♥ Schrijfwedstrijd {zonder einde}

wat vinden jullie van het onderwerp Nieuw?

ik wil het wel even zeggen: klonk ik inderdaad alsof ik inspiredbylove afkeurde/afzeikte omdat ze ziek was?
want zulk soort missunderstandings heb ik wel vaker

Ja, het klonk een beetje afkeurend, maar ik begreep wel dat je het niet zo bedoelde! Daar ging ik tenminste vanuit. (:

Oké, nieuwe opdracht. Hmmm. Ik ga maar eens een poging wagen binnenkort!

Leuk, ik doe mee! :slightly_smiling_face:

mag je zelf uitvogelen :slightly_smiling_face:
ik had het elke keer met cijfers gedaan, voornamelijk op gevoel, maar ook wel lijken naar orginaliteit enzo.

Ik doe mee!!

mooi :slightly_smiling_face:

Mijn zin ben ik ook wel blij mee.
‘Het is nog niet te laat,’ zegt hij.
Misschien verander ik hem nog naar verleden tijd, al kan ik ook wel eens proberen tegenwoordige tijd te schrijven… Ik zie wel. (:

Ik doe mee! ;p

Het is niet het beste wat ik ooit geschreven heb…
De eerste zin is de zin uit het boek.
627 woorden

Met veel meer kracht dan nodig was duwde ik de deur open, en ik marcheerde naar binnen. In het café zaten allemaal mensen druk te praten en te drinken. Ik richtte mijn blik op een jongen die alleen aan de bar zat en die me geschrokken aankeek. Hij had een lichtgetinte huid en grote, lichtbruine ogen, zijn halflange, pikzwarte haar zat slordig en hing in zijn gezicht. Zoals gewoonlijk droeg hij een sweater die dit keer groen was, een hangende, donkere spijkerbroek en één van zijn vele petten. ‘Jij!,’ riep ik hard en liep naar hem toe. ‘Hoe durf je!’ Mijn stem sloeg een beetje over. Alle mensen in het café waren gestopt met praten en keken me verbaasd aan. Hij stond op en deed een stapje achteruit. ‘Jamie? Ik…, ik kan het uitleggen,’ zei hij op een onschuldige en tegelijkertijd geschrokken toon. Ik sloeg hem zo hard in zijn gezicht, dat hij bijna viel. Hij keek me ongelofelijk aan. ‘Jamie, rustig,’ zei hij zacht terwijl hij mijn arm beet pakte en me meetrok naar buiten. ‘Laat me los,’ gilde ik en ik probeerde me los te maken uit zijn greep, wat niet echt wilde lukken want daar was hij veel te sterk voor. Ik spande elk spiertje in mijn lichaam aan van woede. Toen we buiten waren liet hij me eindelijk los. Ik ontspande me weer een beetje, maar de woedende blik op mijn gezicht liet ik staan. ‘Luister,’ begon hij en hij legde zijn hand voorzichtig op mijn schouder. Met veel kracht duwde ik hem van mijn schouder af. Ik perste boos mijn lippen samen. Hij zuchtte. ‘Ik had geen keuze,’ zei hij. ‘Mijn vader zou je iets aan doen als hij hoort dat je zwanger bent.’ Ik balde mijn handen tot vuisten. ‘Dat vind jij genoeg reden om mij te drogeren? Weet je wel hoe gevaarlijk dat is,’ schreeuwde ik. Hij klemde zijn kaken op elkaar en keek naar de grond. ‘Mijn vader is een moordenaar,’ zei hij zachtjes. Ik schrok van wat hij zei, maar ik liet er niets van merken. ‘Je wilde je maar niet verstoppen, als hij je had gezien…’ Hij onderbrak de laatste zin en keek me recht aan in mijn ogen. Ik beet onderlip fijn van woede en de tranen sprongen in mijn ogen. Ik zag dat zijn wang erg rood was geworden van de klap die ik hem had gegeven en ook viel het me nu pas op dat hij een blauw oog had. Ik wist zeker dat ik die niet had veroorzaakt, het kon nooit zo snel blauw zijn geworden. Iemand anders had hem een blauw oog geslagen. ‘Ik wilde je niet drogeren, maar ik had geen keuze. Ik wil je niet kwijt,’ zei hij en hij deed een stap naar voren. Hij tilde zijn armen op en sloeg ze om mijn middel heen. Ik stribbelde tegen, maar hij drukte me tegen hem aan. Zijn lichaam voelde warm aan. Ik kon geen kant op. Toen ik dat besefte ontspande ik me en de tranen rolde over mijn wangen. ‘Het spijt me, ik zou het nooit meer doen. Ik had je moeten vertrouwen,’ fluisterde hij in mijn oor. Ik gaf me volledig over aan hem, ik hield van hem en ik wilde hem niet kwijt. ‘Hoe…, hoe kom je aan die blauwe plek?,’ vroeg ik zacht. Ik voelde hoe zijn greep een beetje verzwakte, maar nog steeds stond ik stevig tegen hem aan. ‘Hij heeft me geslagen,’ zei hij en ik voelde dat hij slikte. ‘Het komt allemaal goed, ik houd van je en ik laat je nooit meer gaan. We gaan heel gelukkig worden met zijn drieën.’ Zijn woorden klonken veelbeloven. Ik begroef mijn hoofd in zijn schouder. ‘Ik houd ook van jou, Dean,’ zei ik bijna onhoorbaar.

