[Shorts] Maar Drinken kun je niet.

Heb inmiddels nog een verhaaltje gepost, onderaan n___n

Je rug tegen de muur geleund, mijne tegen de stoel. Buiten is het koud, de hagelstenen gooien zich vol overgave op de koude tegels. ‘Chocomelk.’ zeg je. ‘Dit is de perfecte middag voor chocomelk.’ Nog voordat je bent uitgesproken sta ik op om het te halen, en ik ga weer zitten. Je kijkt naar me, ik kijk naar jou. In je ogen houd je me even gevangen, totdat je ze neer slaat. Je zet de chocomelk aan je lippen, en wanneer je het glas weer naast je zet, moet ik stiekem eventjes giechelen. Het is net als vroeger. Weer of geen weer, we waren samen. Als de zon scheen, gingen we varen. Varen met je bootje over de grote zee, wat achteraf het kanaal achter oma’s huis bleek te zijn. ‘Niet alleen gaan varen!’ gebood ik je een miljoen keer. Dan zei je mij dat je dat nooit zou durven, omdat de grote haaien je misschien wel op zouden eten. En dat de haaien dat niet zouden durven met mij, omdat ik zo boos kon kijken.

Of we gingen samen naar ‘heel ver weg’. We namen bakken vol koekjes mee, en wel tien pakken melk. En die namen we dan ook weer mee terug, want ‘heel ver weg’ was gewoon het speeltuintje hier om de hoek. In dat speeltuintje duwde ik je op de schommel. Je zei dat er dan vlindertjes waren, als je omhoog ging, of juist met een vaart weer naar benee. En dan schreeuwde je ‘niet hoger! Niet hoger!’, en dan zette ik mijn handen extra hard in je rug, en zei ik dat je nooit hoog genoeg kon zijn. Want je was immers nooit dicht genoeg bij de lucht, en de lucht, daar zouden we samen heen. Als we groot genoeg waren om te vliegen, of als je toverspreukjes eindelijk werkten en we waren veranderd in roodborstjes.

En als net als nu de hagelstenen uit de lucht vielen, of de regen onze reis naar ‘ver weg’ belemmerde, gingen we naar binnen. Weer gingen we naar de koelkast, we pakten natuurlijk een grote lading koekjes. ‘Voor elke dag dat ik leef ééntje.’ zei je dan, en ik liet je daarin geloven. Je was volgens mij nooit echt goed in tellen. Ik probeerde natuurlijk chocomelk mee te nemen, maar dat mocht niet van mama. Ik stopte het dan, heel onopvallend, onder mijn shirt, en als mama er naar vroeg had ik gewoon teveel vierkantje broodjes gegeten, en was mijn buik daarom zo puntig. Grappig, hoe naïef ik destijds was. Dan klommen we samen naar de rommelzolder, waar altijd wel een nieuwe ontdekking was. Je had een grote fantasie, en ik vond het heerlijk om daar in mee te spelen. Je vertelde verhalen over grote, sterke beren, en je maakte jezelf er bang mee. Als we dan weer een middagje tegen beren gevochten hadden, of hadden moeten schuilen voor een lawine die de yeti had gemaakt, waren we moe maar voldaan. We zaten dan tegen over elkaar. Je rug tegen de muur geleund, mijne tegen de stoel. ‘Chocomelk.’ zei je dan. ‘Dit is de perfecte middag voor chocomelk.’ En nog voordat je was uitgesproken, was ik alweer opgestaan om het uit de tas te halen. Je nipte een beetje van je chocolade melk, en omdat je nogal een kluns was, maakte je elke keer weer een snorretje boven je lippen. ‘Al die jaren dat ik je ken, is er veel veranderd.’ zeg ik tegen je. Je glimlacht. ‘Maar drinken zonder knoeien kan je nog steeds niet.’

:slightly_smiling_face:

Leuk geschreven, alleen de allereerste letter mist:P

Wauw, wat mooi.
Ga je nog meer plaatsen?

Idd

Dankjullie wel n___n

Ik schrijf niet echt langere verhalen, meer korte dingetjes.
Maar daarvan kank wel plaatsen i u want

Wauw.

Jaa, heel erg leuk. :slightly_smiling_face:

De treindeuren sluiten voor mijn ogen, en we rijden weg. Ik zie haar kleine kinderogen de rode treinstoelen betasten. Ze werpt me een blik voor verlangen toe en ik kan niet anders dan aan haar verlangen toegeven. “Ga maar zitten.” Gebaar ik haar, en ze tilt zichzelf met haar tengere armpjes in de stoel.

“Ik dacht dat we naar opa gingen.” Fluistert ze als we ergens onderweg zijn uitgestapt. Ik leg mijn vinger op haar mond en trek haar mee het bos in. Ik duw haar wild voor me uit, terwijl ik mezelf laat rusten op een vochtige boomstronk. De wind jaagt zachtjes door de kreukelbladeren en takken kraken ritmisch onder haar voeten. Ik kijk hoe zij met haar iele handjes de bladeren oppakt en in de lucht gooit. De zon valt door de bomen, waardoor de lichtstralen op de lichtbruine bladeren vallen, die mij vervolgens verblinden. Weer kijkt ze me aan, en mompelt daar bij iets wat ik niet kan verstaan. “Wat zei je?” vraag ik zonder al te veel geluid te maken. “Spelen…?” vraagt ze en loopt met uitgestrekte armen op mij af. Ik voel een brandend gevoel in mijn maag. Een brandend gevoel dat staat voor een brandend verlangen. Een brandend verlangen om te rennen en te schreeuwen. Om mijzelf te laten bedelven onder de bladeren, maar ik mag niet. Ik moet volhouden, en niet toegeven aan haar smekende ogen. Ik schud zachtjes en rustig nee, en zie de tranen in haar ogen verschijnen. Ik draai mijn hoofd weg en staar in de diepte, zodat ze niet ziet dat er ook tranen zich in mijn ogen verschuilen. Het kampvuur knispert zacht en de krekels maken hun muziek om ons heen. Ze zit achter me en ik voel haar ogen in mijn rug prikken. Even later komt ze naar mij toe. Ik sla mijn armen om haar heen en fluister bijna onverstaanbaar zacht: “Sorry.” Vragend kijkt ze me aan en ik zeg het nog een keer, deze keer iets harder. “Ik begrijp het.” zegt ze. Mijn kleine meisje, mijn kleine, lieve meisje/ Tranen stromen over mijn wangen. Tranen van verdriet, tranen van jaloezie. “Je wou vanmiddag wel meespelen he?” Ik knikte en we beginnen te praten. Verbaasd luister ik naar haar, geschokt door hoe ze me door heeft. Hoe ze precies weet dat ik wel mee wou doen, hoe ze weet dat ik het niet mag, van mijzelf. Bijna vallen we in slaap, als ze nog zachtjes fluistert: “ Iedereen wordt ouder, maar je bent nooit te oud om even weer kind te zijn.” Ik val in slaap, en haar woorden blijven door mijn hoofd spoken.

De zon schijnt fel als nooit tevoren als we de trein instappen. Even lacht ze naar me en ik bedank haar voor de wijze woorden van gister. “Op naar opa,” lacht ze. De treindeuren sluiten voor mijn ogen, en we rijden weg.

??

upupupup

moooi
maar de 2e begrijp ik niet helemaal:P

mooi geschreven,
snel meer!
xoxo

[fgcolor=#EB4213]Wauw, wat fijn!
Van zulke reactie’s krijg ik echt een schrijf-boost n___n[/fgcolor]

Heel mooi! Ik ben benieuwd naar je volgende verhaaltjes!

up

verder!!!