Short: Eerbetoon

Eerbetoon

‘We liepen daar, met slechts een paar tientallen centimeters ruimte tussen ons, en toch voelde het alsof er een kilometer lucht tussen ons in zat. Het voelde beklemmend. Toch bleef haar houding vrolijk, toch bleef ze me opzoeken, toch bleef ze proberen, en het verwarde me.’
‘Ik wist niet of ik haar weg moest duwen of bij me moest trekken, dus deed ik niets. Ik zag aan haar mond dat het haar verwarde, maar toch staakte ze haar pogingen niet, omdat ze misschien wel wist dat ik het allemaal niet wist.’
‘De sfeer was tegelijkertijd aangenaam en afstandelijk. Zodra we stilstonden sloot ik me in haar armen, om haar vervolgens na een korte kus weer weg te drukken omdat ik me bedacht dat dit niet de bedoeling was. Ik mocht haar niet kussen, dat zou alles in de war schoppen. Ik wilde het wel, maar ik wilde het niet. Het kon niet. Mijn hele lichaam werd als een magneet naar haar toegetrokken, maar mijn verstand hield me bij haar weg.’
Hij haalde een hand door zijn blonde haar. Sprak met een zachtere stem verder.
‘Als ik ruimte wilde, gaf ze me dat, maar nooit te veel. Ze kon me met rust laten, fysiek, maar toch bleef ze in mijn gedachten rondspoken waardoor ze me nooit helemaal met rust liet. Het was lastig, omdat ik niet wist wat ik wilde, en daarom wilde ik haar niet spreken. Ik wilde dit oplossen, zoals een wiskundig probleem ook op te lossen valt door een paar mogelijkheden door te denken. Ik wilde niet luisteren naar wat anderen erover hadden te zeggen – dit raadsel was voor mij alleen.’
‘Ik hoor je denken, een raadsel? Wanneer je verliefd bent, hoeft dat toch niet per se een raadsel te zijn? Voor mij was het dat wel. Ik was in de war. Wilde ik dit zelf, of werd het mij ingepraat? Was dit het, of hield ik mezelf voor de gek? Ik was zo lang niet meer verliefd geweest dat ik niet kon bedenken of dit het nou was, of dit gevoel in mijn onderbuik liefde of lust was. Ik wist het simpelweg niet en dat zij het wel leek te weten, irriteerde me.’
‘En dus namen we afstand van elkaar, te lang naar mijn idee. Zij liet me, en zocht pas na een paar weken weer heel voorzichtig contact. Maar zelfs die twee weken waren niet genoeg – dit was het moeilijkste wiskundig probleem dat ik ooit had gehad.’
Even viel er een stilte. Hij raapte zichtbaar moed bij een om verder te kunnen praten.
‘Liefde hoort iets simpels te zijn, je hoort het te weten. Maar wanneer liefde ontstaat uit vriendschap, is het een stuk moeilijker. Wanneer je elkaar voor het eerst ontmoet en er is een vonk, dan is het makkelijk: je hebt niets om op het spel te zetten. Je kunt er gewoon voor gaan. Is het echter een sluimerende liefde, die groeit met het aantal dagen dat je elkaar spreekt, dan is het lastig om te beseffen dat het er is, en nog lastiger om het te beamen. Is het de vriendschap waard? Is het überhaupt wel liefde, of kun je gewoon goed met elkaar praten?’
‘En zo zat ik dagenlang te puzzelen. Ik ging zo veel mogelijk uit, om het te vergeten. Zoende meisjes om te kijken of het gevoel daar hetzelfde was. Ik gedroeg me als een eikel, om te kijken of ze nog steeds om mij zou geven. Toen ze op vakantie ging, liet ik niets van mij horen omdat zij ook niets naar mij stuurde. Iedere keer als ik zag dat ze even online was, negeerde ik het zo goed en zo kwaad als het ging, en als ik dan toch de neiging had om haar aan te spreken, was ze al weer weg.’
Zijn ogen stonden enigszins droevig, weer haalde hij een hand door de blonde lokken. Hij stond op, leek een stuk kleiner dan de honderd en tweeënnegentig centimeter die hij mat. Langzaam zette hij een paar passen, zijn relatief kleine publiek volgde zijn beweging. Een paar snikken trokken door de ruimte.
