{V} nog geen naam..

Ik sta bij de vernielde speeltuin waar ik vroeger altijd met mijn basisschool vriendinnen tikkertje deed en schommelde alsof ons leven ervan af hing. Waarom moest ik nou zo bïtcherig doen tegen Lynn? Ik had toch van tevoren kunnen bedenken dat ze boos zou worden als ik zou zeggen dat ik haar nieuwe vriendje niks vind? Ik loop naar de schommel en ga erop zitten. Nu ik ruzie heb met Lynn komt alles van vroeger weer naar boven. De leuke dagen die we al vanaf groep vijf hadden tot de ruzies die soms aardig uit de hand liepen. Ik hoor gekraak van bladeren achter me. Geschrokken kijk ik achterom. Behalve een oude zwerfkat zie ik niks. Een groep Marrokkaanse jongens klimt luidruchtig over het hek. Tijd om naar huis te gaan…

Ik weet dat het een klein stukje is maar ik moet zo gaan en ik dacht, ik post het alvast. Dan hoef ik niet zo lang te wachten op tips? Maar ehh, tips zijn dus welkom.

En ik heb niks tegen buitenlandse mensen. Het is niet racistisch bedoeld. Ik bedoel meer dat ze rustig in die speeltuin wilde zitten. Ik heb er het woord luidruchtig bij gezet om het duidelijker te maken!

Een groep Marrokaanse jongens klimt over het hek. Tijd om naar huis te gaan…

klinkt een beetje rasistisch, maar ik denk dat je een wat groter stukje moet plaatsen, want nu weet ik niet waar het eigenlijk over gaat.

Nou je het zegt! Zo is het helemaal niet bedoeld hoor. Ik heb niks tegen buitenlandse mensen!

dat marrokaanse jongens klinkt inderdaad racistisch, al snap ik dt je het niet zo bedoelt.
Misschien moet je dat veranderen in iets anders, hangjongeren ofzo?

Ik heb erachter gezet luidruchtig en helemaal onderaan hoe ik het bedoel!

[b]Sloffend loop ik over straat. Mijn iPhone trilt in mijn zak. Mama! Ik heb altijd al een goede band met haar gehad. Toen mijn vader op mijn elfde naar Amerika verhuisde was zij er altijd voor me. Nu zijn we niet alleen moeder en dochter, maar ook vriendinnen. Ik vertel haar alles. Of nouja, bijna alles. Of ik haar over mijn ruzie met Lynn ga vertellen betwijfel ik. “Hey!” zeg ik zo opgewekt mogelijk in mijn iPhone. “Ik kom nu naar huis.” Ik loop langs het park waar ik normaal op dit tijdsctip altijd met mijn vriendengroepje zit. In de verte zie ik de roze jas van Lynn. Mijn blik wendt ik zo snel mogelijk af. Ze is waarschijnlijk met haar nieuwe vriendje. Voor het eerst sinds onze ruzie voel ik woede, in plaats van verdiet en schuld. Ze wilde weten wat ik van hem vond. “Hoe vind je hem?!” had ze me in mijn oor gefluisterd. Later had ik haar verteld dat ik hem er een beetje glad uit vond zien. Ze was boos weggelopen met Dan als een hondje achter haar aan. Het komt wel goed, denk ik bij mezelf. Ik loop de voortuin in. Daar zit mijn moeder gehurkt zaadjes strooien. Ik ga achter haar staan en leg mijn handen op haar schouders. Ze kijkt verschrikt achter zich. Zodra ze mij ziet moet ze lachen. “We gaan zo eten, Faye. Ik moet even deze zaadjes strooien. Nu de zomer eraan komt moet onze tuin wel een beetje meer kleur krijgen hoor.” Over het pad. loop ik naar de voordeur die open staat. Ik ren met twee treden tegelijk de trap op. Ik laat me op mijn bed vallen en doe mijn ogen dicht. Nu pas merk ik hoe moe ik eigenlijk ben. Ik val in een onrustige slaap.

“Faye, eten!” gilt mijn moeder in mijn oor. Ik wrijf slaperig in mijn ogen. “Ben ik in slaap gevallen?” Mijn moeder knikt haastig en loopt mijn kamer uit. “Het eten is al klaar.” [/b]

Weer niet zo’n lang stukje maar ik heb niet echt inspiratie dus… anders wordt het saai.

