[Verhaal] Alles gaat verkeerd!

Dit is mijn eerste verhaal op Girlscene en ik heb eigenlijk helemaal niet veel schrijf ervaring dus ik wil graag jullie mening over mijn schrijfstijl weten. Kritiek en tips zijn altijd welkom!

Onzeker druk ik op de bel. Nog steeds hijgend sta ik voor de deur van het weeshuis waar ik de komende paar jaar moet wonen. Nadat papa en mama gestorven zijn door een auto ongeluk heb ik besloten dat ik liever naar een weeshuis wil gaan dan dat ik in een pleeggezin zou worden geplaatst. Ik weet van mezelf dat ik dat nooit aan zou kunnen. Dan zou ik teveel aan papa en mama denken en dat probeer ik te vermijden. Een vrouw gekleed in een grijze lange jurk maakt de deur open. Ze kijkt me onderzoekend aan. “Ik ben Beau Hallen.” zeg ik terwijl ik mijn hand uitsteek. De vrouw lijkt zich mij weer te herinneren en ze schudt mijn hand. “Ik ben Eva Koppert de opzichter van dit weeshuis. Ik heet je van harte welkom.” zegt ze. Ik voel me gelijk op mijn gemak als ik naar binnen loop. In het midden van de hal staan twee pilaren die met goud zijn bedekt. Ik loop ernaartoe en strijk voorzichtig met mijn hand over het goud. Als ik merk dat Eva niet meer bij me staat kijk ik schichtig om me heen. Waar is ze gebleven?

oeeeh verder!

Tot mijn grote opluchting staat Eva binnen een paar seconden weer naast me. Ze drukt een papieren boekje in mijn handen. Ik blader het even door. Ik kom tot de conclusie dat dit het boekje is waar alle regels en wetten van het weeshuis in staan. “Bedankt.” zeg ik beleefd. Eva glimlacht even ongemakkelijk. “Er zijn tien kamers in dit weeshuis. Kamer acht is voor jou. Ik neem aan dat je dat wel kan vinden.” zegt Eva. Ik knik. Eva steekt haar duim op en dan verdwijnt ze door een deur in een van de gangen. Ik zucht even en kijk om me heen. Mijn blik valt op een deur waar een gekrulde acht op staat. Ik loop naar de deur en duw de klink naar onder. De deur geeft meteen mee en hij gaat open. Ik kijk verwonderend rond. Dit heel anders dan ik had verwacht. Aan het eind van de kamer staat een groot luxe bed met zeven zeeblauwe kussens en er staat een breedbeeld computerscherm op het bureau die aan de rechterkant van de kamer staat. Naast het bed staat een grote eikenhouten kast die wit geschilderd is. Ik loop naar de kast en trek hem open. De deur van de kast schuurt als een mes langs mijn been en ik val op de grond. Ik geef een gil en kijk bezorgd naar mijn bebloede been.

oeeeh, leuk! verder schrijven (aa)

Het bloed druppelt op de vloerbedekking. Ik kijk om me heen, maar ik zie niks waarmee ik mijn been kan verbinden. De enige optie is om hulp roepen. Even aarzel ik. “Help!” roep ik. Er komt geen reactie. “Help!” roep ik nog harder. Ik hoor een paar voetstappen dichterbij komen. Dan zie ik dat de deurklink omlaag word geduwt en dat de deur open gaat. Mijn ogen worden naar boven gezogen, naar het gezicht van een jongen. Hij heeft bruine krullen en witte tanden. Hij kijkt bezorgd naar mijn been. “Dat ziet er niet best uit.” zegt hij. “Dat snap ik ook nog wel.” zeg ik bot. Meteen heb ik spijt van mijn reactie. De jongen negeert mijn botte opmerking en loopt naar de kast. Hij duwt de kastdeur iets verder open en grist er een broek uit. Hij bindt het om mijn been en knoopt het aan het uiteinde vast. Ik hinkel naar het bed en laat me met een zucht vallen. “Bedankt.” zeg ik. “Geen dank. Ik wil later dokter worden, dus dit was een goede voorproef.” zegt hij lachend. Hij steekt zijn hand uit. “Ik ben trouwens Remco.” zegt hij. “Beau.” zeg ik terwijl ik zijn hand schud.

Apart(:

Remco neemt plaats naast mij op het bed. “De regels zijn erg streng hier. Eva volgt je op de voet en als je iets verkeerds doet krijg je dat te weten ook.” zegt hij lachend. Ik lach mee als een boer met kiespijn. “De schooltijden staan op het boekje met de regels en wetten. Heb je die al gekregen?” vraagt hij. Ik kijk speurend om me heen. Ik heb hem toch mee naar binnen genomen? Uit mijn ooghoek zie ik dat het boekje op de grond ligt. Hinkelend loop ik er naartoe en gris het boekje van de grond af. Ik hinkel weer terug naar het bed en ga naast Remco zitten. “Ik zit in klas 3A.” zeg ik tenslotte als ik het boekje door heb gelezen. Remco kijkt me verrast maar tegelijkertijd blij aan. “Ik ook!” zegt hij. Even rust er een dodelijke stilte maar dan staat Remco op. “Ik moet nog huiswerk voor morgen maken. Het lijkt me verstandig om te gaan.” zegt hij. “Ik wens je veel succes met huiswerk maken. Zie ik je morgen op school?” vraag ik terwijl ik aan mijn blouse frunnik. “Natuurlijk!” zegt Remco, en voordat ik het weet is hij verdwenen door de deur. Ik leg het boekje met regels en wetten onder het bed en sluit mijn ogen even. Ik herinner mij weer de mooie tijden die ik had met papa en mama. Samen lopen over het strand en nergens waar ik me zorgen om hoefde te maken. Die tijd is nu voorbij. Nu moet ik voor mezelf zorgen. Ik laat me languit op het bed vallen en val binnen een minuut in slaap.

