[V] Ik sta er alleen voor.

Dit verhaal gaat over een meisje Shirley, ze is 16 jaar.
Ze is nergens meer zeker van als haar vader komt te overlijden… ondertussen komt een
belangrijk persoon terecht in haar leven.
Maar toch geeft het haar geen zekerheid, wat moet ze doen?
Kan ze wel zonder haar vader? Haar moeder wordt langzaam aan gek.
En ze heeft het idee dat ze er alleen voor staat.
Hoe moet het nou verder als niemand haar helpt? Het liefst ligt ze dagenlang in bed …

Beginnen? En reacties en ideeën zijn meer dan welkom!

Misschien is het handiger als je echt een stukje schrijft, zodat we zien wat je schrijfstijl is. Bovendien een paar dingen wat betreft spelling:
Aan het begin van een zin een hoofdletter.
Als je meerdere puntjes (beletselteken) aan het eind van een zin typt moet je er een spatie tussen doen er er 3 puntjes neerzetten zo: …
En het is: Haar moeder wordt langzaam aan gek.

Dankje (: Ja ik zal erop proberen te letten,
maar met dt en al dat soort dingen is niet me sterkste punt.

Lijkt me wel leuk:)…

– weggehaald.
begin opnieuw

Het is nu of nooit … ik moet naar mijn vader om afscheid te nemen,
niemand die het begrijpt! Wat ben ik zonder mijn vader?
Woede komt naar boven maar daar heb ik natuurlijk niks aan. Ik kijk mijn moeder aan,
de tranen vallen over haar wangen. Ach stel je niet aan! Je had alleen maar ruzie met papa.
Denk ik. Ik heb er meteen weer spijt van dat ik dat dacht, want natuurlijk geeft ze wel om papa!
De tranen komen naar boven. Kom op Shirley! Hou je groot! Nou niet als een klein meisje staan janken.
Waarom ben ik zo hard voor mezelf? Waarom raak ik mijn ‘papa’ kwijt? Waarom, waarom, waarom!
Ik word gek van mezelf. Oke, maar nu even normaal doen het gaat nu om papa.
Mijn papa, mijn voorbeeld! Mijn held.
De tranen komen weer naar boven maar nu laat ik ze gewoon gaan. Ik zie in mijn ooghoek dat mama
naar mij kijkt, ik kijk niet terug. Langzaam voel ik een arm om me heen en ik kijk opzij.
Mama. We staan in de gang van het ziekenhuis. ‘Schat, gaat het wel?’ Zegt mama heel lief.
Oke mama kan er ook niks aan doen denk ik nu. Ik knik. Langzaam gaat de deur open van papa zijn kamer.
Ik zie papa liggen, nog even te vechten voor zijn leven.
Het word me allemaal even teveel … ik ren weg, ver weg! Ver weg van hier! Ver weg van de pijn!
Nu ik buiten sta in de regen heb ik er meteen weer spijt van, ik moet niet wegrennen van de pijn!
Ik moet het accepteren want er iets tegen doen kan al niet meer.

upje.

Langzaam ga ik op de grond zitten, midden op het parkeerterrein in de regen,
in elkaar gepropt. Ik voel armen om me heen die me optillen
Opeens sta ik en ik draai me om.
Ik voel schaamte want ik weet dat me make-up overal zit behalve op me ogen. Ik kijk de jongen aan.
‘Uhh … ik zal me even voorstellen, ik ben Sander’ En hij steekt zijn hand uit. Ik steek mijn hand ook uit.
‘Shirley’ Zeg ik heel droog. 'Kom je mee naar binnen? Zo word je ziek … ’ Zegt Sander vriendelijk.
Stiekem trekt dat me wel aan … lekker warm weer naar binnen. Ik knik. Sander houd me beed en loopt mee naar binnen.
Hij zet me neer op een stoel en gaat naast me zitten. ‘Waarom zat je daar zo alleen in de regen buiten?’ Vraagt Sander
vriendelijk. Ik twijfel, zal ik het zeggen? Ik ken hem voor de rest niet … maar het zeggen kan geen kwaad toch?
‘Uhh nja … ik moet afscheid nemen van mijn vader, maar het ligt me nogal gevoelig en ik kon het even niet aan’ Ik zucht en kijk naar beneden om de tranen te bedwingen. ‘Dat snap ik best, het is natuurlijk heel moeilijk om afscheid te nemen van je vader! En ik kan het weten’ Ik kijk omhoog … ah men ik stel me vast aan vergeleken met hem! Hij heeft dat allang meegemaakt.
Hij kijkt me aan. ‘En echt, je hoeft je nergens voor te schamen! Het is heel gewoon en vreselijk moeilijk’
Op de één of andere manier voel ik me vertrouwd bij hem, maar? Ik ken heel die ‘Sander’ helemaal niet…
‘Uh Sander… ik ga maar richting me familie … want ik moet toch echt afscheid nemen’ Zeg ik zonder hem aan te kijken.
‘Ik ga wel mee’ Ik twijfel, ik ken hem niet … me familie kent hem ook niet … maar ach wat kan het voor kwaad?
Ik sta op en Sander ook. Samen lopen we richting mijn vader zijn kamer. Heel de familie kijkt me aan als ik aan kom lopen met Sander. ‘Shirley kind! Wat zie je eruit! Ik schaam me dood!’ Zegt mijn moeder. Ik voel de woede weer opkomen … wat maakt het nou uit? Papa neemt me zoals ik ben en jij niet! Sander ziet de woede aan me en knijpt zachtjes in me hand.
‘Ach mens zeik niet, het gaat er nu niet om! Het gaat om papa en voor jou moet alles perfect! Bemoei je er niet mee’ Zeg ik boos. Zo dat is eruit. Mama kijkt me raar aan. Zo, nu snapt ze het eindelijk. ‘Zal ik even in de wachtkamer wachten?’ Fluisterd Sander. Ik knik lief. Ik loop richting de deur en duw hem langzaam open en draai me even om. ‘Ik wil even alleen zijn met papa’ Zeg ik tegen iedereen. Ik loop naar binnen en sluit de deur zachtjes achter me. Ik ga op de stoel zitten naast het bed. ‘Hee lieverd’ Zegt papa met moeite. Gelijk klap ik dicht en komen de tranen weer in me ogen te staan.
Papa pakt mijn hand. ‘Pap ik wil niet dat je gaat! Ik kan helemaal niet zonder je!’ Zeg ik huilend. Ik zie dat papa ook tranen over ze wangen heeft lopen. ‘Lieverd, natuurlijk wil ik niet dat ik ga! Maar die klap is zo hard geweest dat het zo’n effect op mij heeft gehad …’ Ik wil die man die dit veroorzaakt heeft dood hebben, en ook echt dood! Denk ik in mezelf.
Ik geef papa een knuffel. ‘Zorg je goed voor je moeder? Ze heeft het nodig’ Zegt papa. Ik knik.
'Papa ik trek dit niet … ’ Ik ren uit de kamer. Ik hoor me vader nog proberen te roepen ‘Wacht Shirley wacht!’
Het is te laat, mijn leven is voorbij. Sander ziet me voorbij rennen en komt achter me aan.
‘Kom op Shirley! Je red het wel! Kom we gaan wel even naar mijn huis … mijn moeder is er niet’ Ik knik.

Op een gegeve moment ga je ineens im 3e persoon schrijven en dan weer in 1e persoon. Dus ik wordt ineens ze en dan weer ik, let daar op :wink:

upje