Ik vind het wel een leuk verhaal hoor! :’)

Iets meer letten op spelling (nalezen voordat je het post ;]), maar voor de rest is het leuk (:

Verder. =]

leuk verhaal!

Noem is een spellingsfout als je wilt? :angel:

Nog half slapend wankel ik de trap af en ga aan tafel zitten. Mijn moeder zet de dampende pannen op het onderzettertje en gaat zelf ook zitten. “Je vader heeft gebeld.” Dit is de eerste keer sinds lange tijd dat ze weer over hem praat. “Hij wilt graag dat je in de vakantie naar hem toe komt.” Ik schrik. Dit had ik niet verwacht, maar ik neem het aanbod graag aan. Ik zie mezelf al lopen met volle tassen aan mijn arm en bruinbakkend op het strand. “Lijkt me wel leuk!” zeg ik enthousiast. De vakantie was al over vier weken dus dan viel er nog veel te regelen. Maarja, dat doet hij wel. “Hij belt volgende week om het met jouzelf te bespreken. Ik weet er het fijne ook niet van.” Ik schep wat pasta op mijn bord en begin te eten. Lekker!

Ik moet nu eten… Sorry voor de kleine stukjes steeds.

Verniewd, rassistisch, tikktertje, marrokaans.

Even een paar spelfouten voor je (’:
Wel leuk verhaal hoor.

Nhja, en zo zijn er nog een paar kleine foutjes. Nu nog niet storend, maar als het té vaak terug komt wel. (:

Ja, ik heb gekeken en inderdaad wel wat foutjes. Ik zal ze verbeteren.

Vernield moest het zijn! en tikkertje is al helemaal een domme fout. ik zal erop letten!

[b]Ik hoor de ringtone van mijn iPhone die betekent dat Lynn belt. Ik sprint naar mijn telefoon voordat ze weer ophangt. “Hey…” zeg ik met twijfel in mijn stem. “Faye, je had helemaal gelijk. Hij is helemaal niet leuk. Het is een vette player. Ik was vanmiddag in het park en er kwam zo’n slëtterig meisje heupschuddend naar hem toe en knuffelde hem en… nou! Sorry, het spijt me echt.” Ook dit had ik van Lynn kunnen verwachten. Ze is nooit iemand geweest die lang boos blijft. “Het maakt niet uit. Iedereen maakt fouten.” Ik hoor Lynn zuchten. We praten nog even door over van alles en nog wat en hangen op. Het is alweer twaalf uur. Ik moet nodig gaan slapen, anders kom ik morgen mijn bed weer niet uit.

“Hoelaat is het?!” vraag ik verschrikt aan mijn moeder. “Te laat, Faye! Je hebt sowieso je eerste lesuur gemist. Als je snel bent red je het tweede nog.” Ik ben op slag klaarwakker. Ik schiet in mijn kleren en doe mijn haar in een strakke staart. Slecht voor me haar, maar dat moet dan maar. Als ik het helemaal goed moet doen duurt het nog wel een uur. Als ik de deur achter mebheb dichtgetrokken besef ik dat ik mijn sleutels vergeten ben. “Mam, mijn sleutels!” schreeuw ik door de brievenbus. “En nou race je naar school. Ik wil geen klachten.” zegt mijn moeder terwijl ze me de sleutels aan mij geeft. Ik geef haar een vluchtige kus op haar wang en spring op mijn fiets. Ik geloof dat ik nog nooit zo snel heb gefietsd. Als ik er ben gooi ik mijn fiets tegen een muur en loop naar binnen. Op de gang zie ik behalve een paar verdwaalde brugklassers niemand staan. Het tweede lesuur is waarschijnlijk al begonnen. Het lokaal waar ik moet zijn is helemaal boven. Haastig sleep ik mijn zware tas mee naar boven. In alle haast vergat ik welke vakken ik vandaag heb dus heb ik al mijn boeken maar in mijn tas gepropt. Mijn tas lijkt wel twee keer zo zwaar als normaal! Eenmaal boven blijf ik even staan om uit te hijgen. De deur van de klas staat op een kier waardoor ik de stem van meneer Verbruggen kan horen. Nederlands, mijn slechtste vak. Ik sta niet voor niets een voldoende… En dat komt niet eens door mijn cijfers, maar door de leraar die me wel mag. Met tegenzin loop ik dan toch naar de klas. De leraar staat met zijn rug naar de klas toe om iets op het bord te schrijven. Ik ga op mijn vaste plaats naast Lynn zitten. “Waarom was je er niet?” fluistert ze. “Verslapen.” zeg ik snel voordat meneer Verbruggen de klas inkijkt. Gelukkig is onze school nooit heel streng geweest in het geloven van smoezen. “Faye! Je bent er weer.” is dan ook het enige wat meneer Verbruggen zegt. Oh, fijn. Ik hoef niet eens een smoes te verzinnen. Hij gaat weer met zijn gezicht naar het bord staan waardoor ik weer kan bijkletsen met Lynn. “Ik had me verslapen. En toen ik op het punt stond om weg te gaan kwam ik erachter dat ik mijn sleutels was vergeten.” Er kwam een rare hinnik uit Lynn haar keel. Emily, het braafste meisje van de klas, werpt ons een geërgerde blik toe.[/b]

