[VER] Een bekentenis

Ik heb eerlijk gezegd geen idee hoe lang ik dit verhaal ga volhouden of hoe lang het wordt, maar ik moet het van me af schrijven.

Hoofdstuk 1.
Een beetje zenuwachtig strijk ik met mijn handen over de plooien in mijn broek. De stof spant om mijn benen, maar gelukkig niet zo dat het lelijk wordt. Ik loop heen en weer, kijk af en toe uit het raam om te zien of er al iemand aankomt. Opeens voel ik twee handen om me heen en de warmte van een lichaam dat zich tegen mij aandrukt. “Heb je er zin in?” De stem van mijn vriend, Leslie, kietelt in mijn oor. Ik knik, draai me om en geef hem een knuffel. “Ontzettend,” antwoord ik bevestigend. Hij wil nog iets zeggen, maar wordt weggeroepen door zijn ouders, die hem achterin de tuin nodig hebben. Weer verval ik in mijn eerdere positie: rusteloos glijden mijn handen over de tafels, die we vanochtend zo zorgvuldig aan de kant hebben gezet. In de woonkamer is nu ruimte voor minstens vijftig mensen - de slaapzakken passen er dus waarschijnlijk ook nog wel in. Mijn naaldhakken maken een stampend geluid als ik de tuin in loop om voor de laatste keer de geluidsinstallatie te checken. We hebben voor twintig uur muziek, dus we komen er wel. De spanning in mijn maag is enorm en elk moment ben ik bang om opgeschrikt te worden door het raspende geluid van de deurbel. Leslie rent voorbij, drukt een kus op mijn wang. “Jij doet wel open hè?” zegt hij met een grijns op zijn gezicht. Ik knik, wil best gastvrouw spelen.

Nog geen vijf minuten later gaat de bel. Alsof ik door een kanon wordt afgeschoten ren ik naar de voordeur. Het duurt even voordat ik het kreng openkrijg. “Hoi” zeg ik uiterst vrolijk tegen de jongen die voor mijn neus staat. Het is een vriend van Leslie, ik ken hem alleen vaag van school. “Kom binnen,” zeg ik met een brede glimlach, en doe een stap opzij. Een beetje onwennig zet de jongen zijn voet over de drempel en drukt me de hand. “Gefeliciteerd,” klinkt het mompelend. Ik blijf glimlachen, terwijl ik zijn arm op en neer pomp alsof het een blaasbalg is. Uiteindelijk komt Leslie me verlossen en neemt de jongen, van wie ik nog steeds niet kan onthouden hoe hij heet, mee de tuin in voor een glas bier.

“Leslie!” Het is ondertussen behoorlijk druk in de tuin. Allerlei mensen, nu ook gelukkig vriendinnen van mij, staan kriskras door elkaar aan de hoge bartafels die we de tuin in hebben gesleept. Het is fris, maar dat mag de pret niet drukken. Leslie en ik lopen allebei af en aan met drankjes, hapjes, etcetera. Ik ben vooral aan het vliegen en zorgen en eigenlijk weinig bezig met mijn vriendinnen. Die vermaken zich wel, redeneer ik nuchter. De deurbel gaat als ik even een praatje sta te maken. Ik roep Leslie nog een keer, maar hij is veel te druk met het openen van bierflesjes. Een beetje doodgemoedereerd neem ik een glas prosecco mee naar de deur en doe open. Meteen verstijf ik en ik voel het bloed wegtrekken uit mijn gezicht. Mijn hand met de prosecco trilt een beetje, maar bijna onmerkbaar. “Hee!” zeg ik ademloos en doe mijn best om een beetje normaal te klinken. “Leuk om je te zien, An.” Hij heet eigenlijk Anthony, de jongen die nu voor me staat. Iedereen noemt hem Anton, of An. Hij is de beste vriend van Leslie en - gelukkig - vindt hij mij ook wel oké. Mijn handen voelen klam aan als ik hem een hand geef. “Nog gefeliciteerd,” zegt hij me een ontspannen grijns op zijn gezicht. Ik glimlach en geef hem zijn glas prosecco. “Leslie is daar,” zeg ik en gebaar naar de achterkant van de tuin. “Komt goed,” zegt hij, nog altijd grijnzend. Terwijl hij naar de zon loopt, blijf ik in mijn eentje achter in de hal. Ik kijk hem na en opeens bekruipt een onheilspellend gevoel me. Er gaat iets helemaal mis vanavond. Ik voel het.

Ik weet alleen nog niet wat.

klinkt [of leest] goed!
snel verder! ^^

Dankje. (:

Leuk begin, je schrijft fijn! Alleen één ding: ik zou ‘stampend geluid’ niet met naaldhakken combineren, tenzij ze er echt niet op kan lopen :’) Dan zou ik eerder voor ‘schel geluid’ of ‘klikken hard’ gaan.

Hoe dan ook, verder!:smiley:

Hoofdstuk 2
Het wordt langzaam donker in de tuin. Nog altijd komen er mensen binnen, die ik met een vriendelijk gebaar binnenloods. Omdat iedereen met me wil proosten, loop ik vaak heen en weer met glazen. Één voor mij en één voor de binnenkomende gast. Eerst nam ik kleine slokjes, nu sla ik elk glas in één keer achterover. “Ad fundum,” zeg ik grinnikend na het zoveelste glas - ik kan het niet eens meer tellen. Feitelijk voel ik me prima. Toegegeven, de wereld draait net iets langzamer dan ik zou willen en mijn wangen voelen warm aan. Maar ach, het leven is mooi, de lage zon brengt een warme gloed op de gezichten van mijn vrienden en Leslie… waar is Leslie eigenlijk? Zoekend kijk ik om me heen, probeer zijn gezicht te herkennen tussen de mensenmassa. Maar ik heb mijn lenzen niet in, dus ik zie hem niet. Waarschijnlijk staat hij iets bij te vullen, of maakt een praatje met mensen.
Ik loop naar de tafel achterin, waar we alle drankjes op hebben gestald. Er zijn al redelijk wat flessen drank doorheen, constateer ik tevreden. Met een bepaalde tegenwoordigheid van geest besluit ik deze keer voor een glas cola te gaan, niet voor een glas zoete witte wijn. Daar heb ik er ook al meer dan genoeg van op.
Mijn vriendinnen slaan hard op mijn schouder en ik kijk om. Ze lachen. “Vermaak je je, nu je eindelijk alcohol mag drinken?” Ze dollen met me, wetende dat ik deze maand pas zestien ben geworden en zij al bijna zeventien zijn. Ik lach mee, voel me vrolijk in mijn hoofd. Alles is grappiger, lijkt het. “Ben je al aangeschoten?” Ik hoor niet wie het roept, maar het is hilarisch. Het glas cola drink ik snel leeg, daarna pak ik toch nog maar een glaasje drank. Er moet weer geproost worden, al weet ik niet meer waarop. Het goede leven misschien, of de prachtige avond.
“Lukt het met de drank?” Een zurige toon haalt me uit mijn roes van vrolijkheid. Leslie staat naast me, zijn gezicht staat boos. Nors grist hij het halfvolle glas uit mijn handen en zet het resoluut op tafel. “Stop maar even met drinken en help me liever,” zegt hij verwijtend. Meteen schud ik mijn lachkick van me af en word weer serieus. Zie je wel dat ik niet zo dronken ben.

Geloof me, op een hardhouten vloer maken naaldhakken een herrie van jewelste, haha. Zelfs als je prima op hakken kan lopen:p

oei. xD
dit gaat de verkeerde kant uit :wink:

maar wel leuk geschreven!

Vervolg
Ik sta op en loop achter Leslie aan, de keuken in. Hij begint een beetje aan te rommelen in de besteklade, terwijl ik met mijn nagels op het natuurstenen aanrecht tik. Hij keurt me geen blik waardig en zegt ook niets tegen me, waardoor ik me ongemakkelijk voel. “Sorry Les,” zeg ik zacht en een met een schuldige ondertoon in mijn stem. “Ik ga je helpen. Wat moet er gebeuren?”
Met een zucht komt hij overeind en wijst naar de schalen met eten op het aanrecht. “Breng die maar naar buiten, het is ongeveer wel etenstijd.” Ik knik, aarzel geen moment en neem meteen drie schalen tegelijk mee. Leslie moet onwillekeurig lachen en neemt er één van me over. “Je hoeft het niet meteen te overdrijven,” zegt hij hoofdschuddend, maar de toon in zijn stem is minder hard, wat me geruststelt. Ik moet lachen, laat hem de schaal terugzetten en breng de rest naar buiten, waar ik het onder de boom neerzet. Iedereen dringt gelijk om me heen, maar ik houd ze op afstand. “Oké, we gaan dus mooi nog even wachten tot het tijd is,” zeg ik lachend. Meteen loop ik weer naar binnen, vastbesloten om aan Leslie te laten zien dat ik heus niet alleen maar hoef te drinken. Mijn vriendinnen vermaken zich ook wel zonder mij.

Een half uur later heeft iedereen een bord. Het barbequevlees is niet aan te slepen, en dan te bedenken dat we voor vanavond nog de frituur wilde aanzetten. Tevreden sta ik even naast Leslie. Hij speelt kok, wat hij graag doet. Ik wrijf over zijn schouders en druk een kusje op zijn wang, maar hij reageert er niet echt op. Te druk met koken. Ik haal mijn schouders op en ga op zoek naar mijn eigen eten. Met mijn bordje en een glas drinken wurm ik me tussen de mensen die aan de bartafels staan. Er is een geanimeerd gesprek bezig over een nutteloos onderwerp, maar iedereen is zo aangeschoten dat het niet uitmaakt wáár het over gaat: als er maar gelachen kan worden. Ik meng me dadelijk in het gewoel en voer een levendige discussie aan - ik weet eerlijk gezegd niet eens waar ik het precies over heb. Anthony staat ook bij de groep, praktisch naast mij. Hij zegt af en toe wat, maar neemt voornamelijk slokjes van zijn flesje bier. Opeens stoot hij me aan en maakt een gevatte opmerking, waarop ik hem vernietigend aankijk. Ik kan echter niet lang boos blijven, dus mijn gezicht ontspant weer, we lachen elkaar een beetje uit. Hij staat dichtbij me, ik kan de warmte van zijn huid voelen. Nu voel ik me sowieso heel warm, dus dat is geen nieuws. Ik bekommer me niet echt meer om Leslie en het eten, maar raak steeds meer in gesprek met de rest. Het is gezellig, het is een goed feest, realiseer ik me. Af en toe stoot Anthony me aan, of prikt in mijn zij. De sfeer is zo ontspannen dat ik er geen kwaad achter zie en vrolijk meedoe.

“Sta je nou weer niks te doen…” Leslies stem doet me opschrikken. Hij staat aan de tafel, kijkt me niet aan terwijl hij dat tegen me zegt. De rest heeft niet zo door wat hij precies bedoelt, lacht alleen maar een beetje en gaat weer door met hun eigen gesprekken. Ik trek een beschaamd gezicht en duw mijn bord weg. “Wat wil je dat ik doe?” Hij kan me nauwelijks verstaan over de harde muziek. Iedereen zingt mee, want het is een populair nummer. Nu richt hij zijn blik weer wel op mij, maar hij kijkt niet lief, zoals net. “Verzin het zelf eens.” Zijn stem is hard en bijtend. “Ik sta me de hele tijd uit te sloven, en jij doet niks.”
Ik haal mijn handen door mijn haar en bijt op mijn lip. Mag ik soms geen plezier hebben? Maar goed, ergens heeft hij ook wel gelijk natuurlijk. In een helder ogenblik verzamel ik alle lege borden van alle tafels en kieper het in de prullenbak. De overgebleven salade en het vlees wat nog niet is aangeroerd, dek ik af met folie en breng ik terug naar de keuken. Zo, nu heb ik ook weer wat nuttigs gedaan, bedenk ik als ik mijn handen afveeg aan mijn broek. Het is nu definitief donker in de tuin. Overal klinkt geanimeerd gepraat, maar ik sta alleen en zonder groepje. Ik sluit ergens aan, gewoon om het gezellig te hebben.
“Gaan we zo cadeaus doen?” klinkt het opeens naast me. Ik had er niet aan gedacht, maar het lijkt me leuk om toch iedereen z’n cadeau te laten geven. Beetje nostalgie. “Tuurlijk,” zeg ik met een brede glimlach. De vraagsteller verdwijnt weer. Een paar seconden later is het grote licht in de woonkamer aan en worden Leslie en ik naar het midden geroepen. Omdat we allebei onze verjaardag vieren, moeten we allebei cadeaus aannemen.
We krijgen van alles: cd’s, boeken, geldbedragen die we samen moeten uitgeven. Dan is het de beurt aan Anthony. Van tevoren heb ik met hem al gepraat over zijn cadeau voor Leslie. Ze zijn nou al zo lang vrienden, dat het tijd is dat hij een huissleutel krijgt. Ik heb hem ongeveer gedwongen op zijn knieën te gaan, en wacht gespannend af of hij het ook daadwerkelijk doet. En ja hoor: hij buigt op éen knie en reikt een heus ringendoosje naar Leslie. Er klinkt een collectieve zucht van de meisjes en de jongens moeten lachen. Ik zie dat Leslie er blij mee is, waardoor een warm gevoel zich door mijn lichaam verspreidt. Het is goed om te zien dat hij blij is.
Dan is het mijn beurt. Anthony staat weer op en overhandigt me een klein pakketje. Nieuwsgierig trek ik het papier eraf: een cd van een band waar ik het wel eens met hem over heb gehad. Ik glimlach naar hem en geef hem een lange knuffel. Te lang.

Up.

Verder! Leuk verhaal ^^

Dankje:)

Haha okee, dan heb ik niks gezegd!

Leuk stukje weer, ben benieuwd waar het heen gaat.

Dankje! Misschien doe ik strak nog een stukje.

Vervolg
De avond vordert gestaag en eigenlijk wordt het steeds gezelliger. Iedereen komt wat los, niet in de laatste plaats omdat de alcohol rijkelijk vloeit, maar ook omdat we elkaar allemaal kennen. We zijn vrienden en dat is nu goed te merken. Leslie heeft in de hoek van de tuin de frituur aangezet. Omdat ik geen flauw idee heb hoe dat ding werkt, laat ik het maar aan hem over. Ik vertrouw erop dat het goedkomt, hij is kundig genoeg.
In plaats van me bezig te houden met de frituurpan en de hapjes, slenter ik wat door de tuin. Achterin is een vuurkorf gemaakt, die stevig brandt. Er staan een boel stoelen omheen, maar alles is vol en eigenlijk is het vuur me net iets te warm. In een hoekje van de tuin vind ik, onder de partytent, een groep jongens met een aantal van mijn vriendinnen. Ze zijn een drinkspelletje aan het doen, ze lachen. Ik word er meteen vrolijk van, wil een stoel bijtrekken om aan te schuiven, maar vind er geen. Een beetje hulpeloos kijk ik rond.
“Kom maar hier zitten,” zegt een vriendin van me. Ze staat op en biedt me haar stoel aan. “Ik wilde toch even gaan kijken waar de rest uithangt en bovendien moet ik naar de wc.” Dankbaar ga ik op haar plek zitten. Pas nu kijk ik goed de groep rond en valt het me op wie er zitten: Anthony en een paar andere vriendin van Leslie. De een is aardiger dan de ander, maar ik kan het met allen prima vinden. Zeker omdat ik zelf ook niet meer al te nuchter ben. Ze voeren een gedempt gesprek over welke meisjes ze knap vinden en welke niet. Ik luister geïnteresseerd. Op dat moment waait er een windvlaag door de tuin. Rillingen kruipen over mijn rug en op mijn arm verschijnt kippenvel. Anthony ziet het, kijkt me aan en glimlacht. “Kom maar bij mij zitten,” zegt hij en met een vriendelijk, dwingend gebaar trekt hij me op schoot.
“Goh, je bent inderdaad warm,” grap ik en leun een beetje voorover, tegen de tafel aan. Ze gaan niet meer verder met hun spel, maar praten nu alleen nog maar over knappe meisjes. Ik ondervraag ze alsof ik een politieagent ben.
“Wie vind je nou echt knap? En niet mij zeggen, ik weet dat ik knap ben.” Plagerig lachend steek ik mijn tong uit. Opeens voel ik een arm om mijn middel glijden. Anthony. Hij houdt me stevig vast, terwijl hij iets naar voren leunt om zijn flesje bier te kunnen pakken. Het kan me allemaal niet schelen. Ik had het koud, hij is warm en bovendien is hij heel aardig.
“Nou, ik weet eigenlijk niet wie ik knap vind.”
“Weet je wel wie je niet knap vindt?” vraag ik door. Even zwijg ik, dan voeg ik iets toe aan die laatste zin. “Ik vind mezelf echt niet knap, eigenlijk. Tenminste, niet zo knap als sommige anderen.”
“Je bent de knapste van je vriendinnen,” klinkt het vanachter mijn rug. Ik draai me niet om, want ik weet wie het zegt. Zijn stem herken ik uit duizenden. Het is aardig van hem, dus ik leg mijn arm bovenop degene die hij om mijn middel heeft geslagen. Ik wrijf over zijn hand, als bedankje. Mijn dronken hoofd trekt mijn arm niet terug, maar laat hem daar liggen.
Terwijl het gesprek vordert, concentreer ik me minder en minder op wat er wordt gezegd. In plaats daarvan ben ik alleen maar bezig met wat er gebeurt onder tafel: hij heeft mijn hand nu vastgepakt en wrijft erover, zoals ik bij hem deed. De spanning giert door mijn keel, ik voel mijn hart in mijn keel kloppen en ik moet een paar keer slikken om te voorkomen dat ik door de mand val. Toch voelt het ergens wel prettig: Anthony is aardiger dan Leslie, die de hele avond niets anders heeft gedaan dan mopperen. Zijn arm heeft hij nog steeds stevig om mijn middel geklemd. Nu leun ik iets naar achteren, zodat ik zijn warmte beter in me op kan nemen. Het is echt heel erg koud in de tuin, zeker als je niet bij de vuurkorf zit. Van elke aanraking ben ik me meer dan normaal bewust.
“Komen jullie? We gaan de bedden opmaken,” klinkt het opeens. Ik kijk op: Leslie. Hij vangt mijn blik, overziet de situatie en kijkt me gepijnigd aan, teleurgesteld zelfs. Hij verdwijnt zonder verder nog iets te zeggen, waarschijnlijk gaat hij de anderen hetzelfde bericht geven. Opeens ben ik blij dat hij niet onder tafel kan kijken.

leuk verhaal ! schrijf snel verder :wink:

Dankjewel!

Leuk verhaal en goed geschreven!
Ben benieuwd hoe het verder gaat (:
Trouwens, een beetje bovenaan in het laatste stukje staat ‘in een hoekje van de toen’, dit moet tuin zijn denk ik?

Jep (: thanks for noticing!

“Het is aardig van hem, dus ik leg mijn arm bovenop degene die hij om mijn middel heeft geslagen en wrijf over mijn hand, als bedankje.”
Kan het zijn dat het is : “en wrijf over zijn hand”? Sorry, ik moest de zin 3x herlezen voor ik het snapte :flushed:

Jep, bedankt :slightly_smiling_face: heb de zin losgekoppeld. Is ie nu begrijpelijker?