[verhaal] 2 vreemden, 1 vakantie

hii,
ik vind schrijven heel leuk maar eigenlijk leest niemand het.
en nu dacht ik, ach waarom ook niet?
dus plaats ik hier mijn verhaal.

waar gaat het over:
Twee families gaan naar het zonnige Zuid-Frankrijk. Beiden kregen ze het aanbot om twee weken lang in een groot, luxe villa door te brengen. Wat ze alleen niet weten is dat ze het nog met een ander gezin moeten delen.
Als ze na uren eindelijk aankomen, wil geen van de families weg om een ander logeeradres te zoeken. Zo krijgt deze zomervakantie een andere wending als vooraf was gedacht. Vooral wanneer Nina en Daan er alleen voor komen te staan.

personen die erin voorkomen:
Familie van Buren:
Alex van Doren, de stiefvader van Nina.
Rosalie van Buren, de moeder van Nina.
Stijn van Buren, het kleine broertje van Nina. Acht jaar.
Nina van Buren, een meisje van 17 jaar dat een moeilijk jaar achter de rug heeft. Ze is erg terughoudend en geeft zich niet graag bloot.

Familie de Vries:
Ron de Vries, de vader van Daan.
Janet de Vries, de moeder van Daan.
Valerie en Sara de Vries, de tweelingzusjes van Daan. Elf jaar.
Daan de Vries, een jongen van 19 dat dit jaar graag met zen vrienden op vakantie wilde maar dat niet mocht. Hij is echter niet van plan om deze vakantie de hele tijd maar niks te doen en wil er graag op uit.

als jullie het leuk lijken laat dan alsjeblieft een reactie achter, dan weet ik dat.
xx

het eerste stuk:
1.
Nina.

Ik kijk naar de donkerblauwe lucht.
Achter mij hoor ik koffers rollen en van ver hoor ik de stemmen van Alex en m’n moeder.
Vandaag gaan we op vakantie, naar Bordeaux. Elf uur lang in de auto.
Elf uur lang naar het kleffe gedoe kijken van m’n moeder en Alex.
Een voordeel is dat we twee weken lang in een groot, luxe villa zitten en dat ik ze dus eigenlijk niet hoef te zien.
Dit was de eerste vakantie na al het gedoe van het afgelopen jaar.
Ik had tot voorkort gedacht dat we op zijn minst met z’n drieën op vakantie zouden gaan maar nee hoor, meneer Alex moest mee.
‘Nina heb je boven alles dicht gedaan?’ ik schrik van mijn moeders kille stem en draai me om.
We spraken de laatste maanden niet veel met elkaar. We zeiden alleen de dingen die echt gezegd moesten worden.
‘Ja.’
Achter haar zie ik mijn broertje van acht de trap aflopen. In zijn ene hand heeft hij zijn bekende knuffel en zijn andere hand zit om de trapleuning geklemd.
‘Wanneer gaan we?’ vraagt hij slaperig.
‘We gaan zo lieverd,’ mijn moeders stem was weer lief zoals ik hem kende. ‘Over een paar minuten gaan we vertrekken. Heb je alles voor in de auto?’
Hij knikt en ploft neer op de bank.
‘Lieverd,’ ze richt zich weer op Alex. ‘Staat alles in de auto?’
‘Ja, volgens mij kunnen we gaan.’ Zonder ook maar iets tegen mij te zeggen loopt mijn moeder naar de deur en draagt Alex Stijn omdat die alweer in slaap is gevallen.
Ik zucht en til mijn tas op. een laatste blik op de klok zegt me dat het vijf uur is.
Om zes uur vanmiddag, met pauzes meegerekend, zijn we er.
M’n moeder maakt een gebaar dat ik moet opschieten maar ik negeer het.
Op m’n dooie gemak loop ik naar buiten, richting de auto.
Een rode blinkende auto staat op de oprit en de lichten branden in mijn ogen.
Ik open de deur en stap in.
Stijn leunt met zijn hoofd tegen de deur en heeft zijn ogen half dicht zitten.
‘Ga maar weer lekker slapen.’ Fluister ik terwijl ik zijn hoofd op mijn schouder leg.
De laatste paar maanden had ik praktisch voor hem gezorgd. Eten, naar school, op tijd in bed leggen al die taken waren voor mij geweest. En wat kreeg ik? Stank voor dank.
De overvolle auto rijdt de oprit af en ik hoor een robotachtige vrouwe stem uit de speakers van de Tom-Tom komen.
De hand van Alex rust op mijn moeders been en alleen al bij de gedachte walg ik.
Ik heb Alex nooit gemogen, vanaf dag één al niet en dat terwijl ik hem al zes jaar ken.
Ik weet nog precies hoe hij binnen kwam en zichzelf voorstelde alsof ik een kleuter was, ik was elf en echt geen kleuter meer.
Voorzichtig stop ik de oortjes van men mp3 speler in m’n oren om Stijn niet wakker te maken.
Een vrolijk nummer galmt door mijn hoofd en maakt me, voor zover mogelijk is, vrolijk.
Mijn ogen vallen dicht en mijn hoofd word zwaar. Ik leun tegen Stijn’s hoofd en voordat ik het weet val ik in slaap.

