[verhaal] 59 dagen Luar

Hee daar,

Ik heb een paar dagen geleden besloten een nieuw verhaal te beginnen. Mijn vorige verhaal heb ik nooit afgemaakt en daarom heb ik het dit keer wat anders aangepakt. In plaats van gewoon maar te beginnen met schrijven heb ik het verhaal al uitgedacht zodat het zichzelf alleen nog maar hoeft te schrijven :slightly_smiling_face: Ik heb inmiddels al 10 stukjes en schrijf elke dag dus dat komt helemaal goed! Sorry, samenvattingen maken is niet mijn sterkste punt maar ik heb het geprobeerd. Het verhaal is wel veel uitgebreider dan dat hoor haha.
Kritiek en tips zijn altijd welkom!

15 jongeren worden onder dwang of vrijwillig voor een bepaalde tijd op een appart deel in de wereld gezet. Gedumpt door hun ouders, crimineel of problemen thuis. Stuk voor stuk hebben ze hun eigen redens om even van het leven te ontsnappen. Ze leren hoe mooi maar ook gevaarlijk de natuur kan zijn. Hun geheugens zijn gewist, ze hebben alleen elkaar. De enige manier om te overleven is door samen te werken.


[u]Proloog[/u]

Het vuur knisperde terwijl de rook zich over de lucht verspreidde. Er hing een rare sfeer. We wisten allemaal wat er te wachten stond, alleen wist niemand wanneer precies. Niemand wist wat te zeggen, niemand wist wat te doen. We staarden maar wat voor ons uit, behalve ik. Mijn ogen lagen op mijn pols, wachtend. De teller stond al op 0. Ik snakte naar adem, de laatste letter van mijn naam geschreven in keurig handschrift, begon te vervagen. Ik keek op en zag het meteen aan zijn gezicht, hij had het ook gezien. Hij schuifelde naar me toe tot we tegen elkaar aan zaten. Ik kon zijn warmte voelen. ‘’Het is tijd, je verdwijnt.’’ Voor het eerst was zijn zachte stem zo scherp. Zijn woorden galmden onbegrepen in mijn hoofd. Het was tijd. Tijd om Luar te verlaten. Tijd om naar een onbekende plek te gaan. Ik wilde niet maar ik kon me er niet tegen verzetten. Nog maar een paar tiental seconden en ik was weg. Geen idee van waarheen. Zijn ogen keken diep in de mijne. Zijn groene ogen, wat ging ik ze missen. Opeens gebeurde het, zijn zachte lippen op de mijne. Zovaak dat ik er aan had gedacht maar pas toen gebeurde het echt. Ik beantwoorde zijn kus gelukkig. Liet me opgaan in het moment. Vergat alles om me heen. Een harde klap op mijn hoofd. Ik wilde mijn ogen openen maar ze weigerden. Ik verloor even de controle over mijn lichaam, daarna was alles weg.

Ik vind het best wel goed geschreven. Het leest makkelijk weg. Misschien dat je korte zinnen maakt die sommige mensen vervelend vinden, maar ik heb daar niet zoveel last van. Het lijkt me leuk om meer te lezen.

lijkt me wel interessant om verder te lezen, al snap ik het wel nog niet volledig. :heart:

Ik vind het eerste stukje leuk :slightly_smiling_face:

Klein stukje, I hope you like it!

Universe, ik heb inderdaad bij mijn vorige verhaal ook gehoord dat het makkelijk wegleest. Bij de proloog had ik inderdaad veel veel korte zinnen gebruikt, volgensmij is dat nu minder.


56 dagen

Mijn ogen gaan open. Ik probeer om me heen te kijken maar waar ik ook kijk zijn zwarte vlekken. Alsof ik te snel ben opgestaan.
Ik wrijf in mijn ogen en wacht tot ik mijn zicht terug heb. Ik zit op de rand van een matras, met mijn voeten tegen een zwarte koffer geleund. De koffer is gigantisch.
Mijn hoofd gonst, nadenken lukt niet. Ik heb geen idee wie ik ben, laat staan waar of waarom ik hier ben. Ik zit in een tent. Hij is best groot, ik denk dat er wel ongeveer 4 matrassen in passen met nog wat ruimte voor koffers.
Ik hijs me omloog via een steunpaal in het midden en probeer te lopen, alles duizelt. Stapje voor stapje kom ik steeds dichter in de buurt van de opening. Daar laat ik me op mijn knieën vallen. De rits doe ik een halve meter omhoog zodat ik net naar buiten kan kijken.
Het is ochtend, de zon staat nog laag. Er valt niet veel te zien, alleen een grasveld met verderop wat bomen. Ik vraag me af of ik hier met meerdere mensen ben. Ik rits de tent nog wat verder open en worstel me naar buiten. Geen andere tent te bekennen. Ik ga op mijn voeten staan en kijk om me heen. Nergens een teken van leven, op het ritmisch gefluit van vogels na.
Een zuchtje wind doet me rillen. Ik heb het koud, gekleed in een spijkerbroek, een dunne trui en een paar zwarte gympen. Ik probeer na te denken maar mijn geheugen is leeg. Hoe meer ik me probeer te herinneren van wat er is gebeurt, hoe erger mijn hoofdpijn wordt. Dan geef ik het maar op. Ik staar naar de bomen, vraag me af wat erachter verscholen ligt. Een paar stapjes, dan loop ik weer terug. Ik durf niet. Angstig hol ik terug naar mijn tent.
Met de rits gesloten lig ik op het bed. Ik ben bang. Het lijkt alsof ik in het onmogelijke ben beland, een nachtmerrie. Ontwaken in een tent, in je eentje. Zonder te kunnen herinneren wie je bent of wat je hier doet. Zelfs mijn naam of leeftijd is onbekend.
Een traan rolt over mijn wang, ik voel me alleen.

wauw superspannend! :slightly_smiling_face:

Spannend! Upje :slightly_smiling_face:

Alweer een klein stukje maar vanavond plaats ik er waarschijnlijk nog een :slightly_smiling_face:


Opnieuw die dag word ik wakker. Ik rol me op mijn andere zij en open mijn ogen.
Daglicht schijnt onder het tentdoek vandaan. Mijn maag knort. Ik besluit de koffer maar te gaan bekijken.
Langzaam kom ik overeind, de hoofdpijn is gelukkig verdwenen. De rits van de koffer gaat maar stroef open. Wat ik aantref is nietsverbazend, de koffer is voornamelijk met kleding gevuld. Rechts vind ik een grote zaklamp met een zakje vol batterijen. Ik grabbel nieuwschierig tussen mijn kleding en vind een zwart shirtje. Er zit kant op, ik vind het mooi. Ook zit er een grote toilettas in. Het ziet er vrolijk uit, roze-wit gekleurd met hartjes. Ook daarin is een standaard uitrusting te vinden. 1 haarborstel, 2 deo bussen, 1 tandenborstel, 2 tubes tandpasta, 1 fles shampoo en 1 fles crémespoeling. Ook nog tel ik 10 elastiekjes, ik vraag me af waarom zoveel.
Allemaal spullen waarvan ik het bestaan niet meer wist, tot ik het zag. Ik leg het tasje terug en speur nieuwschierig verder. Dan vind ik een tas gevuld met eten en drinken. 3 flesjes water, 1 rol koekjes en 1 zak broodjes. Ik neem een grote slok water en open gretig de rol koekjes.
Plotseling hoor ik geritsel buiten de tent. Uit schrik laat ik de koekjes uit mijn handen vallen. Ik blijf geruisloos zitten, geconcentreerd op het geluid. Het geritsel verandert in voetstappen. Mijn hartslag verhoogt bij elke stap dichterbij. Ik houd mijn adem in, wetend dat er geen mogelijkheid tot ontspannen is. Het figuur kan doet wat hij wil, ik heb geen enkele weerstand te bieden.
Dan blijft het persoon stil staan, zijn schaduw valt op het tentdoek. Een moment stilte, mijn hart bonst in mijn keel.

Spannend!
Ik volg :slightly_smiling_face:

dit is echt spannend! snel verder♥

‘’Hallo,’’ klinkt er vanaf de andere kant. Het is een jongen. Zijn stem klinkt twijfelend.
Iets in me ontspant.
‘’Is daar iemand?’’ vervolgt de stem.
Nog steeds durf ik niets te doen.
De jongen loopt weer weg.
Dan pas kom ik in actie, dit kan mijn laatste kans zijn.
Ik haast me naar de rits van mijn tent toe. Daar blijf ik even wachten. Met een grote hap lucht maak ik de tent open. ‘’Hey,’’ bibber ik.
‘’Hoi,’’ zegt hij verlegen. Hij staat er ongemakkelijk bij, weet zich duidelijk geen houding aan te nemen.
Hetzelfde geldt voor mij.
Zijn bruine haren hangen onhandig in zijn gezicht. Het ziet er wel schattig uit, ondanks dat hij niet heel knap is. Plotseling vraag ik me af hoe ik er eigenlijk zelf uitzie.
Met mijn hand streel ik door mijn haar, het is lang genoeg om voor mijn gezicht te houden, ik denk dat het tot het midden van mijn rug valt. Het heeft een donkere kleur.
Een stilte valt. Ik zit in de opening van mijn tent, met mijn ogen op de grond gericht.
‘’Wie ben jij?’’ vraag ik hem.
Even lijkt hij te twijfelen. ‘’Ik heb dus eigenlijk geen idee,’’ Zijn antwoord klinkt onzeker, haast bang.
‘’Ik werd wakker in een tent… alleen. Ben vergeten wie ik ben, mijn naam, alles.’’
Even voel ik me niet meer alleen, een vertrouwd gevoel borrelt bij me op. Met moeite onderdruk ik een glimlach.
‘’Hetzelfde gebeurde bij mij.’’
Ik zie het aan zijn gezicht, hij is opgelucht.
Behendig stap ik uit de tent en laat me vallen op het frisse gras. In kleermakertjes zit begin ik eraan te plukken, alsof het autmatisch gaat. Ik adem de frisse lucht in en staar naar de blauwe lucht. De zon ligt verscholen achter de wolken, het geeft een mooi plaatje.
Na een paar seconden beginnen mijn ogen te branden en richt ik mijn ogen weer op de jongen. Zijn blik staat ernstig.
‘’Heb je je pols al gezien?’’
‘’Nee,’’ antwoord ik terwijl ik mijn mouw omhoog rol. Daar, in zwarte letters en in keurig handschrift geschreven staat ‘April 56’. Ik herhaal het een paar keer in mijn hoofd, april. Één van de twaalf maanden.
Raar, het was me eerder nog niet opgevallen.
‘Wat betekent dit?’’ vraag ik.
‘’Naam, vermoed ik. Ik heb geen idee wat het getal inhoud, Wat staat er bij jou?’’
Ik herhaal het en zie hem nadenken.
‘’Een maand,’’ zegt hij.
‘’Of ook een naam,’’ reageer ik zachtjes.
Ik vraag hem wat er bij hem staat, ‘Mark 58’ vertelt hij.
‘’Zijn we de enige hier?’’
‘’Nee, ik ben net bij een andere jongen geweest, zijn naam is Dennis. Zijn tent ligt niet heel ver hier vandaan, ik heb hem verteld dat ik verder ging kijken maar hij wachtte liever even in zijn tent.’’ vertelt hij.
‘’Oh. En voor de rest nog mensen?’’
Een schuine glimlach verschijnt op zijn gezicht.
‘’Geen idee, ga je mee kijken?’’

upp

upje :upside_down_face:

Mark en ik hebben nog 12 andere mensen gevonden. Iedereen is van onze leeftijd, rond de 16.
15 jongeren in een groot landschap. Niemand wist wie die was, tot ze hun polsen bekeken. De nummers varieëen bij elk persoon, het loopt van 39 tot 63. Sommige van ons hebben ideeën maar niemand weet wat het precies inhoud.
We zitten met z’n alle op het gras bij de tent van Mark. De meeste kijken maar wat voor hun uit, opzoek naar woorden voor deze onwerkelijke situatie.
Ik kijk naar Mark die wat zoekt in zijn koffer, de halve inhoud ligt ondertussen verspreid in zijn tent.
Ik loop naar de tent toe en hoor hem in zichzelf grommen.
‘’Wat zoek je?’’ vraag ik hem grinnikend.
‘’Ik weet niet precies, iets waarmee we vuur kunnen maken.’’
‘’Voor een kampvuur bedoel je?’’
Hij knikt.
‘’Maar het is toch helemaal niet koud?’’ vroeg ik verbaasd.
Zijn blik zegt genoeg, ik heb meteen spijt van mijn vraag. Hij lacht alsof ik dom ben wat me een beledigd gevoel geeft.
‘’Sorry,’’ zegt hij wanneer hij uitgelacht is. ‘’ ’S avonds kan het nog flink afkoelen maar het is eigenlijk vooral voor het licht. Met een paar zaklampen kun je moeilijk iedereen zien, en daarbij moeten we de batterijen besparen.’’
Ik reageer kort en maak daarna aanstalte om terug te lopen.
‘’Aha, kijk!’’ roept Mark. In zijn hand heeft hij een doosje lucifers vast. Hij kijkt onbeschrijfelijk blij.
Ik grinnik en vraag hem dan of ik wat hout voor hem moet halen.
‘’Ja graag.’’ Zijn stem klinkt enthousiast. Ik voel me er al meteen een stuk beter door.
Ik loop de bossen in opzoek naar wrakhouk.
‘’April, waar ga je heen?’’
Ik draai me om, het is Micheal. Een lange blonde jongen. Ik schat hem wat ouder dan de rest. Hij ziet er leuk uit, als zal ik niet op hem vallen. Niet echt mijn type denk ik.
Micheal is inmiddels opgestaan en komt naar me toe gelopen.
‘’Hout halen in de bossen. Mark wil een kampvuur maken voor vanavond,’’ vertel ik hem.
Hij kijkt even verbaasd maar stelt vervolgens voor om mee te gaan.
Ik glimlach naar hem. ‘’Graag.’’
Ik was stiekem al bang om alleen de bossen in te trekken.

Zwijgend lopen we door het bos. Geen van beide zegt iets, alleen het gezang van de vogels doorbreekt deze stilte. Ik vind het niet erg, het is een prettige stilte.
Het bos geeft me een gevoel van rust. De zon die door de bomen schijnt en zo prachtige schaduwen op de grond achterlaat. Bladeren die van de vallen en worden meegenomen door de wind. Alles is zo vredig, zo perfect.
Met moeite raap ik een dikke stam op van de grond. Ik probeer te lopen maar de zwaarte vermoeid mijn armen. Ik voel zijn ogen in mijn rug branden. Rechtlopen gaat moeilijk maar het moet, ik wil niet dat hij denkt dat ik zwak ben.
‘’Moet ik je helpen?’’
Shit.
‘’Nee, het lukt wel hoor.’’
Hij schenkt me een gemeende glimlach en gaat vervolgens verder met het rapen van hout. Ik ben blij dat hij niet door vraagt.
Een paar goed geschikte takken liggen op de grond. Ik kan ze niet oprapen door het gewicht op mijn armen dus zoek ik om me heen naar Micheal, hij staat een eindje verder op.
Zucht.
Kreunend buk ik. De stam glijd mijn armen uit en laat daarbij een grote schaafwond achter. Tranen schieten in mijn ogen, ik bijt op mijn lip. Vechtend tegen de tranen probeer ik op te staan. Ik kan er niks tegen doen, een traan rolt ongevraagd over mijn wang.
Pijnlijk wrijf ik over mijn arm die steeds roder wordt en helemaal vies is.
‘’Wat is er gebeurd?’’
Geschrokken van Micheal zijn stem draai ik me om. Hij ziet me huilen. Vlug veeg ik de tranen weg, ik voel me zwak.
‘’Oh, het is niks. Een klein schaafwondje,’’ zeg ik.
‘’Klein? Het ziet er behoorlijk pijnlijk uit, kom we gaan terug. Het begint toch al te schemeren en ik denk niet dat het een goed idee om in het donker door de bossen te trekken. We hebben immers nog steeds geen idee waar we zijn.’’
Eigenlijk wil ik alsnog niet toegeven maar het bloed op mijn arm gemengd met de prikkende pijn verandert mijn gedachten.
Samen wandelen we het bos uit, deze keer pratend.

leuke stukjes♥

Met wat hout en een pijnlijke arm komen we aan bij de rest. Micheal gooit het hout, zonder die verdoemde stam, op een hoop en roept vervolgens Mark. Stralend begint hij een vuur te maken met de lucifers.
Ik loop met Micheal naar zijn tent waar hij met zijn flesje water mijn arm wilt schoonmaken.
‘’Niet doen, dat water kan kostbaar zijn!’’ roep ik snel.
‘’Kostbaar voor dit soort situaties ja,’’ zegt Micheal. Zijn gezicht staat serieus.
Ik grinnik, hij is lief.
We praten en lachen wat terwijl hij vertelt over zijn ontwaking. Hij laat zien dat hij ‘63’ op zijn arm heeft staan. We bespreken wat het kan betekenen en wat we hier doen.
Nadat mijn arm weer schoon is en de woorden op zijn gaan we weer terug. Soms kijken we elkaar aan en lachen wat. We zijn nog een eind verderop wanneer we het vuur al ruiken. Nog een stuk en we zien het licht door de bomen. Iedereen is druk in gesprek.
‘’We zijn hier samen en zullen ook met elkaar moeten zien te overleven. We delen het dus,’’ zegt Twan, een jongen met een vriendelijk gezicht. Ik kan zien dat hij een zachtaardig karakter heeft.
Ik ga naast Mark zitten en probeer wat van het gesprek op te vangen. Mijn gedachten blijven wegdwalen, kan me niet concentreren op het onderwerp. Het gaat over eten, meer hoor ik niet.

Ik lig in mijn tent, vermoeid. We hadden het eten uit de koffers verzameld en de helft ervan vervolgens gedeeld. De andere helft hadden we bewaard voor de volgende dag. Het was niet veel maar het voelde heerlijk om eindelijk wat te eten. En nu lig ik hier maar, niks te doen.
Mijn maag begint weer te knorren. Ik draai me en staar in het donkerte. We hadden gepraat en gelachen. Elkaar allemaal wat beter leren kennen.
Het klikt het beste met Micheal en Mark. Maar ook met Lily, een klein verlegen meisje, heb ik wat gepraat. Ze heeft mooie lange blonde haren en blauwe ogen. Het is duidelijk te zien dat ze een natuurlijke schoonheid heeft, veel jongens blijven haar maar aan kijken. Ik was niet echt jaloers, zoveel behoefte naar aandacht had ik toch al niet.
Buiten is het stil. Iedereen zit inmiddels in zijn eigen tent. Op een paar na, zij durfden niet alleen te slapen en zijn bij elkaar getrokken. Ik had getwijfeld maar ben uiteindelijk toch ik mijn eigen tent gaan liggen, moederziel alleen. Hoewel ik daar helemaal geen zin in heb wil ik toch liever wat slaap.
Ik laat mijn hoofd op het kussen rusten en herhaal de dag in mijn hoofd. De kille angst en eenzaamheid van de ochtend maar ook de gezelligheid die de avond met zich mee had gebracht. De dag was snel voorbij gegaan. En nu lig ik hier hier maar, nog steeds zonder enig besef waar en waarom ik hier nu eigenlijk ben.
Ik had me gedurende de dag sterk gehouden maar nu lopen de tranen toch weer over mijn wangen. Ik hijs mijn knieën op en maak me klein. Begraaf mijn gezicht in de dekens.
Opeens komt er licht door mijn oogleden heen. Ik open ze en heb meteen spijt. Een fel licht, overal vandaan. Met een snelle beweging duw ik mijn gezicht in het kussen. Probeer het uit mijn ogen te halen. Buiten klinkt gegil. Een paar snelle gedachtes suizen door mijn hoofd. De belangrijkste; ‘wat gebeurt er?’.
Tientallen seconden blijf ik zo zitten. Sluit me af van de wereld. Alleen mijn snelle ademhaling hoor ik nog. Mijn hart klopt in mijn keel. Angstig om omhoog te komen, bang dat het licht mijn ogen opnieuw zal verblinden.
Langzaam draai ik mijn hoofd een klein stukje.
Donkerte, zucht.

oooh, spannend! snel verder♥ je schrijft echt leuk♥

Leuk, ik volg!