The Barry Family

Dit verhaal was oorspronkelijk gericht aan vrienden van mijn Hyve, dus wellicht valt hij soms een beetje buiten de context.

Normaal ben ik niet zo’n ‘blogger’ maar de gebeurtenissen in de afgelopen week dwingen me zo’n beetje om het van me af te schrijven. Zoals de meeste mensen wel zullen weten ben ik half Noord-Iers. Van jongs af aan ga ik regelmatig naar Belfast (de hoofdstad) voor een familiebezoek. Ik ga er even vanuit dat men de hele geschiedenis van Noord-Ierland en The Troubles kent, zo niet: http://nl.wikipedia.org/wiki/The_Troubles

Hoewel er nu geen sprake meer is van een burgeroorlog zijn de sporen van het verleden nog duidelijk herkenbaar. Niet alleen is er nog sprake van katholieke wijken en protestante wijken, veel muren worden ontsierd/versierd (hoe je het maar ziet) door enorme muurschilderingen vol wapens, bivakmutsen en strijdlustige leuzen. De sfeer in Belfast ervaar ik altijd als harder en grimmiger dan wat ik in het pittoreske Zevenaar gewend ben. Drank speelt ook een aanzienlijk grotere rol dan hier. Alcoholisme is een heel aanwezig probleem en het is voor de ‘gewone man’ ook alles behalve uitzonderlijk om veel tijd in de pub door te brengen.

Toch voel ik me er altijd wel thuis. Zodra ik het typische Belfast-accent hoor (Norn Iron, Dead On!, How ‘bout ye?) klinkt het altijd bekend. Gewoonlijk ga ik alleen naar Belfast als een soort vakantie, voor de familie en gezelligheid. Vorige week ben ik hals over de kop naar Belfast vertrokken met mijn vader voor een verschrikkelijke reden. Mijn enige neef in Noord Ierland, Scott, is heel plotseling en onverwacht overleden. Alcoholvergiftiging.

Toen we aankwamen bij het huis van mijn tante viel het meteen op dat de voortuin vol stond met mensen. Vrienden, familie en bekenden waren allemaal massaal opgerukt om mijn tante Molly te steunen zo’n onwerkelijke en pijnlijke tijd. Haar vriendinnen overspoelden ons met warmte, bekers slappe thee en broodjes. Constant waren ze er, en wij ook, om te waken bij mijn tante en op het laatst ook bij het lichaam van mijn neef. De lokale krant (Belfast Telegraph) puilde uit van de overlijdensberichten voor Scott James Morrisson. Overal ben ik bij geweest, van het moment dat hij opgebaard werd in de woonkamer tot het moment dat de kist in de grond ging. Heel heftig allemaal, en heel onwerkelijk.

Alcoholvergiftiging notabene. Het is zo stom, zo nietszeggend, maar als hij een glas water meer had gedronken of een glas vodka minder… dan was hij misschien wakker geworden met een enorme kater. De vage lijn tussen leven en dood lijkt dan zo dun. Ik kijk in ieder geval nooit meer hetzelfde tegen alcohol aan.

Na de begrafenis, met 600 mensen waarschijnlijk de grootste die ik ooit zal meemaken, kwam iedereen samen in een zaaltje (‘The Center Spot’) om na te praten, zijn leven te vieren en om te drinken natuurlijk. Ik leek de enige die de hypocrisie er van inzag. We hadden net een jongen begraven die gestorven was aan alcoholvergiftiging en nu vloeide de drank alweer rijkelijk. Het klinkt grof maar het was voor sommigen echt een zuipfestijn dat begon om 11 uur ’s ochtends en uren door bleef gaan.

Om een uurtje of 7 ’s avonds ging het fout. Ik zat ergens te praten met mijn nichtje die ik al jaren niet meer had gezien en toen hoorde ik ineens het geluid van brekend glas en een hoop gegil. De menigte snelde allemaal naar de plek van ‘t onheil maar ik bleef zo ver mogelijk van het gedrang vandaan. Twee van Scott’s vrienden waren elkaar te lijf gegaan waarvan één met een gebroken fles. Ik was allang blij dat ik het niet had gezien maar kon niet ontkomen aan alle grafische details van iedereen. (‘Out of the blue he glassed him!’ ‘He must’ve lost four pounds of blood!’ ‘His face was hanging off…’) Sommige acties verdienen geen woord. Als je iemands gezicht bewerkt met een gebroken fles ben je gewoon een nare zak. Is er in het Nederlands een term voor ‘iemands gezicht bewerken met een gebroken fles’? De boel werd afgesloten door de politie en werden getuigenissen afgenomen. Ik had het even helemaal gehad met alle ellende. En het rare was; ik leek de enige die helemaal overstuur was van dit soort zinloos geweld. Mijn oom haalde zijn schouders op en zei ‘it’s Belfast’. En dat klopte. Het is nou eenmaal Belfast. Soms een hele rare plek.