[VERHAAL] Augusta

Hallo, :slightly_smiling_face:

Ik schrijf al sinds mijn elfde, alleen nooit echt ‘‘serieus’’. Ik schreef wel vaak verhalen en stuurde die in naar verschillende sites, en daar kreeg ik dan leuke reacties op. Ik heb op m’n dertiende ook een schrijfwedstrijd gewonnen.
Maar dit keer wil ik écht een boek schrijven. (Na het lezen van een verhaal van iemand op het forum (van xAftertheStorm om precies te zijn: ik raad echt iedereen aan om dat verhaal te volgen! :slightly_smiling_face:) kreeg ik meteen zin om ook een verhaal te schrijven.
Ik hoop dat het een beetje in de smaak valt en dat er iemand is die mijn verhaal zou willen volgen. :grinning:

Inleiding

Augusta is een speciaal meisje. Een speciaal meisje een speciaal verhaal. Ze heeft al veel meegemaakt in haar leven. Als klein meisje liep ze altijd rond in het weeshuis, totdat op een dag een Brits echtpaar haar kwam adopteren. Haar leven veranderde in één klap en ze genoot met volle teugen van de luxe in Huize Ameland. Ze ging om met de meest verwaande kinderen op school, en het meisje van vroeger, dat was zij niet meer. Totdat ze Machteld ontmoette. Een echte wondervriendin. Door haar besefte Augusta dat ze alleen maar onzeker was, en niets liever wilde dan dat lieve, zelfstandige meisje van vroeger worden. En Machteld wilde niets liever dan haar daarmee helpen.
Maar wat er gebeurd als je tijdens een moeilijke (lees: MOEILIJKE) situatie de vriendschap opgeeft om een klein meningsverschil, hoe échte eenzaamheid voelt, hoe pijn spijt doet, dat zijn de belangrijkste lessen die Augusta nog moet leren in haar leven.

Proloog

Een vriendin hebben is niet zomaar iets. Een échte vriendin nochtans. Het is kostbaar. Héél kostbaar. En zeldzaam. Anders kan je het niet noemen. Het is namelijk de persoon aan wie je je vertrouwen koestert en aan wie je al je geheime opdraagt. De persoon die altijd met open hart naar je luistert, die geïnteresseerd is om je te helpen en te steunen, in elk moment en in elke situatie. De persoon die altijd voor je klaarstaat in momenten van nood. De persoon die je altijd trouw zal zijn, en het beste van jezelf naar bovenhaalt. De persoon die zichzelf voor je opoffert. De persoon die je met open armen zal ontvangen als je zes kilometer in de regen naar huis hebt gerent, huilend. Oké, dat laatste gelde misschien alleen voor mij. Want eigenlijk geloof ik niet - en geloof me, ik geloof veel - dat veel mensen zo’n vriendin hadden als ik. Hadden. Vroeger. Nu niet meer.
Want ik ben echt dom geweest. Héél dom. In situaties van nood, dan draai ik helemaal door, dan ben ik een heel ander persoon. Dan negeer ik alle regels. Regels zoals ‘‘laat je vriend nooit in de steek, wat er ook gebeurd’’ dringen dan totaal niet door mij door. En zo’n situatie heb ik gekend. En mijn vriendin ben ik kwijtgeraakt. En pas nu besef ik dat vriendschap echt goud waard is.

En hier alvast een klein stukje van hoofdstuk 1:

Hoofdstuk 1:

Omkeren. Omkeren. Op m’n rug liggen. Op m’n buik liggen. Weer omkeren. Alles herhalen. Nadat ik een paar uur lang rondedansjes in m’n bed had gemaakt, viel ik eindelijk in een lichte slaap. Maar die duurde niet voor lang. Na vier uurtjes schrok ik wakker - dat heb ik heel vaak, dat ik opeens wakker schrik en dan moet ik altijd weten hoe laat het is. Ik greep m’n mobieltje van onder mijn kussen vandaan, tikte op het schermpje en het felle licht van mijn Blackberry Curve verblinde half m’n ogen. Zoals alle keren daarvoor was ik dan weer klaarwakker. Ik zuchtte, ging rechtop zitten en keek uit m’n raam. Het was al 08:01 maar nog pikkedonker. Vervelende wintertijden ook. Het regende pijpenstelen. De grote druppels daalden neer op mijn raam en maakten en tikkend geluid… Pff, wat haatte ik de winter toch. Ik snapte niet wat mensen er zo leuk aan vonden. Het bracht alleen maar regen, wind, kou en grauwheid met zich mee. Al moet ik toegeven dat ik het wel fantastisch vind als ik mijn vrienden met sneeuwballen kon bekogelen. Maar sneeuw… Dat zat er dat jaar jammer genoeg niet op.
Maar… Laat ik mezelf eens eerst voorstellen. Eigenlijk vind ik het niet leuk om dat te doen, omdat ik daar vaak emotioneel van word. Want zo’n mooie jeugdtijd had ik niet.
Zoals ik al zei, ik heet Augusta. Au-gus-ta. Op z’n Engels uitspreken. En ik vind dat ik met alle recht mag zeggen dat ik een speciaal meisje was – en dat ben ik nog steeds. Nee, ik was niet een meisje die 's nachts stiekem het huis uit sloop om naar de verborgen feeënschool te gaan, of een meisje met het zesde zintuig, ik was een meisje met een verhaal. Een speciaal verhaal.
Ik heb nooit ouders gehad. Ja, natuurlijk had ik wel ouders, maar die heb ik nooit gekend. Die zijn er nooit voor mij geweest, en in mijn ogen bestonden die ook niet. Als klein meisje liep ik altijd in een limoengroene nachtjapon in het weeshuis rond. Nee, ik dacht niet zoals de meesten aan een echtpaar die mij komen adopteren, of aan een beter leventje, ik dacht aan plezier maken. Ik dacht alleen maar aan plezier maken. Dat was het enige wat voor mij gelde. Hoe moeilijk de situatie ook was. Ik was nog maar jong, maar hoe ouder ik werd, hoe meer ik het besefte: het leven gaat om plezier maken, het leven gaat om jezelf te zijn en om het beste van jezelf naar boven te halen, niet om gejammer en geklaag en wachten op iets dat misschien nooit zal komen. En ik wist maar al te goed dat als je naar de wereld lachte, dat de wereld je gemakkelijk toe zal lachen, zolang je daar maar zelf in geloofde.
Dat dacht ik vroeger altijd. Ja, ik was een speciaal meisje. Een speciaal meisje met speciale gedachtes. Was. Vroeger. Totdat op een dinsdagmorgen een Brits echtpaar mij kwam adopteren. BOEM. Weg was dat kleine, zelfstandige meisje.

@Purpleberry: Dankjewel :slightly_smiling_face:

En even een upje voor mezelf, zal ik nog verder posten of…? :stuck_out_tongue:

Ik plaats toch maar het tweede stukje van hoofdstuk 1: :slightly_smiling_face:

Niet dat mijn adoptieouders - Ethan en Charlot - zulke slechte mensen waren, maar omdat die mij zo verwenden. Al snel vergat ik het oude leventje dat ik leidde, en genoot ik van al het luxe in Huize Ameland. Ik ging om met de meest populaire (lees: verwaande) meisjes op school en nam zo hun ijdele en hoogmoedige karakters over. Elke avond baadde ik in een warm bad met rozenblaadjes en kamilleolie, en kleding kocht ik alleen maar in de allerduurste merken. Het meisje van vroeger, nee, dat was ik niet meer.
Ik zuchtte, en keek opnieuw uit mijn raam. Het begon steeds harder te regenen. Ik sloot mijn gordijnen en zette mijn schemellampje aan, want van dit weer werd ik niet vrolijk. Door de verlichting zag ik de foto op mijn nachtkastje extra goed. De foto van mij en mijn beste vriendin, Machteld.
Machteld ontmoette ik toen ik net een jaar bij mijn adoptieouders woonde. Ze kwam bij ons aan de overkant wonen en ging naar dezelfde school als mij. We hebben dat weekend samen een grote wandeling gemaakt door ons dorpje, zodat ze de buurt een beetje zou verkennen. Het was echt zo superleuk die dag. En ik zal je iets geniaals vertellen.
We zaten in het park op een bankje, even bijkomen van het lopen. En het was trouwens bloedheet, echt een recordweer voor een Nederlandse lente. Maar in ieder geval, we zaten zo te eten en te kletsen tegenover het riviertje, en er liep opeens een vrouw met overgewicht langs. Ze liep op teenslippers en haar jurkje was echt belachelijk kort. En ze riep schreeuwend: “Frits, hierheen komen! En wel nu. Hoor je me? Of je krijgt een pak slaag.”. Waarschijnlijk tegen haar zoontje van een jaar of vijf, die zo’n zesentwintig meter – ja, ik heb een soort gave voor afstanden raden, geen grapje – achter haar liep.
Het jongentje riep terug: “Maar mama… Ik wil een ijsje!”
“Nee, geen ijsje, Frits! Kom nu hier naartoe!”
Machteld en ik proestte het bijna uit van het lachen, maar tegelijkertijd vonden we het ook zielig voor haar zoontje. Het jongentje begon te huilen en de moeder begon opnieuw te schreeuwen.
“Frits, ik tel tot drie! Één, twee…”, gilde ze.
“Ik kom al!” riep het jongentje snauwend. En opeens nam het jongentje – Machteld en ik keken hem met grote ogen van verbazing toe – een stap achteruit, en begon hij het op een rennen te zetten. Het leek net alsof hij op een duikplank stond en een enorme sprong in het zwembad wilde maken. Wauw, ik zou bijna geloven dat dat jongentje harder kon rennen dan ik. We keken toe. Het jongentje begon steeds harder en harder te rennen. En opeens… sprong hij op de rug van zijn moeder, die vervolgens samen met hem het riviertje in viel. Machteld en ik keken elkaar met grote ogen aan. Veel mensen verzamelden zich langs het riviertje. Het jongentje sprong er al snel uit. Alleen de moeder gilde een stuk verderop nog om hulp. “Help! Hellup!”
Machteld en ik keken elkaar opnieuw aan, en we konden er beide niets aan doen dat we in een deuk lagen. We proestten het uit van het lachen. De vrouw zwom met moeite naar de kant van het riviertje, en met drie man hielpen ze haar eruit te krijgen, wat uiteindelijk lukte. Na vijf minuten. De vrouw, rood van woede, pakte haar zoontje bij de hand en vertrok. Doodleuk hoorde we het jongentje nog tegen zijn moeder zeggen: “Mama, ik zei toch dat ik een ijsje wilde…”
Wauw, Machteld en ik stikten echt bijna van het lachen. We konden niet meer bijkomen.
Dat was echt geniaal. En diezelfde avond besefte ik dat ik na een jaar eindelijk weer helemaal mezelf was. Daar was ik echt heel blij om. En vanaf maandag was Machteld de enige vriendin die mij nog boeide, die echt belangrijk voor me was. Want Machteld was zo’n vriendin die je leerde om je verdriet te verwoorden zodat het niet meer dwarszat in je hart. En door Machteld besefte ik eindelijk dat ik alleen maar zo verwaand en ijdel was geworden om mijn onzekerheid te verbergen, en dat ik niets liever wilde dan dat lieve, zelfstandige meisje van vroeger worden. En Machteld wilde niets liever dan mij daarmee helpen.
Ja, Machteld betekende voor mij echt alles. Ze was in mijn ogen echt een engel die het leven mij schonk, en daar was ik eeuwig dankbaar voor.
Opeens werd ik onderbroken door de ringtoon van mijn mobiel. “Machteld” stond er op het schermpje. Ik glimlachte breed, en nam op.
“Goedemurgen”, grapte ik. “Nu al wakker?”
“Ja”, grinnikte Machteld. “Ehm, zou je zo misschien naar het centrum willen komen? Bij het fonteintje?”
“Het centrum?”, vroeg ik, en vervolgde lachend: “Het regent pijpenstelen, je moet wel in een hele goede bui zijn.”
“Ben ik ook”, antwoordde Machteld. “Ik heb goed nieuws voor ons allebei. Kom je?”
“Oeh, spannend, ik kom er meteen aan!”

Niemand…?

Leukk verder :slightly_smiling_face:

^ Dankjewel :grinning:

Hoofdstuk 2:

Oké, dat ik in dit weer naar buiten ging was echt een wonder. En dat Machteld om 08:45 uur al wakker was, was zeker een wonder. Ik zou het liefst met deze kou in mijn bedje willen kruipen, maar de manier waarop Machteld sprak, dat beloofde wel wat. Goed nieuws voor ons allebei… Ik heb geen idee wat het zou kunnen zijn. Ik liep zo hard als ik kon, en mijn blik viel op m’n regenlaarzen die onder de modder zaten. Ik zuchtte, pakte een zakdoekje uit mijn broekzak en bukte om het af te doen. Ik gooide het zakdoekje weg en liep weer verder. Eindelijk kwam ik dan aan bij het busstation. Ik was de enige die er zat. Ik keek op mijn horloge. 08:55. Nog vijf minuten wachten dus… Ik stierf van de kou. Opeens kwam er een meisje naast me zitten. Ik schatte haar zo’n zeventien jaar oud.
“Hallo”, zei het meisje met een supervrolijke stem.
Verbaasd keek ik haar aan – niet dat het zo vreemd was dat iemand me groette, maar omdat iemand me groette terwijl het zulk weer was, en op zo’n vrolijke manier. “Hoi”, zei ik toen maar terug.
“Wacht je op de bus?”, vroeg ze opeens.
Ik keek haar opnieuw aan, ik had echt de neiging om te zeggen “Nee, ik zit op het busstation omdat ik het leuk vind om de parapluis van voorbijgangers te bewonderen” – maar dat kon ik maar beter niet doen.
“Ja”, antwoordde ik maar.
“Oké”, zei het meisje.
Er viel een korte stilte.
Ik merkte dat het meisje wat wilde gaan zeggen, maar ze slikte haar woorden weer in en glimlachte. Ongeveer een minuut later besloot ze “het” toch te vragen: “Weet je misschien waar het metrostation is?”
“Ehm”, antwoordde ik, “ja, dat is helemaal rechtdoor lopen en dan rechtsaf slaan.”
“Goed, heel erg bedankt”, antwoordde het meisje en vertrok.
Oké, dat was vreemd… Ik haalde m’n schouders op, en zag de bus – eindelijk – aankomen. De bus stopte en opende z’n deuren. Bibberend stond ik op en stapte de bus binnen, en zo dom als ik was, zag ik de tweede tree van het trapje niet. Dus ik viel op m’n gezicht. Wel zo’n dertig mensen keken toe.

Hahah leuk verder ;p