Mijn zin was dus: ‘Het is nog niet te laat,’ zegt hij. Daar heb ik verleden tijd van gemaakt, aangezien ik dat iets gemakkelijker vind schrijven. Het onderwerp ‘nieuw’ heb ik in het verhaal verwerkt als een nieuwe start.
987 woorden.

Er was een doodse stilte. Al zo een half uur lang. Mijn vingers tikten wat ongeduldig, maar tegelijkertijd ook heel erg zenuwachtig, op de houten armleuning. Ik staarde naar het spiegelbeeld, wat mij met angstige ogen aankeek. Die angstige ogen waren natuurlijk van mij. Ik probeerde mijn gezicht in de plooi te trekken en liet mijn blik afdwalen naar de andere persoon die in de spiegel te zien was. Zijn vlugge vingers gleden door mijn haar, zijn vriendelijke blik was op mijn gezicht gefocust. Hij wilde ervoor zorgen dat hij op tijd kon ingrijpen als het nodig was. Zodra de angst op mijn gezicht nog duidelijker zou worden, zou hij stoppen. Nu stond mijn gezicht wel weer redelijk neutraal, dus had hij ook geen reden om in te grijpen. Ik wist dat ik dit moest doen. Ik had hier zelf voor gekozen, dus nu moest ik het ook gewoon doorzetten. Wat was het hele punt van een nieuwe start als je gewoon weer terugkrabbelde en dezelfde jij bleef als je altijd al was? Dan had het toch helemaal geen zin? Daarom moest ik dit gewoon volhouden. Het duurde ook niet zo lang. Eén beweging was genoeg om een hele nieuwe start voor mij te maken. Die persoon achter me, de man met de geruststellende en vriendelijke blik op zijn gezicht, die kon zorgen voor mijn nieuwe start. Alles hing van hem af.
Het had me misschien wel zo een vier jaar gekost om erachter te komen dat de persoon die ik was, niet goed genoeg was. Ik stond altijd op de achtergrond, niemand besteedde aandacht aan mij. Ze hadden niet eens een naam voor mij, die ze voor anderen wel hadden. Bijvoorbeeld ‘die ene met zijn hoogwater spijkerbroeken’, of misschien ‘die ene met die puist’. Ik had niet zo een naam. Ik viel niet eens op, ik ging op in de menigte. Daarom moest ik daar iets aan gaan doen. Ik moest mezelf eens een keer op de voorgrond stellen. Mensen moesten zien dat ik er ook nog was. “Hier ongeveer?” vroeg hij zacht en duwde zijn hand tussen mijn schouderbladen. “Hoger of lager?”
Ik slikte even toen ik zijn hand voelde. Dat was wel heel erg hoog. Alleen moest ik nu niet gaan zeuren of bang worden voor die hoogte. Het viel wel mee. Het mocht zelfs wel iets hoger. Als dit mijn nieuwe start was, moest ik het ook gelijk goed doen. Dus perste ik er een glimlach uit en zocht zijn blik op in de spiegel.
“Het mag nog wel iets hoger,” zei ik met een licht trillende stem.