[b]“Faye, eruit!” roept mevrouw de Zalm kwaad. “Waarom dat nou weer?” vraag ik met een grote glimlach op mijn gezicht. Ik weet dat het een domme vraag is. Ik weet ten slotte dondersgoed waarom ik eruit moet. Maar kom op! De slappe lach moet kunnen toch? Soms… Even denk ik dat de stoom uit haar oren komt. “Omdat je al de hele les zit te lachen, misschien? Er zijn hier kinderen die wél iets willen leren! Emily bijvoorbeeld.” Ja, natuurlijk. Emily is zó lief, en zó leergierig, denk ik sarcastisch. Ik leef tenminste! Zuchtend sta ik op. Ik wil de deur opentrekken maar de stem van mevrouw de Zalm houdt me tegen. “Hier, een papiertje. Schrijf maar vijfitg keer de zin ‘Ik mag niet lachen in de klas’ op.” De deur gooi ik hard dicht. Kütschool! Het hoofd van mevrouw de Zalm verschijnt door het raampje in de deur. Oeps, mijn tas vergeten. Die haal ik na de les wel op. Beneden in de kantine begin ik te schrijven. Al na de eerste vier zinnen wordt mijn hand slap. Ik kan natuurlijk ook gewoon naar het kopieerapparaat gaan… Ik schrijf de bladzijde vol en neem het mee naar het kopieerhok. Het beschreven blaadje leg ik onder de klep. Ik stel het kopieerapparaat in op de juiste maat papier en druk op de groene knop. Al snel heb ik vier precies dezelfde blaadjes in mijn handen. Op zoek naar een teken dat ik het niet echt geschreven heb kijk ik op mijn blaadje. Niets raars. De deur kraakt. Achter me staat mevrouw de Zalm. “Faye, wat doe jij hier?” zegt ze met een triomfantelijke grijns op haar gezicht. Shit, shit, shit en nog is een keer shit! “Nou, ja. Ehm… Ik was even eh, wat oude papieren aan het versnipperen. Mijn map wordt een beetje vol, snapt u?” Ze draait zich zonder iets te zeggen om. Dat was op het nippertje. De pauze begint, want de kantine begint vol te stromen. Dan, Fiona, Lynn en Sidney zitten al aan de tafel waar ik altijd met mijn vriendengroepje zit. Met de gekopieerde blaadjes in mijn hand loop ik naar de tafel. Ze begroeten me. “Heb je gekopieerd, Faye?” vraagt een lachende Fiona. Ze zit ook bij mij in de klas dus weet ook wat er gebeurd is. “Toen ik rustig mijn blaadje stond te kopiëren kwam Zalm binnen. Ik schrok me dood. Ik heb maar gezegd dat ik oude blaadjes aan het versnipperen was.” De tafel barst in lachen uit. “Arme Zalm!” lacht Dan. “Dacht ze je te betrappen, ben je papiertjes aan het versnipperen.”

De zon schijnt op onze lachende gezichten. We liggen op de grond in het park, Fiona, Lynn, Dan, Sidney en ik. We hebben een vaste hangplek waar we geen last hebben van kleine kinderen. Ik voel mijn Iphone in mijn zak trillen. Ergens verderop neem ik op. “Hallo?” De oude vertrouwde stem van mijn vader zegt me gedag. “Pap! Ik heb het van mam gehoord, echt gaaf.” Hij lacht. Zijn lach is gelukkig nog hetzelfde gebleven, al die tijd. “En ik heb nóg een verrassing. Je mag twee vrienden meenemen. Ik ben er ook niet altijd, ik moet blijven werken dus dan is het wel fijn om wat mensen bij je te hebben. Niet?” Ik slaak een gilletje. “Oh, pap! Dat is zó cool. Ik ga het ze gelijk vertellen ja? Doei!” Ik bel hem later wel terug. Half huppelend, half rennend ga ik weer naar mijn vrienden. “Ik mag twee mensen meenemen naar Amerika! Oh mijn god, ik ben echt blij.” De vier mensen voor mij reageren enthousiast. Shit, dit wordt nog moeilijk kiezen. Lynn die gaat mee, dat is zeker. Vorig jaar mocht ik ook met haar mee naar België en ze is mijn beste vriendin. “Ik zal het je makkelijk maken,” zegt Dan. “ik kan sowieso niet mee. Ik ga door Afrika trekken.” Godzijdank! “Ik mag denk ik niet. Dus neem Lynn en Sidney maar mee.” offert Fiona zich op. Wat ben ik haar dankbaar nu. In plaats van dat ik avonden lig te piekeren over wie ik mee moet nemen, maken zij de keus nu voor mij. Sidney, Lynn en ik vallen elkaar om de hals. “Hoelang gaan we?” zegt Lynn al zeker van dat ze mag. “Een paar weken. Ik weet niet precies hoelang.” Sidneys gezicht betrekt. “Ik hoop echt heel erg dat ik mag. Het lijkt me zo cool. Bruinbakken, shoppen, filmsterren ontmoeten. Dat heb ik altijd al gewild.” Zoals het hele groepje weet heeft Sidney niet de makkelijkste ouders. Ik vrees het ergste…[/b]

Geef alsjeblieft tips en kritiek. Dan kan ik het misschien verbeteren, het verhaal.

De bel gaat. Mijn moeder rent naar de deur. Ze heeft een nieuw jurkje aan en haar ogen zijn zwarter als normaal. Nieuwsgierig ga ik om het hoekje van de deur staan waar ze me niet kan zien. Voor de deur staat een ongeveer 35-jarige man. Hij geeft mijn moeder een kus op haar voorhoofd. Ik stap de hal binnen. “Mam?” Ik kan me bijna niet beheersen. Ik wil vragen wie die man is, wat hij hier in godsnaam doet?! Het gezicht van mijn moeder spreekt boekdelen. Ze is verliefd. “Dit is Gregor, een vriend.” Een vriend, ja hoor. Vertel me nou maar gelijk dat hij je vriend is en niet een vriend. En die naam. Gregor klinkt net als een figuurtje uit Spongebob. Toch kijkt de man me vriendelijk aan. “Jij bent Faye zeker? Eline heeft me al veel over je verteld.” Oh God, hij noemt haar bij haar meisjesnaam. Niemand heeft dat ooit mogen doen, zelfs mijn vader niet. Ze wou altijd gewoon Quinty genoemd worden. Ik heb gelijk al een hekel aan hem. En wáárom praat mijn moeder met hem over mij? “Ik ga naar Lynn. Misschien blijf ik ook wel slapen. Doei!” Ze kijkt me gekwetst aan. Ik probeer niet naar haar gezicht te kijken. Dan ben ik om. Ik spring op mijn fiets. Gelukkig is het niet ver. Bij Lynn ben ik altijd welkom. Ik ben zelfs een keer midden in de nacht, de nacht dat mijn vader vertrok, naar Lynn toe gegaan. De moeder van Lynn liet me binnen en liet me mijn verhaal vertellen.

Ik ga even douchen. Ik ga zo verder.

Verder! Tips… misschien moet je je verhaal nalezen als voordat je het wilt posten. Soms zie ik wat spelfouten, niet dat het stoort maar omdat je om tips vroeg ;’). Ik ben ook geen kei in grammatica hoor! :slightly_smiling_face:

Wanneer plaats je weer een stukje, ik kan niet wachten haha.