[VERHAAL] 50 ways to die

Wat voor cijfer geef je mijn verhaal tot nu toe?
  • 10
  • Tussen de 8 en de 9
  • 7
  • 6
  • een dikke 2

0 stemmers

Heyhey,
hier is mijn nieuwe verhaal! Ik hoop dat jullie het leuk vinden, en ik beloof dat dit verhaal duidelijker wordt :slightly_smiling_face:

Proloog
Ik heb me altijd al afgevraagd wat er gebeurd na de dood. Ga je dan direct door naar de hemel, of wil je liever nog blijven leven als geest? Kan je daar voor kiezen? En als je als geest door het leven zou willen gaan, wat doe je dan? Vermoord je dan mensen? Troost je mensen of help je ze?
Helaas ben ik erachter gekomen. Ik had dit totaal niet verwacht. Laatst vroeg ik nog aan mijn vader; ‘Pap, kunnen geesten je vermoorden?’ Toen ik dat vroeg, bleef mijn vader volhouden dat het niet kon. Ik dacht dat hij de waarheid sprak. Mijn vader zou nooit tegen mij liegen.

Hoofdstuk 1
Ik lig op mijn bed. Buiten tikt de regen op mijn raam. Ik kan niet in slaap komen. Het verschrikkelijke nieuws dat Sascha nooit meer beter wordt blijft in mijn hoofd rond spoken.
Hoe lang heeft ze nog te leven? Mijn moeder zei dat het drie jaar kan zijn, maar ook net zo goed twee maanden. Ik moet er niet aan denken dat mijn beste vriendin dood gaat.
Bij Sascha is vorig jaar kanker ontdekt. Iedereen was er kapot van. Sascha had me beloofd om door te gaan met alles en als we later groot zijn zouden we samen in Engeland gaan wonen. Dat plan gaat dus niet meer door. Maar dat vind ik nog niet het ergste. Het ergste is dat ik gewoon niet kan overleven zonder Sas.
Ik draai me om op mijn zij en kijk op mijn wekker. 12:30! Over een paar uur moet ik alweer opstaan.
Het liefst blijf ik een week in bed liggen, zei Sascha altijd. Gek genoeg vond ik het altijd grappig als ze dat zei. Nu is er geen plek meer voor iets grappigs. Nu moeten we serieus door het leven gaan.
Ik probeer me te concentreren op het gedruppel. Ik merk dat mijn ogen langzaam dichter gaan. Ik voel mezelf steeds rustiger worden. Voor ik het weet ben ik in een diepe slaap gevallen.

]Wauw heel mooi geschreven!
Je vorige verhaal was ook zo goed.
Dus deze volg ik zeker!
Snel verder!

Ah, dankjewel! :slightly_smiling_face:

Je schrijf echt heel mooi! +1 volger :upside_down_face:

Dankjewel! Echt aardig van jullie :slightly_smiling_face:

Mooi geschreven, ik volg :slightly_smiling_face:

Hoofdstuk 2
‘Cat, Cat’ zijn de eerste woorden die ik hoor als ik wakker word. Ik voel dat ik door elkaar word geschud door twee handen. Het duurt een tijdje voordat ik pas echt weet wie mijn naam in mijn oor fluistert. Ik doe mijn ogen open en zie mijn moeder over me heen hangen. ‘Je moet over een kwartier naar school’ zegt ze. Er gaat een knop om in mijn hoofd en spring uit mijn bed. Gelukkig heb ik die spijkerbroek gisteren over mijn bureau-stoel heen gehangen, dus hoef ik niet meer uren te zoeken.
Ik gris een T-Shirt uit mijn kast, trek sokken aan en ren naar beneden om mijn brood te smeren. Mijn vader zit rustig hap voor hap zijn brood op te eten.
Ik besteed geen aandacht aan hem en smeer meteen een broodje pindakaas.
‘Ook Hallo, Cat’ hoor ik hem mompelen. Ik glimlach en zeg een zachte ‘Hoi’ terug.
Mijn broodje werk in in een keer naar binnen en neem een sprintje naar de gang om mijn jas daar aan te trekken. Ik zie mijn portemonnee op het kastje liggen dus besluit dan maar om iets lekkers op school te kopen.
Ik roep ‘Doei pap, doei mam’ en gooi de deur achter me dicht.

Ik weet niet hoe hard ik gefietst heb. Helemaal buiten adem kom ik aan fietsen bij Sascha. Dan besef ik me in een keer wat er allemaal aan de hand is. Ik voel me slecht dat ik haar vergeten ben.
Ik zucht en zet mijn fiets neer tegen de muur. Sascha doet de deur al open en geeft me stilletjes een knuffel. Ik zie dat ze heeft gehuild. Haar ogen zijn rood en ze snuift. Dan laat ze zichzelf los uit mijn knuffel en loopt naar haar fiets. We stappen op, en samen fietsen we de straat uit.
Ik kijk haar aan. Ik probeer me Sascha voor te stellen met haar lange haren, maar het lukt niet. Nu is ze kaal. Ik weet nog wel hoe erg Sascha hier tegenop zag. Het moment dat haar lange lokken eraf werden geknipt. Ik weet nog wel hoe erge medelijden ik met haar had.

Na ongeveer tien minuten fietsen we het schoolplein op. In de verte zien we Ingrid en Sanne staan. Ze hebben ons gezien en rennen als een gek richting Sascha. Ik kijk toe hoe ze haar knuffelen.
Sascha heeft nooit wat met Ingrid en Sanne gehad. Sinds ze hoorden dat Sascha kanker had, doen ze alleen maar klef. Ingrid en Sanne zijn echt om uit te kotsen. Eerst Sas een beetje lopen pesten, daarna doen alsof er niks is.
‘Sas, kom je?’ vraag ik. Ik zie Sascha knikken en Ingrid en Sanne laten haar los. Samen lopen Sascha en ik richting het fietsen hok. ‘Bedankt dat je me hebt bevrijd van die die twee’ zegt ze. Ik glimlach en knik.

Ben benieuwd hoe het verder gaat, ik volg :metal:

je schrijf zo mooi, het leest echt heel fijn!

Dankjewel allemaal!

Omg nog een verhaal!!!
JHAAAAA JE GROOTSTE FAN HIER LEEST MEEE :wink:

Aahh, hahahaha (:

Dankjewel voor alle lieve reacties!

Hoofdstuk 3
De dag liep niet bepaald vlekkeloos. Ik heb ongeveer drie keer met Sascha naar de WC moeten rennen, omdat ze voortdurend moest overgeven. Ook had Sascha voortdurend huil aanvallen, en deed iedereen super klef. Ik was niet de enige die daar problemen mee had. Ook Sascha had liever dat ik de enige was die haar kwam troosten.
Ik sta bij mijn kluis te wachten op Sascha, die haar kluis ergens anders heeft. Ik moet iets bedenken dat Sascha en ik vanmiddag kunnen doen, om haar te verrassen. Iets wat we al ons hele leven willen doen, maar wat nooit is gelukt. Iets spannends.
Ik probeer het antwoord te zoeken om me heen, maar dat helpt niet. Er hangen alleen maar posters met vrolijke teksten. Ik zucht. Ik zie in de verte een groepje jongens aan lopen. Ze praten over een of andere horror film. Ik kan het niet heel goed verstaan, maar wat ik er allemaal uit kan oppikken brengt me op een idee. ‘Heb je die nieuwe geesten-film gezien?’ hoor ik een van de jongens zeggen. Geesten! Dat is het! Sascha en ik hebben ons hele leven al een keer geesten op willen roepen. Sascha gaat dit geweldig vinden!
In de verte zie ik Sas aan komen lopen. Ik loop haar tegemoet en knuffel haar.
‘Sas, we gaan vanmiddag iets geweldigs doen!’