Ehmm. Dat men kan niet. Dat is of m’n of mijn. Men is iets anders.
Ik was elf en oud voor mijn leeftijd? Je bent elf maar toch oud voor je leeftijd? Iedereen van elf is toch elf?

Je schrijft leuk, en inderdaad wat diegene hierboven zegt. Ga maar verder. Ben wel benieuwd waar het heen gaat…

ja, ze heeft gelijk, dat is een beetje raar.
ik vind het verhaal niet heel goed.

Ik heb trouwens ook nog nooit een donkerblauwe lucht gezien terwijl er een maan is.
Dan is de lucht zwart, zelfs in de zomer. Al kan het om 5 uur 'snachts wel weer iets lichter worden, maar dan is meestal de maan niet meer goed zichtbaar.

Ik vind de fouten in je spelling en grammatica behoorlijk irritant, om eerlijk te zijn.

bedankt voor je commentaar, ik heb het aangepast.
dat van elf jaar zijn, je kan ouder zijn. ik bedoel qua gedrag, maar dat maakt verder niet zoveel uit.

Dan ben je volwassen voor je leeftijd. Niet oud. :stuck_out_tongue:

Ai je let veel op details maar je hebt wel gelijk donkerblauwe lucht met maan klopt niet volgensmij!

Sorry! Ik ben inderdaad nogal een zeikerd als het gaat om zulke dingen. xD Voor mij moet het verhaal echt HELEMAAL kloppen.

haha ach ja. dat heb ik zelf ook, maar het eerste stuk vind ik gewoon lastig om te schrijven en verder vallen mij die spellingsfouten niet op. wel bij iemand anders maar dat heb je wel vaker, dan lees je er bij je eigen gewoon overheen.

ik plaats alvast het tweede stukje.

                                                  [b] 2.[/b]
                                                     [b]Daan.[/b]