Ik hief mijn hand en boog die naar achteren zodat ik zijn hand beet kon pakken en die iets hoger op mijn rug kon neerleggen. Ik was nu degene die zijn blik probeerde te peilen. Ik bespeurde lichte verbazing op zijn gezicht. Hij had natuurlijk ook niet gedacht dat ik zo ver zou gaan. Uiteindelijk verscheen er toch een glimlachje op zijn gezicht en knikte hij gehoorzaam. Hij haalde zijn hand weer weg en liep toen uit mijn beeld. Via de spiegel kon ik nu naar een ander persoon kijken. Ze zat achter me en had dezelfde angstige blik in haar ogen die ik zonet had. Toen ze in de gaten kreeg dat ik naar haar zat te kijken, glimlachte ze even en stak haar hand op om te zwaaien. Ik glimlachte terug naar haar. Mijn moeder had niet gedacht dat ik dit echt zou doen. Ze vond het eerlijk gezegd ook zonde. Waarom zou ik al die jaren van geduld weggooien alleen maar omdat ik aan iets nieuws wilde beginnen? Dat waren haar letterlijke woorden. Ik had me er niets van aan getrokken, dit was mijn keuze en ik zou er nu ook gewoon voor gaan.
Hij kwam weer terug en ging schuin achter me staan. In zijn hand had hij een glanzend voorwerp. De twee metalen messen leken vlijmscherp. Dit zou betekenen dat het zo over was. Een paar seconden was genoeg om het te doen. Ik voelde zijn hand weer langs mijn haren gaan, het voorwerp kwam gevaarlijk dicht bij mijn nek. Ik beet hard op mijn onderlip en besloot mijn ogen te sluiten. Zo hoefde ik tenminste niet te zien hoe het ging gebeuren.
“Het is nog niet te laat,” zei hij.
Ik schudde langzaam mijn hoofd en haalde diep adem. “Doe het nou maar gewoon.”
Dat kwam er iets botter uit dan bedoeld, maar hij moest nu gewoon opschieten. Voordat ik zou gaan twijfelen en ik zou opstaan uit deze stoel om er vervolgens heel snel vandoor te gaan. Ik hoorde hem iets mompelen en voelde zijn hand vastgrijpen aan mijn haar. Opeens klonk het geluid van de messen die langs elkaar sneden en hoorde ik mijn moeder een gil slaken. Voor een paar seconden hield ik mijn ogen gesloten omdat ik echt niet durfde te kijken. Maar toen werd ik op mijn schouder getikt. Langzaam opende ik mijn ogen. Het eerste wat ik zag was de triomfantelijke grijns op zijn gezicht. Daarna viel mijn blik op de lange bruine lokken die hij in zijn hand hield. Mijn hand greep direct naar mijn haar. Het was weg. Gewoon weg. Ik slikte even en liet toen mijn blik afdwalen naar mezelf in de spiegel. Langzaam stond ik op en liet mijn handen langs mijn haren glijden, die nu tot op mijn schouders kwamen in plaats van tot op mijn onderrug. De angst was weer in mijn ogen af te lezen, maar ik zag ook een kleine glimlach op mijn gezicht. Een glimlach omdat ik het eindelijk had gedaan. Ik had eindelijk de stap gezet om aan mijn nieuwe start te beginnen. Nu ging ik er ook voor zorgen dat mensen mij zouden opmerken. Ik zou ‘die ene met het korte haar’ worden. Dat stelde misschien nog niet veel voor, maar wacht maar af. Op een dag zouden ze me allemaal kennen.

Mijn zin is ze keken elkaar aan. In de zaal branden nog licht.

Ah, mag ik ook nog meedoen! Lijkt me heel leuk en ik wil graag beter worden (:

Door alle drukte skip ik deze opdr.
Maar misschien kan ik deze ronde helpen jureren?

Als iedereen zou inleveren… dat is bijna een wonder. Ik heb nog geen één schrijfwedstrijd meegemaakt waarbij iedereen inleverd. xD
Maar we zijn nu sowieso al met heel veel mensen, dus heb je inderdaad nog wel wat te doen Linda.

^ Haha, inderdaad!
Ik ga er snel aan beginnen! :slightly_smiling_face:

@Winterfairy en Slagroomwolk

dat is het idee inderdaad

Ja, prima. je kan eventueel nog naar suspensie(spanning) kijken ofzo… maar dat is denk ik te specifiek voor sommige verhalen…

Mijn zin heb ik als eerste zin gebruikt,
ik hoop dat jullie het leuk vinden, ik schrijf niet zo veel en ik ben dyslectisch dus ik hoop dat er niet te veel spellings fouten in staan. Ik heb een beetje te veel woorden en het einde is een beetje kort samengevat want ik schrijf met veel beschrijvingen dus word mijn tekst snel nogal lang. 1045 woorden.
veel plezier met lezen!

Ze keken elkaar aan. Het licht in de zaal was nog aan en er speelde nog ergens zachtjes muziek. Ze voelde hoe haar wangen langzaam rood kleurde, het was warm in de zaal en ze voelde de koude marmeren vloer onder haar blote voeten. Het was zo lang geleden dat ze hier voor de laatste keer was.

Er stonden door de hele zaal verspreid groepjes mensen die met een glas wijn in hun handen stonden te schater lachen om iets wat een van de mensen in hun groepje aan het vertellen was. Tussen de groepjes mensen rende er een groepje kinderen voor bij en een van die kinderen was ik. Ik kan me nog goed herinneren wat er ging gebeuren. De dienstmeid probeerde ons rustig te krijgen en ondertussen liep mijn vader het podium op. Hij schraapte zijn keel en de hele zaal viel stil. Ik staarde hem aan benieuwd naar wat hij ging zeggen. Totdat er een zwarte schim voor het raam verscheen, ik staarde ernaar. Ik tikte Adam aan die naast mij stond en wees naar de schim. Hij zag het ook en fluisterde in mijn oor ‘ Rachelle zullen we het gaan onderzoeken?’ ‘Ja’ riep ik. Dus liepen we samen via de zij deur in de keuken naar buiten. Buiten is het koud, het gras is vochtig en de rand van mijn lange rok word steeds natter terwijl we dicht langs de muur aflopen ik fluister tegen Adam ‘Zullen we terug gaan?’ ‘Nee laten we gewoon even kijken en dan gaan we terug’ zei Adam. We staan dicht tegen de muur aan. ‘AAAH’ ik werd ruw van achteren aan mijn blonde haar mee gesleurd, ik probeerde te gillen maar ze duwde een zakdoek voor mijn mond, ik werd slap, ik werd moe en viel flauw.