We komen aanfietsen bij het huis van mijn oma. ‘Wat gaan we nou doen?’ vraagt Sascha. Ik glimlach. ‘Sas, dat zie je wel’ antwoord ik en sleur haar mee naar binnen.
De reden waarom ik heb gekozen voor mijn oma’s huis, is omdat mijn oma ten eerste niet thuis is. En ten tweede, ik ben er ooit achter gekomen dat mijn oma een of ander bord hiervoor heeft. Ik weet nog wel dat ik zowat aan haar been ging hangen om de waarheid te horen wat het bord nou precies betekend.
Samen lopen Sascha en ik de stoffige trap op richting de zolder. Voordat we op zolder komen, moeten we eerst een oude, vieze krakende deur open doen.
Ik pak de klink vast en loop de trap op, met Sascha achter me aan. Ik merk dat Sascha vrolijker is dan eerst. Ze heeft er zin in, ik zie het aan haar.
Samen lopen we de overloop op en pak twee poefen en een makkelijk schuifbaar tafeltje. ‘Zo, ga maar zitten’ zeg ik. Sascha gaat op de bruine poef zitten. Ik zoek naar het bord. ‘Waar lig je nou?’ mompel ik. Ik zwoeg met mijn handen door de ouderwetse kleding die op een bult ligt. Na een paar seconden ploegen heb ik hem gevonden. Ik pak de doos stevig vast en loop richting Sascha.
‘Nee! Wat gaaf!’ schreeuwt ze zowat van blijdschap. Ik zie haar lachen. Voor het eerst in een week.
Ik ga zitten en doe de deksel van de doos eraf. De binnenkant is minder stoffiger dan de buitenkant. Ik zie dat er een glas in ligt en een bord, that’s it!
Ik leg het bord klaar op de tafel en zet het glas in het midden neer. Ik lees de letters die getatoeëerd staan in het bord. Ik voel geen enkele angst van binnen, ik geniet alleen maar.
Ik kijk Sascha aan en geef een knikje naar het lichtknopje. Sascha begrijpt de hint en loopt er naar toe. KLIK, donker! Ik kan nog net het gezicht van de Sascha zien.
Ik haal diep adem en zie dat Sascha hetzelfde doet. ‘1,2,3 go’ zeg ik. Tegelijk leggen we onze vingers op het glas. Sascha begint met de eerste vraag.
‘Is hier iemand?’ Simpel, maar zo weten we wel meteen of dit de juiste plek is.
Ik voel het glas schuiven naar het woordje JA wat rechts op het bord staat.
Ik sla een hand voor mijn mond. Dit is te gek! Snel stel ik de volgende vraag.
‘Hoe heet u?’ Het glas schuift richting de R. Van de R gaat ze naar de O en van de O naar de S. Tot slot beweegt het glas nog even naar de A. Het glas beweegt niet meer.
Rosa? Wie is Rosa? Ik probeer diep in mijn gedachtes door te denken, maar ik kom niet op een antwoord. Dan hoor ik Sascha vragen: ’ Wanneer ga ik dood?’.
Deze vraag raakte me. Waarom nou weer persé deze vraag?
Rosa weet hier ook geen antwoord op en het glas is stil. Niet alleen het glas, maar alles is stil. Geen geluid. Dan hoor ik een harde knal en springt de deur open. Ik schrik me dood en druk het licht aan. Sascha is ook geschrokken. Die deur zat toch op het slot?

Oeeh spannend!!

Ik hou echt van je schrijfstijl, je schrijft op zo’n manier dat ik echt alles wil lezen. Wauw.
De laatste zinnen van het laatste hoofdstuk, dat moment dat ik dat las, omg… IK SCHROK ME HELEMAAL WILD…
Echt, je moet een echt boek gaan maken… Wauw

Ah, zo lief om te horen van jullie! Morgen schrijf ik weer verder :heart:

Ja, ik volg!

Omg, ik hoop dat het die oma is !

spannend!!

oeehhhhh… :upside_down_face: