Scheikunde

Hey iedereen,
Ik heb morgen een inhaaltoets en heb een kleine vraag maar kan mijn docent/medeleerlingen nu niet meer bereiken en zou graag dit opgelost hebben:
Het gaat over scheikunde:

Een nietmetaal-oxide en water geeft een zuur. Dus neem bv. dichloorpenta-oxide en water. Je weet geen coefficenten en geen indexen, want die moet je erbij zetten.
Je krijgt dus dichloorpenta-oxide + water is een zuur.
Bij een zuur staat een H vanvoor, dus zou ik zeggen HClO

Omdat je dus geen indexen weet moet je gaan kijken, H is altijd +I, Cl is in dit geval +V en O is altijd -II
Dit moet altijd gelijk zijn aan nul maar hier is het niet zo.
Nu is mijn vraag:
Moet ik hier als index bij H een 3 schrijven of bij O een 3? En hoe kan ik dat zien?

Dan heb ik nog een probleem:
Een base + een zuur geeft een zout + water, maar hoe in godsnaam weet ik welk zout het wordt ? Of moet ik gewoon alle O’s en alle H’s wegdoen, en wat overblijft behouden als zout ?
x

Cl2O5 + H2O → 2 HClO3

Voor je 2e probleem: als het goed is heb je ergens een tabel met oplosbaarheid.
Schrijf de ionen op die je hebt en kijk welke combinatie slecht oplost en zal neerslaan.

45A dacht ik. Of 40A