Ik opende langzaam mijn oog maar sluit hem weer. Wat is er gisteren gebeurt? Ik probeer het me te herinneren maar ik weet niets meer. Ik open mijn ogen langzamer deze keer. Het is avond het schemert. Waar ben ik dit is niet mijn huis, ik kijk de kamer rond ik zit in een half hout, half stenen kamertje. Er staat een stoel in de kamer, die is een beetje scheef en in de hoek van de kamer ligt een hoop stro. Ik sta op van de grond, mijn armen doen zeer. Ik staar naar mijn arm er staat een afdruk op van een hand, ik wrijf er over, het doet pijn. Ik loop naar de deur toe en trek er aan. Hij gaat niet open. Ik trek nog een keer maar de deur blijft dicht. Ik begin met mijn vuisten op de deur te slaan. ‘Iemand laat me eruit!’ Geen reactie. Ik trek nog een keer aan de deur maar de deur blijft op zijn plaats. Ik ga met mijn rug tegen de muur zitten en kijk naar de stoel. Ik val in slaap. Toen ik wakker werd stond er een man tegen over me. Ik keek hem aan. ‘Nou, nou eindelijk, goed geslapen of is dit niet goed genoeg voor ons prinsesje. Hij bulder lacht heel hard om wat hij gezegd heeft. Ik sta nu met mijn rug tegen de muur aan gedrukt en kijk naar de man die veel groter dan mij is. Hij roept n er komt nog een man binnen hij kijkt me aan en neemt de andere man mee naar buiten. Ze hoort wat geroezemoes ze kon er niet veel van verstaan, ze zeiden de verkeerde, de andere en meer verstond ik er niet van. Toen vloog de deur open en werd Adam naar binnen geduwd. Ik omhelsde hem. We zaten naast elkaar tegen de muur, het was donker, we vielen in slaap. De deur ging open ik keek op, de man gaf ons beide een stuk brood. Zo ging het een paar dagen precies het zelfde, we zaten daar maar in de kamer te wachten tot dat er iets gebeurde. Het was ochtend, de man kwam brood brengen maar voor dat hij vertrok nam hij Adam mee de kamer uit. Ik was alleen, zat met mijn rug tegen de muur, het was koud, ik voelde de tocht door de muren heen trekken. Rond de middag komt er de andere man binnen, hij neemt me mee de kamer uit mee een keuken in. Er hing een pan met water boven het vuur een tafel blad met daarboven een kip aan een touwtje. Hij geeft me een mes, een potje met water en een bakje met planten. Ik ging koken. Ik sneed de kip en de kruiden en gooide het in de pan boven het vuur. Toen het eten was werd ik terug naar de kamer gebracht en kreeg ik een kom eten mee. De volgende dag moest ik het hutje schoon maken, er was altijd van de mannen in de buurt om me in de gaten te houden.

Tien jaar later.

‘Rachelle, waar zit je met je gedachte, hier is de ree begin maar vast met koken.’ Zei Rein ‘Sorry ik zal beginnen’ antwoorden ik. Hij vertrok weer en ik begon met koken. Er werd op de deur geklopt en ik deed de deur open. Er stond een jongen voor de deur, ik staarde hem aan, hij staarde terug. ‘Rachelle’ riep hij, ‘Adam wat doe jij hier!’ Ik omhelsde hem. Hij trok me mee naar buiten, Rachelle, kom mee terug naar het paleis. Je ouders zijn al jaren naar je op zoek. Ik keek hem aan, ik dacht eigenlijk nooit meer aan vroeger, ik kan me er ook niet meer zo veel van herinneren. Hij trok je mee, hij was op zijn paard gekomen en hielp me er op. Het duurde lang voordat we bij het paleis waren, ik kreeg in de gaten dat ik al die tijd zo ver van de buiten wereld was en ik geen deel meer uit had gemaakt van het paleis sinds ik zes was. We waren er, hij nam me mee naar de deur die het dichtst bij de paardenstallen was. Ik keek hem aan. Het licht in de zaal was nog aan en er speelde nog ergens zachtjes muziek. Ik voel hoe mijn wangen langzaam rood kleuren, het is warm in de zaal en ik voel de koude marmeren vloer onder mijn blote voeten.

ik hoop dat jullie het een leuk verhaal vonden,
graag tips
xx

up