. Want dit stelt namelijk niets voor.’ Herinnerde ik hem er aan. Jack zei niets en nam mij gewoon mee.

280 dagen voor het ongeluk.
Afgelopen week deed Finn alsnog vrij raar tegen me. Hij zat soms naast mij, ik had door dat hij toch afstand probeerde te nemen. Hij keek me zo onzeker aan wanneer hij naast mij ging zitten zei hij amper wat. Het blauwe oog was al aan het genezen, gelukkig. Het enige wat hij had verteld was dat vrienden van zijn vorige klas aan hem vroegen: Wat is er gebeurt met je oog? En dat hij antwoordde dat hij van de fiets gevallen was. De school was net uit. Ik stond bij mijn kluis en keek even verderop, Finn stond naast Jack die tegen hem aan het praten was. Finn knikte alleen maar wat van ja. Jack zag dat ik naar hun stond te kijken, hij keek mij meteen dodelijk aan. Hij zei iets tegen Finn waardoor Finn mijn kant opkeek. Ze hadden het dus over mij, fijn. Ik keek snel het kluisje weer in. Ik zag in mijn ooghoek dat Jack op mij af kwam lopen. Ik werd er zenuwachtig van. Hij stond naast me en keek me echt ontzettend boos aan. “Omdat Finn dronken zaterdag avond was betekent het niet dat hij je wilt. Sterker, hij kotst je uit net zoals mij. Kijk ergens anders naar, naar Aaron of zo, hij is meer van jou niveau.” We keken beide opzij naar Aaron die echt een stereotype nerd was. “Waarschijnlijk is hij jou niet eens waard, hersenen heb je ook al niet hè? Waag het meisje.” Ik keek Jack licht arrogant aan. Meisje? Stoer hoor. ‘Weetje, mijn vader had gelijk. Jullie familie is een achterbakse, arrogante, kut kakker familie. Rot een eind op joh.’ Ik sloeg mijn kluisje hard dicht, een seconde later voelde ik een klap in mijn gezicht. Mijn mond viel open van verbazing. Hoe, wat? Hoe durfde hij? Ik liet al me boeken los en pakte alleen mijn map en sloeg zo hard als ik kon tegen zijn hoofd aan, al wist hij zich te beschermen. Al snel kwam Finn erbij en ging tussen ons in staan. “Jack doe normaal!” Finn drukte Jack naar achteren tot er genoeg ruimte tussen ons in zodat Jack mij niet kon aanvallen. Jack schold me nog voor alles en nog wat uit tot een leraar op ons af kwam en Jack naar buiten stuurde. Finn keek Jack na en keek mij iets teleurgesteld aan. ‘Wat?’ Zei ik nogal boos. “Een achterbakste, arrogante, kut kakker familie? En bedankt.” Ik wist even niet wat ik moest zeggen, maar aan de andere kant, Finn kon het nu krijgen ook. ‘Je weet dat ik dat niet van je vindt. Kom eens voor jezelf op, jij hebt ook geen ruggengraat. Je laat je tweeling broer de baas over je spelen, je hebt inderdaad achterbakste, arrogante kut tweeling broer!’ Het rolde er zo allemaal uit. Finn keek mij ontzettend boos aan maar het enige wat hij zei was: “Ik hoop dat je schuldgevoel je meer raakt dan de klap die je zo net ontvangen hebt.” Hij pakte mijn boeken op en duwde het in mijn armen, hij liep zo voorbij. Ik stond stil en keek mijn kluisje in. Schuldgevoel over wat ik zo juist tegen Finn heb gezegd? Ik deed mijn kluisje dicht en keek naar de deur waar Finn doorheen liep. Misschien had ik niet moeten zeggen dat het de “hele familie” was. En hoogst waarschijnlijk had ik al helemaal niet tegen Finn moeten zeggen wat ik van zijn broer vond. Ik zuchtte heel diep uit en keek naar beneden. Lisa liep naar me toe, ze sloeg haar armen naast zich. “Waar sloeg dat op?” Ik keek Lisa aan en haalde mijn schouders op. ‘Nergens, ik weet het. Sorry Lies, maar ik en Jack liggen elkaar niet.’ Ik en waarschijnlijk die hele familie niet.

9 dagen na het ongeluk.
Twee dagen geleden was ik er achter gekomen dat Finn nog een heel klein beetje bij bewustzijn was. De dokter was net zo verward als ieder ander, want Finn deed niet wat we zeiden, hij keek mij alleen maar aan. De dokter was er van verzekerd dat Finn het geluid niet kon waarnemen maar wel kon kijken. Maar zelfs wanneer Jack voor Finn ging staan, zochten Finns zijn ogen mij op. Ik zat op een stoel bij het bed en had zijn hand vast. Finn kon zijn eigen ogen knipperen, alleen omdat we niet zeker wisten of hij kon horen ja of nee, deed de dokter zijn ogen open voor mij. De dokter keek mij aan en glimlachte. “Als ze weer dichtvallen, dan is hij aan het slapen.” Logisch. Ik had een notitie boekje bij me en een pen. Ik keek naar Finns ogen die een paar knipperde. Ik zag hoe zijn ogen om zich heen keken, toen hij mij had gevonden, staarde hij mij recht aan. Ik glimlachte lief naar hem. ‘Hé Finn. Het is vandaag 15 juli. En… Ik heb iets bedacht gister avond in bed.’ Ik pakte het notitie boekje en begon op een bladzijde te schrijven. ‘Ik weet niet of je kan horen, maar als je dat niet kan…’ Ik was een tijdje bezig en liet hem het blaadje zien, er stond met grote koeien letters op: IK HOU VAN JE <3 Ik keek langs het blaadje naar Finn die naar het blaadje staarde. Ik hield het blaadje goed voor hem, aangezien hij zijn hoofd niet kon bewegen. Ik glimlachte lief naar hem en drukte vlug een kusje op zijn mond.