Al drie uur zit ik in de auto, nog tien te gaan.
Bij die gedachte zucht ik en kijk ik links van me. Mijn twee zusjes zitten braaf naar een DVD te kijken en lachen om de grapjes die er worden gemaakt.
‘Zullen we zo even stoppen? Onze benen strekken?’ mijn vader kijkt ons aan via de achteruitkijkspiegel.
‘JA!’ Direct zetten ze hun DVD uit en kijken mij met grote ogen aan.
‘Prima.’ Ik leun met men hoofd tegen het raam.
Hij rijdt de snelweg af en parkeert de auto op de zo juist aangegeven parkeervakken.
Langzaam glijdt de gordel van me af en open ik de deur.
Een koude frisse wind komt me te gemoed en bezorgd me kippenvel.
Mijn moeder, die de hele reis al stil is, slaat een arm om me heen en glimlacht.
‘Het wordt best leuk.’ Zegt ze dan.
‘Wat jij wilt.’ Ik loop een stukje bij de rest vandaan en denk aan de foto’s die ik op het internet heb gezien.
Een villa, ergens buiten de stad oftewel waar helemaal niks te doen is.
Ik begrijp nog steeds niet waarom ik niet met mijn vrienden mee mocht naar Griekenland.
Ja, oké, misschien komt het door de financiële problemen thuis.
Het was òf dit òf helemaal niet op vakantie.
We hadden geluk dat we dit nog konden vinden en dat het niet zo duur was, had m’n moeder laatst gezegd.
Ik hoor mijn naam van ver en draai me om. Iedereen zit alweer in de auto en m’n moeder gebaard dat ik ook moet komen.
Met mijn handen in m’n broekzakken loop terug en neem ik nog een laatste snuif frisse lucht.
De komende uren moet ik het weer doen met de aircolucht waar ik zo verkouden van word.
Ik klik men gordel weer vast en hoor de motor van de auto.
Ik pak een boek uit men tas en sla de eerste bladzijde om.
Valerie en Sara zitten alweer verdiept in de film en zo te horen is het spannend.
De eerste zonnestralen komen door het raam en ik voel ze op mijn gezicht.
In tegenstelling tot een uur geleden waren er meer auto’s op de weg en gingen de wegrestaurants ook open.
Langzaam komt het leven weer opgang en gaat iedereen ergens heen.
Iedereen heeft een bestemming. Voor de één leuk en voor de ander misschien niet.
Maar allemaal hebben we een doel, allemaal willen we ergens naar toe.
Ik richt me weer op het boek maar voel de hoofdpijn al opkomen.
Waarom kan ik nou nooit lezen in de auto?
De aftiteling van de film begint en mijn moeder draait zich om, naar Sara en Valerie.
‘Zullen we dan nu radio luisteren?’ vraagt ze.
Ze knikken en kijken samen uit het raam.
Een vrolijk nummer komt uit de boxen en alle vier zingen ze mee.
Typisch een familiedingetje, zingen in de auto wanneer we op vakantie zijn.
Terwijl ik een beetje mee neurie, stop ik mijn boek weer weg.
Hoe graag ik nu ook bij mijn vrienden wil zijn, ik heb geen keus.
Dus moet ik er maar iets leuks van gaan maken.

Waarom enter je na iedere zin? XD Dat hoeft toch niet?

ik vind het een leuk verhaal hoor en ik let nooit zo op die foutjes super veel mensen doen dat als ze een verhaal maken

oeverder.
maar ff een dingetje.
want uhm, in t eerste stukje walgt ze van alex, en het lijkt alsof het haar stiefvader is.
maar in het 2e stukje praat je opeens over haar vader…

^ hoe bedoel je? ik heb twee stukjes maar het tweede stukje gaat over Daan.
het is haar stiefvader en hoe en waarom dat wordt later wel duidelijker. :slightly_smiling_face:

ik weet niet waarom dat zo is. ik typ het in word en plak het dan hier.
als ik kijk in word dan heb ik ook gewoon zinnen die achter elkaar komen zeg maar.
vaag… haha xD

