[verhaal] Abolicio Malum

Dat betekent :stuck_out_tongue:

zoek maar op :stuck_out_tongue:

Het is latijns, maar als je het weet, ben je licht gespoiled, omdat je dan ongeveer weet wat er gaat gebeuren, dus je moet voor jezelf bepalen of je het wilt weten :slightly_smiling_face:

Hoofdstuk 2.2

Het duurt even voordat ik besef dat ik moet opstaan en naar de deur moet lopen om hem vervolgens open te maken. Door het geplastificeerde raam denk ik een omvang van een mannenfiguur te zien. Mijn hart gaat sneller bonken en ineens vind ik de energie in me om het laatste stukje naar de deur te rennen, om hem dan snel open te gooien. Op mijn gezicht moest teleurstelling hebben gestaan, want voor me staat Nick, waarvan een glimlach werd vervangen door een ongemakkelijke knik. Maar al snel besef ik dat het Nick is, en ik herstel me, hervind mijn energie in de adrenaline die nog steeds door mijn lijf giert, en schreeuw: “Nick, Roger leeft nog!” Ik moet zo hard geschreeuwd hebben dat het aan de andere kant van de straat nog te horen was, want mijn overbuurman die zijn ramen aan het wassen was, kijkt verbaasd mijn kant op. Nick zegt niets, en ik herhaal het nog een aantal keer, nu iets minder hard, maar nog steeds opgewonden. Als ik het zinnetje voor de tiende keer heb herhaald, kapt Nick me af en zegt hoofdschuddend: “Hij is dood, Irene.” Er zit diep verdriet in zijn stem, met een randje irritatie. “Nee, hij leeft nog! Drie mannen zitten in mijn huis en… en zeiden dat.” Nick kijkt me medelijdend aan, alsof hij beseft dat ik eindelijk gek ben geworden. Hij wil het echt niet geloven, zo naïef. Mijn handen gaan uit ergernis naar mijn hoofd, waardoor mijn vingers zich in mijn lichtblonde haar wringen. “Irene, waar heb je het in godsnaam over?” Dan kijkt hij ineens achter me, en ik draai me om zodat ik kan zien waar hij door wordt afgeleid. Achter me staat de man met de littekens, Pim, met een uitdrukking die ik niet goed kan pijlen. Uit zijn houding kan ik opmaken dat hij verbaasd is, maar zijn gezichtsuitdrukking staat op beschaamd. Alsof hij iets doet wat hij niet had moeten doen, als een klein kind dat stiekem snoep pakt. Ik draai me om, zodat ik Nicks gevoelens kan lezen, en hij lijkt alleen verbaasd, en ik zie dat hij moeite moet doen om de woorden te vinden waar hij naar zoekt. Uiteindelijk zegt hij maar: “Pim, wat doe jij hier?”

Jeetje wat schrijf je goed! Ik volg! :upside_down_face:

Het is verbaasd met een d :wink:

Oh jeeh…zou Pim toch gelogen hebben?

^ Thanks for saying, verander het weer even!

En; who knows :smirk:

Ik heb Latijn op school en ik heb de titel vertaald, ik snap hem alsnog niet, maar goed. XD

Ik heb het ook vertaald…maar ik snap het ook nog steeds niet. :cold_sweat:

Het is ook niet raar dat jullie het nog niet begrijpen, want later in het verhaal kun je waarschijnlijk pas het verband leggen met de titel! Maak je maar geen zorgen, de titel is maar een naamplaatje; uiteindelijk gaat het toch echt om het verhaal haha

Diepe gedachten erachter zeker, hahaha. Ik zie het vanzelf wel. :grinning:

Hoofdstuk 2.3

De mannen staren elkaar aan, de een met een gekwelde blik, de ander met een verontwaardigde. “Pim, wat in godsnaam doe jij híer?” zegt Nick dit keer mompelend en meer in zichzelf. Hij lijkt het niet voor zichzelf uit te kunnen vogelen, net zo min dat ik weet hoe deze mannen elkaar kennen. Dan kijkt Nick mij angstaanjagend bang aan, met het wit in zijn ogen duidelijk zichtbaar. “Hij kan niet leven, Irene. Dit is niet mogelijk.” Pas na een paar langzame seconden kom ik er achter dat hij niet Roger bedoelt. Nick lijkt de juiste woorden te moeten vinden voordat hij zegt: “Ik weet dat dit waarschijnlijk de meest onvoorspelbaarste ervaring voor je moet zijn, maar ik zou het graag aan jullie beiden willen uitleggen.” Hij zucht voordat hij vervolgd. “Maar helaas is dit iets wat ik niet hier wil doen, dus daarom vraag ik jullie met mij mee te komen naar ons Instituut. Daar zal ik jullie alles vertellen, en zal het jullie hopelijk duidelijk worden wat er nu allemaal is gebeurd.” Uit zijn verhaal maak ik op dat dit niet alleen te maken heeft met hem, want anders had hij mij niet mee gevraagd. Roger is op de een of andere manier verbonden met het Instituut waar hij het over heeft. “Ik vraag jullie om jezelf nu voor te gaan bereiden, zodat we om 2 uur kunnen vertrekken richting het Instituut. Ik wacht jullie op bij het busstation.” Ik kan hem met mijn hoofd niet volgen, alle gedachten draaien en niets lijkt ergens op te slaan. Alles gaat veel te snel, van doden naar ineens levenden. Het ontmoeten van een onbekende man die je opeens vraagt om mee te gaan naar een plek die je niet kent, waar je dingen worden vertelt die je waarschijnlijk niet zult geloven. Het is echt belachelijk hoeveel gedachten er door mijn hoofd draaien, en die ik niet weet te analyseren. Ik vertrouw heel deze situatie niet, en ik geloof niet dat Roger nog leeft, dat kan gewoon niet. Hij is omgekomen in een vliegtuig, ik heb de foto’s van het neergestorte toestel zelfs gezien. Maar ergens zegt een zeldzaam duidelijke stem in me; ‘Wat heb ik te verliezen? Wat ik wilde heb ik al verloren, en nu krijg ik een kans om het terug te krijgen. Ik ben gek als ik die niet neem.’ Dus daarom knik ik maar geluidloos, en in mijn ooghoek zie ik dat Nick hetzelfde doet.

Ik wil meeer! :grinning:

Ik wil weten of hij leeft, ik hoop het zo!

^

ghehe :smirk:

waarschijnlijk morgen weer een stukje!

Het is morgen :bowing_man:

Sorrryy, ik weet niet of ik het red vandaag, maar morgen ochtend staat er zeker een nieuw stuk op!

:upside_down_face:

Hoofdstuk 2.4
[b]
Als Nick, Pim en zijn twee handlangers weg zijn, plof ik op mijn bank en probeer mijn gedachten uit te sorteren. Ze zitten nog steeds door elkaar heen, zodat het moeilijk voor me is ze te begrijpen. Een overgroot deel zijn vragen, de rest losse woorden die meer mijn gevoelens omschrijven. Na een tijdje krijg ik mijn hoofd weer tot rust en ik krijg langzaam meer energie terug, die ik kan gebruiken om me voor te bereiden op de conversaties en antwoorden die ik zal gaan krijgen. Ik pak mijn koffer in voor vier dagen verblijf en bel mijn moeder en vriendinnen op om te vertellen dat ik voor een paar dagen weg zal zijn. Ze vragen niet waarom, en ik vertel ook niets van wat ik weet, gewoon omdat ik weet dat ze zouden denken dat ik eindelijk gek ben geworden. Nu zullen ze waarschijnlijk denken dat ik voor een paar dagen weg ga om mijn verdriet te verwerken, en dit zal de reden zijn dat ze me niet tegen houden. Ze zouden dat wel doen als ze zouden weten dat ik een halve week zou verblijven op een plaats waar ze beweren dat mijn man nog leeft, wat niet waarschijnlijk is. Ik ken ze niet, en ik weet niet of ze te vertrouwen zijn. Maar ik moet wel, want als ik nu weiger om mee te gaan, zal ik geen antwoorden krijgen op de vragen die in me zijn aangewakkerd.

Mijn koffer is erg zwaar als ik hem over het grind heen trek. Het busstation is erg dichtbij mijn, ons, huis. Daarom loop ik het stukje, ook al miezert het. Ik geniet van de wind in mijn gezicht die mijn al even geleden gecreëerd tranen weg blaast. Ze blijven hangen in het gedeelte bij mijn slaap, wachtend tot dat ze eindelijk op drogen. Als ik bij het busstation aankom, zie ik dat ze er nog niet zijn. Ik twijfel of ik misschien in de maling ben genomen. Ergens heb ik gehoord dat sommige dieven expres al gebroken mensen te grazen nemen, omdat die een makkelijke doelgroep zijn. Misschien was dit een manier om me mijn huis uit te krijgen, en loopt Pim nu in mijn huiskamer kostbare bezittingen te jatten. Maar als ik achter me een kuch hoor, en me om draai zie ik Pim staan, met naast hem Nick. “Klaar om mee te gaan?”
[/b]

Jeeeh :grinning:

Je schrijft heel goed, seriously. :kissing:

Haha yesss, dankje!