Meer. ( en ik hoop dat je gaat blijven schrijven tot je verhaal af is =P want dat doet niet iedereen )

verderrrrrrrrrrrrrr, leuke schrijfstijl :slightly_smiling_face:

Ik sta in het middelpunt van de belangstelling. Alle blikken zijn op mij gericht. Ik hoor nu mijn woord te doen maar mijn keel is dichtgeknepen. “Beau?” vraagt mevrouw Schermerts ongerust. Ik haal even diep adem en begin dan te vertellen. “Ik ben Beau Hallen. Ik ben vijftien jaar en mijn passie is dansen. Net zoals jullie ben ik in een weeshuis beland omdat mijn ouders aan een tragisch ongeluk zijn omgekomen. Nu ze uit mijn leven zijn weet ik pas hoeveel zij voor me betekenden. Nu weet ik pas wat het gezegde uit het oog maar niet uit het hart betekent. Ik zal ze nooit meer uit mijn gedachten wissen.” zeg ik terwijl ik zo onopvallend mogelijk een traan probeer weg te pinken. Alle kinderen in de klas inclusief mevrouw Schermerts kijken me meelevend aan. “Bedankt dat je dit met ons wilde delen Beau. Ga maar ergens zitten.” zegt mevrouw Schermerts. Ik kijk de klas rond. Er is plek naast een meisje met een grote bos bruine krullen en er is plek naast Remco. Ik bedenk me geen seconde en loop naar het tafeltje naast die van Remco. Ik neem plek op de stoel en zet mijn tas op de grond. “Hoi.” fluistert Remco. “Hoi.” fluister ik terug.

ik ga je volgen! moreeee

“De les die ik jullie nu ga geven is heel interessant. Ook zullen een aantal kinderen hiervan walgen. In tweetallen gaan jullie een schapenhart ontleden.” zegt mevrouw Schermerts terwijl ze de klas doordringend rondkijkt. Even blijven mijn gedachten hangen. Mijn adem stokt in mijn keel en ik krijg het benauwd. Ik sta verdoofd op en loop met een leeg hoofd de klas uit. Ik voel me verward en eenzaam. Niemand begrijpt mijn liefde voor dieren. Dan voel ik een hand op mijn schouder. Ik draai me om en kijk in de diepblauwe ogen van Remco. Ik laat een zucht van opluchting ontsnappen en kom weer tot mezelf. “Je hoeft het niet te doen als je het niet wilt. Ik doe het wel voor je.” zegt Remco zacht terwijl hij met de achterkant van zijn hand over mijn wang streelt. Het voel fijn om iemand om me heen te hebben die me steunt. Zwijgend lopen we terug het lokaal in.

Alle kinderen zitten zwijgend op zijn of haar stoel. Niemand protesteert en niemand stelt een vraag. “Haal het werkboekje tevoorschijn en begin aan de opdrachten van hoofdstuk vier te werken.” zegt mevrouw Schermerts terwijl ze nerveus aan haar nagels pulkt. Een zucht van opluchting gaat door de klas heen. Blijkbaar is iedereen blij dat ze geen schapenhart hoeven te ontleden. Uit mijn tas haal ik het werkboekje tevoorschijn en gris een potlood uit mijn etui. Ik begin meteen te pennen en de kinderen volgen mijn voorbeeld. Al gauw zijn we het incident vergeten en zijn we alleen nog maar bezig met de opdrachten die we moeten maken.

Jeej, het gaat weer verder. Meer :ok_woman:

moreeee:)

:woman_facepalming:

De bel gaat en mevrouw Schermerts maakt de deur open. Een zucht wind suist naar binnen en mijn haren wapperen. Ik stop mijn etui in mijn tas en hang hem over mijn schouder. Ik wacht bij de deur op Remco en dan lopen we naast elkaar door de gang. Allebei zeggen we niets. Het enige dat we horen zijn de joelende kinderen die naar buiten stormen en de leraren die mopperen over de vorige les. Als we de buitendeur bereikt hebben reik ik mijn hand uit om hem open te doen, maar Remco doet hetzelfde. Onze handen raken elkaar. Zijn warme hand tegen mijn koude hand. Het voelt fijn maar tegelijkertijd verwarrend. Ik trek mijn hand gauw terug en Remco maakt de buitendeur open. De frisse wind komt ons tegemoet en we lopen naar een bankje die aan de overkant van het schoolplein staat. Even ril ik maar dan haal ik mijn broodtrommel uit mijn tas tevoorschijn. Ik haal het deksel ervan af en gris een boterham met pindakaas eruit. Ik neem een grote hap terwijl Remco een slok van zijn appelsap neemt.

Meeeeer.

Ik ga niet meer volgen, want na 3 à 4 dagen moet ik alles weer opnieuw lezen.
Vergeetachtigheid.