ikvind hetwel fijn met die enters^^
ooooh, haha iksnap het alweeer. ;a

3.
Nina.

Ik open m’n ogen en zie een bord met Bordeaux tien kilometer.
‘Zijn we er bijna?’ vraag ik zonder het specifiek tegen iemand te zeggen.
‘Ja,’ begint Alex. ‘Je hebt bijna de hele rit geslapen, behalve wanneer we stopten maar voor de rest heb je er niet veel van meegekregen.’
Hij glimlacht en concentreert zich weer op de weg.
Naast me speelt Stijn met zijn Nintendo DS en zo te zien is hij daar helemaal in verdiept.
Mijn moeder daarin tegen kijkt gespannen naar buiten.
Vroeger zou ik een hand op haar schouder gelegd hebben en haar hebben gevraagd wat er aan de hand is maar nu kijk ik, net als haar, gewoon naar buiten.
Alex rijdt de snelweg af richting een zo te zien klein dorpje.
‘Dit is bordeaux toch helemaal niet?’ Stijn kijkt paniekerig naar m’n moeder.
‘Bordeaux is toch veel groter?’ gaat hij verder.
Aangezien mijn moeder niks zegt begin ik maar. ‘Kijk,’ ik wijs naar een bordje dat langs de kant van de weg staat. ‘Dit is Cenon. Over een paar kilometer zijn we in Bordeaux en ik denk dat we over een half uurtje wel bij de villa zijn.’
Ik zie m’n broertje opgelucht kijken. Zelf ga ik weer verder met waar ik meebezig was, namelijk naar buiten kijken.
Cenon bestaat voornamelijk uit velden en voordat ik het weet rijdt Alex een oprit op en vertelt de Tom-Tom dat we er zijn.
Ik stap uit de auto en kijk om me heen.
Voor me staat een grote, witte villa met twee grote deuren die dienen als de ‘bescheiden voordeur’ zoals het op het internet werd verteld.
‘Het ziet er goed uit.’ Begint Alex.
Hij opent de kofferbak en tilt de koffers er één voor één uit.
‘Zullen we eerst naar binnen gaan? Even rond kijken en zo. Dit komt straks wel.’ M’n moeder wijst naar de koffers en pakt Alex hand.
Stijn, die naast mij was gaan lopen, kijkt z’n ogen uit en loopt als eerste naar binnen.
Een grote witte hal heet ons welkom en twee trappen lijden naar boven, naar de slaapkamers en badkamers.
‘Stijn, zullen wij boven kijken?’ ik kijk hem vragend aan en wanneer hij knikt lopen we samen naar boven.
Allebei kiezen we een andere trap en rennen zo snel als we kunnen de trap op.
Stijn is als eerste boven en opent de eerste de beste deur die hij kan vinden.
Daarachter zit een ruime slaapkamer met een privé badkamer.
Volgens de site zijn er zes slaapkamers en vier badkamers.
In totaal zijn er negen slaapplaatsen en zouden de schoonmakers de bedden opmaken naar het aantal personen dat zouden komen.
Tot mijn verbazing zijn alle bedden opgemaakt.
Stijn merkt hetzelfde op en vraagt dan of er meer mensen komen.
‘Volgens mij niet. Misschien hebben we het wel verkeerd gelezen op internet.’
Geef ik hem als antwoord.
Allebei kiezen we alvast een kamer uit.
Ik kies een kamer dat uitkijkt op de wijngaarden en het zwembad. Ik heb dan wel geen privébadkamer maar naast mij zit er alsnog één en ik hoef hem met niemand te delen.
Samen lopen we de trap weer af en zien we Alex en mijn moeder in de woonkamer zitten.
‘Hoe ziet het er boven uit?’ mijn moeder kijkt mij, tot mijn verbazing, aan.
‘Uh,’ ik weet even niks anders te zeggen. ‘Mooi. Maar,’ ik kijk naar Stijn.
‘Alle bedden zijn opgemaakt en voor zover ik weet zouden ze alleen het aantal bedden opmaken dat gelijk stond aan het aantal personen.’
Ze knikt en kijkt Alex aan. ‘Ik zei het je toch. Waarom zou de tafel anders voor negen personen zijn gedekt?’
Alle drie, Stijn interesseert het niet zoveel, kijken we elkaar niet begrijpend aan.
Opeens horen we een auto over de kiezelsteentjes rijden.
Met grote ogen kijken we elkaar aan en lopen dan naar de voordeur.
Een grijze auto stopt bijna voor de voordeur.
Met zo te zien… vakantiegangers.