‘Pas na drie weken zag ik haar weer, en ze was mooier dan ooit tevoren. De dagen aan het strand hadden haar haren lichter gekleurd, haar neus was een tikkeltje rood en haar groene ogen leken nieuwe energie te hebben. Ik zag haar in de stad waar ik studeerde, waar we ooit samen over die straat gezwalkt hadden met veel en weinig afstand tussen ons in. Maar ze was niet alleen, ze was samen. Ze had plezier, dat zag ik meteen.’
‘Het besef had ingeslagen als een bom en toch gaf ik de moed op. Ik besloot haar te laten gaan, en precies op dat moment ving ze mijn blik. Ze glimlachte, maakte zich direct los van de donkerjarige jongen waar ze op dat moment mee op de dansvloer stond en liep in een rechte lijn naar me toe. Vertwijfeld bleef ik staan wachten, ik had immers net een besluit genomen.’
‘Ze zei niets, ze knuffelde me, zoals ze altijd iedereen begroette. En na de korte omhelzing streek ze met haar hand door mijn haar. Ze moest op haar tenen gaan staan om erbij te kunnen.’
Zijn vingers verdwenen even in zijn nek, hij ving er een paar plukken tussen terwijl hij zijn ogen neersloeg. Zijn stem beefde.
‘Ik drukte mijn voorhoofd tegen het hare, ze keek me grijnzend aan en pakte mijn hand. Ik liet me meevoeren, naar buiten, naar de nacht. Ze nam me mee naar het plein, en daar kusten we. We hadden nog geen woord gewisseld maar onze lichamen voerden een overduidelijk gesprek. Drie weken waren voor haar niet genoeg geweest om mij te vergeten, en drie weken waren voor mij genoeg geweest om haar nog meer te willen dan ervoor. Ik vergat even de wereld om me heen, tot zij de kus verbrak, en wegrende. Ze lachte – het klonk volwassener dan eerst. Alsof ze na die drie weken een bepaald soort rust gevonden had, die haar een stuk ouder maakte dan ze in werkelijkheid was. Ze wenkte me,’
Weer een stilte. Hij kon deze woorden niet aan, hij kon ze niet uitspreken, hij wilde ze niet vertellen. Hij stond op het punt om zijn verhaal te verdraaien naar een prachtig liefdesverhaal met een ‘ze-leefden-nog-lang-en-gelukkig’-einde, maar de gepijnigde blikken van zijn publiek brachten hem weer terug in de werkelijkheid. Dit was geen kampvuurverhaal, dit was een eerbetoon. Hij moest zijn stuk vertellen, hij moest de wereld laten weten dat hij toch echt van haar hield.
‘ze wenkte me, nog steeds lachend. Haar gezicht werd van de zijkant verlicht en,’
Er rolde een traan over zijn wang.
‘voor ik het wist was ze er niet meer. Mijn principessa, mijn kleintje,’
De beelden schoten door zijn hoofd en even was hij niet meer in staat om te spreken. Ze lachte, hij zag de lichten, maar nog voordat hij haar met een luide schreeuw gewaarschuwd had maakte haar lichaam contact met de taxi die de hoek om kwam. Hij sidderde, kneep zijn ogen samen vanwege de stekende pijn die hij op dat moment ervoer.
‘mijn kleine grote liefde overleed, op de nacht dat alles tussen ons op z’n plek kwam.’

Het is prachtig. Echt mooi geschreven :slightly_smiling_face:

Nou, dat vind ik… :flushed:

Ik kreeg kippenvel! Supermooi geschreven!

Aah! Super tof Ruthje dat je hem erop gegooid hebt.
Hoe vaak ik hem ook gelezen heb, hij blijft prachtig!

Echt mooi!

Ik heb echt lang niet kunnen reageren, maar kon dit verhaal wel lezen. Ik vind het zo ontzettend goed geschreven dat ik van mezelf moest reageren.
Echt ik was helemaal stil aan het einde en dat gebeurt me niet vaak bij een verhaal. Blijf schrijven alsjeblieft!

Wauw het is echt prachtig! Begon te huilen! Wauw wauw wauw

Goh, wat mooi!

Thanks voor de complimenten :flushed:

Ik vind dit zelf mijn best geschreven stuk ooit, waarschijnlijk omdat het heel persoonlijk is haha (:

Oef… Even een upje, omdat hij zo mooi is :slightly_smiling_face: