Tot in de eeuwigheid

‘Liefje?’, ze kijkt verschrikt. Misschien is ze bang dat ik wat naars ga zeggen, haar verlaat. Onzeker vraagt ze wat er is. Ik glimlach, ‘je bent zo mooi.’ Het was een mooie dag geweest. Misschien was dit wel zo’n dag geweest die je de rest van je leven bij je draagt, koestert. We waren naar het bos gegaan, hadden gewandeld en waren uiteindelijk zoenend neergevallen in het warme, droge gras.

Toen ik ging liggen en haar stevig tegen me aandrukte keken haar ogen mij vol onschuld aan. Plots ging ze recht overeind zitten. ‘Adam? Vind je het niet raar dat wanneer je naar de sterren kijkt, je eigenlijk lichtjaren terug het verleden in kijkt?’, ik dacht dat ze een grapje maakte en kuste haar, maar ze duwde me weg. ‘Ik meen het.’ Ik dacht even na, ‘ik heb er eigenlijk nog nooit over nagedacht. Hoe kun je daar nou nu aan denken lief?’, vroeg ik haar. ‘Nou, theoretisch gezien betekent het dat, wanneer men een spiegel in de ruimte zou plaatsen, men zou kunnen zien wat zich jaren geleden op de aarde afspeelde, toch?’ Ik bekeek haar prachtige lippen. Het boeide me wel wat ze zei, maar haar lichaam was veel interessanter. ‘Uhuh, ja, ik denk dat je gelijk hebt,’ antwoordde ik haar. ‘Maar vind je dat geen eng idee dan? Mijn onschuld, die ik vandaag misschien wel aan jou verlies, zal ik nooit meer terugkrijgen, dat staat vast. Maar sterker nog, het zal eeuwen later nog steeds te zien zijn dat ik ‘m verloor.’ In haar ogen bespeurde ik angst. ‘Maar er hangt geen spiegel in de ruimte,’ vertelde ik haar nuchter terwijl ik haar schouder kuste. ‘Ja, weet ik wel, maar stel nou dat!’, ze ging liggen en draaide zich van me weg. Misschien dacht ze dat ik haar niet serieus nam. ‘Liefje, dat is toch juist mooi? We zullen deze dag onmogelijk kunnen vergeten, kwijtraken. En dan zal iedereen zien hoe verliefd wij waren. En ze zullen jaloers zijn, god, ze zullen zo jaloers zijn, meisje van me.’ Ze draaide zich naar me toe en kuste me. ‘Adam, ik hou van je. Wil jij me mijn onschuld wegnemen, alsjeblieft?’

Van mij mag je verder…
Het doet me aan Adam en Eva denken …

Ben blij dat jullie het leuk vinden. Nog (opbouwende =P) kritiek?
Ik had het geschreven als kort verhaal. Nouja, meer schrijfsel. Maar door jullie reacties overweeg ik er een langer verhaal van te maken, wil het dan wel even uitdenken. Thanksss!

Toen ik het schreef vond ik Adam en Eva ook de meest geschikte namen voor deze twee personen. (: Op dit moment nu puur en rein.

Wat ik hieronder schrijf is eigenlijk hetzelfde verhaal maar vanuit het perspectief van het meisje. Heb iets meer met gedachten gedaan. Heeft verder niet zoveel te maken met het stuk hierboven maar was benieuwd wat jullie hier van vonden. Ik schrijf eigenlijk nooit in tegenwoordige tijd.

‘Liefje?’, ik schrik. Ik hou er niet van als mensen alleen je naam of koosnaam noemen. Negen van de tien keer betekend het namelijk dat er iets goed mis is. Ze emigreren naar het buitenland, maken het uit, willen geld van je lenen, of je moet het ze nog terugbetalen. ‘Liefje?’, of ‘Eva?’ zijn net zo erg als ‘ik moet met je praten,’ of ‘ik moet je wat vertellen’. Maargoed, het negeren is geen optie. ‘Wat is er?’, vraag ik Adam onzeker. Ik zie dat hij mij bekijkt en dan antwoordt hij, ‘je bent zo mooi.’ De kuiltjes in zijn wangen verschijnen wanneer hij z’n mondhoeken speels naar boven krult. Mijn buik vult zich met vlinders.

Adam gaat liggen en trekt mij met zich mee. Het gevoel dat hij me geeft voelt hemels. Hemels… Al sinds ik klein ben verbaas ik me over het heelal. Ik bedacht duizenden theorie, maar telkens als ik het met iemand deelde keken ze me glazig aan, of begonnen ze te lachen. Ik ben er mee gestopt en heb het voor mezelf gehouden. Ik waag het er op. ‘Adam? Vind je het niet raar dat wanneer je naar de sterren kijkt, je eigenlijk lichtjaren terug het verleden in kijkt?’ Als hij me kust voel ik me uitgelachen. ‘Ik meen het.’ Zijn gezicht staat verward, dan antwoord hij ‘ik heb er eigenlijk nog nooit over nagedacht. Hoe kun je daar nou nu aan denken lief?’ Ik glimlach, ‘Nou, theoretisch gezien betekent het dat, wanneer men een spiegel in de ruimte zou plaatsen, men zou kunnen zien wat zich jaren geleden op de aarde afspeelde, toch?’ Adam zijn ogen glijden over mijn lichaam. ‘Uhuh, ja, ik denk dat je gelijk hebt,’ zegt hij dan. Tevreden ga ik weer naast hem liggen. Ik sluit mijn ogen en voel hoe hij mijn arm zachtjes streelt. Toch kan ik mijn gedachten niet goed bij Adam houden. Stel nou dat ze echt een spiegel ophangen daar, dan betekent dat, dat de hele wereld straks kan zien hoe ik heb geleefd en wat ik heb uitgespookt, ze zullen alle fouten zien! ‘Adam?’, vraag ik. ‘Ja?’
‘Vind je dat geen eng idee dan? Mijn onschuld, die ik vandaag misschien wel aan jou verlies, zal ik nooit meer terugkrijgen, dat staat vast. Maar sterker nog, het zal eeuwen later nog steeds te zien zijn dat ik ‘m verloor.’ Het idee beangstigt me en ik ben op eens niet zo zeker meer van mijn zaak. Ik zoek troost in Adam’s ogen. Terwijl hij mijn schouder kust antwoord hij, ‘maar er hangt geen spiegel in de ruimte.’ Klootzak. ‘Ja, dat weet ik wel. Maar stel nou dat!’, antwoord ik boos. Ik draai me van hem af. Laat ook maar, blijkbaar kan ik met Adam zelfs geen serieuze gesprekken voeren. Misschien ben ik echt gek. Maar dan begint hij te praten, ‘liefje, dat is toch juist mooi? We zullen deze dag onmogelijk kunnen vergeten, kwijtraken. En dan zal iedereen zien hoe verliefd wij waren. En ze zullen jaloers zijn, god, ze zullen zo jaloers zijn, meisje van me.’ Ik draai me om en kus hem. Adam, wat ben je mooi. Je ogen, je neus, je lippen, je hals, je woorden. Het gevoel, ik wil je. ‘Adam, ik hou van je. Wil jij me mijn onschuld wegnemen, alsjeblieft?’

Dit vind ik echt een leuk verhaaltje! Ook leuk dat het zo van 2 perspectiefen is. En het is idd best wel een raar idee van die spiegel

Dankje! Ja, gek he? Ik las er laatst even snel iets over en toen ben ik erover na gaan denken. Vond het wel leuk er een verhaaltje omheen te schrijven.

Upje voor mij?